<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>De Nieuwe Reporter</title>
	<atom:link href="http://www.denieuwereporter.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.denieuwereporter.nl</link>
	<description>De groepsweblog De Nieuwe Reporter is een onafhankelijk platform voor het debat over de toekomst van de Nederlandse journalistiek.</description>
	<lastBuildDate>Wed, 08 Feb 2012 16:20:10 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>Sky News legt Twittergebruik redacteuren aan banden</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/sky-news-legt-twittergebruik-redactie-aan-banden/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/sky-news-legt-twittergebruik-redactie-aan-banden/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Feb 2012 21:09:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Herwin Thole</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[r]]></category>
		<category><![CDATA[Twitter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23327</guid>
		<description><![CDATA[De Britse nieuwsorganisatie Sky News legt het Twittergebruik van hun eigen redacteuren aan banden. Journalisten mogen iemand die niet voor Sky werkt niet meer retweeten. Ook moeten Sky-journalisten zich bij hun eigen portefeuille houden en mogen ze niet tweeten over persoonlijke zaken vanuit hun professionele Twitteraccount. Breaking news moet eerst aan de nieuwsredactie worden gemeld [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De Britse nieuwsorganisatie Sky News legt het Twittergebruik van hun eigen redacteuren aan banden. Journalisten mogen iemand die niet voor Sky werkt niet meer retweeten. </p>
<p>Ook moeten Sky-journalisten zich bij hun eigen portefeuille houden en mogen ze niet tweeten over persoonlijke zaken vanuit hun professionele Twitteraccount. Breaking news moet eerst aan de nieuwsredactie worden gemeld voordat het wordt verspreid via sociale media.<span id="more-23327"></span></p>
<p>Dat staat in de nieuwe sociale mediacode die het bedrijf dinsdag per e-mail naar alle werknemers heeft gestuurd. Daarover schrijft <a href="http://www.guardian.co.uk/media/2012/feb/07/sky-news-twitter-clampdown" target="_blank">The Guardian</a>.</p>
<p><strong>Redactionele proces</strong><br />
In de e-mail, die The Guardian heeft ingezien, staat: &#8220;Als een verhaal is getweet door een Sky News-journalist aan wie het verhaal is toegewezen dan is het prima, wenselijk zelfs, dat het geretweet wordt door andere Sky-medewerkers.&#8221;</p>
<p>Het retweeten van informatie van andere journalisten of personen mag niet, want &#8220;zulke informatie kan foutief zijn en heeft het redactionele proces van Sky News niet doorlopen.&#8221;</p>
<p><strong>Eensluidende boodschap</strong><br />
Volgens Sky zijn de regels zijn ingevoerd om met één mond te spreken via verschillende kanalen en om voldoende redactionele controle uit te oefenen op verhalen van Sky-journalisten. Ook moet de nieuwsredactie het centrale punt blijven van waaruit informatie de wereld in wordt gestuurd.</p>
<p>In een aantal gevallen is het volgens Sky voorgekomen dat op Twitter andere informatie werd verspreid. Ook ontdekten nieuwsredacties soms nieuws feiten via Twitter die ze liever eerst zelf hadden gezien.</p>
<p>De richtlijn voor het checken van tweets door de nieuwsredactie geldt niet voor woordelijke verslagen via Twitter van rechtszaken of parlementaire of gerechtelijke onderzoeken. De journalist moet uiteraard wel de opdracht hebben gekregen om daar verslag van te doen. </p>
<p><strong>Richtlijnen bij andere nieuwsorganisaties</strong><br />
Sky News is niet de eerste nieuwsorganisatie die het Twittergebruik van redacteuren inperkt. Persbureau Associated Press <a href="http://mashable.com/2011/11/16/ap-wire-twitter-reuters/" target="_blank">tikte verslaggevers op de vingers</a> die nieuws eerst via Twitter de wereld instuurden en het daarna pas doorgaven aan de redactie. Daarnaast verbood AP  <a href="http://www.poynter.org/latest-news/mediawire/152016/ap-issues-staff-guidelines-on-retweets-no-personal-opinions-allowed-or-implied/" target="_blank">het uiten van persoonlijke meningen in retweets</a>. </p>
<p>De BBC stelde bij het twitteren van nieuws verplicht dat <a href="http://www.poynter.org/latest-news/mediawire/139412/bbc-social-media-policy-insists-second-pair-of-eyes-review-news-updates-for-twitter-or-facebook/" target="_blank">een tweede redacteur de tweet leest</a> voor publicatie.</p>
<p><strong>Reacties</strong> </p>
<ul>
<li>Weblog <a href="http://fleetstreetblues.blogspot.com/2012/02/sky-news-opts-for-old-fashioned-content.html" target="_blank">Fleet Street Blues</a> kan de maatregel begrijpen: Sky betaalt redacteuren om artikelen van Sky te promoten, niet die van een ander.</li>
<li>Journalist <a href="http://blogs.lse.ac.uk/polis/2012/02/07/sky-news-never-wrong-for-long-on-twitter/" target="_blank">Charlie Beckett</a> hoopt dat er in de praktijk soepel wordt omgesprongen met de richtlijnen zodat al het vooruitstrevende werk van Sky op het gebied van sociale media niet plotsklaps overboord wordt gegooid.</li>
<li> <a href="http://gigaom.com/2012/02/07/sky-news-joins-the-anti-social-media-brigade/" target="_blank">Mathew Ingram</a> betoogt dat Sky News het sociale uit sociale media haalt en daarmee de potentie van Twitter onbenut laat.</li>
<li> <a href="http://blogs.reuters.com/anthony-derosa/2012/02/07/sky-news-longs-for-victorian-internet-applies-dark-age-social-policy/" target="_blank">Anthony De Rosa</a>, sociale mediaredacteur bij Reuters, denkt dat redacteuren van Sky door de strikte regels in het nadeel zijn ten opzichte van collega&#8217;s bij andere nieuwsorganisaties.</li>
<li><a href="http://blog.breakingnews.com/post/17229929833/why-its-ok-to-be-human-on-twitter" target="_blank">Cory Bergman</a> van Breakingnews.com schrijft dat nieuwsorganisaties juist een groter publiek kunnen bereiken door hun tweets menselijker te maken.</li>
<li><a href="http://quotse.matthewkeys.net/2012/02/does-sky-news-not-understand-the-internet/" target="_blank">Matthew Keys</a> zegt dat met de nieuwe sociale mediaregels de prominentste twitteraar van Sky, Neal Mann (<a href="https://twitter.com/#!/fieldproducer" target="_blank">@fieldproducer</a>),  wordt belemmerd. En dat terwijl het werk van Mann op sociale media juist waardevol kan zijn voor een nieuwsorganisatie. Op Twitter is onder de hashtag <a href="https://twitter.com/#!/search/%23savefieldproducer" target="_blank">#savefieldproducer</a> een actie opgestart om hem te steunen.</li>
<li><a href="http://liberalconspiracy.org/2012/02/08/in-defence-of-sky-news-re-tweeting-ban/" target="_blank">Sunny Hundal</a> verdedigt het verbod van Sky op retweets.</li>
<li>FT-journalist <a href="http://blogs.ft.com/fttechhub/2012/02/skys-the-limit-on-retweets/#axzz1lmGBsOu7" target="_blank">Ben Fenton</a> denkt dat Sky te gefocust is op de betrouwbaarheid van het eigen merk. Gul zijn met retweets wordt je door niemand op Twitter aangerekend.</li>
</ul>
<p><em>Lees hieronder hoe het verhaal zich ontwikkelde en de reacties van andere Twittergebruikers.</em></p>
<p><script src="http://storify.com/elanazak/twitter-reacts-to-new-sky-news-social-media-guidel.js"></script><noscript>[<a href="http://storify.com/elanazak/twitter-reacts-to-new-sky-news-social-media-guidel" target="_blank">View the story "Twitter reacts to changes in Sky News' social media guidelines" on Storify</a>]</noscript></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/sky-news-legt-twittergebruik-redactie-aan-banden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Consument wil niet betalen voor nieuws op tablets</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/consument-wil-niet-betalen-voor-nieuws-op-tablets/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/consument-wil-niet-betalen-voor-nieuws-op-tablets/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Feb 2012 19:10:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Workshop]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23318</guid>
		<description><![CDATA[Veel uitgevers hebben hun hoop gevestigd op tablets, want daarmee kunnen ze hun tijdschriften en kranten in de vorm van een app aan de man brengen. Althans, dat is de hoop. Of dat gaat lukken is nog maar de vraag. Mediatest deed in opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Pers onderzoek naar tabletbezitters, en daaruit blijkt dat 53% zegt zeker niet te willen betalen voor nieuws op de tablet. Daarnaast heeft 97% geen betaalde app voor nieuws, informatie, magazines of boeken op zijn of haar tablet staan.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hoe gaan we geld verdienen met digitaal nieuws? Dat is de grote vraag voor nieuwsmedia. Met websites wil dat nog niet zo lukken, er zijn maar weinig voorbeelden van winstgevende nieuwssites. Veel uitgevers hebben hun hoop nu gevestigd op tablets, want daarmee kunnen ze hun tijdschriften en kranten in de vorm van een app aan de man brengen.Althans, dat is de hoop. Of dat gaat lukken is nog maar de vraag. <a href="http://www.mediatest.nl/">Mediatest</a> deed in opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Pers onderzoek naar tabletbezitters, en daaruit blijkt dat 53% zegt zeker niet te willen betalen voor nieuws op de tablet. Daarnaast heeft 97% geen betaalde app voor nieuws, informatie, magazines of boeken op zijn of haar tablet staan.</p>
<p>Deze en andere resultaten zullen op 16 februari 2012 worden gepresenteerd tijdens een interactieve kennissessie over tabletpublishing, georganiseerd door het Stimuleringsfonds voor de Pers. Plaats van handeling is de roeivereniging ‘De Amstel’ in Amsterdam. Deze middag zullen ook de resultaten van een aantal innovatieprojecten worden gepresenteerd, zoals iPers. Kijk voor meer informatie op <a href="http://www.persinnovatie.nl/page/4396/nl">Persinnovatie.nl</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/consument-wil-niet-betalen-voor-nieuws-op-tablets/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederlandse media malen er niet om dat de fotojournalistiek wordt gedecimeerd</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/nederlandse-media-malen-er-niet-om-dat-de-fotojournalisitek-wordt-gedecimeerd/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/nederlandse-media-malen-er-niet-om-dat-de-fotojournalisitek-wordt-gedecimeerd/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Feb 2012 09:56:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rimmer Mulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[ANP]]></category>
		<category><![CDATA[fotojournalisten]]></category>
		<category><![CDATA[fotojournalistiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23305</guid>
		<description><![CDATA[Dat ANP via een samenwerking met NUfoto structureel gebruik gaat maken van amateurfoto's, is logisch en onontkoombaar. Zo <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/">schreef</a> Arnold Reyneveld vorige week op DNR. Collegafotograaf Bas de Meijer <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/fotojournalist-beroep-of-vrijwilligerswerk/">schreef</a> dat  fotojournalisten er weinig mee opschieten om te gaan zitten kniezen; ze kunnen beter op zoek gaan naar nieuwe kansen. NVF-voorzitter Rimmer Mulder vreest echter dat de professionele fotojournalistiek het onderspit zal delven doordat er domweg te weinig fotojournalisten overblijven voor een substantiële bijdrage aan de hoogwaardige nieuwsvoorziening.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ach, iedereen kan toch wel een foto maken?</p>
<p>Arnold Reyneveld schreef in <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/">zijn bijdrage</a> op De Nieuwe Reporter dat de amateurfotograaf de journalistieke fotografie sterk zal veranderen. (Hij had het nog over burgerfotografen maar aangezien alle fotojournalisten die ik ken ook burgers zijn, spreken we af dat we niet meer in het versluierende woordgebruik van sommige gemakzuchtige media zullen trappen. We onderscheiden <em>beroeps</em> en <em>amateurs</em>.) Hij ziet een symptoom aan voor de echte ontwikkeling.</p>
<p>De missie van de fotojournalistiek is al meer dan tweehonderd jaar dezelfde: beelden maken die de mensen iets vertellen over de wereld om hen heen, over de samenleving waarvan ze deel uitmaken, over gebeurtenissen die hen raken. De rijke inzendingen voor de <a href="http://www.zilverencamera.nl/">Zilveren Camera</a> laten elk jaar zien hoe goed de Nederlandse fotojournalisten daarin zijn; en hoe effectief journalistieke beelden kunnen zijn.</p>
<p><strong>Grote veranderingen</strong></p>
<p>De omstandigheden waaronder ze dit mooie vak uitoefenen zijn de afgelopen tien jaar wel sterk veranderd. Het begon met de digitalisering. Daardoor explodeerde het aanbod van beeld. Vrijwel onbeperkte hoeveelheden foto’s zijn als het moet à la seconde beschikbaar voor de gebruikers. Dat raakt de beroepsfotojournalist (m/v) op twee manieren in zijn bestaan. De concurrentie neemt toe waardoor zijn prijzen onder druk komen en in de digitale wereld blijkt zijn auteursrecht nauwelijks te beschermen.</p>
<p>De media, de belangrijkste afnemers van het materiaal van de fotojournalisten, maken dankbaar gebruik van het enorme aanbod door de tarieven te verlagen, soms zelfs heel fors. En er gebeurde nog iets aan die kant. De ruime keuze betekende niet dat media scherper op de kwaliteit gingen letten en altijd voor het beste kozen. Integendeel, ze lieten hun normen juist zakken. Er hoefde niet altijd een mooi portret bij het verhaal, een door de verslaggever gemaakt kiekje kon ook wel.</p>
<p><strong>Het kan altijd goedkoper</strong></p>
<p>In die ontwikkeling past ook dat ze meer en meer gebruik gaan maken van beeldmateriaal van amateurs. Ach, met de goeie apparatuur van tegenwoordig kan iedereen toch wel een foto maken? En ziet de consument nou echt altijd wel het verschil? Ze ontdekten dat het altijd nog goedkoper kan en zo verliest de professionele fotojournalistiek steeds meer terrein.</p>
<p>Wat er bij het ANP gebeurt is tekenend voor wat er aan de hand is in het mooie vak. Het nationaal persbureau was jarenlang een kweekplaats voor fotojournalistiek talent. Starters konden zich er ontwikkelen met een redelijk salaris, prima apparatuur en wat begeleiding van ervaren collega’s.</p>
<p>Het ANP heeft als een van de laatste de vaste fotojournalisten de deur uit gedaan en werkt alleen nog maar met freelancers. En nu dus ook met amateurs die de helft goedkoper zijn. De jonge talenten van nu komen op een krimpende markt. Als ze daar een plekje willen bevechten, moeten ze genoegen nemen met tarieven die nog onder die van de betaalde amateur liggen.</p>
<p><strong>De markt dicteert</strong></p>
<p>We kunnen het ANP niet eens zoveel kwalijk nemen. Het volgt wat zijn markt, dat zijn de Nederlandse uitgevers en omroepen, dicteert. Het moet vooral goedkoper.</p>
<p>Het probleem is niet dat nu ook het ANP gebruik maakt van amateurs. Het probleem is dat Nederlandse media er niet om malen dat een beroepsgroep wordt gedecimeerd; dat in de enorme kwantiteit de kwaliteit steeds meer verloren gaat omdat er domweg te weinig fotojournalisten overblijven voor een substantiële bijdrage aan de hoogwaardige informatiestroom.</p>
<p><em>Foto: <a href="http://basdemeijer.nl/">Bas de Meijer</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/nederlandse-media-malen-er-niet-om-dat-de-fotojournalisitek-wordt-gedecimeerd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Van de redactie van de New York Times zal een derde of de helft overblijven&#8221;</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/van-de-redactie-van-new-york-times-zal-een-derde-of-de-helft-overblijven/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/van-de-redactie-van-new-york-times-zal-een-derde-of-de-helft-overblijven/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2012 21:51:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Alexander Pleijter</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23290</guid>
		<description><![CDATA[De VPRO zond vorige week de documentaire 'Page one' uit, een droefenis stemmende film voor krantenliefhebbers. Want het beeld dat van de New York Times wordt geschetst is niet best: steeds minder lezers, steeds minder advertentie-inkomsten en daardoor ook steeds minder redacteuren. En dat gaat nog wel even door volgens een analyse van Business Insider. Het zou best kunnen dat in de toekomst de redactie van de New York Times nog maar half zo groot is als nu.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het gaat niet goed met de New York Times. Dat is kort gezegd de boodschap van de documentaire ‘<a href="http://www.imdb.com/title/tt1787777/">Page one: inside the New York Times</a>’, die afgelopen week werd uitgezonden door de VPRO. Net als vrijwel elke andere krant worstelt de gerenommeerde Amerikaanse krant met het digitale tijdperk. Eind 2009 was hoofdredacteur Bill Keller genoodzaakt om maar liefst 100 van de 1250 banen te schrappen op zijn redactie. Geen wonder dat hij halverwege de documentarie verzucht: “Er heerst een grafstemming.”</p>
<p>Inmiddels gaat het nog steeds niet best met de New York Times. De inkomsten vertonen nog altijd een dalende lijn, zo <a href="http://www.businessinsider.com/the-new-york-times-company-lost-397-million-in-2011-2012-2">meldde Business Insider</a> afgelopen week. Een van de oorzaken is de immer dalende advertentieopbrengst van de papieren krant. Het goede nieuws is dat de inkomsten uit digitale advertenties voorzichtig beginnen te groeien. En de vorig jaar geïntroduceerde paywall wordt hier en daar al voorzichtig <a href="http://www.guardian.co.uk/commentisfree/cifamerica/2011/aug/03/new-york-times-paywall">een succes genoemd</a>.</p>
<p>Op Business Insider verscheen ook een analyse met de dreigende kop ‘<a href="http://www.businessinsider.com/new-york-times-shrinks-2012-2">The Incredible Shrinking New York Times</a>’. Kort samengevat is het probeem dat de papieren krant krimpt (zowel qua lezerspubliek als inkomten), terwijl de digitale tak de teruglopende inkomsten nog niet voldoende kan compenseren. Het is het bekende problemen voor elk krantenbedrijf. Volgens Business Insider zit er voor de New York Times weinig anders op dan verder te snijden in het aantal redacteuren: “We estimate that the digital business will eventually support a newsroom about one-third to one-half the size of the paper&#8217;s current one.”</p>
<p><em>Voor wie de uitzending van ‘Page one’ gemist heeft: de documentaire is hieronder te bekijken dankzij <a href="http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1237611">Uitzending Gemist</a>.</em></p>
<p><object data='data:application/x-silverlight-2,' type='application/x-silverlight-2' width='500' height='282'><param name='source' value='http://embed.player.omroep.nl/sle/ugslplayer.xap'/><param name='enablehtmlaccess' value='true'/><param name='initParams' value='version=sl.1.9.9,episodeID=13790872,playlistEnabled=no,playMode=pause,volume=100,seekTime=00:21:32,subtitlesEnabled=false' /><embed source='http://embed.player.omroep.nl/sle/ugslplayer.xap' type='application/x-silverlight-2' enablehtmlaccess='true' width='500' height='282' seekTime='00:21:32' initParams='version=sl.1.9.9,episodeID=13790872,playlistEnabled=no,playMode=pause,volume=100,seekTime=00:21:32,subtitlesEnabled=false'><a href='http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkID=124807' style='text-decoration: none;'><img src='http://embed.player.omroep.nl/sle/downloadsilverlight.jpg' alt='Get Microsoft Silverlight' style='border-style: none'/></a> <br /> <a href='http://player.omroep.nl/?aflID=13790872'>Bekijk de video in andere formaten.</a></embed></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/van-de-redactie-van-new-york-times-zal-een-derde-of-de-helft-overblijven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Crowdfunding: (valse) hoop voor de fotojournalistiek?</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/crowdfunding-valse-hoop-voor-de-fotojournalistiek/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/crowdfunding-valse-hoop-voor-de-fotojournalistiek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2012 19:05:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Berkenbosch</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[crowdfunding]]></category>
		<category><![CDATA[fotografie]]></category>
		<category><![CDATA[fotojournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[verdienmodellen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23263</guid>
		<description><![CDATA[Crowdfunding wordt door menigeen gezien als het verdienmodel van de toekomst. Bijvoorbeeld voor fotojournalisten, die steeds vaker hun inkomsten zien terugvallen door dalende tarieven. Maar hoe pak je dat crowdfunding eigenlijk aan? Welke websites kan je gebruiken? En hoe kom je aan donateurs? Jeroen Berkenbosch deed voor zijn afstudeerscriptie aan de Hogeschool Amsterdam onderzoek naar deze vragen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Crowdfunding</em> lijkt het nieuwe toverwoord voor fotojournalistiek. Grote namen als <a href="http://www.lohuizen.net/">Kadir van Lohuizen</a>, <a href="http://carolyndrake.com/">Carolyn Drake</a> en <a href="http://www.tomasvanhoutryve.com/">Tomas van Houtryve</a> maken er succesvol gebruik van en andere fotografen treden in hun voetsporen. Maar hoe werkt crowdfunding?</p>
<p>Bij crowdfunding zorgt een groep mensen op vrijwillige basis voor de financiering van een product, project of bedrijf. Essentieel zijn <em>incentives</em>: beloningen om <em>backers</em> (steunbetuigers of donateurs) te bedanken. Deze <em>incentives</em> verschillen per project, platform en bedrag. Zo kan een donatie van 20 dollar gekoppeld zijn aan een foto op ansichtkaartformaat, terwijl een <em>backer</em> voor 125 dollar een gesigneerd fotoboek bemachtigt. <em>Incentives</em> zijn op de meeste platformen verplicht, maar als maker krijg je alle vrijheid om zelf te bedenken wat je wilt aanbieden en bij welk bedrag.</p>
<p>Het lijkt voor de hand liggend dat crowdfunding pas is ontstaan met de komst van het internet. Hoewel internet crowdfunding een stuk gemakkelijker maakt, werd het al toegepast bij de financiering van het New Yorkse Vrijheidsbeeld rond 1880. Het beeld, een geschenk van de Fransen, werd door de Franse bevolking gefinancierd. De Amerikanen moesten zelf de sokkel betalen. Na een lange en onsuccesvolle worsteling om genoeg geld bij elkaar te krijgen &#8211; zowel het Amerikaanse congres als de stad New York weigerden een bijdrage te leveren &#8211; zorgde de verontwaardigde kranteneigenaar <a href="http://www.pulitzer.org/biography">Joseph Pulitzer</a> voor een doorbraak. Hij gebruikte zijn krant om campagne te voeren onder het Amerikaanse volk, en bood miniaturen van het beeld als <em>incentive</em> aan. De inmiddels zeer befaamde journalistieke Pulitzerprijs is postuum naar hem vernoemd.</p>
