Hoe gaat het Nederlandse medialandschap van de toekomst eruit zien? Welke mogelijkheden en bedreigingen wachten de Nederlandse journalistiek? De Nieuwe Reporter vroeg het zo’n 40 mediadeskundigen. Hieronder deel twee van het verslag van deze peiling.

Het is ondanks de sombere geluiden van gisteren niet alles kommer en kwel op de antwoordformulieren van onze peiling. De respondenten zien in het veranderende medialandschap zeker ook mogelijkheden voor de journalistiek, zowel voor de gevestigde instituties, als voor nieuwkomers.

Deel 1: De traditionele journalistiek wankelt
Deel 2: Nieuwe Media, Nieuwe Kansen
Overzicht alle antwoordformulieren

De meest geuite verwachting is dat er “cross-mediaal” geïntegreerd zal worden. Tekenend is het antwoord van Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes. Op de vraag welke mediavorm de toekomst heeft, vinkt hij de hokjes aan van de multimediale gratis krant op internet en het multimediale internet-aanbod van spelers als Yahoo, Google, MSN, KPN/Planet. Ook bij veel anderen is de gratis multimediale krant op internet favoriet. “Op internet”, schrijft Frank Janssen, “zullen we moeten denken in termen van grote aantallen kleine titels. Deze titels zullen vooral kenmerken vertonen van het aanbod van een gratis multimediale krant, die volgens de principes van collectieve/groepsweblogs (co-creation!) allerlei kleine communities probeert op te bouwen. Afhankelijk van interesses, moment en beschikbare devices wordt er informatie en communicatie op maat geboden.”

Over het waarom van de integratie van tekst, beeld en geluid zegt Bauke Freiburg: “Bewegend beeld zal een steeds belangrijker medium worden voor de overdracht van journalistieke informatie om de simpele reden dat het niet prettig is om lange teksten vanaf een beeldscherm te lezen. Korte teksten in combinatie met gesproken woord en audiovisuele presentaties zullen steeds meer dienen als ‘ingang’ tot een onderwerp.”

Actiever publiek dé trend

De respondenten denken verder dat de journalistiek op drie maatschappelijke trends moet inspelen. Ten eerste op het verlangen van het publiek naar een eigen, actieve inbreng. Die wens wordt door de meeste respondenten – van Broertjes en Van der Kaa tot Steeman, Weegenaar, Wiggers en Van der Zande – als dé bepalende trend op de markt voor journalistieke informatie gezien (Steeman vermoedt dat deze trend een reactie vormt op de steeds grotere greep van commerciële partijen op het nieuws). Daarnaast worden de individualisering en toenemende cultureel-etnische diversiteit als belangwekkende trends genoemd.

Inspelend op die trends hebben journalisten gelegenheid om te sturen en te scheppen. Onderzoeker David Nieborg: “Burgers zullen nieuws willen zien dat zij interessant vinden op het moment dat zij dat willen. Het idee van mass-customisation (het idee van ‘een persoonlijke krant’) zal, mijn inziens, een enorme vlucht nemen.”

Ook trendwatcher Frank Janssen staat stil bij deze mass customisation. “Burgers zullen persoonlijker en meer op maat journalistieke informatie willen ontvangen. Bijvoorbeeld direct in dialoog met een geestverwante journalist, zoals je voorheen voor NRC Handelsblad, de Volkskrant of De Telegraaf koos. Of met je neus bovenop het (virtuele) gesprek dat die journalist en een andere lezer (of zelfs co-creator!) met elkaar hebben.”

Vera Keur, doordenkend in dezelfde richting, voorspelt een verbinding tussen ‘’mobiel” en RSS: “Mensen zullen meer belangstelling krijgen voor individuele verslaggeving door journalisten en mensen die hen aanspreken; met RSS halen ze die berichten eenvoudig binnen, en dankzij de mobiele communicatie doen ze dat waar ze op dat moment ook zijn.” Bas Raijmakers voorspelt dat bewegend beeld via internet in combinatie met RSS voor televisie hetzelfde gaat doen als voor de muziek. Het zal leiden tot “podcast-achtige, op maat gesneden collecties van bewegend beeld, radio en tekst die we gebruiken wanneer we willen. Journalisten en redacties leveren het materiaal hiervoor maar alle anderen met een verhaal ook. De journalistiek krijgt dus concurrentie en moet zich profileren tussen de ‘nieuwkomers’.”

