Journalisten versus de rest
Als blijkt dat mensen dom worden van internet, als Wikipedia de waarheid verdraait of bloggers als lemmingen achter complotten aanhollen, halen journalisten opgelucht adem. Voor de meeste journalisten is internet een welkome bron van informatie – ze googlen zelf ook en Wikipedia staat bij de favorieten – maar verder is internet een valse profeet, een dwaling, een vijfde colonne.
Het besef dat internet geen bui is die overtrekt, geen gril van geeks, is langzamerhand wel ingedaald, ook bij de meeste journalisten die het vak leerden toen Google nog moest worden uitgevonden. Maar telkens wanneer er berichten verschijnen die de imperfectie van internet aantonen, reageren ze alsof ze een weddenschap hebben gewonnen.
Lees verder.





De NOS had minder aandacht moeten besteden aan de Mexicaanse griep. Het Brabants Dagblad had bij de uitbraak van de Q-koorts harder moeten doorbijten. En Argos had een geplande uitzending over de Q-koorts nooit moeten schrappen omdat het ministerie van Landbouw net die week maatregelen had aangekondigd. De deelnemers aan het
Het is vervelend als je eindelijk de katernen van de krant haalt, maar je naam verkeerd geschreven wordt. Nog vervelender is het als dat gebeurt op de regiopagina’s van je eigen krant. Het overkwam brandweerman Fred Wit vorige maand. Hij werd door het Noordhollands Dagblad omgedoopt in Fred Blus. En hij is niet de enige. FHJ Factcheck controleerde de spelling van namen in zes regionale dagbladen. De teller stond stil bij 228 fouten in 506 artikelen. Daarbij scoorde BN/De Stem het slechtst.
De Volkskrant is al jaren verklaard aanhanger van de theorie dat er door menselijk toedoen, zoals ons enthousiaste autogebruik, sprake is van een klimaatverandering die op termijn alle leven op aarde bedreigt. Als De Telegraaf dan een pro-autocampagne begint onder het motto ‘Laat Nederland rijden’, mag de Volkskrant die niet onweersproken laten. Doet hij dat wel, dan laat hij zijn lezers in de kou staan. Want welk standpunt moeten zij dan geloven? Anders gezegd: ook een kwaliteitskrant mág niet alleen campagnejournalistiek bedrijven, maar móet dat soms zelfs doen. Dat was de stelling die ik in mijn
Internet en de media ondermijnen de wetenschap, beweert Roel Coutinho in zijn
Met zijn stelling ‘Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek’ heeft Jan Blokker, zo blijkt uit de reacties, misschien wel meer gelijk dan hij zelf dacht. De titel van Blokkers bundel met stukken over de media verwijst naar de voorliefde van journalistiek Nederland voor opinies, analyses en meningen – geheel in de traditie van de dominees vanaf de kansel en de onderwijzers voor de klas. Gewoon intelligent uitgezochte en goedgeschreven stukken gaven en geven in belangrijke delen van de gedrukte media geen status genoeg, je moet minstens ‘een column’ hebben, het liefst nog met fotootje. Zie de gênante proliferatie van stukjes, bij voorkeur met leuk fotootje, in de Volkskrant, zoals ook Vrij Nederland en HP De Tijd dat sinds jaren doen.
Nieuws op internet is niet alleen populair omdat het gratis is. Nee, het is ook populairder omdat het vaak bondiger en minder saai is dan de berichten die in de krant verschijnen. Dat betoogt Michael Kinsley in een
Als freelance autodidactisch generalistisch entrepreneur beleefde ik in de herfst van 2008 een ‘eureka-momentje’: ik was lid geworden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en mijn perskaart was onderweg. Het was nog geen ‘dream that came true’, maar de eerste stap was gezet. Ik mocht mijzelf professioneel journalist noemen en als een naïef musje begaf ik mij in de roerige wereld die journalistiek heet.
Journalisten zijn snel tevreden, zeker als het over cijfers gaat. Ze zijn al blij als ze de getallen goed opschrijven, de komma goed neerzetten, en aan het verschil tussen miljoen en miljard denken. Ze vergeten zich af te vragen of de cijfers kunnen kloppen, of ze niet wat concreter kunnen worden gemaakt, en of er niet weer meer reliëf en context bij kan.




