Een paar weken geleden betoogde Geert-Jan Boogaerts, chef internet van de Volkskrant, dat professionele redacties een onmisbare schakel vormen in de nieuwsselectie. Redacties brengen volgens hem ogenschijnlijk op zichzelf staande nieuwsfeiten met elkaar in verband en creëren zo meerwaarde. “De nieuwsconsument wordt verrast”, schreef Boogaerts, “hij komt ook berichten tegen die hij uit zichzelf, had hij de keuze om ze al dan niet in zijn rss-feed of filtersysteem op te nemen, nooit zou hebben uitgekozen.”

Het boek The Wisdom of Crowds levert het wetenschappelijke bewijs dat groepjes experts, waartoe ik ook redacties reken, doorgaans niet de beste beslissers zijn. Zeker, professionele journalisten zijn degenen die kiezen waarvan wel en niet verslag wordt gedaan in de wereld; zij verzorgen de eerstelijns verslaggeving (met een groeiende aanvulling door sommige bloggers en burgerjournalisten). Daarnaast zijn ze degenen die analyseren en context creëren. Maar dat betekent niet dat zij ook de aangewezen partij zijn om de duizelingwekkende hoeveelheid nieuwsberichten uit te dunnen tot er precies genoeg overblijft voor een krant, webpagina of omroepbulletin. De auteur van “The Wisdom of Crowds”, James Surowiecki, bewijst aan de hand van series wetenschappelijke voorbeelden dat de massa het bij veel beslissingen beter weet dan de experts. “Onder de juiste omstandigheden,” schrijft de auteur, die ook een vaste financiële column in de New Yorker heeft, “zijn groepen opmerkelijk intelligent, en vaak slimmer dan de slimsten in hun midden.”
Met andere woorden, de kans is groot dat een systeem als dat van Digg.com, waar een breed publiek de positie van berichten in de nieuwshiërarchie bepaalt, superieur is aan het systeem waar een professionele nieuwsredactie dat doet. Er bestaan veel meer niet-redactionele filtersystemen – zie de lezens- en bezienswaardige bijdragen daarover van Erwin Boogert en Jaap Stronks – maar mij gaat het nu even om het principe.

Lotto Weekend Miljonairs

Een aansprekend voorbeeld levert de televisiequiz “Who Wants To Be A Millionaire?”, in Nederland uitgezonden onder de titel Lotto Weekend Miljonairs. Gemeten over een groot aantal shows vonden deelnemers in 65% van de gevallen het goede antwoord als ze telefonisch een deskundige kennis raadpleegden. Maar kandidaten die het publiek in de studio raadpleegden — toch bepaald geen verzameling goeroes — scoorden veel beter; zij vonden maar liefst in 91% van de gevallen het goede antwoord. Volgens Surowiecki is dat geen toeval of uitzondering. Laat een groep naar iets raden — het aantal bonen in een pot, bij voorbeeld — en slechts een kleine minderheid van individuen zal dichter bij het correcte antwoord in de buurt komen dan de gemiddelde schatting van de gehele groep.
Evenzo blijkt het oordeel van de menigte vaak superieur bij het diagnosticeren van oorzaken van problemen (zoals na de ramp met de Challenger) en bij het voorspellen van uitkomsten van politieke, economische of militaire processen.
“Bij de meeste dingen staat het gemiddelde voor middelmatigheid”, zegt Surowiecki, “maar bij collectieve intelligentie staat het juist voor excellentie. You could say it’s as if we’ve been programmed to be collectively smart.

Wel, en dat is essentieel, moet aan een paar voorwaarden worden voldaan. In de eerste plaats moet de beslissende crowd redelijk geinformeerd en gemotiveerd zijn. Daarnaast moet zij, om optimaal effectief te zijn, drie kenmerken bezitten: gevarieerdheid in standpunt, onafhankelijkheid van elkaars mening, en decentralisatie (met de mogelijkheid om “lokale kennis” te ontsluiten en benutten). En er moet uiteraard een mechanisme zijn waarmee alle prive-oordelen tot een collectieve beslissing worden geaggregeerd.
Op de website van Jim Heskett, hoogleraar aan de Harvard Business School, blijken opvallend veel ceo’s en organisatie-adviseurs Surowiecki’s theorie met succes aan hun eigen praktijk te hebben getoetst. Het klopt allemaal, zeggen ze, al wijzen sommigen er terecht op dat menigten vaak buitengewoon slechte beslissingen nemen als niet aan de drie voorwaarden is voldaan (zoals de gang van zaken onder beleggers tijdens de internet bubble of onder automobilisten in een file bewijst!).

Redactie als kleine crowd?

Ook bij de nieuwsselectie draait het om het nemen van een beslissing, en wel over de vraag welke informatie belangrijk is voor een gemeenschap, welke berichten een bredere distributie waard zijn. Met een beroep op Surowiecki kun je zeggen dat geen instantie daartoe beter geëquippeerd is dan die gemeenschap zelf. Maar, zou iemand daar tegenin kunnen brengen, ook de redactie vormt toch een (kleine) crowd? Waarom de besluitvorming dan toch niet aan haar overgelaten?
Die vlieger gaat om meerdere redenen niet op, lijkt me. Ten eerste bepalen redacties hun nieuwsselectie niet door de besluiten van alle individuele redacteuren te aggregeren. In de tweede plaats weten we sinds Warren Breed (Social Control in the Newsroom) en Herbert Gans (Deciding What’s News) hoe conformistisch de meeste professionele redactieculturen in elkaar zitten; het soort pluriformiteit dat we in de menigte buiten vinden, wordt nooit in redactielokalen geëvenaard.
Daarom zou de pers de gemeenschap beter bedienen door systemen á la Digg.com te ontwerpen en gebruiken. Meer in zijn algemeenheid kunnen zgn. consumer generated media (zie bv. dit artikel over autojournalistiek) de pers voor blinde vlekken en vertekeningen behoeden die elke besluitvormende elite nu eenmaal eigen zijn. Het zou tot verrassende en verfrissende resultaten leiden. Zo durf ik, afgaande op de massale discussies op het web, wel te wedden dat de gemeenschap het nieuws over Ayaan Hirsi Ali en de nieuwe feiten omtrent de moord op John F. Kennedy – door veel journalisten tot “oud nieuws” bestempeld – meteen hoger in de hiërarchie zou hebben geplaatst.

The Wisdom of Crowds: Why the Many Are Smarter Than the Few and How Collective Wisdom Shapes Business, Economies, Societies and Nations.
By James Surowiecki.
Doubleday; 320 pages; $24.95.
Little, Brown; £16.99

Al 19 reacties — discussieer mee!