Dit is een column die Harald Hendrix zondag 9 april uitsprak in de Infowarroom in de Balie.

Praten over de Italiaanse spektakelmaatschappij en de rol van de media hierbij is eigenlijk altijd een schot voor open doel. Verbazing en verontwaardiging alom. Of het nu gaat om de schaars geklede jonge vrouwen die in menig showprogramma het visueel behang vormen of om de door de politiek en het bedrijfsleven gemuilkorfde journalistiek op televisie en in kranten. Het is allemaal voer voor bittere en soms ook laatdunkende commentaren van wie zich opwerpt als verdediger van kwaliteit en democratie. Voor de mediademocraten, dus, zoals ze in het programma van deze avond worden aangeduid. In de internationale pers zetten zij zonder uitzondering de toon als het gaat over Italië, maar ook in het land zelf is hun kritische commentaar wel degelijk te horen. Niet op televisie, inderdaad, maar wel in kranten en ook in de boekhandel, waar hele afdelingen gevuld worden met kritische beschouwingen over de deplorabele staat van de Italiaanse politiek en media.

Neem nou een boek als de vorig jaar door Michele Loporcaro gepubliceerde analyse van de retoriek van de Italiaanse massamedia, Cattive notizie. La retorica senza lumi dei mass media italiani [Slecht nieuws. De onverlichte retoriek van de Italiaanse massamedia]. ‘Slecht nieuws’ dus, want wat Loporcaro natuurlijk signaleert is dat er in het huidige Italië van een kritische nieuwsvoorziening in de massamedia – hij heeft het vooral over het televisiejournaal – geen sprake is; dat het analfabetisme is vervangen door televerslaving, en dat de consumptiemaatschappij de moderne variant van de Contrareformatie is. Ferme taal van een bezorgde burger, overigens – misschien veelzeggend – werkzaam in Zwitserland. Natuurlijk hebben mensen als Loporcaro gelijk. In Italië bestaat censuur, op televisie althans; in Italië wordt informatie met vermaak vermengd en verward, en in Italië wordt politiek verkocht als ware het waspoeder. Maar juist omdat dit zorgelijk is, en misschien ook wel het voorland is van menige andere Westerse democratie – moeten we verder gaan dan ons hierover verbazen en opwinden.

Daarbij lijkt het me verstandig om af te stappen van het idee dat Italiaanse burgers, of het nu gaat om televisiekijkers of kiezers, louter passieve consumenten zijn. Zeker: het is hoogst relevant dat de Italiaanse politiek bedreven wordt door een deels op eigenbelang gerichte technocratische ‘classe politica’; het is belangrijk dat de Italiaanse massamedia gedomineerd worden door een monopolist die de eigen economische en politieke belangen behartigt. Maar daarmee is de kous niet af. En om dan maar een recente uitspraak van de nu nog premier te parafraseren: “Ik heb te veel respect voor de intelligentie van Italianen om te veronderstellen dat zij zich dit door Berlusconi bepaalde menu van media en politiek willoos door hun strot laten duwen”.

Het is – kortom – te gemakkelijk om louter te denken in termen van censuur en manipulatie. We moeten onze ogen vooral niet sluiten voor de mogelijkheid dat in de Italiaanse media en in de politiek – en dan met name in de politieke propaganda – een boodschap wordt uitgedragen die aansluit bij de waardenpatronen van belangrijke delen van de Italiaanse bevolking. Misschien is het dan wel zo dat juist die waardenpatronen kunnen verklaren waarom in Italië de media en de politiek het karakter hebben gekregen dat we nu kennen.

Laat ik dan maar direct een voorzet doen. De Italiaanse televisie mag dan spektakulair zijn, spannend is ze zeker niet, althans als je de kunstmatig opgeklopte spanning van quizjes die in de hele wereld worden uitgezonden buiten beschouwing laat. Het aanbod is nogal uniform, en afgezien van de verpakking is er eigenlijk weinig vernieuwing in de programmering. Vaak bestaan formules al decennialang, net als overigens de presentatoren. Wat in buitenlandse ogen opvallend is – en dan vaak met dédain als spektakel wordt aangeduid – is dat voor een Italiaanse kijker amper, want het bestaat al tientallen jaren. Het is juist de continuïteit die opvalt: de eeuwige veline, de niet verwoestbare Raffaela Carrà en aanverwante presentatoren, de nooit eindigende vrolijkheid van een programma als Domenica In.

Italiaanse televisie is dan ook niet een uiting van eigentijdse mediacultuur, maar van die van 30 / 40 jaar geleden. Met daaraan gekoppeld de waarden van die tijd. Want wat bovenal opvalt aan Italiaanse televisie is de oriëntatie op de familie, niet alleen wat betreft de behandelde thema’s, maar ook wat betreft de consumptie. Televisie wordt nog steeds vormgegeven als een luchtig variété voor de hele familie, een vrolijke achtergrond voor momenten als de pranzo en de cena waarop de gezinsleden bijeen zijn. Uit consumentenonderzoek is bekend dat deze kijkpatronen nog steeds belangrijk zijn. En dat komt natuurlijk omdat families in Italië, anders dan elders in de Westerse wereld, in de afgelopen decennia nog amper iets van hun belang hebben ingeboet. Dat heeft veel minder te maken met de katholieke moraal, zoals in het buitenland nogal eens gedacht wordt, als wel met economische noodzaak en met wantrouwen tegenover andere gemeenschappelijke verbanden zoals de overheid.

Laat ik daar niet verder op ingaan. Waar het mij nu om gaat is te signaleren dat in de Italiaanse media de verpakking misschien wel verandert, maar de inhoud eigenlijk niet. Hier wordt nog steeds hetzelfde verhaal verteld, over de familie en tegenover de familie, juist omdat deze basiswaarde van de Italiaanse samenleving niet wezenlijk is veranderd. Niet voor niets heeft Berlusconi in zijn wanhoopsoffensief van de laatste weken geprobeerd de centrum-linkse coalitie neer te zetten als een bedreiging voor de familie, niet zozeer vanwege kwesties als euthanisie – hoewel de Nederlandse ophef hierover mooi meegenomen was – maar omwille van financiële zaken zoals de belasting op nalatenschappen en spaargeld.

Laten we ons dus niet blind staren op de verpakking, zou ik willen zeggen, want daarmee lukt het niet erachter te komen waarom deze verpakking zoals in dit geval de spektakelmaatschappij in Italië kan gedijen. Om de Italiaanse mediacultuur te doorgronden – ook en juist als mogelijke voorloper van wat zich elders in de Westerse wereld kan gaan voordoen – is verbazing en verontrusting niet meer dan een eerste stap.

Nog geen reactie — begin de discussie!