Op 7 en 8 april hield het Institute for Applied and Professional Ethics van de Ohio University haar jaarlijkse conferentie over bloggen en journalistiek. In het drukke programma mocht ik ook een bescheiden rol meespelen, als moderator en panelist. Het was een prettig samenzijn van promovendi, studenten, journalisten en wetenschappers. Aangezien elke sessie over hetzelfde onderwerp ging, hadden de aanwezigen het gevoel daadwerkelijk vooruitgang te boeken en een stap te zetten in de richting van conferentiewijsheid; in dit geval, de slotsom van een ‘postmoderne ethiek’.

De opening werd verzorgd door Dan Gillmor, bekend blogger en auteur van het boek We The Media, dat deels via de ‘open bron’ dan wel blogmethode tot stand kwam: Gillmor publiceerde telkens een synopsis van een hoofdstuk, kreeg commentaar en ging daarmee verder aan de slag. Hoewel zijn verhaal weinig verheffend was (de Powerpoint slides dateerden nog uit medio 2004), oogstte hij veel succes met het afspelen van de mashupEndless Love‘ van de Zweedse televisie uit 2003, waarin Bush en Blair de eeuwige liefde toe lijken te zingen… Lachen dus, maar verder volstrekt onduidelijk wat dit nu met bloggen en ethiek te maken had.

In de daaropvolgende sessie had voormalig Indiana University-collega Sandeep Junnarkar een prachtverhaal over zijn multimediablog Lives In Focus (disclaimer: Sandeep is een goede vriend en hij en ik verzorgen in de zomer van 2007 samen een seminar voor de Universiteit van Leiden over multimediajournalistiek). Sandeep, ook journalist voor de New York Times, haalde via giften geld binnen om zijn droom te verwezenlijken: een serie low-budget reportages over het dagelijks leven van aids-slachtoffers in India. De site dient nu als raamwerk en model voor een hele serie van dit soort non-profit projecten, mogelijk gemaakt door toegankelijke technologie en de geschenkeconomie van internet. Sandeep’s werk laat zien wat je als (talentvol en gemotiveerd) individu ook kan doen online.

De laatste workshop van deze dag was een boeiende discussie over de noodzaak van wat Damien Pfister ‘kritische publiciteit’ noemt: het scheppen en beschermen van noodzakelijke randvoorwaarden die het voor iedereen mogelijk moeten maken deel te kunnen nemen aan het wereldwijde gesprek. In de huidige situatie lijken die voorwaarden snel te verdwijnen, nu grote mediabedrijven steeds meer controle krijgen (daartoe aangemoedigd door een journalistiek die hen niet kritisch durft te volgen en een politiek die hen door middel van deregulering terzijde staat) over de hardware van internet. Wie kunnen er straks nog effectief meepraten? Hoe gaan we er voor zorgen dat alle geluiden te horen zijn? Is de ‘Blogosphere’ een garantie voor verscheidenheid? En zo ja, hoe geven we mensen de kans om zelf goed te kunnen beoordelen wat waardevolle en authentieke (…) informatie is?

De zaterdag was al een stuk rustiger, met als voornaamste gebeurtenis de toespraak “Media Ethics in a Digital Age” van Clifford Christians, een beroemd hoogleraar ethiek van de University van Illinois te Urbana-Campaign. Het werk van technopessimist Jacques Ellul hevig citerend, waarschuwde Christians voor onze blinde acceptatie van een digitale wonderwereld, waarin computers steeds meer verantwoordelijk worden gehouden voor de oplossing van eenieders problemen. Het gevolg? We zwijmelen weg voor de computer-gedreven logica van ‘efficientie’ en ‘als we het kunnen doen we het’, waardoor volgens Christians de mens en diens menselijkheid steeds meer van de radar verdwijnt. Boeiend verhaal. Hoe menselijk is het Web? Is een serie hyperlinks wel een goed voorbeeld van connectiviteit, collectiviteit en gemeenschap, of werken dat soort technologische oplossingen voor sociale verbondenheid eerder versnippering, uitsluiting en bendevorming in de hand?

Tot slot een enkel woord over mijn bescheiden bijdrage, gebaseerd op een onderzoeksproject dat ik nu aan het afronden ben, waarbij ik samen met studenten in zes landen mediawerkers interviewde in verschillende delen van de industrie: journalistiek, videogames, reclame, televisie, film. Daarbij blijkt bijvoorbeeld dat zij allemaal dezelfde problemen en uitdagingen meemaken in het dagelijkse werk, maar daar verschillende oplossingen voor vinden. Deze aspecten van het hedendaagse mediawerk zijn in goed NederEngels samen te vatten als de vier C’s: Content, Connectiviteit, Commercie, Creativiteit. Het valt op dat die waarden met elkaar op gespannen voet staan: commercie doet inbreuk op creativiteit (denk aan de heilige ‘Muur’ tussen reclame en redactie in de journalistiek), Content is niet altijd te verenigen met Connectiviteit (in de journalistiek wil een verslaggever het liefst zijn of haar verhaal vertellen, “telling people what they need to know“, maar tegenwoordig luistert niemand meer maar willen we meepraten). Interessant ook dat dit 4C-model op zich niet zoveel met technologie of internet te maken heeft, maar door nieuwe media wel steeds belangrijker wordt.

Dit alles leidde tot een pleidooi voor een postmoderne ethiek, waarin waarden en normen van professionele en amateur mediamakers in voortdurende onderhandeling plaatsvinden. Daarbij lijkt het vooral aan de professionals om door nog harder te werken (vaak voor hetzelfde of nog minder salaris…) aan ons allemaal duidelijk te maken waarom hun verhaal nog steeds de benchmark is of moet zijn.

Al één reactie — discussieer mee!