<p><strong>Platformen voor crowdfunding</strong></p>
<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/crowdfunding-valse-hoop-voor-de-fotojournalistiek/kickstarter/" rel="attachment wp-att-23279"><img class="size-medium wp-image-23279 alignright" title="Kickstarter" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/02/Kickstarter-160x160.jpg" alt="" width="160" height="160" /></a>Met de oprichting van het Nederlandse platform <a href="https://www.sellaband.com/">SellaBand</a> maakt crowdfunding in 2006 een comeback. Sindsdien zijn er talloze platformen opgericht. Soms zeer breed georiënteerd en soms gericht op een specifieke nichemarkt. De meest bekende platformen voor fotojournalistiek zijn <a href="http://www.emphas.is">Emphas.is</a>, <a href="http://www.kickstarter.com/">Kickstarter</a> en <a href="http://voordekunst.nl/">Voordekunst</a>. Al deze platformen verschillen onderling in kosten, opzet, gebruik, aanbod en betaalmethoden. Zo richt Voordekunst zich specifiek op de Nederlandstalige markt, hanteert Emphas.is redelijk strikte toegangseisen en kunnen vooralsnog alleen mensen met een Amerikaanse bankrekening een project op Kickstarter initiëren. Kickstarter is wel bezig het platform geschikt te maken voor de Europese markt.</p>
<p>Daarnaast zijn voornamelijk de financiële verschillen van belang. De percentages die platformen inhouden op het opgehaalde bedrag van een succesvol gefinancierd project variëren bijvoorbeeld van nul tot vijftien procent. Ook kan er bij sommige platformen méér worden opgehaald dan het vooraf vastgestelde doelbedrag.</p>
<p>Het laatste belangrijke verschil betreft de uitbetaling van het geld. De meeste platformen, waaronder Emphas.is en Kickstarter, betalen uitsluitend bij het behalen van het doelbedrag. Bij onsuccesvolle financiering wordt het geld teruggestort naar de <em>backers</em>. Door enkele platformen wordt er ook uitbetaald als het doelbedrag niet is gehaald. Gunstig voor de fotograaf, maar minder gunstig voor <em>backers</em> die in onzekerheid zitten over de voortgang van het project. Uiteraard zijn er ook overeenkomsten. Zo werken alle platformen met een <em>incentive</em>-systeem en is het overal verplicht om vooraf een looptijd (meestal tussen de dertig en zestig dagen) en doelbedrag vast te stellen.</p>
<p>Sommige fotografen kiezen ervoor een eigen website op te zetten, zoals <a href="http://www.borotov.nl/">Rob Hornstra</a> en <a href="http://www.prospektor.nl/about/arnold-van-bruggen/?lang=en">Arnold van Bruggen</a> voor hun immense <a href="http://www.thesochiproject.org/home/">Sochi Project</a> deden. Met het aanbod van platformen wordt deze keuze steeds minder noodzakelijk en aantrekkelijk.</p>
<p><strong>Noodzaak</strong></p>
<p><strong></strong>Door de neerwaartse spiraal waarin gedrukte media zich bevinden daalt de behoefte aan fotojournalistieke onderzoeksverhalen gestaag. Ook subsidies en beurzen zijn geen vetpot, en samenwerken met NGO&#8217;s is niet altijd mogelijk of gewenst. Terwijl internet ongekende mogelijkheden biedt voor het onder de aanbracht brengen van fotoseries, ontbreekt een solide verdienmodel. Voor fotojournalisten die grote projecten uitvoeren is het steeds vaker noodzakelijk alternatieve financieringsmethoden te onderzoeken. Door deze groep wordt crowdfunding regelmatig als oplossing gezien, al dan niet in combinatie met andere vormen van financiering.</p>
<p>Naast onafhankelijkheid van conventionele financieringsmethoden, geven fotografen aan meer vrijheid te willen in de opzet en uitvoering van projecten. Bij crowdfunding neem je vrijwel alle beslissingen zelf. Ook kun je, in tegenstelling tot bij andere methoden, invloed uitoefenen op het slagingspercentage en is het niet nodig overgeleverd te zijn aan een anonieme, ondoorzichtige beoordelingscommissie.</p>
<p>Zo heeft freelance schrijfster en fotoconsultant <a href="http://mikijohnson.com/">Miki Johnson</a> voor <a href="http://blog.emphas.is/?p=1041">het Emphas.is-weblog</a> de slagingspercentages van diverse populaire beurzen vergeleken, waaronder het <a href="http://smithfund.org/gene-smith-grant">W. Eugene Smith Grant</a> en het <a href="http://imagery.gettyimages.com/getty_images_grants/default.aspx">Getty Grants for Editorial Photography</a>. De percentages variëren van 0,4 tot zes procent, terwijl ongeveer de helft van de fotojournalistieke projecten succesvol wordt gefinancierd. Johnson merkt wel op dat het bij crowdfunding om minder grote bedragen gaat (vaak rond de zesduizend dollar) dan bij de vergeleken beurzen (variërend van 15 tot ruim 43 duizend dollar). Ook beargumenteert zij dat een succesvol crowdfundingproject in de toekomst kan bijdragen aan het krijgen van een beurs; het getuigt van doorzettingsvermogen en een geïnteresseerd publiek.</p>
<p>Bij Emphas.is beoordeelt een panel van professionals, waaronder fotografen, beeldredacteurs en curatoren ieder ingezonden project. Hierbij letten zij onder andere op maatschappelijke relevantie, (financiële) haalbaarheid, kwaliteit, ervaring en bereidwilligheid om in dialoog te gaan met backers. Als het project wordt afgewezen krijgen fotografen hier de redenen van te horen. Dit is anders dan bij de gemiddelde beursaanvraag.</p>
<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/crowdfunding-valse-hoop-voor-de-fotojournalistiek/emphasis/" rel="attachment wp-att-23274"><img class="alignright size-full wp-image-23274" title="emphasis" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/02/emphasis.jpg" alt="" width="227" height="109" /></a>Emphas.is is dusver het enige platform dat zich uitsluitend op fotojournalistiek richt en op deze zorgvuldige manier met het selectieproces omgaat. Andere platformen letten vooral op inhoudelijke vereisten als het toevoegen van een video-introductie en niet of nauwelijks op de kwaliteit van het bestaande werk.</p>
<p><strong>Toepassen</strong> <strong>van crowdfunding</strong></p>
<p>Gemakkelijk is het toepassen van crowdfunding echter niet. Meer dan andere financieringsmethoden vergt crowdfunding betrokkenheid en proactief gedrag van de fotograaf. De grootste valkuil is passiviteit bij het werven van <em>backers</em>, die per slot van rekening moeten zorgen voor financiering van het project.</p>
<p>Zoals de in New York wonende Nederlandse fotograaf <a href="http://www.reneclement.com/">René Clement</a> over het model vertelt: &#8220;Het is vrij intensief. Het was de eerste keer veel werk om alles bij elkaar te krijgen en op de website te zetten. Je denkt vervolgens van &#8216;laat maar komen&#8217; en dan gebeurt er eigenlijk niets. Je wordt gedwongen om te netwerken. Je probeert een soort vriendengroep om je heen te krijgen die geïnteresseerd is in je werk.”</p>
<p>Clement heeft inmiddels twee projecten met behulp van Kickstarter verwezenlijkt, waarbij de financiering van het tweede project vrij moeizaam ging. Hij concludeert zelf dat zijn projecten te snel na elkaar kwamen waardoor zijn netwerk terughoudend was nogmaals een bijdrage te leveren. Clement vertelt dat het belangrijk is een stijgende lijn te hebben in het aantal <em>backers</em>. “Als er te lang niets gebeurt, haken er mensen af. Je moet constant blijven updaten en mailen. Mensen eraan herinneren dat de deadline er aan komt.”</p>
<p><a href="http://www.panos.co.uk/">Panos Pictures</a>-fotograaf <a href="http://www.robinhammond.co.uk/">Robin Hammond</a> maakt voor een deel van zijn project over geestelijke gezondheid in Afrika gebruik van Emphas.is. Hij koos voor dit platform mede omdat hij graag werkt met organisaties die fotojournalistiek hoog in het vaandel hebben staan.</p>
<p>Ook ziet Hammond het nut in van de &#8216;making of zone&#8217; om mensen bij het project te betrekken. Dit afgeschermde gedeelte is alleen toegankelijk voor donateurs van het project en is een van de manieren waarop Emphas.is zich onderscheidt van zijn concurrenten. Op deze plek plaatst de fotograaf tijdens de uitvoering van het project updates die bestaan uit exclusief fotomateriaal, teksten of video&#8217;s. Uit een enquête onder <em>backers</em> van Emphas.is blijkt dat het grootste deel van de respondenten de &#8216;making of zone&#8217; als een positieve toevoeging positief ervaren.</p>
<p>Hammond vertelt: “Crowdfunding is enorm veel werk. Het was nagenoeg onmogelijk om op een hoog niveau door te blijven werken tijdens de campagneperiode. Ik heb geluk gehad met mijn fantastische &#8216;ambassadeurs&#8217;; <em>backers</em> die zelf actief mee deden om hun eigen netwerken bij het project te betrekken.”</p>
<p><strong>Backers</strong></p>
<p><strong></strong><em>Backers</em> of donateurs blijken vaak onder te verdelen in twee niveaus. Het eerste niveau bestaat uit vrienden, familie en collega&#8217;s die de fotograaf persoonlijk kennen. Het tweede niveau uit &#8216;vrienden van vrienden&#8217;. Om dit naar Hammonds project te vertalen: <em>backers</em> die door zijn ambassadeurs zijn geworven. Deze twee groepen zorgen vaak voor het grootste aandeel. Doorgaans lukt het alleen de erg bekende fotografen om veel onbekenden aan te trekken.</p>
<p>Hammond geeft aan ongeveer de helft van zijn backers persoonlijk te kennen. Bij Clement is dit een imposante negentig procent, bestaande uit voornamelijk vrienden en bekenden. Opmerkelijk genoeg kent een meerderheid van de backers op Emphas.is de fotograaf niet persoonlijk.</p>
<p>Hoewel het lastig is een profiel te schetsen van de gemiddelde donateur, komen er uit de eerder genoemde enquête interessante gegevens naar voren. Zo heeft de motivatie om een project te steunen veelal te maken met interesse in het thema of bewondering voor het werk van de fotograaf. <em>Incentives</em> spelen bij fotojournalistieke projecten een kleine rol. Backers zijn, weinig verbazingwekkend, zeer geïnteresseerd in fotografie. Vooral fotojournalistiek en documentairefotografie zijn populair. Vrijwel alle ondervraagden, ruim 98 procent, bezoekt regelmatig foto-exposities en driekwart heeft professionele foto&#8217;s in bezit. Ook is een meerderheid hobbyfotograaf.</p>
<p>Donateurs komen op diverse manieren bij het project terecht. Niet alleen door direct contact met de fotograaf, maar ook via weblogs, (nieuws)websites en door rond te kijken op het platform. Logische hulpmiddelen anno 2012 zijn sociale media. Terwijl niet iedereen overtuigd is van de effectiviteit hiervan, kent ruim 23 procent van de ondervraagden de fotograaf via deze media. Respectievelijk zijn Facebook, Twitter en LinkedIn het populairst.</p>
<p>Toch geeft het gebruik van social media geen garantie op succes. Zo heeft de Deense fotograaf en filmmaker <a href="http://martinstampe.com/">Martin Stampe</a> 800 vrienden op Facebook, maar slechts 16 mensen steunden zijn project over kindersterfte in het Afrikaanse Bissau. Volgens Stampe komt dit mede door de onfortuinlijke timing. “Met een hongersnood in Oost-Afrika, extreem rechtse terreur in Noorwegen en parlementsverkiezingen hier in Denemarken tijdens de campagneperiode was het behoorlijk lastig om op te vallen.” Hij vervolgt: “Als crowdfunding hier bekender en volwassener is geworden waag ik wellicht een nieuwe poging.”</p>
<p>Het is belangrijk zo breed mogelijk in te zetten bij het werven van donateurs. Hoe meer aandacht, hoe groter de kans op succesvolle financiering. In het beste geval gaat een project viraal, waardoor websites en social media-gebruikers de promotie voor een groot deel overnemen, maar hier is meestal geen sprake van.</p>
<p><strong>Toekomst</strong></p>
<p>Met het oog op de toekomst en de duurzaamheid van <em>crowdfunding</em> door dezelfde fotograaf, is het essentieel om het netwerk uit te blijven breiden. Zoals Clement al merkte zal het steeds moeilijker worden dezelfde groep mensen over te halen een bijdrage te leveren.</p>
<p>Het is de vraag hoe <em>crowdfunding</em> zich in de toekomst staande zal houden. Hoewel fotojournalisten en donateurs overwegend positief zijn over het model, is het nog te vroeg om hier met zekerheid uitspraken over te doen. Een verzadiging van de markt is zeer waarschijnlijk, waardoor originaliteit en kwaliteit steeds belangrijker worden. Een allesomvattende oplossing voor de hedendaagse problemen is <em>crowdfunding</em> niet. Het is wel een term die we de komende tijd nog vaak gaan horen.<br />
__________________</p>
<h2>Adviezen</h2>
<p>Er is geen perfecte manier om crowdfundingcampagne gegarandeerd succesvol te beëindigen. Wel zijn er diverse mogelijkheden om de kans op succes te vergroten.</p>
<ol>
<li>De belangrijkste: begin direct met het opbouwen van een netwerk.</li>
<li>Word actief op social media. Voer hier dialogen en niet uitsluitend monologen.</li>
<li>Promoot het project zo breed mogelijk.</li>
<li>Verzoek vrienden, familie en kennissen mee te helpen aan de promotie.</li>
<li>Zet goed uiteen wat voor bedrag er nodig is. Tel daar ongeveer 20 procent bij op voor onvoorziene uitgaven, kosten van het platform die van het totaalbedrag worden afgetrokken en mogelijke devaluaties in valuta.</li>
<li>Betrek backers zo veel mogelijk bij het project; zie hen niet enkel als geldschieters.</li>
<li>Laat, indien mogelijk, bestaand werk van dezelfde serie zien.</li>
<li>Denk goed na over de incentives en welke bedragen daarbij horen. Vergeet niet om verzendkosten in te calculeren.</li>
<li>Bekijk de diverse platformen en onderzoek hun voor- en nadelen.</li>
<li>Bekijk (on)succesvolle projecten van andere fotografen. Probeer hieruit te leren.</li>
<li>Houd geen meerdere campagnes vlak na elkaar.</li>
<li>Zorg voor een verzorgde, heldere en overzichtelijke projectpagina. Teksten, foto&#8217;s en/of video&#8217;s moeten representatief zijn en elkaar ondersteunen.</li>
<li>Beantwoord e-mails en vragen van backers.</li>
<li>Zorg dat backers hun ervaring positief beleven. Dit heeft invloed op de duurzaamheid van het financieringsmodel.</li>
<li>Wees transparant.</li>
<li>Wees creatief.</li>
<li>Wees proactief en zoek (media-)aandacht.</li>
</ol>
<p><em>Dit artikel is een samenvatting van de afstudeerscriptie die <a href="http://www.jeroenberkenbosch.nl/" target="_blank">Jeroen Berkenbosch</a> schreef voor zijn studie Nieuws en Media aan de Hogeschool van Amsterdam. Het artikel verscheen eerder op de fotografiewebsite <a href="http://pf.nl/9634/crowdfunding-voor-fotojournalisten/">Pf.nl</a>.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/crowdfunding-valse-hoop-voor-de-fotojournalistiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hyves-redactie richt zich op duiding</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/hyves-redactie-richt-zich-op-duiding/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/hyves-redactie-richt-zich-op-duiding/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Feb 2012 20:34:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Peter Teffer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Reportage]]></category>
		<category><![CDATA[hyves]]></category>
		<category><![CDATA[sociale media]]></category>
		<category><![CDATA[sociale netwerken]]></category>
		<category><![CDATA[sociale-nieuwssite]]></category>
		<category><![CDATA[Sp!ts]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23216</guid>
		<description><![CDATA[Hyves was jarenlang veruit het populairste sociale netwerk van Nederland. Desondanks besloot de leiding dat het tijd werd om een nieuwe richting in te slaan. Vanwege het oprukken van Facebook en Twitter, maar vooral ook om te zorgen dat gebruikers meer tijd op de site zouden gaan doorbrengen. Afgelopen najaar werd de redactie uitgebreid om de nieuwe strategie gestalte te geven. Peter Teffer ging voor DNR eens kijken wat de nieuwe werkwijze behelst. "We willen populaire gespreksonderwerpen duiden en van context voorzien.”]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hyves was jarenlang veruit het populairste sociale netwerk van Nederland. Desondanks besloot de leiding dat het tijd werd om een nieuwe richting in te slaan. Vanwege het oprukken van Facebook en Twitter, maar vooral ook om te zorgen dat gebruikers meer tijd op de site zouden gaan doorbrengen. Afgelopen najaar werd de redactie uitgebreid om de nieuwe strategie gestalte te geven. Peter Teffer ging voor DNR eens kijken wat de nieuwe werkwijze behelst.</p>
<p>Het is elf uur ‘s ochtends op vrijdag 27 januari en op de redactie van sociaal netwerk Hyves wordt al uitgekeken naar het weekend. Niet dat de redacteuren graag nu al naar huis willen. De redactie probeert waar het kan de Hyves-gebruikers een stap voor te zijn en een plek te bieden waar de gesprekken over het einde van de werk- of schoolweek straks los kunnen barsten. “Zal ik alvast een Thank God It’s Friday topic aanmaken?”, oppert Hyves-redacteur Rick.</p>
<p><strong>Contentnetwerk</strong></p>
<p>Hyves is onlangs een nieuwe weg ingeslagen. Niet langer is de site puur een sociaal netwerk, waar leden met elkaar communiceren, maar het is een ‘contentnetwerk’. Populaire gespreksonderwerpen worden verzameld onder een ‘topic’ waarin het nieuwsitem wordt samengevat en peilingen of stellingen een aanzet geven tot de discussie. De ‘Hyvers’ praten en de redactie plaatst het gesprek in context.</p>
<p>“Het idee om meer te doen met veelbesproken onderwerpen speelde al langer”, vertelt hoofdredacteur Nine Taihuttu-Ludwig. Taihuttu-Ludwig werkt al sinds 2006 voor Hyves en heette al hoofdredacteur nog voordat ze een redactie had. “Als je bijvoorbeeld op Twitter ziet wat de trending topics zijn, dan heb je vaak geen idee waar die over gaan. Zelfs als je er op klikt en de tweets ziet, is dat niet direct duidelijk. Met het onderdeel ‘Nu meest besproken’ willen we op Hyves de onderwerpen duiden en van context voorzien.”</p>
<p><strong>Willem Holleeder</strong></p>
<p>Een van die onderwerpen is deze vrijdagochtend de vrijlating van Willem Holleeder. Alle berichten die Hyvers plaatsen met het ‘keyword’ Holleeder, komen <a href="http://www.hyves.nl/topic/18862092/Willem_Holleeder_is_vrij/">onder het nieuwsbericht</a> te staan. “Je moet de keywords dus goed kiezen”, zegt redacteur Rosah. “Bij de besprekingen van Eredivisiewedstrijden kiezen we bijvoorbeeld nooit het woord ‘voetbal’ als keyword, omdat je dan ook alle berichten krijgt van moeders die een zoontje naar het voetbal hebben gebracht.”</p>
<div id="attachment_23237" class="wp-caption alignright"><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/hyves-redactie-richt-zich-op-duiding/imag0255/" rel="attachment wp-att-23237"><img class=" wp-image-23237 " title="IMAG0255" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/02/IMAG0255-526x314.jpg" alt="" width="316" height="188" /></a><p class="wp-caption-text">Hyves-redacteuren aan het werk</p></div>
<p>Rosah en Rick zijn twee van de vier vaste redacteuren die tijdens kantooruren de site bijhouden. Ze kijken welke onderwerpen populair zijn, schrijven daar enkele alinea’s tekst over, plaatsen beeldmateriaal en proberen met peilingen de discussie aan te zwengelen. Naast de vaste redactie beschikt Hyves ook over een poule van zeven freelancers. Een daarvan begint ‘s ochtends om zeven uur thuis en komt daarna naar de redactie. Ook werken er freelancers in het weekend en ‘s avonds van zes tot elf . “Veel Hyvers praten over tv-programma’s, dus dan moeten we ook wel tijdens die programma’s de voorpagina kunnen updaten”, zegt Taihuttu-Ludwig.</p>
<p><strong>Wie is de mol?</strong></p>
<p>Deze vrijdagochtend is het meest besproken onderwerp de <a href="http://www.hyves.nl/topic/18820640/Napraten_Wie_is_de_Mol/">derde aflevering van Wie is de Mol</a>, van de avond ervoor. “Zal ik even een rondje foto’s doen?”, zegt Rosah, waarmee ze bedoelt dat ze bij alle items een nieuwe foto zal plaatsen om de site een frisse aanblik te geven. Met het online fotobewerkingsprogramma <a href="http://www.picnik.com/">Picnik</a> maakt ze een uitsnede van een foto van een van de kandidaten van Wie is de Mol. Ze kiest uit het aanbod van het ANP een plaat van Mol-deelnemer Anne-Marie Jung. “Dan zul je wel zien dat mensen gaan speculeren dat zij de mol is. Maar dat is juist leuk, om zo het gesprek nieuw leven in te blazen”, aldus Rosah.</p>
<p>Via Hyves kunnen kijkers van het populaire tv-programma gokken op wie de mol is, wie er elke aflevering uitvalt, en wie het programma uiteindelijk wint. Dit concept bleek eerder al succesvol voor voetbalwedstrijden: sinds het begin van dit Eredivisieseizoen kunnen Hyves-leden wedstrijduitslagen voorspellen. Voetbal is van oudsher al een populair onderwerp bij Hyvers, althans bij de mannen.</p>
<p><strong>Personalisatie</strong></p>
<p>Het onderdeel <a href="http://www.hyves.nl/nu/cat/">Nu &amp; Straks</a> van Hyves probeert ook in te spelen op de vermeende interesses van de leden door te personaliseren. De volgorde van de items op de voorpagina is niet voor iedereen dezelfde. “De personalisatie gebeurt op basis van leeftijdsgroepen van vijf jaar en op sekse. Als binnen de groep van 30 tot 35 en vrouw het woord ‘zomervakantie’ relatief vaker voorkomt dan bij andere groepen, dan zal, als je bent ingelogd, dat topic hoger verschijnen dan bij anderen.” Overigens is er in het geval van deze 30-jarige journalist van het mannelijk geslacht geen verschil tussen de algemene en persoonlijke homepage. Concrete plannen om op meer eigenschappen dan alleen geslacht en leeftijd te personaliseren, zijn er nog niet.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/rF645fLiqOE" frameborder="0" width="560" height="315"></iframe></p>
<p>Hoewel de redactie voornamelijk uit twintigers bestaat, is de doelgroep nog altijd zeer divers. Hyves heeft weliswaar het imago van een tienerhonk; er zitten nog altijd leden van jong tot oud en van verschillende opleidingsniveaus. Dat maakt dat de onderwerpen voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk moeten zijn.</p>
<p><strong>Mislukte samenwerking met Sp!ts</strong></p>
<p>En de gespreksonderwerpen niet altijd net zo nieuwswaardig zijn als een krantenredactie die zou beoordelen. Een samenwerking tussen Hyves en de gratis krant Sp!ts, beide onderdeel van de Telegraaf Media Groep, liep dan ook na enkele maanden spaak. Begin december <a href="http://www.nrc.nl/nieuws/2011/12/02/samenwerking-hyves-en-spits-mislukt/">zei Hyves-directeur Marc de Vries daarover</a>: “De journalisten op de redactie van Spits waren in de eerste plaats bezig met nieuws vergaren, voor de krant. Op de nieuwe homepage van Hyves moesten zij juist reactief zijn: de trending topics duiden.”</p>
<p>Wat de precieze reden van het einde van de samenwerking was, kan hoofdredacteur Taihuttu-Ludwig niet zeggen. Wel beseft ze dat een aantal van de onderwerpen op Hyves “in de beleving van sommigen journalistiek minderwaardig zijn”. Hyves heeft er bewust voor gekozen om te volgen wat de gebruikers bespreken. “Dat vergt een andere manier van schrijven. Schrijven over The Voice of Holland is nu eenmaal wat anders dan over de Arabische Lente.”</p>
