Ik bezocht gisteren de eerste dag van de teleurstellende We Media Conferentie in Londen. De invalshoek ‘betrouwbaarheid’ en de line-up van ‘media-leaders’ waren veelbelovend. Maar helaas kwamen de meeste deelnemers niet veel verder dan twee sleetse thema’s: ofwel het oude en naar mijn idee achterhaalde wij-tegen-zij-debat: ‘Wij van de oude media zijn betrouwbaar, bloggers zijn onverantwoordelijke subjectieve schrijvers die zich niet aan journalistieke codes houden’. (lees verderop waarom ik die vraag niet zo interessant vind). Ofwel het delibereren van zeer vrijblijvende en algemene stellingen zoals: ‘er gaat van alles veranderen in het medialandschap, en alleen de instellingen die daar goed op weten in te spelen, zullen overleven.’ Natuurlijk, maar hoe dan precies? Hoe pakken verschillende instellingen dat aan, wat is hun filosofie, wat zijn de resultaten? Die vragen bleven onbeantwoord.

Ook de discussie over betrouwbaarheid ging de mist in. Dat gebeurde al helemaal aan het begin van de conferentie. De BBC en Reuters hadden in tien landen laten onderzoeken welke media het publiek al dan niet vertrouwt. Wat bleek: 82 procent van het publiek vertrouwt het nationale televisienieuws, slechts 25 procent vertrouwt weblogs. Een mooie headline. Maar is de vraag niet wat achterhaald? Kranten maken video- of televisiejournaals, correspondenten van het televisienieuws houden weblogs bij. Kortom de meeste partijen zijn inmiddels in meerdere media vertegenwoordigd.

Waar het volgens mij dan ook om gaat in het digitale medialandschap is niet de vraag: ‘welk medium vertrouw je’, maar: ‘welke bronnen/merken vertrouw je, en waarom?’ Vragen: ‘vertrouwt uw weblogs’ is net zoiets als vragen: ‘vertrouwt u boeken?’ Of: ‘vertrouwt u papier?’ Het hangt er maar helemaal van af welke weblog. En datzelfde geldt natuurlijk ook voor kranten en tijdschriften. Kranten, weblogs, omroepen, presentatoren, journalisten, columnisten: allemaal bouwen ze door de tijd heen een reputatie op, die maakt dat hun publiek hen al of niet vertrouwt.

Ik was vooral nieuwsgierig naar de manier waarop dat in het digitale medialandschap gaat. Blijft vertrouwen een ongrijpbaar iets dat je opbouwt op basis van persoonlijke ervaringen? Ontstaan er reputatiesystemen zoals je ziet op Ebay of Slashdot, maar dan voor het hele internet? Kunnen zoekmachines of andere aggregatiediensten hierin een rol spelen? Moeten traditionele media-instituties of beroepsorganisaties webcontent gaan valideren? Of moeten we dit juist verwachten van bloggers zelf, die zich de laatste tijd beginnen te organiseren in (al dan niet commerciële) bloggersnetwerken (denk bijvoorbeeld in Nederland aan Dutch Directions , Blogo of Sargasso’s Battle of the Blogs). Wat zijn hier goede en interessante voorbeelden van? Op die vragen helaas geen antwoord.

De polarisatie tussen oude en nieuwe media overheerste ook het debat over Citizen Journalism. Zowel George Brock van The Times als Helen Boaden van de BBC benadrukten een aantal keer het verschil tussen de traditionele media en de blogosphere. Boaden: ‘het is gevaarlijk het idee van burgerjournalistiek te romantiseren. Het is ook niet iets nieuws. … We hebben al jaren phone-ins … en journalisten werken altijd al met ooggetuigeverslagen. Maar wij hebben journalisten in dienst die weten hoe ze de feiten moeten checken, daarvoor hebben ze een instinct ontwikkeld.’

