Vanmiddag op Blognomics, in de Amsterdamse Rai, was Paul Molenaar zo vriendelijk een update te geven van de statistieken die hij vorig jaar presenteerde. Eerder deze week gebruikte ik die cijfers als argument bij mijn stelling dat mediaorganisaties op twee manieren naar weblogs (en andere vormen van Consumer Generated Media) moeten kijken. Weblogs zijn niet alleen plekken waar mensen zich uiten (zelf verhalen vertellen). Ze fungeren ook als filter op het informatielandschap (elkaar verhalen –elders op internet gevonden – aanraden). In zijn presentatie ging Molenaar onder meer kort in op de functie van CGM als filter. Later ging Hans Laroes (hoofdredacteur NOS-journaal) in op de manier waarop zijn organisatie omgaat met kijkers die ook zelf verhalen willen vertellen.

Eerst maar even de cijfers:

Molenaar turfde ook dit jaar weer het aantal verwijzingen op de weblogs van web-log naar verschillende Nederlandse media.

 

 

Ten opzichte van vorig jaar waren er een aantal veranderingen zichtbaar. Waar de traditionele media vorig jaar vrijwel onzichtbaar waren, zijn ze nu duidelijk met een inhaalslag bezig. Nu.nl is nog steeds veruit de populairste bron, maar de Telegraaf.nl mag er ook zijn. Toch is het gat nog erg groot. Opvallend vond ik wel het enorme verschil tussen NRC en de Volkskrant. (enige speculaties mijnerzijds: Zou dit te maken hebben met het feit dat de Volkskrant haar eigen weblogs is begonnen, en dat artikelen uit die krant vooral daar bediscussieerd worden? Of heeft de lancering van nrc.next wellicht extra stof (en verwijzingen) doen opwaaien in de blogosfeer? Of heeft het te maken met het registratiesysteem van de Volkskrant?)

Vraag is natuurlijk: waarom verwijzen webloggers zoveel meer naar nu.nl dan naar andere media. Vinden ze op die andere sites niets van hun gading? Waarschijnlijk is dat niet het geval, want wanneer je naar de favorietenlijstjes van lezers kijkt, blijken de verschillen minder groot:

 

 

Met andere woorden: webloggers waarderen de content van NOS en ook NRC en Volkskrant vermoedelijk wel degelijk. Alleen vinden ze minder aanleiding om op hun weblogs naar berichten uit de traditionele media te verwijzen. Dat kan zijn omdat ze inhoudelijk te weinig aanleiding tot discussie geven, of omdat het technisch te lastig is om naar deze media te linken (geen goede permalinks, content achter registratiehekken, veel artikelen (onder meer de opiniepagina) uit krant op internet vaak alleen voor abonnees toegankelijk, lastig hyperlinken naar video zoals fragmenten uit journaalbeelden). In ieder geval: webloggers filteren het internet voor elkaar, en verwijzen elkaar door naar andere sites. En volgens Molenaar spelen de traditionele media daar nog onvoldoende op in.

Hans Laroes – hoofdredacteur van het NOS Journaal – ging later die middag ook in op de opkomst van User Generated Media. Maar dan in de vorm van door de kijkers zelf gemaakte verhalen (op weblogs, youtube, flickr, etc.) die een alternatief zijn voor de verhalen van de traditionele media. Tussen veel relativerende woorden door (‘de meeste mensen kijken nog gewoon om 8 uur het journaal, en dat zal echt niet zo snel veranderen’), gaf hij aan dat vooral jongeren een andere houding hebben ten opzichte van het nieuws. Uit onderzoek van Irene Costera Meijer (zie deze en deze bespreking op DNR) bleek dat jongeren niet zo veel kunnen met de traditionele manier van nieuws brengen. Ze willen graag zelf ergens iets van vinden, hun mening geven. Daarom experimenteert de NOS nu ook met NOS Headlines, een site waar nieuws op een andere manier wordt gebracht. Er kan onder meer over het nieuws worden gediscussieerd en kijkers kunnen ook foto’s en videobijdragen uploaden. (zie ook dit verslag op DNR, en de verschillen in inzicht tussen de twee redacties die dit soms oplevert).

De opmars van digitale media zal volgens Laroes leiden tot een verdere democratisering van het medialandschap, en daar moet een nieuwsorganisatie op inspelen. Laroes kiest daarvoor voor een meersporenaanpak. De journalist heeft verschillende taken. Enerzijds blijft hij – of misschien nog wel meer dan ooit – iemand die goed verhalen kan vertellen, die orde kan scheppen in de chaos van het almaar uitdijende informatielandschap. Daarom zal het Acht Uur Journaal ook blijven bestaan. ‘Een keer per dag vertellen wij ons verhaal, leggen wij uit wat er in de wereld is gebeurd’.

Maar op andere plekken en andere momenten (bijvoorbeeld op de website) zal een journalistieke organisatie een andere rol krijgen. Dan zijn journalisten eerder bemiddelaars, die discussies sturen of kijkers helpen hun verhaal te vertellen. Als voorbeeld gaf Laroes de rol van het NOS-journaal na de Tsunami. Op de website van de NOS konden mensen die op zoek waren naar vermiste familieleden in Thailand berichten met elkaar uitwisselen.

Het journaal, of de omroep, heeft op dat soort momenten een maatschappelijke rol, vindt Laroes. En die rol zal misschien nog wel verder toenemen. Nu zowel het medialandschap en de samenleving fragmenteren in allerlei nichemedia en kleine, ‘lichte gemeenschappen’, zijn het de grote nieuws- en sportevenementen die een samenleving meer dan ooit binden, aldus Laroes.

Al 13 reacties — discussieer mee!