<p>Een verschil tussen de huidige werkwijze en de samenwerking met Spits is dat de Spits-journalisten vanuit de redactie van de krant werkten, terwijl Taihuttu-Ludwig aan het Frederiksplein zetelde. “Voor een product dat in ontwikkeling is, is het een stuk gemakkelijker overleggen als je fysiek in dezelfde ruimte zit. Dat lijkt me een open deur.”</p>
<p><strong>Twitter!</strong></p>
<p>Maar bijzonder veel overleg is er nu ook weer niet te horen op de redactievloer. Sterker, het is er muisstil. Op twee televisieschermen staan de teletekstpagina’s van de NOS en RTL, later wordt op het tweede scherm de tenniswedstrijd tussen Djokovic en Murray vertoond. De meeste redacteuren hebben een grote koptelefoon op. “Om het geluid van filmpjes te beluisteren”, legt Taihuttu-Ludwig uit. De meeste communicatie tussen de redacteuren gebeurt digitaal, via de chatfunctie van Skype.</p>
<div id="attachment_23222" class="wp-caption alignright"><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/hyves-redactie-richt-zich-op-duiding/imag0259/" rel="attachment wp-att-23222"><img class=" wp-image-23222  " title="IMAG0259" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/02/IMAG0259-526x314.jpg" alt="" width="331" height="198" /></a><p class="wp-caption-text">Computerschermen en post-its</p></div>
<p>Maar er hangen ook nog een paar analoge post-its, bijvoorbeeld op het grote Mac-scherm van Rosah. “Twitter!” staat er op eentje geschreven. Redacteuren moeten niet vergeten om elke nieuwe discussie te tweeten. De site moet immers ook bezoekers lokken. Maar een zelfde behoefte om de nieuwste berichten ook op de site van de grote Amerikaanse concurrent Facebook te plaatsen, die heeft de redactie niet. Hoewel er ook Facebook-gebruikers bij zitten, hebben alle redactieleden uiteraard een Hyves-account. Zo communiceert Rosah dagelijks via Hyves met haar vader die in Brazilië verblijft. “Werk ze, Rosah!”, schrijft hij.</p>
<p>Rosah gaat ondertussen op zoek naar een nieuwe foto van Willem Holleeder. Tevergeefs, ze zijn er nog niet. “Dat eeuwige bankje”, verzucht ze.</p>
<p>Later die dag roept haar collega Alrik de hulp van Hyvers in: “Niet alleen criminelen azen op hem, maar ook fotografen. Voor de eerst foto. Eén ding is zeker: degene die de eerste foto maakt krijgt niet alleen een bak met geld maar vooral eeuwige roem. De maker; dat kan ook jij zijn.”</p>
<p>Foto&#8217;s: Peter Teffer</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/hyves-redactie-richt-zich-op-duiding/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fotojournalist: beroep of vrijwilligerswerk?</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/fotojournalist-beroep-of-vrijwilligerswerk/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/fotojournalist-beroep-of-vrijwilligerswerk/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Feb 2012 15:15:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bas de Meijer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[burgerfotograaf]]></category>
		<category><![CDATA[burgerjournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[fotografie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23181</guid>
		<description><![CDATA[Er is weer een hele discussie aan de gang over de amateur die de professionele fotojournalist van zijn brood berooft. Althans, dat is de mening die bij veel fotojournalisten nu heerst. Het lijkt er ook wel op, nu Metro sinds dit jaar bewust lezers vraagt om foto’s in te sturen en nu ook ANP lezersfoto’s van NUfoto.nl gaat gebruiken. Toch is het te kort door de bocht om Metro en ANP te beschuldigen van broodroof, want dat doen ze namelijk niet echt. Ze spelen wel goed in op een hele andere markt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Er is weer een hele <a href="http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/anp-werkt-samen-met-nu-foto/61682/#reacties">discussie</a> aan de gang over de amateur die de professionele fotojournalist van zijn brood berooft. Althans, dat is de mening die bij veel fotojournalisten nu heerst. Het lijkt er ook wel op, nu Metro sinds dit jaar bewust <a href="http://www.metronieuws.nl/nieuws/is-jouw-mobiele-foto-geld-waard/SrZklA!c5SiOkwlkBHXs/">lezers vraagt om foto’s in te sturen</a> en nu ook <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/samenwerking-anp-en-nufoto-zal-uiteraard-leiden-tot-wrevel-onder-beroepsfotografen/">ANP lezersfoto’s van NUfoto.nl gaat gebruiken</a>. Toch is het te kort door de bocht om Metro en ANP te beschuldigen van broodroof, want dat doen ze namelijk niet echt. Ze spelen wel goed in op een hele andere markt.</p>
<p>Vroeger, die goede oude tijd, was de fotojournalist heer en meester. Alleen de professional en een hele enkele amateur was in staat om te investeren in films en die razendsnel te ontwikkelen en bij de redactie te brengen. Dat was vroeger.</p>
<p>Tegenwoordig werkt het anders.Voordat een professioneel fotograaf bij een calamiteit is, hebben al honderden omstanders een foto gemaakt. Of het nu met een echte fotocamera is, of met een telefoontje. Dat maakt niet uit. Een nieuwsfoto bestaat bij de gratie van nieuws, en nieuws is vaak echt nieuws als het net is gebeurd. Zeker bij een calamiteit. Het is dus niet zo vreemd dat redacties graag een foto hebben van het incident.</p>
<p>Helemaal voor op internet, waar het nieuws al bijna eerder online staat dan dat het gebeurd is. Het is voor een redactie dus fijn als iemand heel snel een beeld stuurt. Niet voor niets zet ANP soms twee fotografen op een klus, zodat de een al beeld kan sturen, terwijl een ander nog blijft fotograferen.</p>
<p><strong>Lezersbinding</strong></p>
<p>Het beeld van de toevallige passant is dus interessant. Niet alleen vanwege de nieuwswaarde overigens. Ook om de lezer te binden aan het medium. Dat is, met het snelle verloop van lezers, erg belangrijk in deze tijd. Dat Metro dus haar eigen lezers vraagt om foto’s te sturen, is om die reden goed voor te stellen. Ook NU.nl maakt daar handig gebruik van. Het grote verschil met NU.nl is dat Metro betaalt voor een foto als die geplaatst wordt. Ook ANP betaalt de fotograaf die via NUfoto.nl een foto levert gewoon uit. NU.nl verdient er niets op, maar ze hebben via NUfoto altijd eerder beeld dan ANP en bovendien binden ze de lezer aan de site.</p>
<p>Dat veel fotojournalisten mopperen dat ANP en Metro nu gratis foto’s willen hebben, is dus onjuist. Toegegeven, beiden betalen niet veel voor een foto. Metro geeft maximaal 40 euro, ANP betaalt 50 euro voor een enkele foto en 100 euro voor een serie. Kleine bedragen, maar als je nu kijkt wat een freelancer voor een opdracht bij ANP krijgt, dan is het eigenlijk niet eens zo slecht. Daarbij, waar de freelancer het ANP exclusiviteit geeft, als het gaat om opdrachtwerk, behoudt de fotograaf via NUfoto al zijn rechten. Metro betaalt een freelancer of het persbureau niet echt heel veel meer voor een foto. Dus met de vergoeding valt het nog enigszins mee.</p>
<p>Bovendien gaat het, zeker in het geval bij de samenwerking tussen ANP en NUfoto.nl, vooral om heel actueel beeld. Het echte nieuwsplaatje. Het moment dat de professionele fotograaf nog niet ter plekke is. Die foto’s zijn vooral voor de websites interessant. Als een gebeurtenis groot genoeg is, dan mag je hopen dat de krant of het persbureau wel een fotojournalist sturen. Voor de betere foto. Veel fotojournalistiek werk is bovendien geagendeerd en/of op een plek waar een amateur niet zomaar kan komen. Daar zal de professionele fotograaf nog ingezet worden.</p>
<p><strong>Vormt het initiatief dan helemaal geen bedreiging?</strong></p>
<p>Jawel, de dreiging is er zeker. Want de kans bestaat dat op een gegeven moment besloten wordt om maar geen fotograaf te sturen naar bepaalde calamiteiten, omdat het beeld van de ‘trusted photographer’ die al ter plekke is goed genoeg gevonden wordt. Ook Metro kan in een vlaag van verstandsverbijstering zo’n besluit nemen en meer werk uitbesteden aan het ‘fototeam’. Want eerlijk is eerlijk, men kan, of wil, steeds minder geld uitgeven aan nieuwsfotografie.</p>
<p>Dat dat de kwaliteit niet ten goede komt, lijkt me evident. Het is een neerwaartse spiraal. Men neemt ook genoegen met minder kwaliteit. Zeker in de snelheid die voor internet nog steeds het belangrijkst lijkt, is men steeds vaker tevreden als er al iets op staat waarop wat te zien is van het incident. Die beeldarmoede zet zich door naar andere media. En omdat de kwaliteit steeds verder daalt, wil men nog minder betalen. Daar gaat je vak denk je dan al snel.</p>
<p><strong>Kniezen of kansen</strong></p>
<p>Nu kun je twee dingen doen: of je gaat lopen kniezen, of je gaat kijken waar wel kansen liggen. Onlangs kreeg ik te horen wat ik via mijn persbureau voor een publicatie in Metro en het Nederlands Dagblad krijg. De tranen schoten in mijn ogen eerlijk gezegd. Want het beroep fotojournalist wordt zo wel bijna synoniem aan vrijwilligerswerk.</p>
<p>Maar met kniezen schiet je niets op, daar krijg je geen geld mee en bovendien levert het alleen maar negatieve energie op. Het is beter om op zoek te gaan naar de kansen. Die zijn er, al moet ik bekennen dat ik ze ook nog niet gevonden heb. Een goede fotojournalist beheerst  de kunst om een verhaal te vertellen met fotografie. Daar moet je gebruik van maken door foto’s te maken die anderen niet kunnen maken. Om boven de beeldarmoede uit te stijgen. De fotojournalist die dat niet kan of wil zien, is zijn eigen bedreiging. Die komt niet direct van de amateur die een zakcentje krijgt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/fotojournalist-beroep-of-vrijwilligerswerk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Journalistieke fotografie ondergaat definitieve verandering door burgerfotografen</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Feb 2012 08:32:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arnold Reyneveld</dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[amateur]]></category>
		<category><![CDATA[ANP]]></category>
		<category><![CDATA[burgerfotograaf]]></category>
		<category><![CDATA[burgerjournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[fotojournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[Metro]]></category>
		<category><![CDATA[NUfoto]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23126</guid>
		<description><![CDATA[Het nieuws dat ANP structureel gaat samenwerken met NUfoto, leverde op Villamedia een hele serie reacties op. Met als hamvraag: verdringen amateurs de professionele fotografen? Jazeker, meent freelance fotograaf Arnold Reyneveld, maar deze ontwikkeling is logisch en onontkoombaar. Voor professionele fotografen rest niets anders dan zelf ook veranderen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/burgerfotografen/" rel="attachment wp-att-23146"><img class="size-full wp-image-23146 alignleft" title="burgerfotografen" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/02/burgerfotografen.jpg" alt="" width="639" height="208" /></a>Actueel nieuws draait om snelheid, juistheid en volledigheid. Het is dan ook niet zo gek dat media voortdurend naar nieuwe manieren zoeken om zo snel en zo volledig mogelijk over juiste informatie (in tekst en beeld) te beschikken. Volledigheid kost vaak tijd. Omdat nieuws zich ontwikkelt. Omdat bij rampen bijvoorbeeld pas na enige tijd de omvang duidelijk wordt. Op dat vlak kun je als nieuwsmedium maar beperkte invloed uitoefenen. Heel anders is dat met beeld. In de afgelopen jaren heeft het fotograferen met mobiele telefoons een enorme vlucht genomen. Er hoeft maar iets te gebeuren in het land en er zijn foto&#8217;s van. Een enorm potentieel dat je als redactie goed aan zou kunnen boren.</p>
<p><strong>Korte historie</strong></p>
<p>NU.nl doet dat in Nederland als eerste. In 2008 start men met een speciaal platform: <a href="http://www.nufoto.nl">NUfoto</a>. Een initiatief waarbij gebruikers zelf nieuwswaardige foto&#8217;s in kunnen sturen. Eerst via een website, maar later ook via een speciaal ontwikkelde <a href="http://www.nu.nl/nufoto-iphone-app.html">NUfoto-app</a>. Een redactie beoordeelt vervolgens de kwaliteit en herkomst van de foto alvorens deze gebruikt wordt. Ingezonden beeld wordt zelfs in bepaalde gevallen doorverkocht aan het ANP. Met een vergoeding voor de maker.</p>
<p>Eind 2011 <a href="http://www.metronieuws.nl/nieuws/is-jouw-mobiele-foto-geld-waard/SrZklA!c5SiOkwlkBHXs/">kondigt</a> het gratis dagblad Metro een soorgelijke stap aan. Lezers worden uitgenodigd nieuwswaardige foto&#8217;s via de Scoopshot-app door te sturen naar de redactie. Maar Metro gaat een stap verder. Via de app worden ook opdrachten voor fotografie verspreid. En ontstaat ineens een waardevol netwerk van amateurfotografen. Die werken niet voor niets: de beste foto’s worden volgens Metro beloond &#8220;met keiharde euro’s en plaatsing in de krant&#8221;.</p>
<p>NU.nl zet daaropvolgend ook een stap. Men verstevigt de <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/samenwerking-anp-en-nufoto-zal-uiteraard-leiden-tot-wrevel-onder-beroepsfotografen/">samenwerking met ANP</a> en besluit evenals Metro de aanlevering van beeld te regisseren. Alleen zet NU.nl daarbij meer in op de juistheid van het aangeleverde beeldmateriaal. Op 31 januari <a href="http://www.nu.nl/media/2728639/nufoto-en-anp-lanceren-platform-burgerfotografie.html">kondigt men aan</a> te gaan werken met een groep van &#8216;trusted photographers&#8217;. Een groep van ca. 24 &#8216;burgerfotografen&#8217; die bij de redactie van NUfoto vertrouwen geniet als een continu betrouwbare bron van beeldmateriaal. De beelden die door deze groep worden aangeleverd, kunnen daarmee door ANP snel gebruikt worden richting haar klanten. Wederom niet voor niets: ANP betaalt 50 euro voor een los beeld, en 100 euro voor een serie.</p>
<p><strong>Voor- en nadelen voor media</strong></p>
<p>De voordelen voor media laten zich raden. Het aanbod aan beeld is op deze manier veel groter en vollediger. En dat voor prijzen die misschien een fooi lijken, maar zich ondanks dat aardig goed schijnen te verhouden tot wat bij sommige media betaald wordt.</p>
<p>In plaats van één of enkele professionals zijn er nu tientallen lezers die een foto van een nieuwswaardige gebeurtenis insturen. Met wat goede wil zit daar best iets bruikbaars bij. Fijn om te kunnen kiezen, maar aan de andere kant moet die selectie ook wel door iemand gebeuren. En bij de selectie komt gelijk weer een nadeel om de hoek: wie bewaakt de journalistieke integriteit van de foto’s?</p>
<div id="attachment_23130" class="wp-caption alignright"><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/305521_brandsmilde15711klein/" rel="attachment wp-att-23130"><img class="size-full wp-image-23130 " title="305521_brandsmilde15711klein" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/02/305521_brandsmilde15711klein.jpg" alt="" width="200" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Zendmast Hoogersmilde</p></div>
<p>De professional houdt daar rekening mee. De amateur echter niet. Geen onwil, maar goede kans dat hij of zij zich daar niet eens van bewust is. En de beeldredacteur kan misschien niet altijd alles controleren. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het kan voor vervelende situaties zorgen. Zoals die kwaliteitskrant die eerder dit jaar op hun website een foto plaatste van een in brand staande zendmast in Hoogersmilde, omgeven door rookwolken. In werkelijkheid was er nauwelijks rook te zien. Die bleek door de ‘fotograaf’ toegevoegd te zijn. Wat overigens snel werd gecorrigeerd toen er meer beeldmateriaal beschikbaar kwam.</p>
<p><strong>Hoe zit dat met professionele fotografen?</strong></p>
<p>Binnen de beroepsgroep is veel <a href="http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/anp-werkt-samen-met-nu-foto/61682/#reacties">weerstand</a> tegen bovenstaande initiatieven. Deels terecht. Waar eerst een professional werd ingehuurd, wordt nu sneller gekozen voor een lezer. Niet zelden een amateur die de vaak noodzakelijke kennis voor goede journalistieke foto’s ontbeert. Denk aan ethiek, kennis over zeggingskracht in foto’s en de techniek.</p>
<p>Maar ook inhoudelijk zijn er de nodige opmerkingen zoals de verarming in beeldgebruik. Verhalende foto’s worden in een aantal gevallen vervangen door technisch ondermaatse en vaak nietszeggende kiekjes. Een goede journalistieke foto vertelt een heel verhaal. Geeft een extra dimensie aan het geschreven verhaal. Kiekjes doen het omgekeerde. Prikkelen de lezer niet, maar fungeren eerder als behang bij het artikel. Willen we dat wel als lezer? En zijn we ons daar eigenlijk wel van bewust?</p>
<p>Toch ben ik van mening dat een deel van de weerstand die collega’s tegen deze veranderingen hebben, onterecht is. Want wees eerlijk: van NU.nl, Metro en andere partijen is het commercieel gezien een briljante zet. In nieuws is snelheid nog steeds één van de belangrijkste factoren. En wie is er sneller dan de lezers die zich bevinden op de plek waar het nieuws zich op dat moment afspeelt?</p>
<p><strong>Maar je bent toch zelf professioneel fotograaf?</strong></p>
<p>Ik ben professioneel fotograaf. Maar ik weiger deze ontwikkelingen als een verschraling of belemmering van ons nobele vak te zien. Wel denk ik dat journalistieke fotografie in bepaald opzicht een definitieve verandering ondergaat. De lezer gaat participeren in nieuwsgaring, snelheid wordt steeds belangrijker. Ik denk dat die verarming van beeldgebruik bij veel media door zal zetten. Media die nu op de kleintjes moet letten, zal ook willen bezuinigen (of al bezuinigd hebben) op kostbare zaken als beeld.</p>
<p>Maar daar ligt tegelijk het onderscheidend vermogen van zowel fotografen als media die tegen de stroom in durven roeien: iets (blijven) maken dat écht onderscheidt en opvalt. Het is daarom een goed moment om je als (journalistiek) fotograaf af te vragen: wat maakt mij en mijn werk bijzonder? Wat maakt mij nu en in de toekomst uniek? Wat heb ik te vertellen?</p>
<p>De verandering in ons vak is een feit. De noodzaak om onszelf te veranderen is dat ook. Of we dat nu willen of niet.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/journalistieke-fotografie-ondergaat-definitieve-verandering-door-burgerfotografen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aan metajournalistiek valt niet te ontkomen</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/aan-metajournalistiek-valt-niet-te-ontkomen/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/aan-metajournalistiek-valt-niet-te-ontkomen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Feb 2012 08:12:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Hans Wansink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gevaarlijk spel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23129</guid>
		<description><![CDATA[Op Gevaarlijk Spel laten we een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met metajournalistiek. Deze week reageert Hans Wansink, oud-politiek commentator van de Volkskrant. Volgens hem is er sprake van een toenemende invloed van de media. Dat noopt tot het inzicht geven in de journalistieke werkwijze en het afleggen van verantwoording.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Op Gevaarlijk Spel laten we een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met <a href="http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/metajournalistiek-haalt-voorlichter-uit-de-schaduw/">metajournalistiek</a>. Deze week reageert Hans Wansink, oud-politiek commentator van de Volkskrant. Volgens hem is er sprake van een toenemende invloed van de media. Dat noopt tot het inzicht geven in de journalistieke werkwijze en het afleggen van verantwoording.</em></p>
<div>
<p>Sinds een jaar of tien is de kritiek op het functioneren van de journalistiek sterk toegenomen. De uitspraak ‘<a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/De_leugen_regeert_%28citaat%29" target="_blank">De leugen regeert</a>’, gedaan door koningin Beatrix tijdens een jubileum van het Genootschap van Hoofdredacteuren in 1999, vond veel navolging. Dat de journalistiek slechter is geworden, valt moeilijk te bewijzen, maar ik geloof het niet. Blader maar eens in kranten van twintig of dertig jaar geleden en je zult zien dat ze vandaag niet alleen veelzijdiger en aantrekkelijker zijn, maar ook minder voorspelbaar en vooringenomen.</p>
<p><a href="http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/aan-metajournalistiek-valt-niet-te-ontkomen/">Lees verder op Gevaarlijk Spel.</a></p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/02/aan-metajournalistiek-valt-niet-te-ontkomen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Samenwerking ANP en NUfoto zal uiteraard leiden tot wrevel onder beroepsfotografen&#8221;</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/samenwerking-anp-en-nufoto-zal-uiteraard-leiden-tot-wrevel-onder-beroepsfotografen/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/samenwerking-anp-en-nufoto-zal-uiteraard-leiden-tot-wrevel-onder-beroepsfotografen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 31 Jan 2012 16:11:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Alexander Pleijter</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[ANP]]></category>
		<category><![CDATA[burgerfotograaf]]></category>
		<category><![CDATA[burgerjournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[fotojournalisten]]></category>
		<category><![CDATA[fotojournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[NUfoto]]></category>
		<category><![CDATA[user generated content]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23106</guid>
		<description><![CDATA[Persbureau ANP gaat een samenwerking aan met NUfoto om makkelijker te kunnen beschikken over nieuwswaardige foto's die gemaakt worden door hobbyfotografen. De truc? Een select groepje amateurfotografen krijgt het predicaat 'trusted photographers'. Zij vormen een soort van keurkorps van 'burgerfotografen' die betrouwbaar genoeg zijn voor de ANP-fotofeed. Broodroof dus van de professionele fotojournalisten? "Daar is geen sprake van", riposteert Johan Groeneveld van ANP.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/samenwerking-anp-en-nufoto-zal-uiteraard-leiden-tot-wrevel-onder-beroepsfotografen/rsz_nufoto/" rel="attachment wp-att-23108"><img class="alignleft size-full wp-image-23108" title="rsz_nufoto" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/rsz_nufoto.jpg" alt="" width="200" height="185" /></a>Persbureau ANP gaat een samenwerking aan met NUfoto om makkelijker te kunnen beschikken over nieuwswaardige foto&#8217;s die gemaakt worden door hobbyfotografen. De truc? Een select groepje amateurfotografen krijgt het predicaat &#8216;trusted photographers&#8217;. Zij vormen een soort van keurkorps van &#8216;burgerfotografen&#8217; die betrouwbaar genoeg zijn voor de ANP-fotofeed. Broodroof dus van de professionele fotojournalisten? &#8220;Daar is geen sprake van&#8221;, riposteert Johan Groeneveld van ANP.</p>
