NoW-gate ontrolt zich
Langzaam wordt duidelijk dat de ‘hack attack’ van de Britse tabloid News of the World wel eens grotere gevolgen kan hebben dan aanvankelijk gedacht. Vijf jaar geleden ontdekte de Britse koninkllijke familie dat er vreemde dingen gebeurden met hun mobiele telefoons. Ingesproken berichten gaven aan al eens opgeroepen te zijn, terwijl prins Harry en zijn broer William de voicemails nog niet hadden beluisterd. Een onderzoek van Scotland Yard leidde naar royalty-reporter Clive Goodman van News of the World en diens hulp, privé-detective Glenn Mulcaire. De twee hadden de pincodes achterhaald van mobiele telefoons van leden van het koninklijk huis en van honderden andere BB’ers (Bekende Britten). De volgende vraag was klassiek (Watergate): handelde Goodman op eigen houtje of wist de (hoofd)redactie van News of the World ervan af. De krant beweerde het eerste. Maar interviews met ex-redacteuren lijken nu eerder te duiden op het laatste. Bovendien lijkt de werkwijze ook door andere tabloids te zijn toegepast. Enkele beroemdheden die afgeluisterd zijn eisen inmiddels miljoenen ponden van News of the World. De New York Times zet in een artikel de hele kwestie nog eens op een rij in een acht internetpagina’s tellend overzicht.






Onlangs had ik een overleg met een Sloveense collega-onderzoeker. Ze was geïnteresseerd in de totstandkoming van de Nederlandse gedragscode voor journalisten. “Welke gedragscode bedoel je?”, vroeg ik haar. “In Nederland hebben we twee codes: die
Onderstaande tekst werd op 4 juni jl. uitgesproken door Jan Tromp ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de Master Journalistiek en Media (UvA). Tromp is redacteur van de Volkskrant en voormalig adjunct-hoofdredacteur en correspondent in de Verenigde Staten van deze krant.
De vliegramp in Tripoli heeft het
“Romantic involvement with a news source would create the appearance and probably the reality of partiality. Staff members who develop close relationships with people who are likely to figure in coverage they prepare or oversee must disclose those relationships privately to a responsible newsroom manager. In some cases, no further action may be needed. But in other instances staff members may have to recuse themselves from certain coverage. Sometimes assignments may have to be modified or beats changed” (The New York Times Company Policy on Ethics in Journalism 2010).
De stichting MediaDebat streeft ernaar zichzelf op te heffen en op 1 januari 2011 de taken over te dragen aan de Raad voor de Journalistiek. Dat staat – enigszins verborgen – in
Vuilniszakkennieuws, mijn tip voor woord van het jaar. Bij de omschrijving komt vast zoiets als: ‘informatie verkregen uit het doorspitten van vuilniszakken.’ Alexander Pechtold overkwam het, zijn afval werd bestudeerd door Binnenhof, een glossy van HP De Tijd en Weekend. Hij reageerde beschaafd in de Volkskrant: het zou niet moeten mogen. Pechtold: ‘Ik wil journalisten niet over één kam scheren. Dé journalistiek bestaat niet. Maar ik wil een discussie aanzwengelen over de vraag waar de grenzen van de journalistieke vrijheid liggen.’
De ethiek van de journalistiek staat de laatste tijd volop in de belangstelling op opiniepagina’s en in actualiteitenrubrieken. Daar is alle aanleiding toe: de manier waarop sommige media berichtten over de vliegramp in Tripoli, het Ruben-interview van De Telegraaf, de ‘vuilnisbakkenjournalistiek’ van het nieuwe blad Binnenhof en de journalistieke aandacht voor de nieuwe relaties van Jack de Vries en Eva Jinek leidden allemaal tot discussies over het schenden van de persoonlijke levenssfeer door sommige media. Verontwaardiging was er eerder al toen sommige journalisten over de schreef gingen in hun berichtgeving over het vermoorde meisje Milly Boele in Dordrecht.
Kleine kans dat de negenjarige Tilburgse jongen die als enige de vliegtuigramp in Tripoli overleefde, ooit naar de Raad voor de Journalistiek of de rechter zal stappen om zijn beklag te doen over het gedrag van journalisten, in het bijzonder die van De Telegraaf. Het kind heeft – zo lijkt me – wel wat anders aan z’n hoofd en een juridische gang zou alleen maar meer aandacht op zijn persoon vestigen. De Raad voor de Journalistiek zou de zaak niettemin moeten aangrijpen om – eindelijk weer eens – een ambtshalve uitspraak te doen. Niet om te oordelen over De Telegraaf – de krant veegt waarschijnlijk zijn gat af met een uitspraak – maar wel om weer argumenten op een rij te zetten hoe je als journalist in het internettijdperk dient om te gaan met minderjarigen die – tegen hun wil – in het nieuws komen. Te vaak liet de Raad de achterliggende tijd de kans onbenut om een bredere visie neer te leggen. Als de Raad het nu niet doet, verliest het alle geloofwaardigheid.




