Amerika’s bekendste persblogger, Jay Rosen, denkt door op de uitdrukkingen ‘de media’ en ‘de pers’, om uiteindelijk uit te komen bij Sander Thoenes, de Nederlandse journalist die voor zijn idealen stierf.

Ik ben perscriticus. Ik observeer journalistieke gewoontes, en probeer daarnaast als schrijver betekenis aan de wereld te geven. Ik ben geïnteresseerd in de ideeën over journalistiek die journalisten wel, of juist niet, nodig hebben om hun werk te doen. En ik probeer te ontdekken wat de gevolgen voor de wereld zijn van het soort pers dat we hier hebben.
Ik noem mijn blog PressThink omdat dat het werk beschrijft dat ik doe. De titel verwijst naar de gedachten waarmee de journalistiek haar identiteit bepaalt – maar ook naar de gewoonte om over bepaalde dingen niet na te denken. De subatomaire kracht die een meute verslaggevers bijeenhoudt terwijl ze achter een verhaal aan zit, is een voorbeeld van pressthink. Zonder pressthink zou er geen meute zijn; de losse elementen zouden alle kanten opvliegen. Er is sprake van een vreemd soort energie, die slimme mensen aan dezelfde ‘domme’ regeltjes bindt.

De geest van de pers staat onder druk. Die druk is ten dele afkomstig van burger critici die een paar van de gereedschappen in handen hebben gekregen waarmee professionele journalisten hun werk plachten te doen. Vaak denken zij op een andere manier dan de professionals, wat goed uitkomt … min of meer.
Druk ontstaat ook door de veranderingen in het technologische platform waarop de gevestigde journalistiek zo lang gerust heeft. De suprematie van het “een-richting-velen” media systeem is ten einde, volstrekt andere patronen komen op.
Een andere bron van druk is de geleidelijke trend richting Absolute Commercialisering (AC), die in vrijwel alle media-omgevingen zichtbaar is. AC is een duistere, uithollende kracht in de journalistiek. Ze verkilt, maakt leeg.
En een vierde vorm van druk op press thinking ontstaat doordat de perscultuur niet zo open (over journalistiek) is als wel zou kunnen, al zijn sommige individuele journalisten zich terdege bewust van wat er gaande is en hebben ze doordachte ideeën over de rol van hun professie.
Pressthink bestaat. Althans, ik zeg dat dat zo is. Ideëen over de taak van de pers schiepen de pers die we nu hebben. Ideeën over wat journalistiek in wezen is, behouden de pers. Press thinking staat onder druk is volop in beweging. Niemand weet uit welke hoek de volgende golf komt. Kernwaarden liggen te grabbel. En de vraag “wie is journalist?” wordt met stemverheffing gesteld – vooral on-line.

Daarom noem ik mijn blog PressThink, en niet MediaThink. We hebben het tegenwoordig wel over ‘de media’ in plaats van ‘de pers’, maar ik raad dat af. Het was een vergissing om de mensen die de pers vormen, anders te gaan noemen, moderner, abstracter, inclusiever, elastischer, en natuurlijk commerciëler: De Media. We hebben die gewoonte onze nationale taal binnengehaald, maar naties kunnen dat soort dingen bij het verkeerde eind hebben.

We moeten voorkomen dat de pers door De Media wordt geabsorbeerd. Het betekent dat we het enigszins antiquarische woord “pers” moeten behouden. Maar onder de paraplu van dat woord moeten al diegenen welkom zijn die serieus met journalistiek bezig zijn, ongeacht de technologie die ze gebruiken. De mensen die bezig zijn de volgende ‘pers’ in Amerika uit te vinden – en dat nu on-line aan het doen zijn – zetten een experiment voort dat minstens 250 jaar oud is en een machtige sociale en politieke geschiedenis achter zich heeft liggen. Van de vele websites die ik bewonder, springt TomPaine.com er op dit speciale punt uit. Die site doet ons omkijken naar Paine, de onruststokende democraat en politiek verslaggever, en doet zijn naam symbolisch herleven voor een actueel doel.

Dat zijn de manieren om de pers overeind te houden.

Het instituut pers dateert uit een tijd waarin de drukpers het enige massamedium was. Pers was toen synoniem met media, maar dat is eeuwen geleden. Tegenwoordig associëren we de term met persvrijheid, die weer met vrijheid van meningsuiting verbonden is, dat fundamentele recht van alle burgers. De moderne pers is drager van public service idealen en is een politieke factor, ook al is het altijd óók een business geweest. Het werken voor de media maar binnen de denkbeeldige perswereld is dagelijkse praktijk voor tienduizenden Amerikaanse journalisten geworden.

‘Pers’ is een woord dat terugblikt. Dat maakt het voor mij zo geweldig. Het verwijst naar de historische strijd voor persvrijheid, de geleidelijke opkomst van het fenomeen ‘publieke opinie”, en uiteraard de Constitutie, een bron waaraan De Media hun legitimiteit proberen te ontlenen. Maar let op: het First Amendment van die Constitutie spreekt over ‘pers’, niet over ‘media’. Ook al doen weinigen het, iedereen kan de “vrijheid van de media’ als een prachtig recht overeind houden, waard om te verdedigen en zelfs voor te sterven.
De geest van de democratie in de massamedia: dat is de pers tegenwoordig. En die geest moeten we levend houden.

Deze tekst is met goedkeuring van de auteur voor De Nieuwe Reporter vertaald (TvS)

Nog geen reactie — begin de discussie!