<p>“NUfoto en ANP lanceren platform voor burgerfotografie”, <a href="http://www.nu.nl/media/2728639/nufoto-en-anp-lanceren-platform-burgerfotografie.html">meldt NU.nl</a> vandaag. Een platform? Betekent dit dat er weer een website met foto’s van burgerjournalisten komt? “Nee hoor”, vertelt Chris Heijmans, chefredacteur van <a href="http://www.nufoto.nl/">NUfoto</a>. “Dat platform is in feite onzichtbaar. Het ANP ontvangt alle foto&#8217;s in een speciale feed, maar dit is geen aparte website die zichtbaar is voor het publiek.”</p>
<p>De samenwerking behelst in feite dat <a href="http://www.anp.nl/anpsite/">ANP</a> foto’s afneemt van NUfoto. De betreffende foto’s worden meegestuurd in de <a href="http://www.anp.nl/anpsite/producten/anp-foto">ANP-fotofeed</a> zodat redacties met een abonnement ze kunnen gebruiken.  Eigenlijk werkt ANP alleen met professionele fotografen, maar soms hebben foto’s van amateurs (‘burgerfotografen’) een grote nieuwswaarde omdat zij bij onverwacht nieuws vaak als eerste ter plekke zijn. Johan Groeneveld, adjunct-directeur ANP Producties, geeft als voorbeeld de <a href="http://www.nu.nl/binnenland/2703990/grote-brand-helmond-treft-theater-en-kubuswoningen.html">brand in theater ’t Speelhuis</a> in Helmond: “Wij hadden wat moeite om daar heel snel een fotograaf te krijgen. In zo’n geval is het natuurlijk goed als we voor de snelheid alvast een foto van een burgerfotograaf kunnen gebruiken.”</p>
<p>Dat wil overigens niet zeggen dat ANP zo maar foto’s gaat overnemen van elke willekeurige passant die toevallig als eerste een foto heeft gemaakt van een nieuwsgebeurtenis en die op NUfoto heeft gezet. Het persbureau neemt beeldmateriaal over dat gemaakt is door ‘trusted photographers’. “We namen altijd al foto’s over van Nufoto”, vertelt Groeneveld. “Maar met de nodige terughoudendheid, want we willen zeker weten dat een foto waar is. Als je lukraak foto’s overneemt, ga je geheid nat. Dat willen we niet, want bij ons draait alles om betrouwbaarheid.”</p>
<p><strong>Vertrouwde fotografen</strong></p>
<p>Het nieuwe van deze samenwerking is dus niet dat ANP foto’s overneemt van NUfoto – want dat gebeurt al geruime tijd – maar dat een aantal hobbyfotografen die veel foto’s naar Nufoto uploaden, worden aangewezen als ‘trusted photographers’, oftewel fotografen die men vertrouwt. Voor ANP is het voordeel hiervan de snelheid waarmee men over nieuwswaardige foto’s kan beschikken, omdat het persbureau niet steeds opnieuw de betrouwbaarheid van fotografen hoeft te controleren.</p>
<p>De selectie van ‘trusted photographers’ is gemaakt door de redactie van NUfoto, vertelt Heijmans. “Al sinds 2003 ben ik bezig met amateurfotografie op NU.nl en sinds 2008 hebben we daarvoor een speciaal platform: NUfoto. Doordat ik hier al zo lang mee bezig ben weet ik inmiddels haarfijn welke fotografen te vertrouwen zijn. De meeste uit deze groep &#8211; die nu bestaat uit zo&#8217;n 24 mensen &#8211; ken ik ook persoonlijk. Deze eerste groep aan trusted photographers sturen namelijk al jarenlang, vaak dagelijks, beelden in.”</p>
<p>ANP heeft ter kennismaking ook een bijeenkomst belegd met deze fotografen, vertelt Groeneveld. “Wij kennen ze dus. En zij kennen ons. Ze weten wat wij van ze verwachten en wij weten ook wat ze van ons verwachten.”</p>
<p><strong>Betaling</strong></p>
<p>ANP krijgt de foto’s niet gratis, het persbureau betaalt 50 euro voor een los beeld en 100 euro voor een serie. Dat geld steekt NU niet in de eigen broekzak, maar het gehele bedrag gaat naar de fotograaf. Heijmans: “NUfoto verdient niets met deze samenwerking. Ons doel is slechts om fotografen een groter platform te bieden, en ze gemakkelijker bij te laten verdienen.”</p>
<p>De rechten blijven dan ook eigendom van de NUfoto-fotograaf, zo verzekert Heijmans. “ANP dwingt geen exclusiviteit af. Dit is zeer belangrijk voor NUfoto, aangezien we onze fotografen nooit willen beperken.”</p>
<p>Maar mist het ANP door zich te beperken tot bepaalde fotografen niet juist de foto’s van die ene toevallige getuige die een foto maakt van <em>breaking news</em>? Zoals de <a href="http://9.mshcdn.com/wp-content/gallery/10-historic-social-media-moments/Hudson%20River.jpg">foto</a> die Janis Krums maakte van het vliegtuig dat een noodlanding maakte in de Hudson? “Zo’n foto willen we natuurlijk niet missen. En dat gaat ook niet gebeuren. We kunnen nog altijd alle foto’s van NUfoto gebruiken, maar als die niet is gemaakt door een van de geselecteerde fotografen, dan zullen we altijd extra onderzoek doen, dan gaan we terug naar de bron om er zeker van te zijn dat de foto echt is.”</p>
<p><strong>Broodroof</strong></p>
<p>Dat amateurfotografen nu ook nieuwsfoto’s aan de ANP-fotofeed leveren, zal wellicht scheve ogen opleveren bij professionele fotojournalisten (zie deze <a href="http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/anp-werkt-samen-met-nu-foto/#c14616">reactie </a>op Villamedia.nl). Heijmans ziet de bui al hangen: “Uiteraard gaat dit tot wrevel onder beroepsfotografen leiden. Ik weet zeker dat ze dit zien als broodroof, maar het is onontkomelijk dat er momenteel ongelofelijk veel verandert in de fotojournalistiek. De opkomst van de burgerfotografie hoort daar zeker bij. Een professional ziet dat misschien soms met angst en beven tegemoet, maar zelf denk ik dat er altijd veel vraag zal blijven naar professioneel beeld. Dat zie je ook bij NU.nl. Fotografie is bij NU.nl zeer belangrijk. Wij zijn de afgelopen jaren meer en meer gaan investeren in professioneel beeld. Bij NU.nl bestaat het naast elkaar, en persoonlijk vind ik niet dat dat elkaar bijt.”</p>
<p>Groeneveld is stellig over mogelijke verwijten van broodroof: “Daar is geen sprake van. We gaan niet morrelen aan de professionele fotografen. Bij ANP blijft kwaliteit hoog in het vaandel staan. Dit is absoluut geen bezuiniging en het is ook geen goedkope manier om aan foto’s te komen. Deze foto’s van burgerfotografen zijn aanvullend, het is extra materiaal, geen vervanging. We zullen nog net zoveel gebruik blijven maken van professionele fotografen als voorheen. Al onze opdrachten zullen naar professionele freelancers blijven gaan, want voor het ANP telt kwaliteit.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/samenwerking-anp-en-nufoto-zal-uiteraard-leiden-tot-wrevel-onder-beroepsfotografen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwssite tart de wetten van het web &#8211; met succes</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nieuwssite-tart-de-wetten-van-het-web-met-succes/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nieuwssite-tart-de-wetten-van-het-web-met-succes/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 31 Jan 2012 08:35:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jaap Meijers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[betaalde toegang]]></category>
		<category><![CDATA[betaalmuur]]></category>
		<category><![CDATA[paywall]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23081</guid>
		<description><![CDATA[Niks weggeven, alle content achter een betaalmuur en niks doen met sociale media; zo zet je een nieuwssite op als je het web écht niet begrijpt. Toch is er een Canadese nieuwssite die veel succes heeft met die aanpak.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nieuwssite-tart-de-wetten-van-het-web-met-succes/allnovascotia/" rel="attachment wp-att-23087"><img class="alignleft  wp-image-23087" title="allnovascotia" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/allnovascotia.jpg" alt="" width="203" height="104" /></a><a href="http://allnovascotia.com/">Allnovascotia.com</a> doet alles fout. De nieuwssite doet niks met sociale media. Er wordt niks weggegeven om bezoekers of abonnees te lokken. Zelden plaatst de site links en met multimedia doet de redactie ook niet veel.</p>
<p>Artikelen delen kan niet. Je kunt de teksten niet zomaar kopiëren en plakken, want de hele site is gebouwd in Flash. Mensen die informatie van Allnovascotia.com ergens anders citeren, lopen zelfs kans <a href="http://halifax.openfile.ca/blog/curator-blog/curated-news/2011/allnovascotia-shedding-subscribers">hun abonnement te verliezen</a>.</p>
<p>Om de content te kunnen lezen, moeten lezers betalen voor een abonnement. Bijna zesduizend mensen doen dat. Voor 30 Canadese dollar (ruim 22 euro) per maand mogen drie mensen de artikelen lezen. Er is een app voor iPhone en iPad en een voor Blackberry. Tachtig procent van de inkomsten haalt Allnovascotia.com uit abonnementen, twintig procent uit advertenties.</p>
<p><strong>Winstgevend</strong></p>
<p>In dit internet-tijdperk doet die aanpak nogal ouderwets aan. Toch bestaat de site al tien jaar. Er werken veertien mensen voor de website, waaronder elf verslaggevers. En het belangrijkste is: de site maakt winst.</p>
<p>Nova Scotia is een provincie aan de <a href="http://maps.google.nl/maps?q=Nova+Scotia,+Canada&amp;hl=nl&amp;sll=52.469397,5.509644&amp;sspn=3.487009,9.349365&amp;oq=nova+&amp;hnear=Nova+Scotia,+Canada&amp;t=m&amp;z=6">oostkust van Canada</a> met iets minder dan een miljoen inwoners. De meesten zullen nog nooit van Allnovascotia.com gehoord hebben, <a href="http://www.niemanlab.org/2012/01/how-a-tightly-paywalled-social-media-ignoring-anti-copy-paste-gossipy-news-site-became-a-dominant-force-in-nova-scotia/">schrijft Nieman Journalism Lab</a>. De regionale krant, de <a href="http://thechronicleherald.ca/">Halifax Chronicle Herald</a>, is veel groter en bekender. Dat dagblad bestaat al 137 jaar en heeft meer dan honderdduizend lezers.</p>
<p>Maar voor een selecte groep mensen op het schiereiland is Allnovascotia.com echter een belangrijke bron. Managers en beleidsmakers vertrouwen op de site om op de hoogte te blijven van lokale wetgeving, uitspraken in rechtspraken – en de lokale roddel. Een vaste rubriek is &#8216;Who&#8217;s suing who&#8217;.</p>
<p><strong>Scoops</strong></p>
<p>De site doet niet aan misdaadverslaggeving en amper aan sport of entertainment. Wel is er de hele dag door actueel economisch nieuws. Bijna dagelijks heeft de site eigen scoops. Naast verhalen over vergunningen en zakendeals besteedt de redactie veel aandacht aan mensen en hun fortuin. Namen van mensen worden vet gedrukt, met erachter vaak wat ze verdienen en wat hun huis waard is.</p>
<p>Eén van de redacteuren legt aan <a href="http://www.niemanlab.org/2012/01/how-a-tightly-paywalled-social-media-ignoring-anti-copy-paste-gossipy-news-site-became-a-dominant-force-in-nova-scotia/">Nieman Lab</a> uit dat dat aanslaat bij de zakelijke en politieke elite van Nova Scotia: “Het vreemde is dat ze graag lezen over andere mensen binnen eigen kring. Niet op een satirische manier, maar op een serieuze manier.”</p>
<p>Of het verdienmodel van Allnovascotia.com ook toepasbaar is op andere plekken, betwijfelt de oprichter trouwens. Volgens hem is succes op één schiereiland geen garantie voor winstgevende nieuwssites op andere plekken.</p>
<p>De Halifax Chronicle Herald reageerde op het succes van de nieuwkomer met een eigen business-nieuwsbrief. Maar Allnovascotia.com maakt zich geen zorgen. Het succes wordt namelijk bepaald door de inhoud, meent de oprichter, en door de smeuiige en licht brutale manier van schrijven – niet door de vorm.</p>
<p><em><strong>Nota bene</strong>: let eens op de <a href="http://www.user-experience-monitor.com/2012/01/and-the-ui-innovation-award-goes-to-zen-mode.html">&#8216;View in zen mode&#8217;-knop</a> van <a href="http://www.niemanlab.org/">Niemanlab.org</a>. Met één klik kunnen bezoekers de artikelen lezen op een veel rustiger manier. Mooie interface!</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nieuwssite-tart-de-wetten-van-het-web-met-succes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Regionale media hebben ANP niet nodig voor regionieuws</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/regionale-media-hebben-anp-niet-nodig-voor-regionieuws/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/regionale-media-hebben-anp-niet-nodig-voor-regionieuws/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Jan 2012 16:09:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wim Verbei</dc:creator>
				<category><![CDATA[Analyse]]></category>
		<category><![CDATA[ANP]]></category>
		<category><![CDATA[anp regio]]></category>
		<category><![CDATA[regionale journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[regionale media]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23058</guid>
		<description><![CDATA[In het project ANP Regio wilde het ANP de mogelijkheden onderzoeken om door een combinatie van journalistiek handwerk en nieuwe technologie de journalistieke controle op de lokale en regionale democratie te versterken. Eind 2011 trok het ANP echter de stekker uit het project - teleurgesteld en wijzer. De inmiddels naar het AD vertrokken projectleider Rennie Rijpma vertelt waarom.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/regionale-media-hebben-anp-niet-nodig-voor-regionieuws/anp-3/" rel="attachment wp-att-23066"><img class="alignleft size-medium wp-image-23066" title="anp" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/anp-160x107.jpg" alt="" width="160" height="107" /></a>In het project ANP Regio wilde het ANP de mogelijkheden onderzoeken om door een combinatie van journalistiek handwerk en nieuwe technologie de journalistieke controle op de lokale en regionale democratie te versterken. Eind 2011 trok het ANP echter <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2011/11/grootste-persinnovatieproject-anp-regio-stopt-ermee/">de stekker uit het project</a> &#8211; teleurgesteld en wijzer. De inmiddels naar het AD vertrokken projectleider Rennie Rijpma vertelt waarom.</p>
<p>Het oorspronkelijke plan was de oprichting van een nieuwe, nationale nieuwsvoorziening, die het lokale en regionale nieuws dieper zou kunnen aanboren, bewerken en verspreiden. Onder de titel <em>Gemeentewerken.nl</em> zou een bundeling tot stand worden gebracht van nieuwe producten en diensten (met name een lokaal en regionaal correspondentennetwerk) met de expertise en het bereik van de landelijke persbureaus <em>ANP</em> en <em>GPD</em>. Goed plan, vond het <em>Stimuleringsfonds voor de Pers</em>, en <a href="http://www.stimuleringsfondspers.nl/Internet/Subsidie/Bestuursbesluiten/Id/459/Besluit/Bestuursbesluit/Jaar/2010/Lightbox/page.aspx/978">honoreerde</a> het in het kader van de Persinnovatieregeling met een subsidie van 800.000 euro.</p>
<p>Rennie Rijpma: “Het was ook wel een behoorlijk ambitieus project, ja. Maar de plannen stamden van eind 2009, begin 2010. De hele economie kwam toen net uit de eerste dip en iedereen keek toch weer optimistisch vooruit. Er diende zich een nieuwe verhouding tussen ANP en GPD aan en de GPD zou ook naar het ANP verhuizen. Mede van daaruit geredeneerd was het een mooi streven om samen iets op te tuigen.”</p>
<p><strong>Weerstand bij regionale kranten</strong></p>
<p>Daar kwam het echter niet van. Vrijwel direct nadat het plan door het bestuur van het Stimuleringsfonds positief was ontvangen, begonnen de regionale media zich te roeren.</p>
<div id="attachment_23061" class="wp-caption alignright"><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/regionale-media-hebben-anp-niet-nodig-voor-regionieuws/rennie-rijpma/" rel="attachment wp-att-23061"><img class="wp-image-23061 " title="Rennie Rijpma" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/Rennie-Rijpma.jpg" alt="" width="256" height="196" /></a><p class="wp-caption-text">Rennie Rijpma, voorheen projectleider van ANP Regio</p></div>
<p>Rijpma: “Door weerstand van enkele bij de GPD aangesloten regionale kranten (met name die van<em>Wegener</em> - red.), die het plan niet zagen zitten, trok de GPD zich uit het project terug. Die weerstand heeft ons wel verrast, ja. Vanuit GPD en ANP waren de plannen in feite als handreiking bedoeld voor alle regionale media. Door dingen gezamenlijk te doen, zoals nu eenmaal het principe van persbureaus werkt, zouden de regionale media zelf zich meer onderscheidend kunnen opstellen en hun kracht en energie kunnen steken in de prioriteiten die zij stellen. Er is veel werk dat standaard overal gedaan moet worden en als je dat met een grote speler kunt doen, bespaart dat in de regio wellicht tijd en menskracht die weer ergens anders voor ingezet kan worden. Wij wilden samen met de regionale media bekijken waar hun behoeften lagen en hoe wij daarin zouden kunnen voorzien. Tot die stap zijn we eigenlijk niet gekomen, omdat zij vooraf al zeiden: dit is ons terrein en daar moeten jullie je niet op begeven.”</p>
<p><em>Op dat moment, halverwege 2010, viel zowel de financiële als de daadwerkelijke participatie van de GPD weg. Is toen niet overwogen het gehele project te cancellen?</em></p>
<p>Rijpma: “De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met de eindrapportage over het project en in dat verband heb ik me ook wel afgevraagd of we daar destijds niet langer bij stil hadden moeten staan. Met terugwerkende kracht is het nu makkelijk om te concluderen dat we ons toen beter hadden moeten realiseren wat de gevolgen konden zijn. Maar op dat moment was bij ons het enthousiasme over het project nog heel groot; we waren &#8211; misschien een beetje sterk uitgedrukt &#8211; toch in een euforische stemming met het idee dat we iets moois gingen opbouwen. Het is natuurlijk ook heel leuk als je aan iets nieuws kunt werken. De journalistiek wordt voortdurend geplaagd door allerlei tegenvallende cijfers; als er dan eens een heel mooi nieuw initiatief is, geeft dat veel energie. Dat de GPD eruit stapte, was een forse tegenvaller, maar we wilden ons daardoor niet direct uit het veld laten slaan.”</p>
<p><strong>Proefprojecten</strong></p>
<p>Het ANP stelde de plannen bij en doopte het project om in <em>ANP Regio</em>, bestaande uit twee componenten: het tot stand brengen van een fijnmazig netwerk van verslaggevers en burgercorrespondenten, en een IT-oplossing voor het filteren van digitaal beschikbare informatie. Wijzer geworden van de eerdere ervaringen werd besloten tot kleinschalige proefprojecten, met name in Friesland en Drenthe.</p>
<p>Rijpma: “Als persbureau heb je geen eigen publicatieplatform, dus voor alles wat je bedenkt en produceert, heb je een mediapartner nodig om over een kanaal naar de consument te kunnen beschikken. De <em>Leeuwarder Courant</em> en het <em>Dagblad van het Noorden</em> wilden wel een en ander met ons uittesten. Ook zij waren best wel sceptisch over onze plannen: ze moesten het allemaal nog maar zien, want wat heeft zo’n landelijke speler nu in de regio toe te voegen? Maar ze waren wel bereid om met ons naar de mogelijkheden te kijken.”</p>
<p>November 2010 werd er in Friesland en een paar maanden later in Drenthe begonnen met de proef van ANP-correspondenten die regionaal en lokaal dieper geworteld waren en met interessante berichten voor de lokale en regionale media zouden moeten komen.</p>
<p>Rijpma: “Al snel bleek dat het aansturen van zo’n project vanuit Rijswijk, waar ik zat als projectleider, heel moeilijk is. Hoewel Friesland me allerminst onbekend is, merkte ik dat ik toch behoorlijk op afstand zat. Je kunt dan geen sturing geven en veel informatie bereikt Rijswijk niet. Correspondenten kunnen dat deels nog wel zelf opvangen, maar wat we bij de Leeuwarder Courant merkten is dat zij het heel vaak te klein nieuws vonden, of nieuws dat al op een andere manier tot hen kwam. Bij het Dagblad van het Noorden lag dat anders. De berichten van onze correspondent hadden voor hen wel toegevoegde waarde, maar in het gebied waar hij zat was er eigenlijk gewoon te weinig nieuws en dan is het moeilijk een continue productie op gang te brengen.”</p>
<p><strong>Videoproject</strong></p>
<p>Behalve met tekstcorrespondenten werd met name in Friesland ook geëxperimenteerd met een videoproject, waarbij nieuwsitems werden aangeleverd voor de internetsite van de Leeuwarder Courant.</p>
<p>Rijpma: “De LC heeft zelf een camjo-man in dienst, maar die kan natuurlijk niet alles zelf doen. Dus dan voeg je al snel iets toe als je wat maakt. Die video-items voldeden daarom beter aan de vraag van de krant. Maar als je verder keek, waren ook hier weer de bezwaren van kracht zoals die golden voor de tekstcorrespondenten: te klein nieuws, dat wil zeggen, leuk om te weten maar niet fantastisch genoeg om er makkelijk mee de boer op te gaan. Nog nadrukkelijker dan bij de tekstcorrespondent ook te hoge kosten. Plus een te kleine afzetmarkt.”</p>
<p>Gelijkluidende conclusies moesten getrokken worden uit een proefproject waarin fotografie en video-items geleverd werden aan het Utrechtse stadsplatform <em><a href="duic.nl">Duic.nl</a></em>: voor het platform, een net startende onderneming, was het materiaal uiterst welkom, maar ook hier was het heel lastig om tot een rendabel model te komen.</p>
<p><em>Dus wat jullie ook deden, je kreeg steeds te horen dat de toegevoegde waarde te beperkt was en het product te duur?</em></p>
<p>Rijpma: “De regionale en lokale media onderscheiden zich door hun berichtgeving over die regio; dat is hun kracht en core business. Wat je daarin als buitenstaander, zoals een persbureau, ook wilt doen, je raakt dan al vrij direct het hart van hun bestaansrecht. In de loop van het project ben ik me veel meer gaan realiseren wat dat voor hen betekent; onze idealistische bril is afgegaan. Ik bedoel: als <em>Reuters</em>tegen het ANP zou zeggen dat zij voor ons het nieuws in Nederland gaan doen en wij dat niet meer zelf hoeven te doen, dan zeggen wij ook: ja dáág, daar zijn wij veel beter in.”</p>
<p>“Nu klinkt het natuurlijk vrij dom dat je dat niet van tevoren bedenkt. Maar wij dachten echt daar nog een rol in te kunnen spelen met datgene wat een persbureau ook doet: het snelle nieuws, de korte berichten in welke vorm dan ook &#8211; foto, video, tekst &#8211; zodat die regionale en lokale media meer gelegenheid krijgen om de diepte in te gaan. Gaandeweg werden we dus steeds meer teleurgesteld,… ontnuchterd.”</p>
<p><strong>Zakelijke markt</strong></p>
<p>Een van de peilers onder het verdienmodel van ANP Regio vormde de zakelijke markt. Zodra er een regelmatige productie in een regio op gang was gebracht, zouden bedrijven en gemeenten in die regio benaderd kunnen worden voor bijvoorbeeld een knipseldienst, zoals het ANP dat ook landelijk doet.</p>
