Jeroen Mirck
Werk/activiteiten: redacteur Adformatie (en Adfoblog)
(1) Paul Molenaar (directeur Ilse Media): “Vergeet alles wat met klassieke journalistiek te maken heeft. Er is toekomst voor journalistiek die met passie wordt gemaakt. De informatiebehoefte wordt steeds meer bevredigd door partijen die passie voor een onderwerp hebben.”
Gedeeltelijk mee eens
Nieuwe journalistiek wordt graag gelijkgesteld aan passie. Die passie is absoluut belangrijk, maar kan niet zonder een goede dosis expertise en kritisch vermogen. Veel nieuwsbloggers vervallen te vaak in stille (of al te luidruchtige) adoratie. Zo is de berichtgeving over Google verre van kritisch, zeker in de community van marketingbloggers. Online journalisten moeten aan wederhoor blijven doen en kritische vragen blijven stellen. Niet alles voor de ‘kijkcijfers’…
(2) Jean-Louis Missika (mediadeskundige Frankrijk): “De televisie is onder onze ogen aan het verdwijnen, zonder dat we ons er helemaal van bewust zijn. Ze verdrinkt in een oceaan van schermen, pc-monitoren en mobieltjes, explodeert in ultra-thematische kanalen, video-on-demand, podcasts, blogs en vlogs. We betreden een wereld van alomaanwezige beelden maar afwezige media.”
Gedeeltelijk mee eens
Het tv-medium verdwijnt niet volledig. Wel komen er die door Missika genoemde alternatieven. Maar er spreekt ook een overschatting van het publiek uit zijn woorden: veel mensen willen gewoon het gemak van die simpele kijkbuis in de woonkamer die je om zeven uur ’s avonds aanzet. Er is zoveel keuze dat men de keuze graag aan de omroepen laat. Ook die mensen blijven bestaan.
(3) Kees Spaan (voorzitter Nederlandse Dagblad Pers) op de vraag of de grote massa straks doordeweeks een gratis krant leest en alleen in het weekend een betaalde krant): “Ja hoor, dat zie ik wel komen.”
Helemaal mee eens
(4) Hans Wansink (redacteur de Volkskrant) en Warna Oosterbaan (redacteur NRC Handelsblad): “Er moeten weer kranten komen die zich concentreren op hun kerntaken: nieuws en achtergronden. Er zijn (daarbij) drie zwaartepunten: politiek, economie en cultuur.”
Gedeeltelijk mee eens
Kranten moeten ieder hun niche kiezen. NRC.next doet dat, FD is economie, AD is sport en regio… andere kranten willen alles blijven coveren. Maar er zijn meer zwaartepunten denkbaar dan de hierboven genoemde. En er is wel degelijk behoefte aan opinie in kranten. Steeds meer zelfs, omdat de tv al het ‘platte’ nieuws brengt.
(5) Maarten Reijnders (eindredacteur De Nieuwe Reporter): “Het geld dat je kunt verdienen met de verkoop van advertenties bij gratis online journalistieke content, is meer dan wat je kunt verdienen met de verkoop van online journalistieke content.”
Helemaal mee eens
In hoge uitzondering zijn er media die ueberhaupt geld kunnen vragen voor online content. Qua advertenties is er online een veelvoud te verdienen (al gebeurt dat nog te weinig).
(6) Michiel Maas (Cobouw, Sargasso): “Het zelf starten van lezers-weblogs, zoals de Volkskrant doet, voegt niets toe. De krant als medium bestaat al eeuwen, en de waarde ervan staat nog steeds als een huis, afnemende abonnementen ten spijt. Toegankelijke media als radio en televisie hebben dat in het verleden niet verminderd. Het is een gebrek aan zelfvertrouwen om te denken dat weblogs dat wel zouden doen.”
Gedeeltelijk mee oneens
Volkskrantblog kan nieuwe mensen trekken of de lezer extra interactie bieden. Maar het is inderdaad waar dat de papieren krant er niet wezenlijk veel baat bij heeft. Het past meer in de investeringen die de Volkskrant doet om online een belangrijke nieuwsspeler te worden. Dat zou zelfs kunnen kanibaliseren op de krant, maar slaat wel een weg naar een toekomst waarin online nieuws nog veel belangrijker wordt (en daar ook veel meer geld aan wordt verdiend).
(7) Paul Molenaar: “Uiteindelijk zullen maar 20 procent van de huidige 13 à 14 duizend journalisten in Nederland overblijven.”
Helemaal mee oneens
Molenaar vergeet dat al die (ugc-)nieuwsblogs ook beheerd moeten worden. Dat gaat gebeuren door mensen met een journalistieke achtergrond. Tuurlijk gaan er banen verdwijnen door internet en user-generated content, maar minder dan Molenaar vermoedt.











