Not wrong for long
Terwijl Washington zich voorbereidt op de ergste sneeuwstorm sinds 1922 wacht ik in de hal van de Washington Post op Andrew Alexander, de Ombudsman van de krant. Samen met Clark Hoyt, lezersredacteur van de New York Times, is Alexander de meest ervaren man in dit werk. Hij stelt voor naar een koffiehuis te gaan, omdat hij anders voortdurend wordt onderbroken door de telefoon. ‘It is a killer of a job,’ valt hij met de deur in huis. Per week ontvangt hij 1200 e-mails. Ongeveer de helft is niet serieus. Dat zijn scheldkanonnades of er is geen touw aan vast te knopen. Dan heb je 400 tot 500 lezers die niet echt een klacht hebben, maar een opmerking of een adhesiebetuiging. Alexander stuurt hen een bedankje. Zo’n 80 tot 90 berichten per week bevatten klachten over redactionele fouten, die uitgezocht moeten worden. ‘Ik heb nog nooit zo’n drukke baan gehad. Als Ombudsman ben ik 75 uur per week bezig.’
Lees verder.





Toen er begin november een schietpartij plaatsvond op een legerbasis in Texas dacht menigeen dat 
De Washington Post heeft de eigen medewerkers een aantal regels opgelegd voor het gebruik van sociale media. De belangrijkste regel is dat medewerkers van de krant 24 uur per dag de krant vertegenwoordigen. Er kan dus geen sprake zijn dat iemand in zijn vrije tijd standpunten innneemt die in strijd zouden kunnen zijn met het belang van de krant. De regels komen nadat redacteur Raju Narisetti ‘persoonlijke observaties’ had gedeeld met zijn 90 ‘followers’ op Twitter. Hij is inmddels gestopt met twitteren, aldus een
Het gaat niet goed met de Washington Post. De krant lijdt verlies en heeft net als andere dagbladen in de Verenigde Staten te kampen met weglopende lezers en adverteerders. Toch zit de Washington Post in een unieke positie om de krantencrisis goed te door te komen, schrijft Michael Wolff in een lezenswaardig
Als internetjournalist van het eerste uur introduceerde
“Als The Post over tien jaar nog in deze business actief wil zijn, moeten we nu innoveren”, stelt Henry Tam van de Washington Post. Hij gelooft in hyperlokale nieuwssites met informatie over de ontwikkeling van de huizenprijzen per straat, een artikel over het afstudeerfeest van een high school of een wedstrijdverslag van het plaatselijke basketbalteam.