<p>Rijpma: “Als de content goed genoeg is om aan zakelijke partijen aan te bieden en we de kosten relatief laag kunnen houden, heb je niet veel klanten nodig om uit de kosten te komen. Vanaf het begin heeft het ANP in dit project gezeten met als uitgangspunt dat we er niet rijk van hoeven te worden. Het had ook een idealistische inslag. Wij vonden dat er voor het persbureau een taak lag om in de lokale en regionale nieuwsvoorziening te voorzien. Daarbij wilden we geen grote verliezen maken, maar dat het geen enorme brok aan inkomsten zou zijn, was van het begin af aan duidelijk. Het ging dus eigenlijk vooral om het zoeken naar een model waarin de investeringen en de kostprijs ongeveer gedekt werden. Mocht je dat uit kunnen rollen naar een landelijk model, dan zijn er wellicht enkele regio’s waarin wat winst gemaakt wordt, waarmee je de kosten zou kunnen dekken voor de regio’s waar geen winst is. Zover is het niet gekomen. De berichten waren er niet goed genoeg voor, dat wil zeggen het ontsteeg het niveau van te klein nieuws niet: leuk om te weten, maar zonder noodzaak.”</p>
<p><strong>IT-oplossing</strong></p>
<p>Later is onderzocht of een nieuw te ontwikkelen IT-oplossing hier soelaas zou kunnen bieden. Er werd een serieus begin gemaakt met de ontwikkeling ervan en er werden gesprekken gevoerd met diverse landelijke spelers als het Openbaar Ministerie, de Ombudsman, VNG, CBS, etc.</p>
<p>Rijpma: “Wij boden hen aan hun informatie regionaal te gaan uitventen. De meeste partijen reageerden heel enthousiast. Zij voelden allemaal een behoefte op dat gebied. Het zijn organisaties met een zee aan informatie, maar om dat gekanaliseerd naar buiten te brengen is een probleem waar zij dagelijks tegenaan lopen. Op het moment dat we bespraken hoe we een en ander vorm zouden moeten geven, werd de bal echter direct teruggespeeld. Dat hield in dat wij zelf alles zouden moeten gaan ontwikkelen en er bij die partijen niet de bereidheid bestond er financieel in te stappen, maar ook niet om er technisch in te participeren. En dan heb je een probleem. Want op zich zouden wij wel alles kunnen inrichten, maar als een organisatie niet echt in het project participeert, kan het morgen besluiten om een andere website of een ander systeem neer te zetten en loopt alles in het honderd. Je hebt wederzijdse betrokkenheid nodig om zo’n project succesvol tot stand te brengen. En iedereen was wel van goede wil en enthousiast, maar die bal werd meteen teruggespeeld.”</p>
<p>In een proefgebied in Friesland is vervolgens nog gekeken wat het ANP zelf, zonder de participatie van die grote organisaties, aan informatie binnen zou kunnen halen, maar het resultaat stemde niet vrolijk.</p>
<p>Rijpma: “Al snel bleek dat als je daar echt werk van zou maken, je een gigantische brij aan informatie binnen zou halen. Om uit die brij de nieuwswaardige data te halen, kost weer veel tijd en energie. Als je er kritisch naar keek, haalde je eigenlijk een enorme hoeveelheid bagger binnen en slechts een heel klein deel relevante informatie. Het idee was om door middel van de IT-oplossing menskracht te besparen, maar dat ging zo helemaal niet werken.&#8221;</p>
<p><strong>Nieuws en alarmering</strong></p>
<p>De volgende stap in dit &#8216;learning by doing&#8217;-proces was het aanbrengen van meer focus in het eigen ANP-aanbod, met behulp van IT. Het persbureau heeft een nieuwsagenda die alom gebruikt en gewaardeerd wordt. Daarnaast heeft het een alarmeringsfunctie: het als eerste brengen van groot nieuws. Toegespitst op die twee functies zou het ANP, ondersteund door IT, wellicht een nuttig aanbod aan de lokale en regionale media kunnen realiseren.</p>
<p>Rijpma: “Daarvoor hebben we een pilot opgezet in de provincie Utrecht, met andere partijen dan in het eerdere project. We hebben daar naar alle websites van de gemeenten en daarmee verbonden organisaties en instanties gekeken, om vooral agendamatig te zien wat er gebeurt en wat er speelt. Samen met IT-ontwikkelaars hebben we een opzet gemaakt en dat zag er allemaal best goed uit. Alleen was het heel erg duur in verhouding tot wat ons voor ogen stond &#8211; en dan ging het nog slechts om Utrecht, terwijl wij het natuurlijk graag wilden uitrollen over het hele land.”</p>
<p>Met die constatering op zak werd besloten een pas op de plaats te maken: geen verdere proeven meer, maar een marktonderzoek.</p>
<p>Rijpma: “Wij vonden het een mooi idee, maar vond de rest van Nederland dat ook? Het onderzoek naar wat wij noemden &#8216;de agenda van Nederland&#8217; richtte zich op de vraag of we de agenda die we nu op landelijk niveau maken, ook op regionaal en lokaal niveau zouden kunnen voeden en of daar behoefte aan was. Wij waren daar heel hoopvol over, ook omdat we meenden daarmee een service te verlenen die minder bedreigend zou zijn voor de regionale media. Je produceert immers niet echt het nieuws, maar je reikt het alleen maar aan. Het marktonderzoek wees echter uit, dat ook dat door de regionale media heel erg als hun terrein werd gezien. En ze stelden, en dat was ook wel terecht, dat het ANP als landelijke speler dit nooit goedkoper zou kunnen doen dan zijzelf.”</p>
<p><em>Heb je dat onderzoek landelijk laten doen?</em></p>
<p>Rijpma: “In meerdere regio’s. We hebben een dwarsdoorsnede van Nederland gemaakt en verschillende media benaderd. Maar ook de zakelijke klanten, omdat we de regionale agenda ook aan bedrijven beschikbaar wilden stellen. Er bleek zegge en schrijven één bedrijf te zijn dat daar belangstelling voor had. Het was ongeveer eind september toen dat bekend werd. We hebben toen de koppen bij elkaar gestoken, en hoewel het voor het ANP heel makkelijk was geweest om nog van alles te onderzoeken of proefprojecten op te zetten, hebben we toen op grond van alle bevindingen besloten het project stop te zetten.”</p>
<p><em>Laatste vraag. In het rapport van de commissie Brinkman &#8211; de aanleiding voor de Persinnovatieregeling &#8211; stond dat er gaten ontstaan in de journalistieke controle van de lokale en regionale democratie. Na afsluiting van het Regio-project meldde het ANP in een persbericht dat dit wel meeviel. Op basis waarvan werd die bewering gedaan?</em></p>
<p>Rijpma: “Voor we met de eerst proefprojecten van start gingen, hebben we gekeken naar wat er aan lokale en regionale media verschijnt. Dat hebben we niet voor heel Nederland gedaan, maar voor een aantal provincies, acht in totaal. Daarbij hebben we gekeken naar wat daar verschijnt en dat hebben we op een kaart proberen te leggen, met als vraag: zie je dan gaten? Om dat nu een onderzoek te noemen… dat zijn wat grote woorden. Het was gewoon een inventarisatie van wat er verschijnt en daarbij is niet gekeken naar de kwaliteit. Als je zo de kaart van Nederland bekijkt, zie je geen gaten. Ik vond dat een eye-opener; er is een enorme lappendeken aan media &#8211; van regionale omroep en regionale krant, tot allerlei lokale initiatieven of groot-lokale websites. Voor zo’n bewering als in het rapport Brinkman gedaan werd, zou je dieper onderzoek moeten doen en dat hebben wij natuurlijk niet gedaan.”</p>
<p><strong>Lokale democratie</strong></p>
<p>“Omdat de gemeente Renswoud een <a href="http://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/nieuws/renswoude-huurt-journalist-voor-eigen-nieuws.149367.lynkx">journalist in dienst heeft genomen</a> om de lokale berichtgeving te verzorgen, kun je ook niet concluderen dat de journalistieke controle van de lokale democratie faalt. Het project dat wij in zuid-oost Drenthe deden, waar we met twee correspondenten werkten, wees bijvoorbeeld uit dat in sommige gemeenten dusdanig weinig nieuwswaardigs gebeurt, dat het voor de media in die regio niet interessant genoeg is om daar naartoe te gaan &#8211; en dat is het dan voor ons ook al heel snel niet.&#8221;</p>
<p>&#8220;De media zijn in die zin denk ik ook steeds meer bedrijven geworden. Vroeger had je de luxe om een verslaggever een hele avond bij een raadsvergadering te hebben, tegenwoordig wordt er een kosten-baten-analyse gemaakt. Vroeger werd er ook veel meer verslag gedaan na een vergadering, nu wordt alles wat op zo’n vergadering gaat gebeuren naar voren gehaald. Vooraf ga je de partijen langs, de standpunten van de partijen zijn bekend – dus als er vanavond vergaderd wordt, staat het vandaag in de krant en niet morgen. De pure verslaggeving verdwijnt een beetje uit de journalistiek. Maar dat is niet hetzelfde als het falen van de journalistieke controle van de lokale democratie.”</p>
<p><em>Dit artikel is eerder gepubliceerd op <a href="http://www.persinnovatie.nl/page/4649/nl">Persinnovatie.nl</a>.</em></p>
<p><em>Op dinsdag 31 januari vertelt Rennie Rijpma over haar ervaringen met ANP Regio tijdens een themasessie over hyperlokale media, georganiseerd door het Stimuleringsfonds voor de Pers. Andere sprekers zijn Martin Reijmerink (Digitale Stad Nieuwegein) en Bart Bijnens (Concentra Media). De bijeenkomst vindt plaats van 16-19 uur in Stadskasteel Oudaen, Oudegracht 99 te Utrecht. Aanmelden kan op <a href="http://www.persinnovatie.nl/page/4408/nl">Persinnovatie.nl</a>.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/regionale-media-hebben-anp-niet-nodig-voor-regionieuws/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Redacties zijn huiverig om verouderde redactiestatuten te actualiseren</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/redacties-zijn-huiverig-om-verouderde-redactiestatuten-te-actualiseren/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/redacties-zijn-huiverig-om-verouderde-redactiestatuten-te-actualiseren/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 27 Jan 2012 08:55:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mathilde Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Achtergrond]]></category>
		<category><![CDATA[hoofdredacteuren]]></category>
		<category><![CDATA[redactiestatuten]]></category>
		<category><![CDATA[redactiestatuut]]></category>
		<category><![CDATA[Uitgevers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=23028</guid>
		<description><![CDATA[Redactiestatuten, wat zijn die tegenwoordig eigenlijk nog waard? Redacteuren weten vaak niet wat erin staat en hoofdredacteuren twijfelen regelmatig aan het nut ervan. Mathilde Sanders vroeg voor haar boek 'Wie bezit het niuews?' de redactiestatuten van landelijke kranten en persbureaus op. Dat bleek minder makkelijk gezegd dan gedaan. Sommige redacties zijn er niet erg happig op om dit document vrij te geven. De statuten die Sanders te zien kreeg bleken sterk verouderd. Redacties zouden ze wel willen aanpassen, maar "we zijn er niet over uit of het wel tactisch is om dat nu te doen".]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/redacties-zijn-huiverig-om-verouderde-redactiestatuten-te-actualiseren/wiebezithetnieuws-2/" rel="attachment wp-att-23042"><img class="alignleft size-medium wp-image-23042" title="wiebezithetnieuws" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/wiebezithetnieuws1-160x192.jpg" alt="" width="160" height="192" /></a>Voor mijn boek dat vandaag verschijnt, bestudeerde ik de redactiestatuten van onze landelijke kranten en persbureaus. Deze documenten bleken niet altijd openbaar en vaak verouderd te zijn. Ondanks dat ze in de praktijk niet altijd tot op de letter worden nageleefd, willen redacties ze zeker niet kwijt. Koppen rollen soms zelfs om dit statuut te beschermen.</p>
<p>Tot mijn verbazing weigerden de redacties van De Telegraaf en de persbureaus GPD en Novum Nieuws mij hun redactiestatuten te verstrekken. Bij De Telegraaf staat alleen artikel 3 van het redactiestatuut dagelijks op pagina 3 van de krant, de rest is niet openbaar omdat dit volgens de redactieraad “niet van belang is voor de lezer, die erop kan vertrouwen dat het statuut voldoende bescherming geeft”.</p>
<p>De redactie van de GPD liet weten dat het redactiestatuut enkel bestemd is voor ‘intern gebruik’. Bij persbureau Novum Nieuws is het redactiestatuut evenmin openbaar.</p>
<p>De redactie van het Algemeen Dagblad deed ook moeilijk over hun redactiestatuut. Ik mocht langskomen om de tekst een uurtje te bestuderen, maar geen kopie meenemen, omdat de AD-hoofdredactie niet wilde dat het document zou gaan circuleren.</p>
<p>De Volkskrant en het FD stuurden me wel vrij snel hun redactiestatuut op per mail. Trouw, NRC Handelsblad en Het Parool gaven mij alleen een papieren kopie van hun statuut. De enige redactie die zijn statuut online heeft staan (op de website van de NVJ) is het persbureau ANP.</p>
<p><strong>Transparantie</strong></p>
<p>Wat vindt de NVJ ervan dat sommige redactiestatuten niet openbaar zijn? Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, vindt het vreemd. “Alhoewel ik niet twijfel aan hun onafhankelijkheid, vind ik transparantie op dit gebied toch wel een eerste vereiste. Journalisten verwachten van anderen toch hetzelfde.&#8221; Digitale raadpleegbaarheid van het redactiestatuut wordt toejuicht door de NVJ.</p>
<p>Uit de gesprekken die ik voor dit onderzoek voerde met journalisten, bleek dat niet alleen de lezer, maar ook redacteuren niet altijd weten wat in hun redactiestatuut staat. Veel hoofdredacteuren twijfelen tegenwoordig openlijk over het bestaansrecht van het redactiestatuut, concludeerden Huub Wijfjes en Bas de Jong onlangs in hun boek ‘<a href="http://www.denieuwereporter.nl/2011/11/de-hoofdredacteur-over-ondernemend-leiderschap-in-de-journalistiek-2/">De Hoofdredacteur</a>’ waarin interviews staan met tientallen hoofdredacteuren. Dit boek brachten zij overigens deels uit in opdracht van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren.</p>
<p>De NVJ hecht wel veel waarde aan het redactiestatuut. “Een statuut is net zoiets als een arbeidscontract, huwelijks- of samenlevingscontract, dat ligt normaal gesproken ook niet op tafel en kennen de partners ook niet uit hun hoofd”, stelt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ. “Maar als de noodzakelijke goede samenwerking tussen uitgever-directeur en (hoofd)redactie spaak loopt, kan het uitkomst bieden en ervoor zorgen dat een redactie in een stevige positie staat voor overleg over veranderingen.”</p>
<p>Bruning wijst erop dat Laurens Verhagen, de oud-hoofdredacteur van de grootste Nederlandse nieuwswebsite NU.nl, redactiestatuten eerst ‘iets archaïsch’ vond dat bij Nu.nl niet nodig was. Toen vorig jaar discussies ontstonden tussen hem en de directie over de koers en keuzes bij NU.nl, zag hij in dat een statuut hem toch zou kunnen helpen. Verhagen is in november 2011 opgestapt en inmiddels adviseert de NVJ de redactie van NU.nl bij het opzetten van een statuut, aldus Bruning.</p>
<p><strong>Verouderde redactiestatuten</strong></p>
<p>Bij mijn onderzoek heb ik bekeken of de komst van nieuwe eigenaren of aandeelhouders van krantenconcerns en persbureaus de afgelopen tien jaar heeft geleid tot ingrijpende wijziging van de redactiestatuten. Dat was eigenlijk nergens zo. De meeste statuten die ik bestudeerde zijn behoorlijk verouderd en veranderden niet wezenlijk na overnames.</p>
<p>Wel lijkt het erop dat door verschillende soorten eigenaren anders wordt aangekeken tegen het belang van deze statuten. Zo moest Egeria, de nieuwe meerderheidsaandeelhouder van NRC Media, even wennen aan de journalistieke bedrijfscultuur met redactieraden en statuten. Wubby Luyendijk van de redactieraad van NRC Media vertelt dat “de NRC-redactie en oud-hoofdredacteur Birgit Donker ervoor hebben gestreden om het redactiestatuut intact te houden na de komst van nieuwe eigenaren.” Dat is gelukt, want het NRC-redactiestatuut is inhoudelijk niet gewijzigd, maar hoofdredacteur Donker moest wel opstappen om dit te voorkomen.</p>
<p>Bij de FD Mediagroep vertrok hoofdredacteur Ulko Jonker nog geen jaar nadat investeringsmaatschappij HAL Investments een meerderheidsbelang verwierf door 49,5 procent van aandelen te kopen van Willem Sijthoff. HAL wilde niet meer dat de FD-hoofdredacteur in de directie zou zitten. De FD-redactie wilde in ruil hiervoor dat het redactiestatuut zou worden aangescherpt voor wat betreft de reikwijdte van het ‘merk FD’. Dit om een conflict zoals met Donker bij NRC te voorkomen.</p>
<p>De redactie onderhandelt nog over de inhoud van het statuut met de nieuwe uitgever Eugenie van Wiechen. De hoofdredacteur van het FD en BNR Nieuwsradio vallen nu onder haar. Saillant detail is dat zij de zus is van Jaap van Wiechen, commissaris bij de FD Mediagroep en tevens directeur bij HAL Investments. Over die benoeming ontstond vorig jaar even wat commotie bij de FD-redactie.</p>
<p><strong>Persgroep-kranten</strong></p>
<p>Bij de Persgroep accepteren de Belgische managers dat er redactiestatuten zijn en dat de Nederlandse journalistieke cultuur anders is dan in Vlaanderen. Op papier zijn de afspraken in deze redactiestatuten nog hetzelfde als toen de Stichting Democratie en Media meerderheidsaandeelhouder was bij dit bedrijf.</p>
<p>Sommige redactiestatuten dateren zelfs nog uit de jaren negentig. Meestal kloppen de bedrijfsnamen, titels en functies in de statuten al lang niet meer. De stichtingen die nog steeds voor een deel eigenaar zijn van de Persgroep-kranten worden genoemd in de redactiestatuten van de Volkskrant, Trouw en Het Parool. De nieuwe grootaandeelhouder van deze kranten, de Persgroep, staat opvallend genoeg helemaal niet vermeld in deze teksten.</p>
<p>De redactieraden van het AD en Het Parool durven hun redactiestatuut niet aan te passen, omdat ze denken vooral te zullen moeten inleveren als ze opnieuw gaan praten over de inhoud. Beter een verouderd document met de huidige rechten, dan een vernieuwd redactiestatuut zonder die rechten, lijkt de redenering. “We willen deze statuten die nog geldig zijn, graag houden; ze geven de redactie enige zeggenschap”, vertelt Paul Westink, van de redactieraad van Het Parool. “Bij ons zijn ze van groot belang; dat willen we graag zo houden.” In alle sectoren wordt de bedrijfsvoering meer autoritair, meent Westink. “De redacties van nu hebben geen moer meer te zeggen. Werkgevers hebben liefst dat werknemers niet iets hebben als een redactiestatuut of redactieraad.”</p>
<p>Ook de redactieraad van het Algemeen Dagblad houdt graag een redactiestatuut intact dat totaal niet meer strookt met de werkelijkheid. “Het redactiestatuut dekt niet meer de praktijk en het moet aangepast worden, maar die ingreep is niet eenvoudig”, vertelt Louis du Moulin, voorzitter van de AD-redactieraad en lid van deze raad sinds 1986. “We laten het voorlopig maar zo, want als we opnieuw gaan onderhandelen over de inhoud krijgen we het waarschijnlijk nooit meer zo goed. De mensen van de redactieraad hebben tegenwoordig duidelijk minder ruggensteun binnen de redactie dan vroeger. Men is hier bij het AD voorzichtig geworden door alle reorganisaties sinds de eerste fusieperikelen in 2005, die hebben geleid tot een forse uitstroom. Men denkt aan zichzelf, niet of nauwelijks meer aan de hele club. De lauwheid is hier duidelijk groter dan bij NRC of Het Parool.”</p>
<p>De redactieraad van de Volkskrant was evenmin happig om het redactiestatuut aan te passen. “Er zijn wel wat kleine aanvaringen geweest tussen de Belgen en onze redactieraad in de beginperiode. Ze moesten even aan ons wennen,” vertelt Michael Persson, redacteur van de Volkskrant die tot februari 2011 in de redactieraad zat. “Het is wel handig dat we dat oude redactiestatuut nog hebben. We waren er niet over uit of het wel tactisch is om het aan te passen.”</p>
<p>Nico de Fijter van de redactieraad van Trouw vertelt dat deze krant het redactiestatuut evenmin heeft aangepast, omdat dit ‘niet meer dan een formaliteit’ is. “We hebben er geen haast mee dit te veranderen. De Persgroep is ook geen liefhebber van overleg en bureaucratisch gedoe,” aldus De Fijter, die vertelt dat bij Trouw met de Belgen wel discussies zijn gevoerd over internet. “De Persgroep besloot de webredacties van de titels te bundelen. De OR en redactieraad van Trouw waren daar helemaal niet blij mee. We wilden dat ons redactiestatuut op onze webredacteuren van toepassing zou zijn, maar met de &#8216;beginselverklaring&#8217; waarin dat uiteindelijk ook is vastgelegd, hadden we als OR en redactieraad niets te maken. Die beginselverklaring is een overeenkomst tussen de hoofdredacteuren en de Persgroep.&#8221;</p>
<p><strong>Benoemingen</strong></p>
<p>Uit de gesprekken die ik voerde met redacteuren bleek dat de hoofdredactionele benoeming bij sommige Persgroep-kranten in de praktijk niet altijd overeen komt met hoe dit op papier is vastgelegd. Benoemingen bij Het Parool en het Algemeen Dagblad illustreren dit. De aanstelling van de huidige AD-hoofdredacteur Christiaan Reusink is in augustus 2010 wel voorgelegd aan de redactie op een plenaire vergadering, maar er zijn geen stemmen over uitgebracht. Dat is opmerkelijk want volgens het redactiestatuut is tweederde van de stemmen van de redactie nodig voor zo’n benoeming.</p>
<p>Bij Het Parool is in 2010 ook het een en ander veranderd na de benoeming van de adjunct-hoofdredacteur Henk Steenhuis, die van de redactie geen meerderheid van stemmen kreeg. Alle adjuncten, die daarvoor bij Het Parool waren benoemd, kregen wel zo’n meerderheid. Het redactiestatuut is op dit punt niet eenduidig. Het kan op twee manieren worden geïnterpreteerd, maar toch is besloten dat over adjuncten voortaan niet meer wordt gestemd. Er is een nieuwe procedure bedacht, waarbij een adjunct alleen kan worden benoemd als de redactieraad, uitgever en hoofdredacteur unaniem voor zijn. Het redactiestatuut van Het Parool wordt echter niet gewijzigd om deze nieuwe regel toe te voegen.</p>
<p>Wat heeft de redactie aan een redactiestatuut als het in de praktijk wordt genegeerd? In theorie kan een redactie met het redactiestatuut, dat een juridisch contract is, naar de rechter stappen. Tot nu toe is dat in Nederland echter maar één keer gebeurd: in 1998 stapten de redacties van De Stem en het Brabants Nieuwsblad naar de rechter om zich te beroepen op het redactiestatuut, omdat hun hoofdredacteuren niet ‘van de aanvang af’ werden betrokken bij plannen om hun kranten te fuseren. Er is nog nooit een redactie naar de rechter gestapt door onenigheid over de benoeming van een (adjunct)hoofdredacteur. Voordat redacties de kans krijgen om dat te doen, is de hoofdredacteur van die redactie meestal al opgestapt of ontslagen.</p>
<p><em>Vanavond wordt het boek &#8216;Wie bezit het nieuws?&#8217;gepresenteerd in de IJkantine te Amsterdam. Er zal ook gedebatteerd worden over de vraag: kan de journalist beter zijn werk doen als de lezer hem direct betaalt, zonder dat er een adverteerders, managers en aandeelhouders zitten tussen de redactie en haar lezers? Deelnemers aan het debat zijn Nathan Vos (De Wereld Draait Door), Joost Ramaer (auteur De Geldpers) Tom Cochez &amp; Georges Timmerman (hoofdredacteuren van de Vlaamse website apache.be), Jeroen Smit (hoogleraar RUG en auteur De Prooi) en Bob van &#8216;t Klooster (bedenker en oprichter www.nieuwspost.nl).<br />
Aanmelden voor het debat kan <a href="http://nieuwspost.nl/blogs/boek-debat/">hier</a>.<br />