Mobiel en “allways on”

Robert Briel vermoedt dat nieuwe technologieën de lezers en kijkers zullen bijstaan bij het selecteren van voor hen interessante bronnen: “steeds slimmere programme guides of search engines” die mensen helpen bij het vinden van de juiste programma’s, berichten of bronnen. “Dit zullen dynamische gidsen zijn, gebaseerd op een combinatie van eigen voorkeuren (zowel gedreven door eigen input als wel door feitelijk gedrag), die van vrienden en van ‘gelijk gestemden’.”

Samengevat in de woorden van Oscar Kneppers, directeur van TechMedia en uitgever van Bright: “De verdere individualisering en de combinatie “always on”/RSS/Mobile” zullen het komende decennium de grootste invloed op de markt voor journalistieke informatie uitoefenen.”

De journalistiek zal verder moeten accepteren – sommigen vinden zelfs: stimuleren – dat de “individualiserende” en naar eigen inbreng verlangende burgers een deel van het journalistieke werk naar zich toe trekken. Letterlijk: trekken. Paul Aelen, commercieel directeur van Checkit: “Het gaat van push naar pull, van passief naar actief; nieuwe technologieën zorgen ervoor dat niet alleen bedrijven maar ook burgers media gaan maken en zenden.”

Ook congresorganisator en journalist Monique van Dusseldorp voorziet die ontwikkeling: “De veranderende rol van het publiek zal grote invloed hebben: enerzijds de toenemende rol van het publiek in de productie van het nieuws door eigen bijdragen (beeld, video, live reportage), anderzijds de sociaal bepaalde selecties die het maakt van het beschikbare nieuws.” Jeroen Steeman noemt een voorbeeld: “De mogelijkheid om mobiel te bloggen met tekst, foto’s en video leidt tot meer burgerjournalistiek. Bij grote rampen zullen burgers het eerste zijn met nieuws, zij publiceren razendsnel over de laatste ontwikkelingen, sneller dan verslaggevers ter plaatse kunnen zijn.”

Deze actievere houding van het publiek vereist dat journalisten hun houding ten opzichte van het publiek veranderen, meent Natasja van den Berg, Hoofd Politieke Programmering de Balie. ‘Journalisten zullen in toenemende mate verantwoording moeten afleggen voor hun selectie van het nieuws.’

Bloggers samen met uitgevers?

Ervaringsdeskundige Carl Königel, hoofdredacteur van Sargasso.nl, is op dit punt minder optimistisch. “Hoe graag ik ook zou zien”, schrijft hij, “dat interactieve nieuwsvergaring op het internet over tien jaar het populairst is, ik geloof dat het merendeel van de Nederlanders gewoon nog voor de gemakkelijkste (eenrichtings-)weg kiest: tv en radio. Slechts een minderheid zal interesse tonen in interactieve kranten op het internet en collectieve weblogs, hoe goed ze ook zijn…”

Ook Robert Briel heeft zijn reserves. Hij ziet de Woodstock generatie weliswaar met vervroegd pensioen gaan (“zolang het nog kan”’) en het web als publishing platform ontdekken, maar acht niet elke burger even kansrijk in deze combinatie van burgerjournalistiek en traditionele journalistiek: “Het fenomeen self publishing zal slechts een beperkte invloed hebben zolang het een hoog zondag-schrijvers gehalte heeft. Alleen de besten zullen aansluiting vinden bij gerenommeerde uitgevers, zoals nu bijvoorbeeld Emerce al een aantal webloggers heeft geadopteerd. De branding van Emerce geeft ze een zekere mate van autoriteit, Emerce profiteert van het blogger fenomeen.” Webloggers en gevestigde journalistiek zijn in die optiek niet twee partijen die tegenover elkaar staan; ze kunnen elkaar juist vooruit helpen. Webloggers leveren gespecialiseerde informatie, traditionele uitgevers bieden hen een institutioneel podium, en daarmee geloofwaardigheid.

De respondenten identificeren nog een derde belangrijke ontwikkeling: de globalisering. Ook die zal de Nederlandse journalistiek stevig raken, en volgens sommigen is dat niet zo slecht. Reinier Evers, die we graag in zijn beeldende Engels laten spreken: “Sources are becoming completely global, meaning that only truly local news can be done best here in The Netherlands: for everything else, non-Dutch sources will often deliver superior value, just because it’s 6 billion people (participants, experts) out there vs the 16 million here! De Volkskrant, het Journaal: nice for local news, followers when it comes to everything else. And we all have access to the ‘everything else’.”

