Overal om ons heen vinden bezuinigingen op redactiebudgetten plaats. Hebben die ook zin? Nee, op de langere termijn niet, waarschuwt de vooraanstaande Amerikaanse hoogleraar Philip Meyer (o.a. auteur van de klassieker “Precision Journalism”). Het sleutelbegrip is “geloofwaardigheid” (credibility). Door middel van een statistische analyse toont hij aan dat er een behoorlijk sterk verband tussen de geloofwaardigheid en het commerciële succes van een krant bestaat.
Zijn onderzoek draait om twee variabelen. Aan de ene kant de stabiliteit van oplages (circulation robustness), afgemeten aan de penetratie van regionale kranten in huishoudens gedurende een periode van vijf jaar. Aan de andere kant de geloofwaardigheid van diezelfde kranten, gemeten door middel van de vraag: “Wilt u aangeven in welke mate u de berichtgeving in uw regionale krant gelooft? Gelooft u alles, het meeste, slechts een beetje, of bijna niets van wat erin staat?”
Na analyse van de uitkomsten werd er een correlatie van .69 tussen deze twee variabelen vastgesteld (door het verband op het niveau van individuele titels te onderzoeken, kon met zekerheid worden gezegd dat het om een direct verband ging en er geen andere variabelen in het spel waren). Omgerekend betekent dit dat de door lezers toegekende geloofwaardigheid van een krant voor 37% de stabiliteit van de oplage van die krant verklaart. Oftewel: hoe geloofwaardiger het journalistieke product, des te robuuster de oplage.

De studie heet niet voor niets “Anatomy of a Death Spiral”. De aanhoudende bezuinigingen, zegt Meyer, hebben een averechts effect. Men ziet niet in dat vertrouwen (trust) een schaars goed is en juist een natuurlijke monopoliepositie kan opleveren. Heeft de nieuwsconsument eenmaal een vertrouwenwekkende leverancier gevonden, dan heeft hij of zij een stimulans om bij die leverancier te blijven in plaats van tijd en moeite te gaan steken in het vinden van een vervanger. Een “maatschappelijk verantwoordelijke” rol van een krant belemmert het zakelijke succes van een krant dan ook niet maar ondersteunt die juist; de krant verwerft zich vertrouwen en maatschappelijke invloed, en die zorgen weer voor een verdere vervulling van de publieke missie, waardoor een zichzelf versterkend proces ontstaat.
Omgekeerd, vervolgt Meyer, zullen bezuinigingen op redactionele kwaliteit het publieke vertrouwen uithollen, de sociale invloed van de krant verzwakken, en uiteindelijk tot verliezen in oplage en advertentiedollars leiden. Toch zullen managers dit soort bezuiningingen onder druk van eigenaars en investeerders doorvoeren omdat die snel een zichtbaar effect op de balans opleveren, terwijl de kosten van verloren gegane kwaliteit pas later en op minder voorspelbare wijze blijken.

Meyer vindt het jammer dit onderzoek niet jaren eerder te zijn begonnen:

“The decline of newspapers is not likely to be halted or reversed until investors can see a measurable benefit from a newspaper’s community influence, its social responsibility. Without such measurements, owners and managers will continue to regard quality as mere cost, and the self-reinforcing loop of the death spiral will continue.”

Nog geen reactie — begin de discussie!