Wie het boek wil lezen kan het <a href="http://www.lulu.com/product/pocketboek/wie-bezit-het-nieuws/18844594 ">hier</a> bestellen. Recensie-exemplaren kunnen aangevraagd worden bij de auteur: info@mathildesanders.nl.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/redacties-zijn-huiverig-om-verouderde-redactiestatuten-te-actualiseren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geen tijd en geld voor Twitterredacteuren</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/geen-tijd-en-geld-voor-twitterredacteuren/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/geen-tijd-en-geld-voor-twitterredacteuren/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 26 Jan 2012 10:49:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Josien Wolthuizen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Achtergrond]]></category>
		<category><![CDATA[social media]]></category>
		<category><![CDATA[sociale media]]></category>
		<category><![CDATA[Twitter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22989</guid>
		<description><![CDATA[Wat doen nieuwsmedia met hun algemene Twitter-account? Meestal niet veel meer dan het automatisch doorplaatsen van berichten die op de website worden gepubliceerd. De BBC is daar mee gestopt, die laten redacteuren handmatig tweets plaatsen. Die kunnen dan meteen reageren op vragen en opmerkingen van twitteraars. Hoe gaan Nederlandse nieuwsmedia eigenlijk om met hun algemene Twitter-accounts? “Ik denk dat het persoonlijk schrijven van tweets beter is, maar ik heb er de mankracht niet voor.”]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/geen-tijd-en-geld-voor-twitterredacteuren/rsz_twitter_laptop/" rel="attachment wp-att-22991"><img class="alignleft size-full wp-image-22991" title="rsz_twitter_laptop" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/rsz_twitter_laptop.jpg" alt="" width="200" height="178" /></a>Wat doen nieuwsmedia met hun algemene Twitter-account? Meestal niet veel meer dan het automatisch doorplaatsen van berichten die op de website worden gepubliceerd. De BBC is daar mee gestopt, die laten redacteuren handmatig tweets plaatsen. Die kunnen dan meteen reageren op vragen en opmerkingen van twitteraars. Hoe gaan Nederlandse nieuwsmedia eigenlijk om met hun algemene Twitter-accounts? “Ik denk dat het persoonlijk schrijven van tweets beter is, maar ik heb er de mankracht niet voor.”</p>
<p>Amerikaanse nieuwsorganisaties gebruiken hun Twitter-accounts vooral om links naar hun nieuwsberichten de wereld in te sturen. Dat bleek uit een <a href="http://www.journalism.org/node/27311">onderzoek</a> van Pew Research Center en George Washington University dat eind vorig jaar is gepubliceerd. Voor bijvoorbeeld live verslaggeving of het vragen om input van het publiek gebruiken de Amerikaanse media hun algemene Twitter-accounts niet. Die accounts zijn meestal niet meer dan een automatische feed die een tweet uitspuwt als er een nieuw bericht op de website verschijnt.</p>
<p><strong>Twitterredacteuren</strong></p>
<p>Maar het kan ook anders. In oktober 2011 <a href="http://www.niemanlab.org/2011/10/cyborg-no-more-the-bbc-moves-to-human-edited-twitter-feeds/">kondigde</a> de BBC aan een nieuwe weg in te slaan op Twitter. Tweets voor het account <a href="https://twitter.com/#!/bbcnews">@BBCNews</a>, <a href="https://twitter.com/#!/bbcbreaking">@BBCBreaking</a> en <a href="https://twitter.com/#!/BBCWorld">@BBCWorld</a> worden niet langer automatisch geplaatst, maar worden verstuurd door een redacteur. Op die manier moeten de tweets meer uitnodigen tot doorklikken naar de website. Bovendien kunnen de betreffende redacteuren dan reageren op vragen en reacties van twitteraars.</p>
<p>In het voorjaar van 2011 deed The New York Times hetzelfde, maar dan als <a href="http://www.poynter.org/latest-news/media-lab/social-media/133431/new-york-times-tries-human-powered-tweeting-to-see-if-users-value-the-interaction/">tijdelijk experiment</a>. Daaruit bleek <a href="http://www.niemanlab.org/2011/10/cyborg-no-more-the-bbc-moves-to-human-edited-twitter-feeds/">volgens Nieman Lab</a>  dat ‘human-written tweets’ veel effectiever &#8211; want boeiender, uitnodigender en interessanter – zijn dan een automatische output. Dat is natuurlijk ergens wel logisch. Een kop bestaat soms uit niet meer dan vijf woorden, enige duiding nodigt de twitteraar dan meer uit tot doorklikken. Daarnaast zorgt het toevoegen van de juiste hashtags ervoor dat tweets hoger in de search-resultaten komen. En een redacteur achter de knoppen biedt de mogelijkheid tot interactie met het publiek, bijvoorbeeld door vragen te beantwoorden of oproepen voor informatie te doen.</p>
<p>Hoe zit het eigenlijk in Nederland? Hoe gaan de nieuwsmedia hier om met hun algemene Twitter-accounts?</p>
<p><strong>Geen mankracht</strong></p>
<p><a href="https://twitter.com/#!/telegraaf">De Telegraaf</a> (ruim 53 duizend volgers) houdt het bij automatisch geposte tweets, rechtstreeks uit de RSS-feed. Volgens <a href="https://twitter.com/#!/roeldeno">Roel den Outer</a>, nieuwschef bij De Telegraaf, hebben ze op de redactie simpelweg geen middelen om mensen aan te stellen die persoonlijke tweets schrijven. “De BBC heeft geloof ik 5000 mensen in dienst. Bij ons is het vaak al behelpen met 250 mensen om alles bij te houden. Toch denk ik wel dat het persoonlijk schrijven van tweets werkt om meer doorclicks te generen, maar ik heb er nu de mankracht niet voor”, aldus Den Outer.</p>
<p><a href="https://twitter.com/#!/heleenvanlier">Heleen van Lier</a>, inmiddels voormalig social media-chef bij De Volkskrant, vindt dat ‘de grootst mogelijke onzin’. “Je hebt toch ook tijd om je mail te beantwoorden en de telefoon op te nemen? Ik vind het bijna gênant als journalisten dan zeggen dat ze geen tijd hebben voor Twitter. Het is namelijk een belangrijk medium voor het verschaffen van informatie, maar ook zeker voor de distributie ervan. Je mist veel belangrijke en interessante informatie, wat jouw werk verrijkt en makkelijker maakt. Het bespaart tijd, in plaats van dat het tijd kost”, zo redeneert Van Lier. De webredactie van de Volkskrant schrijft sinds een jaar persoonlijke tweets . Sindsdien is het twitteraccount <a href="https://twitter.com/#!/volkskrant">@volkskrant</a> van 1000 naar ruim 37 duizend volgers gegaan.</p>
<p><a href="https://twitter.com/#!/pvdp">Peter van der Ploeg</a>, chef bij <a href="https://twitter.com/#!/nrc">nrc.nl</a>, betwijfelt of de ‘human-tweets’ echt meer doorkliks genereren. Volgens hem ‘doe je ook altijd je uiterste best om een zo aantrekkelijk mogelijke kop te bedenken’. “Je moet een afweging maken of het echt zo nuttig is dat je er tijd en geld in steekt. Dat is natuurlijk ook het lastige van Twitter. Het lijkt zo’n goede manier om mensen naar je site toe te trekken, maar het bezoek dat via sociale media op onze site terecht komt is nog redelijk marginaal”, zegt Van der Ploeg.</p>
<p>Regionaal dagblad De Stentor plaatst op het hoofdaccount <a href="https://twitter.com/#!/de_stentor">@de_stentor</a> (ruim 2 duizend volgers) alle tweets volautomatisch. De regionale accounts, zoals <a href="https://twitter.com/#!/ds_apeldoorn">@ds_Apeldoorn</a> (bijna 2 duizend volgers), plaatsen echter wel een deel van de tweets handmatig. Dit gebeurt echter alleen nog bij <em>breaking news </em>en voor het doen van oproepen. Volledig automatiseren zit er nog niet in.</p>
<p>Volgens <a href="https://twitter.com/#!/jerryvermanen">Jerry Vermanen</a>, bureauredacteur bij de Stentor, weten nog niet alle redacteuren van de krant even goed hoe Twitter werkt. “We proberen collega’s daarin wel op te leiden. Geld voor externen is er niet, dus we moeten het tussen onze reguliere werkzaamheden door doen.” Het probleem is niet zo zeer dat redacteuren niet weten wat Twitter is, maar het is “lastig om het in hun werkroutine te krijgen”, zo zegt Vermanen. “Voor jonge redacteuren is Twitter meestal heel normaal, maar zeker voor de oudere redacteuren is het vaak nog iets ongrijpbaars. We hebben wel cursussen gehad, maar het is niet zo dat je dan ook meteen volleerd Twitteraar bent. Er zit een groot grijs gebied tussen helemaal niet weten wat het is en nieuws vergaren en distributeren via Twitter. Het moet eigen gemaakt worden, en dat kost tijd.”</p>
<p>De Stentor voorziet in haar gebied drie verschillende regio’s van nieuws. Voor ieder van die regio’s is iemand verantwoordelijk voor het Twitteraccount. En sturing vanuit de hoofdredactie? Die is er bijna niet. “De hoofdredactie laat grotendeels aan de redacties zelf over of ze Twitter kunnen inwerken in de organisatie. Er zijn geen harde opdrachten voor wie wat op welke manier moet doen. Toch gebeurt het wel.”</p>
<p><strong>Zakelijk</strong></p>
<p>Bij NU.nl zijn er, behalve de capaciteitsproblemen, ook andere redenen om tweets niet door redacteuren te laten posten. “Wij hebben het imago objectief en zakelijk te zijn”, zo zegt <a href="https://twitter.com/#!/wieland">Wieland van Dijk</a>, redactiechef bij NU.nl. “Daar past het niet bij dat wij een ‘gezicht’ hebben, dat we geen persoonlijke toon aanslaan. Die automatische feed met alleen kop en link past dus in zekere zin bij ons imago.” Het <a href="https://twitter.com/#!/nunl">twitteraccount van NU.nl</a> heeft ruim 200 duizend volgers, dus je kan concluderen dat deze manier prima werkt. Twitter was afgelopen oktober goed voor 12,4 miljoen pageviews op NU.nl. Een niet te verwaarlozen aantal, maar toch is het niet meer dan 3,2 procent van alle pageviews in die maand.</p>
<p>Objectiviteit en het personaliseren van tweets zijn volgens <a href="https://twitter.com/#!/jenskraan">Jens Kraan</a>, chef digidesk bij de <a href="https://twitter.com/#!/nos">NOS</a>, twee verschillende dingen. Kraan: “Natuurlijk kun je een automatische uitkoppeling blijven hanteren, maar dat betekent niet dat je het andere niet moet doen. Ik denk dat je het juist moet proberen. Je moet niet bij voorbaat zeggen dat iets niet kan. Zeker niet in deze tijd.” Kraan vindt het personaliseren van twitteraccounts een ‘fantastisch initiatief’ van de BBC. “Zij gebruiken Twitter zoals het bedoeld is. Bij ons is het nog one-way, zij hebben echt die interactie. Dat is bijzonder”, zo zegt Kraan.</p>
<p>Die manier van twitteren ziet hij in de toekomst bij de NOS ook gebeuren. Vanaf 6 februari zal internet prioriteit krijgen in het productieproces. Daarvoor moeten alle redacties opnieuw ingedeeld worden. Pas als dat project volledig is afgerond gaat Kraan nadenken over volgende stappen. “Maar ik ga het zeker laten onderzoeken”, voegt Kraan eraan toe.</p>
<p><strong>Privé-accounts</strong></p>
<p>Ondanks dat de interactie nog niet via de officiële accounts van de grote nieuwsmedia gaat, weten twitteraars wel massaal de journalisten te vinden. Van Dijk (NU.nl) onderschrijft dat: “Op een enkeling na zitten al onze redacteuren op Twitter. Zij krijgen via hun persoonlijke accounts veel tips, informatie en fotomateriaal binnen. Dat werkt veel efficiënter dan alles via het hoofdaccount doen. Het is bijna geen doen om alles te lezen dat we daarop binnenkrijgen. 99% van alle mentions zijn retweets of reacties op het nieuws. Het kost teveel moeite om het kaf van het koren te scheiden.”</p>
<p>Bij De Stentor worden wel bijna alle mentions gelezen en beantwoord. Door de kleine omvang van de krant is dat uiteraard wat makkelijker dan bij de grote nieuwsorganisaties. De redactie gebruikt Twitter geregeld om oproepen te doen, bijvoorbeeld om te vragen of lezers meer informatie over een onderwerp hebben of om hun mening over een bepaalde kwestie te peilen. Een prima manier om aan informatie te komen, vindt Vermanen. “Ik volg ook altijd veel mensen terug. Als ze dan nieuws hebben dat ze exclusief willen delen of informatie hebben over een gevoelige kwestie, kunnen ze het delen via DM. De drempel om ons te benaderen is dan lager.”</p>
<p>Volgens Den Outer komen reacties bij De Telegraaf ook vooral binnen via de accounts van redacteuren zelf. “De reacties die wij krijgen via Twitter komen meestal rechtstreeks terecht bij onze verslaggevers en redacteuren. Privé-redacteur <a href="https://twitter.com/#!/wilmananninga">Wilma Nanninga</a> is bijvoorbeeld erg actief op Twitter, en krijgt via die weg ook veel reacties. De dialoog is er dus wel, maar dan niet via het officiële Telegraaf-account. Ik denk dat dit ook wel beter werkt, nu zit er tenminste een gezicht achter zo’n account.” De Telegraaf twittert niet persoonlijk via het officiële kanaal, maar met grote rechtszaken twittert rechtbankverslaggeefster <a href="https://twitter.com/#!/saskiabelleman">Saskia Belleman</a> via haar persoonlijke account real time door wat er gebeurt in de rechtszaal. Haar tweets komen dan in een aparte feed op de website. Wel persoonlijke tweets dus, maar op een iets andere manier, aldus Den Outer.</p>
<p>Hoewel Van der Ploeg (NRC) zijn vraagtekens zet bij het genereren van meer doorclicks met ‘human-tweets’, denkt hij wel dat reageren op tweets van lezers goed is voor je online imago. “Dat heeft de BBC slim bekeken. Het is veel werk, dat is voor ons het probleem. Maar ze hebben wel gelijk. Als ze het echt voor elkaar krijgen om die interactie te realiseren, lijkt het mij heel nuttig.” Het technische team van NRC is daarom de afgelopen tijd bezig geweest met het toevoegen van een functie om vanuit het CMS direct een handmatige tweet te kunnen sturen met een tekst naar keuze, vertelt Van der Ploeg. “Dat maakt het voor ons makkelijker, en dus interessanter, om te experimenteren met andere manieren om met onze accounts om te gaan. Bovendien komt er binnenkort een onderzoeker van de Erasmus Universiteit onderzoek doen naar alle manieren die er zijn voor media om met Twitter om te gaan. Daar hopen we zinvolle informatie uit te kunnen putten.”</p>
<p><strong>Geen geld</strong></p>
<p>Anders dan bij de (omvang)rijke internationale media zoals de BBC, is er bij de Nederlandse nieuwsmedia dus nog weinig geld beschikbaar om Twitter echt goed te integreren in de bedrijfscultuur. Toch beginnen de grote nieuwsmedia langzaam door te krijgen dat in ieder geval het laten onderzoeken van de mogelijkheden met Twitter, maar ook andere social media, een goede investering is.</p>
<p>Bijna iedereen is het er over eens dat het ‘slimmer’ twitteren, door bijvoorbeeld hashtags te gebruiken en meer context te bieden in een tweet, meer doorclicks genereert. Desondanks is op dit moment bij ongeveer de helft van de Nederlandse nieuwsmedia Twitter niet meer dan een automatische output van tweets met een kop en een link naar het artikel. Bottom-line: om Twitter goed te integreren in een nieuwsmedium moeten daar aparte mensen voor aangenomen worden, en daar is geen geld voor of het heeft te weinig prioriteit om geld aan uit te geven.</p>
<p>Contact met de ‘nieuwsconsument’ via het officiële Twitteraccount gebeurt weinig of helemaal niet. Twitteraars weten vaak zelf de snelste weg naar interactie te vinden; direct contact zoeken met een journalist of redacteur van het medium.</p>
<p><em>Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met en is ook gepubliceerd op <a href="http://www.persinnovatie.nl/page/4627/nl">Persinnovatie.nl</a>.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/geen-tijd-en-geld-voor-twitterredacteuren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Moderne mogelijkheden voor onderzoeksjournalistiek</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/moderne-mogelijkheden-voor-onderzoeksjournalistiek/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/moderne-mogelijkheden-voor-onderzoeksjournalistiek/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Jan 2012 16:04:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Conferentie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22971</guid>
		<description><![CDATA[Op 9 februari organiseren het Mediafonds en het Sandberg Instituut de conferentie ‘Curating Reality’, die zich richt op de nieuwe mogelijkheden die moderne technologie biedt voor onderzoeks- journalistiek. Met onder meer Guardian-redacteur Simon Rogers (Datablog en Datastore), Moeed Ahmad (hoofd nieuwe media bij Al Jazeera), Jeroen Smit (auteur van De Prooi) en Jan van Toorn (grafisch ontwerper).]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Om de haverklap hoor je dat er sprake zou zijn van een ‘crisis in de journalistiek’. Gek eigenlijk, want door de technologische vooruitgang waren de mogelijkheden voor innovatieve verslaggeving nog nooit zo groot. Er zijn tegenwoordig legio interessante tools voor journalisten en er ontstaan ook allerlei interessante nieuwe vormen van nieuwsgaring, zoals crowdsourcing. Bovendien ontstaan nieuw mogelijkheden voor meer diepgravende journalistiek, zoals datajournalistiek. Op 9 februari organiseren het <a href="http://www.mediafonds.nl/">Mediafonds </a>en het <a href="http://www.sandberg.nl/">Sandberg Instituut</a> de conferentie ‘<a href="http://curatingreality.nl/index.php">Curating Reality</a>’, die zich richt op de nieuwe mogelijkheden die moderne technologie biedt voor onderzoeksjournalistiek.</p>
<p>Wat zijn de nieuwe mogelijkheden om feiten boven water te halen en te voorzien in de groeiende informatiebehoefte van burgers? Hoe kunnen daarbij nieuwe middelen worden ingezet om betere onderzoeksjournalistiek te bedrijven? Hoe kun je je voordeel doen met het feit dat de verhouding tussen journalisten en hun publiek verschuift en het publiek een veel actievere rol speelt in de productie en distributie van verhalen? En hoe kan de technologie gebruikt worden om de macht beter te controleren en krachtige verhalen te vertellen over de complexe, snel veranderende wereld waarin we nu leven?</p>
<p>Op het programma staan een aantal gerenomeerde sprekers, zoals Guardian-redacteur <a href="http://www.guardian.co.uk/profile/simonrogers">Simon Rogers</a> (Datablog en Datastore), <a href="http://www.digital-media.net.au/article/This-Digital-Life-Moeed-Ahmad-Head-of-New-Media-Al-Jazeera/511209.aspx">Moeed Ahmad</a> (hoofd nieuwe media bij Al Jazeera), <a href="http://www.jeroensmit.net/">Jeroen Smit</a> (hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, auteur van De Prooi) en <a href="http://www.groene.nl/1997/44/dwarse-vormen">Jan van Toorn</a> (grafisch ontwerper). Kijk <a href="http://curatingreality.nl/3_Conference.txt">hier</a> voor het volledige programma.</p>
<p>De conferentie vindt plaats op 9 februari van 13.30 tot 17.30 uur in Theater van ’t Woord, Openbare Bibliotheek te Amsterdam.</p>
<p>Wie wil deelnemen, kan zich <a href="http://curatingreality.nl/4_Register_for_conference.run">hier</a> inschrijven.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/moderne-mogelijkheden-voor-onderzoeksjournalistiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Overzicht van mediaverantwoording in Europa</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/overzicht-van-mediaverantwoording-in-europa/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/overzicht-van-mediaverantwoording-in-europa/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Jan 2012 11:39:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Evers en Harmen Groenhart</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[publieksverantwoording]]></category>
		<category><![CDATA[verantwoording]]></category>
		<category><![CDATA[zelfregulering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22956</guid>
		<description><![CDATA[Er zijn diverse manieren waarop de journalistiek verantwoording kan afleggen aan de samenleving. Denk aan een raad voor de journalistiek of een gedragscode. Welke van zulke instrumenten worden in verschillende landen nou eigen ingezet? Onlangs is een internationaal vergelijkend onderzoek gepubliceerd met een inventarisatie van twaalf Europese landen plus Jordanië en Tunesië. Huub Evers en Harmen Groenhart doen als deelnemende ondezoekers namens Nederland verslag van de bevindingen. In deel 2 van deze serie geven ze een overzicht van mediaverantwoording in de onderzochte landen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nederland-hoort-bij-landen-met-goed-ontwikkelde-zelfregulering/mapping-media-accountability/" rel="attachment wp-att-22746"><img class="size-full wp-image-22746 alignleft" title="mapping media accountability" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/mapping-media-accountability.jpg" alt="" width="139" height="64" /></a>Op welke manieren leggen journalisten verantwoording af? Welke verschillen doen zich voor tussen landen en wat kunnen we leren van deze internationale variëteit? Onlangs verscheen het boek <a href="http://www.mediaact.eu/soar.html">‘Mapping Media Accountability – in Europe and Beyond’</a>, dat verslag doet van een internationaal vergelijkend onderzoek in twaalf Europese landen plus Jordanië en Tunesië. In het <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nederland-hoort-bij-landen-met-goed-ontwikkelde-zelfregulering/">eerste deel</a> van deze serie gaven we een overzicht van de onderzochte landen, in dit tweede artikel passeren enkele opvallende ontwikkelingen in de betreffende landen de revu. Over nieuwe initiatieven, vooral online, gaat het derde deel in deze serie.</p>
<p><strong>Landen met een traditie van persvrijheid</strong></p>
<p>Klassieke instrumenten, raden voor de journalistiek bijvoorbeeld, zijn vooral te vinden in de Noord-Europese landen, met <strong>Duitsland</strong> als kampioen. In dit land bestaat een zeer uitgewerkt systeem van <em>media accountability</em>. Daar is allereerst de <a href="http://www.presserat.info/">Presserat</a>, waar klachten over printmedia ingediend kunnen worden. Zoals de <a href="http://www.rvdj.nl/">Raad voor de Journalistiek</a> in ons land zijn <a href="http://www.rvdj.nl/?katern=47">Leidraad</a> heeft, zo heeft de Presserat (al heel lang) zijn <a href="http://www.presserat.info/inhalt/der-pressekodex/einfuehrung.html">Pressekodex</a>, een document met richtlijnen voor zorgvuldig journalistiek gedrag. Ethische codes van redacties zijn er niet zo veel. Klachten over de publieke omroep (ARD en ZDF) worden behandeld door instanties van die omroepen zelf, terwijl over de commerciële omroepen kan worden geklaagd bij de regionale <a href="http://www.die-medienanstalten.de/ueber-uns/landesmedienanstalten.html">Landesmedienanstalten</a>.</p>
<p>Een rijke traditie is er ook op het terrein van mediakritiek en mediajournalistiek. In de kwaliteitskranten staat dagelijks een mediapagina, terwijl publieke zenders landelijk en regionaal hun mediaprogramma’s hebben. De publieke radiozender <a href="http://wissen.dradio.de/">DRadio Wissen</a> zendt elke avond het programma <a href="http://wissen.dradio.de/redaktionskonferenz.91.de.html">Redaktionskonferenz</a> uit waar luisteraars over redactionele beslissingen kunnen discussiëren met de makers. Het fenomeen ombudsman is in Duitsland nooit tot wasdom gekomen, maar opmerkelijk is dat het aantal de laatste tijd duidelijk toeneemt. Correctierubrieken kom je in de Duitse media, ook online, niet zo vaak tegen, maar ook dat verschijnsel is in opkomst.</p>