Opkomst guerillero’s

Niet minder beeldend schetst Hendrik-Jan Schoo zijn vergezicht: “Schaalverkleining volgt, zeker in een internationaal gezien onbeduidende markt als de Nederlandse. Staande legers worden ontbonden, verspreid opererende guerrillero’s nemen bezit van een gefragmenteerde openbaarheid. In de achtergrond neemt de rol van grote internationale nieuwsorganisaties toe.”

De vraag blijft, tot slot, of onze openbaarheid er niet alleen anders maar ook beter op wordt. Terugkijkend op het deel van de media-explosie dat inmiddels achter ons ligt, denken bijna alle respondenten dat de Nederlandse bevolking, door de bank genomen, beter geïnformeerd is geraakt. Maar er klinkt ook scepsis. Frank van Vree signaleert dat het mensen makkelijk wordt gemaakt media intensief te gebruiken en toch het serieuze nieuws te vermijden. Bovendien, zegt hij, het immens populaire medium televisie is voor de overdracht van serieuze informatie een gebrekkig voertuig, zoals al vaak empirisch is aangetoond. Mede om die reden signaleert Van Vree – en hij is niet de enige respondent – een vergroting van de tweedeling in de samenleving waar het gaat om geïnformeerdheid.

In de ogen van Bert Wiggers is dat het vervolg op een al langer lopende trend: “Het aandeel van de journalistiek in de ‘maatschappelijke relevantie’ daalt al jaren, en gaat in de toekomst sneller dalen.” Ook Schoo ziet die ontwikkeling. “Goede ‘general interest’ informatie, de kern van de ‘klassieke openbaarheid’, zal schaarser worden.” Al stelt hij daar een andere ontwikkeling tegenover: “Tegenover dit verlies staat ook winst: bijvoorbeeld ‘globalisering’ van het informatie-regime en een groter ‘special interest aanbod.”

Geloofwaardigheidscrisis

Kijkend naar de toekomst ziet Carel Kuyl een geloofwaardigheidscrisis naderen. “Met de opkomst van internet als primaire informatiebron”, schrijft hij, “wordt de vraag naar authenticiteit van bronnen steeds prangender. In het verleden stond de afzender garant voor authenticiteit en betrouwbaarheid. Nu iedereen afzender en ontvanger van nieuws kan zijn, is betrouwbaarheid niet langer gegarandeerd. Dat kan grote gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van de journalistiek in algemene zin.”
David Nieborg vreest, en niet als enige respondent, “een toename van fake-news en nieuws dat bewust verspreid wordt via het Net met een ander doel dan het informeren van pers en burgers.”

De rol van commerciële belangen wordt belangrijker èn schimmiger. Peter Schrurs, directeur VPRO: “De scheiding tussen redactie en commercie wordt steeds dunner en steeds moeilijker; ook al omdat bij de integratie van media, informatie en service moeilijker los te koppelen te zijn.” En Arthur Vierboom van Nederland P: “Bijna vierduizend televisiestations in Europa beginnen momenteel naar andere bronnen van inkomsten te zoeken. Reclameblokken verdwijnen, productplacement komt er voor terug. Kortom, er zullen veel onduidelijke afzenders van informatie komen. Door digitalisering van televisie gaan ook websites daarmee te maken krijgen.”

Harm Taselaar is bang voor een andere negatieve spiraal: “Het gevecht om de klant wordt zo heftig, dat de drang van media om zich met opvallend nieuws te profileren de overhand krijgt. De nauwkeurigheid zal hieronder gaan lijden, met alle negatieve gevolgen van dien.” Carl Königel ziet dezelfde trend: “Over de hele linie zal de zucht naar snelle shockerende journalistiek toenemen: iedere dag een Haags relletje, een bommelding en/of liquidatie aub…”

Weinig opwekkend is ook de prognose van Nico van Eijk. Hij verwacht “een verdere afkalving van de betekenis van, en waardering voor journalistieke kwaliteitscriteria, zoals hoor en wederhoor, onafhankelijkheid van commerciële invloeden en zorgvuldigheid.”

Tot zover de rapportage over deze peiling. En mocht u dit een te droefgeestig slot vinden, het debat op De Nieuwe Reporter is nog maar net begonnen.

——
deze bijdrage is geschreven door Theo van Stegeren en Martijn de Waal

Al 9 reacties — discussieer mee!