Raad kritisch over berichtgeving vliegramp
Bijna drie maanden geleden stortte een vliegtuig neer in Tripoli. Meer dan honderd passagiers, onder wie zeventig Nederlanders, kwamen om het leven. Het drama veroorzaakte niet alleen groot verdriet, maar ook hevige verontwaardiging vanwege de manier waarop een deel van de media aandacht besteedde aan het ongeluk. Het ging daarbij vooral om het publiceren van beelden van de negenjarige Ruben, de enige overlevende van de ramp, vanuit de ziekenhuiskamer en om een interview met hem op de voorpagina van De Telegraaf en op de website van die krant. Dit leidde tot een storm van protesten en oproepen om het abonnement op die krant op te zeggen.
Lees verder.






Onlangs had ik een overleg met een Sloveense collega-onderzoeker. Ze was geïnteresseerd in de totstandkoming van de Nederlandse gedragscode voor journalisten. “Welke gedragscode bedoel je?”, vroeg ik haar. “In Nederland hebben we twee codes: die
De journalist is een altijd dronken, opdringerige, slecht geklede held die zich zijn brutaliteit kan veroorloven zolang hij uiteindelijk the good guy is. Hij mag, althans in de Hollywoodfilms die zijn imago goeddeels bepaalden, volop liegen en bedriegen, stelen en omkopen en elke ethische code aan zijn laars lappen zolang hij dat niet doet voor zijn eigen ego maar om een nog grotere schurk te ontmaskeren.
De ethiek van de journalistiek staat de laatste tijd volop in de belangstelling op opiniepagina’s en in actualiteitenrubrieken. Daar is alle aanleiding toe: de manier waarop sommige media berichtten over de vliegramp in Tripoli, het Ruben-interview van De Telegraaf, de ‘vuilnisbakkenjournalistiek’ van het nieuwe blad Binnenhof en de journalistieke aandacht voor de nieuwe relaties van Jack de Vries en Eva Jinek leidden allemaal tot discussies over het schenden van de persoonlijke levenssfeer door sommige media. Verontwaardiging was er eerder al toen sommige journalisten over de schreef gingen in hun berichtgeving over het vermoorde meisje Milly Boele in Dordrecht.
Kleine kans dat de negenjarige Tilburgse jongen die als enige de vliegtuigramp in Tripoli overleefde, ooit naar de Raad voor de Journalistiek of de rechter zal stappen om zijn beklag te doen over het gedrag van journalisten, in het bijzonder die van De Telegraaf. Het kind heeft – zo lijkt me – wel wat anders aan z’n hoofd en een juridische gang zou alleen maar meer aandacht op zijn persoon vestigen. De Raad voor de Journalistiek zou de zaak niettemin moeten aangrijpen om – eindelijk weer eens – een ambtshalve uitspraak te doen. Niet om te oordelen over De Telegraaf – de krant veegt waarschijnlijk zijn gat af met een uitspraak – maar wel om weer argumenten op een rij te zetten hoe je als journalist in het internettijdperk dient om te gaan met minderjarigen die – tegen hun wil – in het nieuws komen. Te vaak liet de Raad de achterliggende tijd de kans onbenut om een bredere visie neer te leggen. Als de Raad het nu niet doet, verliest het alle geloofwaardigheid.
Het was dat Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en lid van de Raad van de Journalistiek, maandagavond aanwezig was bij het VVOJ-café over de toelaatbaarheid van het opnemen van telefoongesprekken door journalisten, want anders was het een saaie discussie geworden. De aanwezige journalisten waren zonder uitzondering voor de mogelijkheid om zonder het te zeggen telefoongesprekken te kunnen opnemen. Alleen Blanken had twijfels.
Het wordt in de toekomst mogelijk om tegen een uitspraak van de Raad voor de Journalistiek in beroep te gaan. “Het hoger beroep zit eraan te komen”, vertelde Henk Blanken, lid van de Raad voor de Journalistiek, maandagavond tijdens een door de VVOJ georganiseerd
Mag een journalist zonder het te zeggen een telefoongesprek opnemen? De Raad voor de Journalistiek worstelt met die vraag, nu blijkt dat veel onderzoeksjournalisten geen been zien in heimelijke opnames. Waarom houdt de Raad vast aan het beginsel dat journalisten met open vizier horen te handelen?