<p>Ook in <strong>Finland</strong> nemen enkele klassieke vormen van zelfregulering een dominante positie in. Er is een ethische code van de journalistenvereniging die door vrijwel de gehele journalistiek wordt onderschreven, hoewel de laatste jaren een groeiend percentage journalisten zegt, dat ze die code niet relevant vinden voor hun dagelijks werk. Daarnaast is er de <a href="http://www.jsn.fi/en/Council_for_Mass_Media/the-council-for-mass-media-in-finland/">Council for Mass Media</a>, de Finse raad voor de journalistiek, die een ijzersterke positie inneemt, hoewel er ook steeds meer stemmen opgaan die op reorganisatie aandringen.</p>
<p>Van alle onderzochte landen is <strong>Groot-Britannië</strong> bij uitstek de vertegenwoordiger van het liberale model. Met toenemende kritiek op de pers – bijvoorbeeld over de machtspositie van NewsCorp (Murdoch) – lijkt ook het draagvlak voor overheidsregulering te groeien. De regering heeft zich daar afgelopen decennia echter niet aan willen branden De Britse auteurs van het desbetreffende hoofdstuk achten een toename van overheidsregulering dan ook onwaarschijnlijk. Zij verwachten dat een sterke <em>civil society</em> en haar online aanwezigheid voor voldoende regulerende kracht zullen zorgen.<strong><em> </em></strong></p>
<p>Het was de Fransman <a href="http://fr.wikipedia.org/wiki/Claude-Jean_Bertrand">Bertrand</a> die als eerste de <em>media accountability systems</em> <a href="http://books.google.nl/books?id=j4Dk97w5BhQC&amp;printsec=frontcover&amp;dq=Media+ethics+%26+accountability+system&amp;hl=nl&amp;sa=X&amp;ei=ooseT4LGLc3o-gbK2ejNDw&amp;ved=0CDkQ6AEwAA#v=onepage&amp;q=Media%20ethics%20%26%20accountability%20system&amp;f=false">in kaart bracht</a>, terwijl in zijn eigen land die instrumenten nauwelijks bestaan en al helemaal niet effectief zijn. Een raad voor de journalistiek heeft <strong>Frankrijk</strong> niet. Sinds 2006 bestaat er wel een door journalisten opgerichte vereniging die een persraad voorbereidt. Onduidelijk is waarom die er nog steeds niet is. Mediajournalistiek met een kritische en soms ook humoristische kijk op journalistiek is er wél in Frankrijk. Een viertal tv-zenders heeft een mediaprogramma. Daarnaast zijn er satirische programma’s over het doen en laten van de media.</p>
<p>Ook in <strong>Italië</strong> bestaat nauwelijks iets op het terrein van <em>media accountability</em>. Een raad voor de journalistiek is er niet, het fenomeen ombudsman is nauwelijks bekend en van ethische codes hebben redacties nog nooit gehoord. Rectificatierubrieken bij de print media zijn er vrijwel niet, ingezonden brieven evenmin. De <a href="http://www.odg.it/">Ordine dei Giornalisti</a> regelt de toelating tot het beroep door middel van een strenge selectieprocedure. Het is geen journalistenbond (die zijn er ook) maar een instantie met een wettelijke basis. Kandidaten moeten een examen afleggen en enkele jaren gewerkt hebben op een redactie. De orde ziet ook toe op het correct uitoefenen van het beroep en past sancties toe wanneer iemand zich niet aan de regels houdt. Het document waarin die regels staan moet door elke journalistieke nieuwkomer worden ondertekend. Daarnaast is er nog een ethische code van de orde en de bonden, terwijl ook de belangrijkste kranten en omroepen hun eigen code hebben. Mediakritiek bestaat volop, vaak in de vorm van infotainment of satire. De laatste jaren ook in de vorm van media watchblogs.</p>
<p>Opvallend is de positie van <strong>Oostenrijk</strong>: <em>media accountability</em>-instrumenten zijn ofwel erg zwak ofwel ze bestaan überhaupt niet. Waar ze wél bestaan hangen ze sterk af van de bemoeienis van de overheid als financier of als stok achter de deur. Ook mediajournalistiek is slecht ontwikkeld. Mogelijk tekent zich een kentering af: eind 2010 begon een nieuwe raad voor de journalistiek met zijn werkzaamheden. Verder zijn er <em>media watchblogs</em> die een groot bereik hebben.</p>
<p><strong>Landen met een recente persvrijheid </strong></p>
<p>In Estland bestaan twee raden voor de journalistiek naast elkaar! Ze gunden elkaar jarenlang het licht in de ogen niet, maar lijken nu een modus vivendi te hebben gevonden. Vlak na de ineenstorting van het communisme (in 1991) werd naar Fins model de <a href="http://www.eall.ee/pressinoukogu/index-eng.html">Estonian Press Council</a> opgericht door de organisatie van dagbladuitgevers. Zes jaar later kwamen daar vertegenwoordigers bij vanuit de mediawereld en de samenleving. Er ontstond discussie over de functie van de raad: moet het college op de bres staan voor de uitingsvrijheid van instituties of van individuele mensen? Moet de raad een dialoog op gang proberen te brengen tussen media en publiek over de kwaliteit van de journalistiek? De raad deed een serie belangrijke uitspraken en stelde enkele verklaringen op en werd zo een mediakritische organisatie.</p>
<p>Geleidelijk nam de onvrede hierover toe bij de uitgevers en de redacties. Uitspraken werden vaak niet gepubliceerd. De uitgevers plus de publieke en commerciële omroepen trokken zich terug. In 2002 werd de tweede raad voor de journalistiek (ENAPC) opgericht, weer door de uitgevers . De bij deze raad aangesloten organisatie publiceren geen uitspraken of andere documenten van de EPC. Ze raden hun publiek aan niet naar de EPC te stappen met hun klachten, maar deze bij de ENAPC te deponeren. Sommige klagers gaan met hun klacht naar beide raden en krijgen daar soms tegengestelde beslissingen!</p>
<p>De laatste jaren ontwikkelt de EPC zich meer tot een expertisecentrum waar opinies en adviezen van deskundigen over journalistiek kunnen worden verkregen en waar de kwaliteit van de media wordt gemonitord.</p>
<p>Mediajournalistiek bestaat in Estland vrijwel niet en mediakritiek evenmin. Elkaar de maat nemen wordt niet op prijs gesteld in een journalistieke beroepsgroep waarin iedereen elkaar kent. Er zijn ongeveer 1200 journalisten waarvan er 800 lid zijn van de journalistenbond.</p>
<p>Ook <strong>Polen</strong> is een vrij jonge democratie. Een publieke omroep met een <em>public service</em>-karakter is er pas sinds 1989. Er bestaat een classificatiesysteem dat een equivalent is van onze <a href="http://www.kijkwijzer.nl/">Kijkwijzer</a>. Er is nog niet of nauwelijks sprake van balans in het mediasysteem; het krachtenveld krijgt langzaam vorm. Er zijn inmiddels drie vakbonden en drie ethische codes, maar deze vertegenwoordigen het beroep niet adequaat. Initiatieven op gebied van zelfregulering lijken te zwak om te kunnen inspelen op de snelle maatschappelijke veranderingen: commercialisering en politisering doen zich tegelijkertijd voor. Internet versnelde de commercialisering in de nieuwssector, mede vanwege de komst van <em>content aggregators</em>. Door de persvrijheid kunnen meerdere politieke bewegingen zich een plaats verwerven in het mediasysteem. Ook mediablogs lijken invloedrijker te worden.</p>
<p><strong>Roemenië</strong> heeft eveneens een jong publieke omroepmodel en kent een vergelijkbare ontwikkeling als Polen; een ontluikende professie die toenemende druk ervaart uit zowel politieke als commerciële hoek. Ook vanuit de maatschappij neemt de druk op de professionele journalistiek toe. Treffend is een observatie van de Roemeense auteurs over bloggers: “Bloggers bekritiseren journalisten vanwege het verkopen van leugens en het plegen van zelfcensuur onder politieke en commerciële druk. In reactie daarop beweren journalisten van traditionele media dat bloggers onbetrouwbaar zijn omdat zij geen professionele standaarden hanteren”.</p>
<p>Omdat de bestuurlijke en politieke context in Roemenië wezenlijk verschilt van de Nederlandse situatie, zijn de begrippen ‘leugens’ en ‘zelfcensuur’ wellicht niet van dezelfde orde. Maar het valt op dat de principiële tegenstelling tussen traditionele professie en mondige burgers zich in meerdere Europese landen voordoet.</p>
<p>De relatief jonge democratie <strong>Spanje</strong> kent, in tegenstelling tot diverse Oost-Europese landen, een tamelijk rijk aanbod aan instrumenten van mediaverantwoording. Kenmerkend voor het land is de regionale concentratie van veel professionele organen. Catalonië en Madrid zijn sterk ontwikkeld, Andalusië en Baskenland zijn zwak ontwikkeld. Deze regionale verschillen en het ontbreken van een landelijk kader van zelfregulering symboliseert het ontbreken van een traditie van <em>media accountability</em>. Bovendien, als ze al bestaan, wordt de effectiviteit van deze middelen betwijfeld: journalisten kennen weinig waarde toe aan ethiek, sociale verantwoordelijkheid en professionele vrijheid, onder de bevolking is weinig besef van dergelijke middelen.</p>
<p>Vanwege sterke regionale taal- en cultuurverschillen en politiek federalisme kent <strong>Zwitserland</strong> een gefragmenteerde infrastructuur van zelfregulering, met wisselend draagvlak onder professionals. Er bestaan sterke verschillen in regulering van elektronische media (RTV) versus print. Het land heeft vanwege omvang en buurlanden veel concurrentie van andere omroepen (60% marktaandeel van buitenlandse zenders) en wordt onder meer beoordeeld door een onafhankelijke klachteninstantie, de <a href="http://www.ubi.admin.ch/de/">UBI</a>, die nagaat of programma’s juridische en maatschappelijke grenzen hebben overschreden.</p>
<p>Ondanks het bestaan van een landelijke <a href="http://www.presserat.ch/">Presserat</a> kunnen we niet spreken van een eenduidig en coherent mediasysteem. Landelijke kranten zijn schaars en hebben kleine oplagen en besteden steeds minder aandacht aan mediajournalistiek. Op individueel niveau zijn <em>mission statements</em> en beleidsdocumenten vooral te vinden bij Duitstalige media en minder bij Franstalige en Italiaanse media. Dit verschil tekent zich ook af tussen mediumtypen: veel bij audiovisuele media, weinig bij print. De traditionele pers onderscheidt zich vanwege de professionele normen en standaards. Ook georganiseerd burgerschap speelt een rol in Zwitserland, zoals de <a href="http://www.quajou.ch/">Verein Qualität im Journalismus</a> en de <a href="http://medienkritik-schweiz.ch/">Verein Medienkritik</a>.</p>
<p><strong>Landen met een sterke traditie van overheidsregulering.  </strong></p>
<p><strong>Jordanië</strong> is in dit verband een verhaal apart. Traditionele vormen van zelfregulering zijn daar helemaal niet zo traditioneel, maar bestaan pas enige jaren. Van professionele journalistiek is nog nauwelijks sprake: het opleidingsniveau is er net zo laag als het salaris (veel journalisten hebben twee banen), terwijl ook de betrouwbaarheid van de berichtgeving te wensen overlaat; opinies zijn er belangrijker dan feiten.</p>
<p>De journalistiek is nog volop bezig zich los te weken van de overheid en een eigen, onafhankelijke plaats in de samenleving te bevechten. Daarbij horen ook debatten over verantwoordelijkheid, verantwoording en transparantie. Traditionele instrumenten als ethische codes zijn er wel, maar nog niet lang. In 1996 stelden de Arabische media een verklaring op over de onafhankelijkheid en pluriformiteit van de journalistiek. Die onafhankelijkheid is ook nu nog een groot probleem, want de journalisten van de belangrijkste omroep en het grootste persbureau zijn in dienst van de overheid! Wanneer journalisten een dubbele baan hebben, is dat vaak een baan als journalist en als woordvoerder van een ministerie!</p>
<p>Nieuwe vormen van <em>media accountability</em> zijn er ook, vooral online: er zijn websites en blogs die de media kritisch volgen en er is een online radiostation dat de luisteraars voortdurend oproept te reageren. Het publiek in Jordanie is dat nog niet gewend.</p>
<p>De <a href="http://www.jpa.jo/english/">Jordan Press Association</a> heeft enkele ‘<em>Disciplinary Committees</em>’ die klachten tegen journalisten behandelen en die ook toezien op naleving van de ethische code, dit alles om journalisten uit handen van de rechters te houden.</p>
<p>Ook <strong>Tunesië</strong> kent geen traditie van <em>media accountability</em> naar westerse snit. Ook wetenschappelijke onderzoek naar het fenomeen is er niet, waarmee dit hoofdstuk een tamelijk uniek document is. Het medialandschap in Tunesië vertoont enkele karaktertrekken van een vrije pers, zoals een oprukkende positie van een commerciële mediamarkt, het bestaan van een journalistenbond en een ethische code. Maar in de praktijk blijken dat geen indicatoren voor een werkelijk vrije professie. In het spanningsveld tussen verantwoordelijkheid van journalisten tegenover het publiek of tegenover de staat heeft de laatste verreweg de overhand. Traditionele middelen van mediaverantwoording zoals de journalistenbond zijn sterk staatsgericht.</p>
<p>Vijf van de negen dagbladen zijn in handen van de staat en de enkele weekbladen die in handen zijn van de oppositie worden structureel gehinderd. Media staan over het algemeen dicht op de politieke agenda. De oprukkende commerciële mediasector biedt weinig tegenwicht tegen de staat, aangezien de grootste aandeelhouders nauwe relaties hebben met de politieke macht.</p>
<p>Toch ontstaan er in Tunesië online nieuwe initiatieven die tegen het staatsgedomineerde mediaveld in gaan. Jonge, trendy online magazines, zoals <a href="http://boudourou.blogspot.com/">Boudourou.blogspot.com</a>, bieden ruimte aan mediakritiek. Maar vanwege een groot sociaal klasse-onderscheid kent het doorgaans intellectuele mediakritische geluid weinig verspreiding onder de bevolking.</p>
<p><strong>Lees ook</strong><br />
Deel 1 in deze serie: <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/nederland-hoort-bij-landen-met-goed-ontwikkelde-zelfregulering/">Nederland hoort bij landen met goed ontwikkelde zelfregulering</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/overzicht-van-mediaverantwoording-in-europa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Soorten storytelling met data</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Jan 2012 20:02:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Gerard Smit</dc:creator>
				<category><![CDATA[Onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[datajournalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[datavisualisatie]]></category>
		<category><![CDATA[infografieken]]></category>
		<category><![CDATA[infographic]]></category>
		<category><![CDATA[infographics]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22892</guid>
		<description><![CDATA[Wat voor een soort verhalen kun je met data vertellen? De onderzoekers Edward Segel en Jeffrey Heer van Stanford University onderscheiden in hun artikel Narrative visualization: Telling stories with data na een analyse van diverse visualisaties drie verhaalstructuren: de Martini Glass structure, de Interactive Slideshow en de Drill-Down-story.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/numbers/" rel="attachment wp-att-22905"><img class="alignleft size-full wp-image-22905" title="numbers" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/numbers.jpg" alt="" width="159" height="119" /></a>Wat voor een soort verhalen kun je met data vertellen? De onderzoekers Edward Segel en Jeffrey Heer van Stanford University onderscheiden in hun artikel <em><a href="http://www.google.com/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=&amp;esrc=s&amp;source=web&amp;cd=1&amp;ved=0CDAQFjAA&amp;url=http%3A%2F%2Fvis.stanford.edu%2Ffiles%2F2010-Narrative-InfoVis.pdf&amp;ei=z4saT6fEEsbm-gbI5I29Cg&amp;usg=AFQjCNFk10XQNrt7y428tLcEm-gJ4KZ_4Q&amp;sig2=2JqRJjm5sDyocP-spGTR7A">Narrative visualization: Telling stories with data</a> </em>na een analyse van diverse visualisaties drie verhaalstructuren: de <em>Martini Glass structure</em>, de <em>Interactive Slideshow</em> en de <em>Drill-Down-story</em>.</p>
<p><strong><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/boom2/" rel="attachment wp-att-22895"><img class="alignright size-full wp-image-22895" title="boom2" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/boom2.jpg" alt="" width="200" height="150" /></a>Martini-glas</strong></p>
<p>Bij het eerste moet je je een liggend Martini glas voorstellen. De auteur leid je in in het verhaal met een stuk tekst, een vraag of een overzichtsplaatje (de steel van het glas); vervolgens kun je je eigen keuzes maken binnen een breder gegeven kader. Een voorbeeld hiervan is het verhaal over de <a href="http://www.washingtonpost.com/wp-srv/special/climate-change/">klimaatagenda</a> van de Washington Post. Eerst een inleidende tekst, daarna kun je kiezen welke informatie je nog meer wilt bekijken.</p>
<p>Overigens is het beeld van het Martini-glas niet zo&#8217;n handige metafoor. Hetzelfde beeld wordt gebruikt om de structuur te verhelderen van dramatische journalistiek verhalen zoals een ontvoering.  Het glas staat dan rechtop. Het trechtervormige glas is de bekende omgekeerde piramide waarin de wie-wat-waar-vragen worden beantwoord; dan volgt een chronologische volgorde van gebeurtenissen (de steel van het glas), en je eindigt met een opvallende afsluiter (de voet van het glas). Misschien is de boom daarom een beter beeld voor deze structuur.</p>
<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/slideshow2/" rel="attachment wp-att-22894"><img class="alignright size-full wp-image-22894" title="slideshow2" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/slideshow2.jpg" alt="" width="200" height="150" /></a><strong>Slideshow</strong></p>
<p>Bij de structuur van de  interactieve slideshow worden de data in opeenvolgende plaatjes gepresenteerd, waarbij je bij ieder plaatje zelf kunt kiezen voor informatieve uitstapjes. Een voorbeeld hiervan is het <a href="http://www.nytimes.com/interactive/2010/02/02/us/politics/20100201-budget-porcupine-graphic.html">verhaal</a> uit de New York Times waarin de voorspellingen over het begrotingstekort door de overheid worden vergeleken met het werkelijk tekort. De voorspellingen blijken permanent te optimistisch. Per periode kun je kijken welke voorspellingen zijn gedaan en hoe die afweken van wat er werkelijk gebeurde.</p>
<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/winkel/" rel="attachment wp-att-22893"><img class="alignright size-full wp-image-22893" title="winkel" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/winkel.jpg" alt="" width="200" height="150" /></a><strong>Drill-down story</strong></p>
<p>De derde vorm is de drill-down story. Ik weet niet of daar een Nederlandse term voor is, maar het komt erop neer dat je vanaf het begin kunt kiezen welk informatiepad je wilt volgen. Een voorbeeld is het <a href="http://projects.washingtonpost.com/potus-tracker/">schema</a> waarmee de Washington Post laat zien aan welke onderwerpen Obama de afgelopen jaren zijn tijd besteedde. Je kunt een thema kiezen en zien wat daarover is geschreven, of via een tijdsbalk bekijken hoe de aandacht voor de verschillende onderwerpen door de tijd verandert. Je zou hiervoor ook de metafoor van de winkel kunnen gebruiken: je komt binnen en kunt kiezen wat je wilt.</p>
<p><strong>Interactiviteit</strong></p>
<p>De indeling van Segel en Heer is gebaseerd op de vorm van interactiviteit: word je eerst verteld waar het over gaat en kun je daarna je eigen weg kiezen?; wordt het verhaal lineair verteld en kun je onderweg uitstapjes maken?; of kun je van meet af aan je eigen route bepalen? Dat is een praktische indeling die kan helpen bij het ontwerp van een dataverhaal, maar het zegt nog niets over het soort verhaal dat wordt verteld. Welk samenhangende idee zit er achter het verhaal? Welk conflict wordt met deze data verhelderd? Dat soort vragen kun je op basis van deze indeling niet beantwoorden. Toch zou je ook zo&#8217;n indeling moeten kunnen maken. Ik denk bijvoorbeeld aan het scenarioverhaal: een infographic die laat zien welke politieke keuzes tot welke gevolgen leiden.</p>
<p><strong>Verteltechniek</strong></p>
<p>Het artikel van Segel en Heer onderscheidt ook nog zo&#8217;n twintigtal verteltechnieken die bij infographics worden gebruikt. Ze geven onder andere aan hoe je duidelijk kunt maken waar het verhaal begint, hoe je accenten aangeeft, hoe je overgangen kunt maken en hoe je tot interactiviteit kunt aanzetten. Door een groot aantal infographics naast elkaar te leggen en te bekijken van welke verteltechnieken ze gebruik maken, maken Segel en Heer ook duidelijk welke mogelijkheden de makers van infographics laten liggen. Vaak gaat dat om het gebruik van aanwijzingen die duiding geven en je door de tekst kunnen leiden.</p>
<p><strong>Bronnen voor journalistieke infographics</strong><br />
<a href="http://www.smallmeans.com/new-york-times-infographics/">New York Times</a><br />
<a href="http://www.washingtonpost.com/multimedia/infographics">Washington Post</a><br />
<a href="http://www.guardian.co.uk/data">The Guardian</a><br />
Zie ook het aardige inleidende <a href="http://www.guardian.co.uk/news/datablog/2011/jul/28/data-journalism">artikel</a> over journalistieke infographics van The Guardian</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/soorten-storytelling-met-data/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inzicht in spel met de media van publiek belang</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/inzicht-in-spel-met-de-media-van-publiek-belang/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/inzicht-in-spel-met-de-media-van-publiek-belang/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 16:35:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tino Wallaart</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gevaarlijk spel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22880</guid>
		<description><![CDATA[De komende maanden laten we op Gevaarlijk Spel een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met metajournalistiek. Wat we daaronder verstaan schreven we vorige maand. Deze week reageert Tino Wallaart, onder meer oud-woordvoerder van milieu-minister Jacqueline Cramer. Volgens hem kan metajournalistiek ook zonder vooringenomenheid jegens voorlichters bedreven worden. Vanwaar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>De komende maanden laten we op Gevaarlijk Spel een aantal experts aan het woord over de aanbevelingen uit het onderzoek, te beginnen met metajournalistiek. Wat we daaronder verstaan schreven we <a href="http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/metajournalistiek-haalt-voorlichter-uit-de-schaduw/">vorige maand</a>. Deze week reageert Tino Wallaart, onder meer oud-woordvoerder van milieu-minister Jacqueline Cramer. Volgens hem kan metajournalistiek ook zonder vooringenomenheid jegens voorlichters bedreven worden.</em></p>