Dat is zeker niet allemaal onzin. Maar opnieuw: naar mijn idee niet het debat dat nu het meest interessant is. De vraag is niet zozeer: zijn weblogs journalistiek? In de meeste gevallen is het antwoord simpel: nee. Webloggers zijn mensen met veel kennis over een onderwerp, een hobby of een mening. Het zijn deskundigen, politici, of mensen met heel veel vrije tijd. En ze houden zich maar zelden aan de professionele codes die in journalistiek gelden zoals hoor en wederhoor, al ontwikkelen sommige weblogs weer hun eigen codes. Maar webloggers pretenderen dat ook in de meeste gevallen helemaal niet. Webloggers daarop aanvallen heeft naar mijn idee dan ook niet zoveel zin.

Een interessantere vraag vind ik: hoe verhoud je je als journalistieke organisatie tot het fenomeen ‘We Media’ (waarin the people formerly know as the audience zelf schrijven, bloggen, videomaken enzovoorts): Geef je mensen daar een podium voor? Stel je je organisatie hiervoor open, zoals Reuters CEO Tom Glocer voorstelt . Verwijs je naar de beste of meest interessante content buiten je eigen organisatie? Maak je het makkelijk voor webloggers om jouw content op hun weblogs ter discussie te stellen? Of onderscheid je je juist door dat allemaal niet te doen en te benadrukken dat jouw organisatie volgens hele strenge journalistieke codes werkt? Ga je je journalistieke conventies aanpassen aan de andere conventies die in de blogosphere gelden, of juist niet? En wat betekent dat alles voor de betrouwbaarheid van je titel? Het antwoord op die vraag, lijkt mij, hangt af van het type journalistieke organisatie. Een vakblad zal daarin andere keuzes maken dan een landelijke kwaliteitskrant, een publiekstijdschrift weer andere dan een lokaal televisiestation.

Het was niet al kommer en kwel: zo hier en daar werd er wel op deze ontwikkelingen ingegaan. David Schlessinger van Reuters ging kort in op de manier waarop ze bij Reuters om gaan met de toenemende openheid van het medialandschap. Zij werken sinds kort samen met bloggersnetwerk Global Voices . Toen de Chinese partijleider Hu Jintao onlangs de VS bezocht, had Reuters een speciale themapagina opgezet, met daarop aan de ene kant de feeds van de journalisten van Reuters, en daarnaast het commentaar uit de Blogosphere- of tenminste uit het door Global Voices geselecteerde deel van van de Blogosphere. Wat natuurlijk ook weer allerlei nieuwe vragen oproept: want wie is dan precies Global Voices, hoe selecteren zij content op betrouwbaarheid? Enzovoorts. Ik had graag veel meer voorbeelden gezien van de manier waarop media-organisaties omgaan met dit soort vragen.

Misschien nog wel het interessantste beeld van de ontwikkelingen in het medialandschap was te zien in de verslagen van de eerste dag van de conferentie zelf. Mede-organisator Reuters publiceerde zelf een zakelijk bericht, zij het met een ondertoon van: kijk eens wat een bijzondere gebeurtenis (mijn interpretatie). Alles in het bericht klopte weliswaar volgens de wetten van de traditionele journalistiek, er stond geen woord gelogen. Maar gaf het ook een goed beeld van de conferentie, en van de manier waarop deelnemers (of in ieder geval: die deelnemers met een weblog) de conferentie hebben ervaren? Dat hangt ervanaf, lees daarvoor deze en deze kritische verslagen. Is het een daardoor een beter verslag dan het andere? Niet per se, ze hebben alleen allebei een eigen functie.

Dat brengt mij weer bij de enquete van BBC en Reuters: het overgrote deel van de respondenten gaf aan dat ze het liefst meerdere bronnen raadplegen bij hun nieuwsconsumptie. Daarin is plaats voor zowel traditionele media als voor citizen media van weblogs, podcast enzovoorts.

Al 4 reacties — discussieer mee!