De telefonistes van de Vara hadden een drukke avond. De centrale werd overstelpt met duizenden telefoontjes van kijkers. Waren ze boos? Voelden ze zich getergd omdat belastinggeld werd misbruikt om aandacht te vragen voor interne problemen? Op de televisieschermen in de hal van het Nederland 3 gebouw zag de telefoniste de oorzaak van al die commotie in het land: prominente omroepmedewerkers voerden actie in beeld. De Wereld Draait Door, De Leugen Regeert en de Parenavond van Paul de Leeuw toonden een presentatieset waarop weinig tot niets gebeurde. Af en toe las een presentator een verklaring voor waarin werd geprotesteerd tegen de plannen van de Raad van Bestuur om programma’s te verspreiden over netten. De omroepmedewerkers denken dat de samenhang en dus de identiteit van de omroep op het net zullen verdwijnen ten gunste van een verondersteld hoger marktaandeel.
De telefonistes belden naar de locaties waarvandaan de programma’s werden uitgezonden. Het overgrote deel van de reacties was zeer positief, meldden ze. De redacties en presentatoren voelden deze mededeling als een steun in de rug. De concurrentie zou de volgende dagen anders reageren. Vrijwel alle kranten, De Telegraaf en de Volkskrant bien étonnée, veroordeelden de actie van de omroepmedewerkers. Ze vinden dat de omroepen de kijkers niet moeten lastig vallen met hun eigen sores en dat het hoog tijd wordt dat de bezem door het verouderde bestel wordt gehaald.

Geen steun van kranten

Hoe kan het dat publiek en media zo verschillend reageren?
In de eerste plaats zijn de kranten concurrenten van de publieke omroep. Ze zouden niets liever willen dan dat de publieke omroep wordt gemarginaliseerd zodat zij de vrijgekomen reclamegelden krijgen toegespeeld. Ook zouden ze het prettig vinden als het publiek de krant weer als eerste informatiebron zou ervaren. Dat zou nog eens goed nieuws zijn na al die beroerde statistieken waaruit blijk dat hun abonnees weghollen. Bij min of meer gelijk gebleven concurrentie daalt het lezersbestand van de kranten heel wat rapper dan het marktaandeel van de publieke omroep die te maken heeft met de concurrentie van steeds weer nieuwe zenders.

Dream on: zelfs het opheffen van de publieke omroep zou de kranten niet uit de brand helpen. Het reclamegeld gaat dan naar Talpa, SBS en RTL, terwijl de kijkers hun nieuws zullen zoeken op internet of in de Spits en Metro. Ironisch genoeg zien de directeuren van de krantenconcerns als enige redding voor hun onderneming: televisie maken. Duidelijk is dat van deze kant geen steun voor de publieke omroep te verwachten valt.
Van de kijkers vermoedelijk wel. Hoewel niet meer zo trouw als vroeger, voelen ze zich thuis bij omroepverenigingen en netten. Ze wanen zich een typische Nederland 3 kijker, of een echte Nederland 1 fan. Er wordt wel gezapt maar ze willen de indeling graag houden zoals die is. Spoorloos, Morse en Netwerk op 1, Paul de Leeuw, Twee voor twaalf en Nova op 3. En graag ook de goede informatieve programma’s houden: Buitenhof, Nieuwslicht, De Leugen Regeert, Tegenlicht. Ze kijken niet altijd, zeker niet als ergens anders voetbal te zien is, maar het voortbestaan van die programma’s is, zo blijkt uit hun reacties, de reden waarom ze de publieke omroep steunen. Niet voor niets zijn ze lid van hun club. Dat blaadje, de gids, zien ze ook graag iedere week op de salontafel.

Een directie per net

Jan Blokker, columnist van de Volkskrant, voorstander van één net, verweet de actievoerders dat ze nooit een poot hebben uitgestoken om de boel te redden en nu huilen met de wolven in het bos. Onzin natuurlijk. Een aantal omroepmedewerkers, onder wie ik zelf, hebben een zeer actieve rol gespeeld in de totstandkoming van samenwerkingsprogramma’s op Nederland 3: Nova, Buitenhof, Nieuwslicht en Woestijnruiters. Daar moest van onderop hard voor gevochten worden omdat de omroepverenigingen de wettelijke opdracht hebben zich te profileren en dat is niet zo makkelijk wanneer je met je concurrent moet samenwerken.
In één opzicht is de kritiek van de kranten terecht. De afgelopen jaren hebben de leidinggevenden van de omroepverenigingen zich verloren in struisvogelpolitiek. Terwijl de omgeving veranderde, vijandiger werd, slaagden ze er niet in een alternatief te bedenken voor het aanvalsplan van de vijanden, politiek en concurrenten. In de vergaderzalen van Nederland 3 is dagen, weken, maanden, nee jaren vruchteloos vergaderd tussen directeuren van de netpartners om een behoorlijk schema voor hun net in elkaar te timmeren. Dat lukte zelden met alle gevolgen van dien.
Toch is het allemaal niet zo ingewikkeld. De publieke omroep moet in staat zijn drie netten te beheren die ieder een eigen sfeer hebben, grofweg zoals die nu is. De partners op ieder net fuseren. Er komt één directie per net. Deze stelt een schema samen op grond van een tevoren vastgelegd charter. De programma’s die worden gemaakt moeten voldoen aan de voorwaarden die daarin staan vermeld. Op Net 1: het gevoel, op Net 2 het amusement, op Net 3 het verstand. De publieke omroep is reclamevrij en krijgt een vastgesteld bedrag uit de teruggekeerde omroepbijdrage die zich mag verheugen in een jaarlijkse inflatiecorrectie. De omroepen, die privaat blijven bestaan, houden toezicht op de uitvoering van het charter en hebben de mogelijkheid de directeur te ontslaan wanneer die in gebreke blijft.
Mij wordt wel eens gevraagd of ik denk dat er wat gaat veranderen als D66 en de VVD straks in de oppositie belanden.
Als omroepmedewerker zeg ik voluit: ja.

Al 9 reacties — discussieer mee!