<p>Vanwaar toch weer die tegenstelling van Starwars? Journalisten presenteren het opkomende genre metajournalistiek als een middel voor het Goede om zich te revancheren op het verdorven volk van voorlichters, spindoctors en andere mannetjesmakers. Mediaonderzoekers Mirjam Prenger en Leendert van der Valk lijken zich er ook aan te bezondigen. ‘De pr- en communicatiesector’, zo constateren zij in <a href="http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/metajournalistiek-haalt-voorlichter-uit-de-schaduw/">een bijdrage</a> aan deze website, ‘is de laatste twee decennia zienderogen geprofessionaliseerd. Daar moet de Nederlandse journalistiek iets tegenover stellen.’ Journalisten de jedi’s – voorlichters <em>the Dark Side</em>.</p>
<p><a href="http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/inzicht-in-spel-met-de-media-van-publiek-belang/">Lees verder op Gevaarlijk Spel.</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/inzicht-in-spel-met-de-media-van-publiek-belang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>“Doel van innovaties is behoud van de band met onze lezers”</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/doel-van-onze-innovaties-is-het-behouden-van-de-band-met-onze-lezers/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/doel-van-onze-innovaties-is-het-behouden-van-de-band-met-onze-lezers/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 13:59:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tessa Cuperus</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interview]]></category>
		<category><![CDATA[Hans Snijder]]></category>
		<category><![CDATA[innovatie]]></category>
		<category><![CDATA[iPad-app]]></category>
		<category><![CDATA[Leeuwarder Courant]]></category>
		<category><![CDATA[social media]]></category>
		<category><![CDATA[sociale media]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22826</guid>
		<description><![CDATA[Sinds het aantreden van hoofdredacteur Hans Snijder in 2009, investeert de Leeuwarder Courant (LC) veel in digitale innovatie. Het ontwikkelen van applicaties voor iPad, iPhone en Android-toestellen gebeurt aan de lopende band. “We verdienen er nu nog geen bakken met geld mee en het kan mislukken, maar op de redactie ontstaat wel een sfeer van vernieuwing.”]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/doel-van-onze-innovaties-is-het-behouden-van-de-band-met-onze-lezers/rsz_1hans_snijder_lc/" rel="attachment wp-att-22844"><img class="alignleft size-full wp-image-22844" title="rsz_1hans_snijder_lc" src="http://static.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2012/01/rsz_1hans_snijder_lc.jpg" alt="" width="250" height="185" /></a><em>Sinds het aantreden van hoofdredacteur Hans Snijder in 2009, investeert de Leeuwarder Courant (LC) veel in digitale innovatie. Het ontwikkelen van applicaties voor iPad, iPhone en Android-toestellen gebeurt aan de lopende band. “We verdienen er nu nog geen bakken met geld mee en het kan mislukken, maar op de redactie ontstaat wel een sfeer van vernieuwing.”</em></p>
<p>De <a href="http://www.lc.nl/ipad/">iPad-applicatie</a> is een van de paradepaardjes van de Leeuwarder Courant; Snijder is trots op het product dat zijn krant heeft ontwikkeld. “Het grote verschil met andere kranten is dat we voor de <a href="http://itunes.apple.com/nl/app/lc-hd/id417222332?mt=8">iPad</a> een applicatie hebben gemaakt die dat doet wat je van een app verwacht. Tegelijk met het nieuws lezen, kun je radio luisteren met LC-nieuws en natuurlijk video’s bekijken, feedback geven en doorklikken naar de website.”</p>
<p>Maar de app biedt meer. “Bij eigen artikelen worden zo mogelijk ongeveer vijf foto’s extra geplaatst en je wordt de hele dag door op de hoogte gehouden. Alles wat ’s avonds wordt klaargezet voor de krant, heb je ’s ochtends al op je iPad (de <em>Leeuwarder Courant </em>is een middagkrant, red.). Wij wilden geen papieren krant op een tablet namaken.” Er zijn overigens nog wel enkele technische beperkingen. Zo worden overlijdensberichten en bepaalde sportuitslagen nog niet weergegeven.</p>
<p><strong>Persinnovatie</strong></p>
<p>De <a href="http://www.stimuleringsfondspers.nl/Internet/Subsidie/Bestuursbesluiten/Id/932/Besluit/Bestuursbesluit/Jaar/2011/Lightbox/page.aspx/978">subsidie</a> die de Leeuwarder Courant ontvangt van het Stimuleringsfonds voor de Pers, is bestemd voor het doorontwikkelen van de iPad-app. Daarnaast wordt gekeken hoe redacteuren het beste kunnen werken met nieuwe technische mogelijkheden. Het is de bedoeling dat de bevindingen met andere regionale en lokale media worden gedeeld.</p>
<p>Rond de zomer wordt de tweede versie van de iPad-app verwacht. De lay-out en indeling worden vernieuwd. Ook wil Snijder in de tweede versie van de applicatie de navigatie verbeteren. De huidige vorm van de app biedt nog te weinig mogelijkheden om het belangrijkste nieuws helder te presenteren, zoals dat wel in de papieren krant gebeurt. Het is de bedoeling dat deze nieuwe versie ook met een kleine aanpassing op Android-tablets kan draaien.</p>
<p>Daarnaast worden de momenten onderzocht waarop het apparaat het best bijgewerkt kan worden. Hierbij speelt ook de interactie met lezers een rol. “Als blijkt dat mensen vooral ’s ochtends, ’s avonds op de bank en in het weekend hun iPad lezen, zou je vooral in het weekend voor aanbod moet zorgen. Daar kun je de redactie op inrichten.”</p>
<p><strong>Vernieuwde werkwijze</strong></p>
<p>Snijder is overtuigd van een nieuwe manier van werken die <em>digital first</em> wordt genoemd. Hij maakt daarbij onderscheid tussen snel en langzaam nieuws. Het snelle nieuws krijgt voorrang. Dat wordt gebracht via de digitale kanalen, de applicaties voor mobiele telefoons, social media, Twitter, de (mobiele) website en de iPad. Het ‘langzame’ en uitgebreidere nieuws komt in de krant.</p>
<p>“Ik geloof niet in een centrale tafel waar het nieuws binnenkomt en dan verspreid wordt. Als ergens een dijk doorbreekt, moet dat meteen online gemeld worden. Voor berichtgeving op internet is het centraal verdelen van nieuws te traag. Een redacteur die binnenkomt werkt daarom eerst de mobiele apps en iPad bij en kijkt daarna pas naar de krant”, aldus Snijder. “Het is ook de functie van een dagblad om nadrukkelijker keuzes te maken en de journalist te laten nadenken over de toegevoegde waarde van het nieuws voor de krant.”</p>
<p><strong>De redactie van morgen</strong><br />
Een analyse zal met de nieuwe aanpak dus de krant halen, terwijl digitale kanalen het snelle nieuws permanent brengen. “We hoeven niet de deadline van de krant op te rekken voor het laatste nieuws, daar is de site voor. Ik heb liever dat een goede krant op tijd bezorgd wordt.”</p>
<p>En dus  twitteren freelancers en redacteuren de sportuitslagen van amateurwedstrijden in het weekend en zorgt de maandagkrant voor verslagen van de interessantste sportwedstrijden. “Dat is de charme van de nieuwsredactie van morgen: in de chaos van het nieuws richting geven op de manier waar het medium om vraagt.”</p>
<p>Een voorbeeld geeft Snijder aan de hand van het proces van Sietske H. uit het Friese Nij Beets. De <a href="http://www.lc.nl/friesland/regio/article14388373.ece/OM-eist-opnieuw-12-jaar-cel-tegen-Sietske-H.">rechtszaak</a> tegen de vrouw die vier baby’s vlak na hun geboorte zou hebben gedood is belangrijk voor de <em>Leeuwarder Courant</em>. In de nieuwe werkwijze is het volgens Snijder de bedoeling dat een dergelijke zaak door twee redacteuren wordt gevolgd. “Eén van hen zal dan verantwoordelijk zijn voor het snelle nieuws op de website en iPad en berichten via Twitter verzenden. De andere zit in de zaal om met meer afstand een artikel voor de krant te schrijven.”</p>
<p>Snijder gelooft niet dat de snelheid waar de nieuwe media om vragen ten koste gaat van de kwaliteit van het nieuws. “Lezers straffen redacteuren gelijk af als er fouten in een bericht staan.”</p>
<p><strong>Betalen voor nieuws</strong></p>
<p>Met het geld van het Stimuleringsfonds wordt ook gekeken naar de beste manier om geld te verdienen. De applicaties voor smartphones zijn gratis, maar de iPad-app is alleen te downloaden in de vorm van een abonnement. Dat kost € 11,99 per maand. “Nieuws is niet gratis. Daar moet je voor betalen, maar dat betekent ook dat je als iPad-lezer vanzelfsprekend dezelfde artikelen kunt lezen als die in de krant staan.”</p>
<p>“Het huidige verdienmodel met alleen een papieren uitgave is zoek”, vindt Snijder. Hij is zich er dan ook van bewust dat de iPad-applicatie nog in de kinderschoenen staat en momenteel meer heeft gekost dan eraan verdiend wordt. De zevenhonderd mensen die een maandabonnement hebben op de iPad of website zorgen dan ook voor een geringe vorm van inkomsten. De applicaties voor iPhone en Android-telefoons zijn vaker gedownload, respectievelijk 18.000 keer sinds februari 2010 en 5.700 keer sinds november 2011.</p>
<p><strong>Adverteerders verleiden</strong></p>
<p>Wat geldt voor de <em>Leeuwarder Courant</em>, geldt ook voor de rest van de dagbladwereld. “We zijn in een overgangsfase. Feit is dat de oplages van kranten dalen. Wij moeten ervoor zorgen dat we op de andere podia een stijgende lijn ontstaat. In kranten wordt bijvoorbeeld minder geadverteerd, maar de bereidheid van adverteerders is er nog steeds. Wij moeten daarom ook kijken hoe we bedrijven kunnen verleiden.” Door de combinatie van krant, radio en applicaties denkt Snijder de adverteerder aan te spreken.</p>
<p>Dat alle initiatieven niet meteen geld opleveren, vindt Snijder geen probleem. “Volgens mij moet je met dit soort ontwikkelingen niet direct tonnen willen verdienen. Wat het aantrekkelijk maakt voor deze tijd is dat je aan het pionieren bent, dat je kijkt waar de mogelijkheden liggen, ook wat betreft de grenzen van de redactie, en dat je zowel de lezer als de adverteerder daarin meeneemt.”</p>
<p><strong>Band met lezers</strong></p>
<p>“Als nieuwe producten eenmaal geïntroduceerd zijn, moet je daarom blijven kijken hoe je het kunt verbeteren”, zegt Snijder enthousiast. Je moet heel specifiek voor je eigen lezers iets maken dat ze met andere lezers kunnen delen.” Want dat is het doel van deze innovaties: ervoor zorgen dat de lezer een band met de krant krijgt en behoudt.</p>
<p>De nieuwste ontwikkeling van de krant, de <a href="http://www.lc.nl/review/">LC Review App</a>, is hier een voorbeeld van. Deze applicatie maakt het mogelijk dat lezers van de Leeuwarder Courant elkaar kunnen informeren over film-, theater- en muziekfestivals. Achter deze applicatie zit een bredere crossmediale denkwijze. Recensies van lezers kunnen weer nieuwe inhoud opleveren voor de krant en tablets. “Zo zijn er tal van toepassingen waarbij we onze lezers kunnen betrekken met de keuzes die wij als redactie maken.” De Review App is hier een voorbeeld van.</p>
<p>Met een kleine aanpassing is dezelfde app <a href="http://www.dvhn.nl/nieuws/cultuur/article8716121.ece/Zelf-recensies-Eurosonic-Noorderslag-maken-met-DvhN-review-app">gepersonaliseerd</a> voor de andere krant van uitgever NDC mediagroep, het Dagblad van het Noorden. Vorig weekend was de app voor het eerst te gebruiken tijdens het Groningse muziekfestival Eurosonic/Noorderslag. Het is de bedoeling dat deze applicatie doorontwikkeld wordt, zodat tijdens het Oerolfestival op Terschelling in juni Oerolbezoekers voor elkaar voorstellingen kunnen recenseren.</p>
<p>Als regionaal dagblad heeft de Leeuwarder Courant traditioneel al een nauwe band met de abonnees. Via Twitter, Facebook en Flickr worden de lezers meer dan ooit actief bij de krant betrokken.</p>
<p><strong>Waardering</strong></p>
<p>De hoofdredacteur geeft aan dat zijn ideeën wat betreft applicaties, social media en vernieuwde werkwijze niet direct vernieuwend zijn. “Het is helemaal niet zo revolutionair, maar we proberen wel op consistente wijze de mogelijkheden van de diverse podia te benutten en vooral aan elkaar te koppelen.”</p>
<p>Dat het af een toe niet helemaal niet lukt, is niet erg. “Je verdient er misschien nu nog geen bakken met geld mee en iets kan mislukken, maar op de redactie ontstaat een sfeer van vernieuwing en lezers kunnen het wel waarderen dat we behalve met de krant ook met andere dingen bezig zijn.”</p>
<p><em>Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met en is ook gepubliceerd op <a href="http://www.persinnovatie.nl/page/4584/nl">Persinnovatie.nl</a>.</em></p>
<p><object width="400" height="300" classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="flashvars" value="offsite=true&amp;lang=en-us&amp;page_show_url=%2Fphotos%2Fleeuwardercourant%2Fsets%2F72157625776657889%2Fshow%2F&amp;page_show_back_url=%2Fphotos%2Fleeuwardercourant%2Fsets%2F72157625776657889%2F&amp;set_id=72157625776657889&amp;jump_to=" /><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="src" value="http://www.flickr.com/apps/slideshow/show.swf?v=109615" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed width="400" height="300" type="application/x-shockwave-flash" src="http://www.flickr.com/apps/slideshow/show.swf?v=109615" flashvars="offsite=true&amp;lang=en-us&amp;page_show_url=%2Fphotos%2Fleeuwardercourant%2Fsets%2F72157625776657889%2Fshow%2F&amp;page_show_back_url=%2Fphotos%2Fleeuwardercourant%2Fsets%2F72157625776657889%2F&amp;set_id=72157625776657889&amp;jump_to=" allowFullScreen="true" allowfullscreen="true" /></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/doel-van-onze-innovaties-is-het-behouden-van-de-band-met-onze-lezers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>RTL maakt ‘nieuwe krant’ in appvorm</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/rtl-maakt-nieuwe-krant-in-appvorm/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/rtl-maakt-nieuwe-krant-in-appvorm/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Jan 2012 14:29:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Herwin Thole</dc:creator>
				<category><![CDATA[Achtergrond]]></category>
		<category><![CDATA[apps]]></category>
		<category><![CDATA[mobiele applicaties]]></category>
		<category><![CDATA[RTL Boulevard]]></category>
		<category><![CDATA[RTL_Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[RTL_Z]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=22774</guid>
		<description><![CDATA[We gaan een nieuwe krant maken. Met die insteek begon televisiebedrijf RTL met de bouw van een iPad-applicatie. Een jaar later is RTL Nieuws 365 klaar. Het resultaat ziet er fantastisch uit, maar trapt RTL in dezelfde val als De Pers? “Het is ons enorm tegengevallen hoelang het duurde om deze app te ontwikkelen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>We gaan een nieuwe krant maken. Met die insteek begon televisiebedrijf RTL met de bouw van een iPad-applicatie. Een jaar later is RTL Nieuws 365 klaar. Het resultaat ziet er fantastisch uit, maar trapt RTL in dezelfde val als De Pers?</strong><span id="more-22774"></span></p>
<p>“Het is ons enorm tegengevallen hoelang het duurde om deze app te ontwikkelen en hoeveel geld daarmee is gemoeid”, vertelt hoofdredacteur <a href="http://www.rtl.nl/(/actueel/rtlnieuws/)/components/actueel/rtlnieuws/site_breed/service/hoofdredactie_harm_taselaar.xml" target="_blank">Harm Taselaar</a> tijdens de presentatie van de app. Acht mensen hadden zich hiervoor aangemeld.</p>
<p>In het RTL-gebouw op het Mediapark werden ze vorige week bijgepraat door onder meer Taselaar, adjunct <a href="http://www.rtl.nl/(/actueel/rtlnieuws/)/components/actueel/rtlnieuws/site_breed/service/hoofdredactie_marc_schreuder.xml" target="_blank">Marc Schreuder</a> en directeur digital <a href="https://twitter.com/#!/arno73" target="_blank">Arno Otto</a> over de nieuwe app RTL Nieuws 365. Die is <a href="http://www.rtl.nl/%28/actueel/rtlnieuws/%29/components/actueel/rtlnieuws/2012/01_januari/18/e-news/RTL_Nieuws_iPad_app_vanaf_morgen_te_downloaden.xml" target="_blank">vanaf donderdag</a> gratis te downloaden in de App Store van Apple. RTL mikt op 150.000 downloads binnen een jaar.</p>
<p><strong>Tabletervaring dichter bij tv</strong><br />
RTL beschikt momenteel niet over nieuwsapps voor smartphones. Waarom dan wel de keuze voor een iPad-applicatie? Omdat de tabletervaring dichter bij televisie ligt, aldus Otto.</p>
<p>Een tablet is visueler en video is makkelijker te bekijken dan op een smartphone. Otto: “Een tablet biedt een nieuwe kans om content op een andere manier te presenteren.” Het medium televisie heeft bovendien geen last van de komst van het internet.</p>
<p><strong>Mop van de dag</strong><br />
Met de app wil RTL gespreksonderwerpen leveren voor mensen zodat datgene wat RTL te bieden heeft langer blijft hangen. Volgens Otto praten mensen graag over nieuws, sport en het weer. Die onderdelen zijn dan ook te vinden in RTL Nieuws 365.</p>
<p>Maar er is veel meer. Zo bevat de app een dagelijks ververst magazine, een exclusieve column van nieuwslezer Rick Nieman, beurskoersen, het dier van de dag, een roddelpagina van Albert Verlinde en de livefeed van RTLZ (andere RTL-programma’s ontbreken). Speciale aandacht was er bij de presentatie voor het geesteskind van Taselaar: de mop van de dag. Dagelijks kunnen lezers een video insturen waarin ze een mop vertellen. Elke week wordt een winnaar gekozen die wordt beloond met een <a href="http://www.flickr.com/photos/bartkoophenzen/4196509463/" target="_blank">Jan de Hoop-mok</a>. Hetzelfde geldt trouwens voor het dier van de dag.</p>
<p><strong>Adverteerders</strong><br />
De doelgroep waar RTL op mikt is 25-55 jaar. Niet tot en met 49 jaar zoals gebruikelijk, ook een deel van de 50+-markt moet veroverd worden.</p>
<p>De app moet op drie manieren geld opleveren. Ten eerste krijgen lezers advertenties te zien, bijvoorbeeld tussen het swipen door verschillende secties en artikelen. Ook prerolls in video’s brengen geld in het laatje. Gesponsorde content is een derde manier, waarbij volgens Taselaar duidelijk moet staan aangegeven dat het om een advertorial gaat.</p>
<p><strong>Opknippen in losse apps</strong><br />
RTL wilde een nieuwe krant maken en dat lijkt te zijn gelukt, inclusief rubrieken en bijlagen. RTL Nieuws 365 is een verzamelbak van bijna alles wat RTL te bieden heeft. De vraag is of dat de juiste keuze is.</p>
<p>Misschien dat een losse app voor bijvoorbeeld RTL Boulevard meer lezers oplevert. De naam van Boulevard is nu niet in de App Store te vinden. Schreuder geeft aan dat hier wel over na is gedacht, maar dat hier uiteindelijk niet voor is gekozen.</p>
<p><strong>Exclusieve content voor de app</strong><br />
Ook bij het aanbieden van exclusieve content in een gratis app kunnen vraagtekens worden geplaatst. De columns van Rick Nieman zijn alleen te lezen voor mensen met een iPad. Daarmee sluit je een hoop mensen uit. Het delen via sociale media vanuit de app is ook lastig. Omdat de content alleen in de app te vinden is, kan er niet naar gelinkt worden, iets waar <a href="http://bits.blogs.nytimes.com/2011/02/03/the-daily-readers-no-ipad-no-problem/" target="_blank">The Daily van Rupert Murdoch</a> en de <a href="http://gigaom.com/2010/10/09/too-many-magazine-apps-are-still-walled-gardens/" target="_blank">iPad-app van Wired</a> ook mee worstelden. Schreuder zegt dat in de toekomst de content van de app wellicht ook op het web te vinden is.</p>
<p>Het aantal lezers en het delen is bij voorbaat dus beperkt. En dat terwijl het verdienmodel juist draait om het verkopen van advertenties op basis van het aantal lezers. Aan de andere kant kun je beargumenteren dat de gebruikers van de app een sterkere binding met het merk hebben.</p>
<p><strong>Apart cms</strong><br />
Aan de redactionele kant heeft de iPad-app ook gevolgen. Een redacteur, een eindredacteur, een beeldredacteur en een <a href="https://twitter.com/#!/APleijter/status/159578717356695553" target="_blank">producer</a> houden zich fulltime bezig met de inhoud van RTL Nieuws 365.</p>
<p>De redacteuren gebruiken daarvoor een cms dat speciaal voor de iPad-app is opgezet. Content van de website komt automatisch binnen in dat cms waarna de redacteur de puntjes op de i zet.</p>
<p><strong>Backend veel belangrijker</strong><br />
Volgens Schreuder zijn er op de nieuwsredactie nu drie cms’en in gebruik. Daarmee lijkt RTL in dezelfde val te trappen als De Pers bij het iPers-project. Ook daar werd in het begin vooral gefocust op de presentatie van het nieuws aan de lezer.</p>
<p>Hoofdredacteur Jan-Jaap Heij van De Pers zette begin januari de <a href="http://www.persinnovatie.nl/page/4496/nl" target="_blank">lessen van het project</a> op een rij. De belangrijkste: het inrichten van de backend is veel belangrijker dan hoe het er aan de voorkant uitziet. Om content op verschillende platformen en in verschillende vormen aan te bieden is een flexibele backend en een simpele workflow een must. Iets dat Roeland Stekelenburg, voormalig hoofd nieuwe media bij de NOS, <a href="https://twitter.com/#!/stekel/status/159745348087185410" target="_blank">beaamt</a>.</p>
<p><strong>Android</strong><br />
Schreuder erkent dat gaandeweg de ontwikkeling van de app twijfels ontstonden of het bouwen van één afzonderlijke iPad-app de juiste manier is. Maar het huidige project was al in volle gang en er is besloten om dat af te maken.</p>
<p>Binnen enkele maanden wil RTL een vergelijkbare app voor Android presenteren. Ik ben benieuwd of ze bij het ontwikkelen daarvan dezelfde obstakels tegenkomen als De Pers.</p>
<p><strong>Update</strong>: Tweet van Roeland Stekelenburg toegevoegd.<br />
<strong>Update 2</strong>: Niet drie maar vier redacteuren houden zich bezig met de app. Naast een redacteur, een eindredacteur en een beeldredacteur ook nog een <a href="https://twitter.com/#!/APleijter/status/159578717356695553" target="_blank">producer</a>.</p>
<p><em>Screenshots van de nieuwe app van RTL.</em><br />
<object width="500" height="334" classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="https://picasaweb.google.com/s/c/bin/slideshow.swf" /><param name="flashvars" value="host=picasaweb.google.com&amp;noautoplay=1&amp;hl=nl&amp;feat=flashalbum&amp;RGB=0x000000&amp;feed=https%3A%2F%2Fpicasaweb.google.com%2Fdata%2Ffeed%2Fapi%2Fuser%2Fherwinthole%2Falbumid%2F5698963458605299153%3Falt%3Drss%26kind%3Dphoto%26hl%3Dnl" /><param name="pluginspage" value="http://www.macromedia.com/go/getflashplayer" /><embed width="500" height="334" type="application/x-shockwave-flash" src="https://picasaweb.google.com/s/c/bin/slideshow.swf" flashvars="host=picasaweb.google.com&amp;noautoplay=1&amp;hl=nl&amp;feat=flashalbum&amp;RGB=0x000000&amp;feed=https%3A%2F%2Fpicasaweb.google.com%2Fdata%2Ffeed%2Fapi%2Fuser%2Fherwinthole%2Falbumid%2F5698963458605299153%3Falt%3Drss%26kind%3Dphoto%26hl%3Dnl" pluginspage="http://www.macromedia.com/go/getflashplayer" /></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2012/01/rtl-maakt-nieuwe-krant-in-appvorm/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Page Caching using disk: enhanced
Content Delivery Network via static.denieuwereporter.nl

Served from: www.denieuwereporter.nl @ 2012-02-08 18:47:42 -->
