Beste Frank,

Je vroeg mij om ‘het grootste misverstand over weblogs’ onder woorden te brengen. Welnu, dat is naar mijn idee de journalistieke kwestie. De vraag: “zijn blogs nu wel of niet journalistiek” vind ik niet de meest relevante. Vooral omdat er bij het beantwoorden van die vraag voortdurend wordt gewezen op al die lifeblogs over de kat van het buurmeisje die toch totaal oninteressant zijn voor een groot publiek (zie ook dit artikel). Ik vind echter: de vraag ‘zijn blogs journalistiek’ is zoiets als vragen ‘is papier journalistiek’?. Of: ‘is de drukpers journalistiek?’

Van belang is dat blogs de manier veranderen waarop we (en dat ‘we’ is vooralsnog een vrij kleine groep regelmatige bloglezers en schrijvers) aan wat voor informatie komen, hoe (journalistieke) informatie wordt gedistribueerd, geïnterpreteerd, gecontroleerd. Weblogs veranderen het medialandschap, de vraag ‘hoe precies’ is daarbij relevanter dan de constatering dat het geen echte journalistiek is.

Daar vallen in dit verband drie dingen over te zeggen.

1) De opkomst van weblogs betekent dat berichtgeving over en analyse van gebeurtenissen een open proces wordt. Journalisten zullen – in ieder geval voorlopig – degenen zijn die het gros van dit werk uitvoeren, en dat werk blijft een belangrijke waarde hebben. Maar zij zijn niet de enigen meer, hun werk wordt zo hier en daar aangevuld met dat van bloggers, flickr-fotografen etc.

Belangrijker: vervolgens krijgt de berichtgeving op weblogs een hele nieuwe dynamiek. Webloggers becommentariëren, vullen aan, bekritiseren of raden elkaar verhalen aan. Inderdaad, journalistiek wordt een conversatie. Of de journalist dat nu wil of niet, bloggers zullen met zijn materiaal aan de haal gaan. Dat betekent niet dat de institutionele journalistiek ten dode is opgeschreven. Integendeel, goed geschreven verhalen en interessante analyses blijven waardevolle producten. Alleen is die reportage nu niet meer het eindproduct van het journalistieke proces, maar eerder het begin van een heel nieuw proces. En zijn er ook buiten de journalistieke instituten tal van andere bronnen in opkomst waar we deze verhalen kunnen vinden.

2) Die nieuwe buiteninstitutionele bronnen moet je vooral zoeken in de hoek van de themablogs of brainblogs. Kijk bijvoorbeeld naar wat Sipke (www.8a.nl/blog) hierover schrijft bij een discussie op De Nieuwe Reporter

“In deze discussie wordt continu geschermd met het niks toevoegen van weblogs aan de inhoud van kranten. En dat klopt voor waar de kranten over schrijven. Maar het probleem zit hem er juist in dat kranten er maar zeer beperkt in slagen om over interesses van hun lezers te schrijven. Als ik voor mijzelf spreek is er bitter weinig in een krant te vinden over sportklimmen, electro muziek, online marketing, games, de nieuwste mobiele telefoons en info over beleggen. Dat zijn onderwerpen die mij interesseren en waarmee weblogs mij wel bedienen en kranten niet. En of dat op een journalistieke wijze gebeurt kan ik niet bepalen, maar dat interesseert mij ook niet. Zolang mijn informatiebehoefte maar wordt bevredigd.”

Fanatici en geïnteresseerden kunnen met enig verstand van zaken een blog over hun onderwerp opstarten. Hetzelfde geldt voor deskundigen op een bepaald gebied. Ik gebruik met opzet het woord fanatici, want het onderhouden van een goede blog kost veel tijd en energie. Toch kent iedere subcultuur wel enkele van deze mensen, die vervolgens weer een grotere groep enthousiastelingen weten aan te spreken. Hier zou je de vraag kunnen stellen: is het journalistiek? Dat wil zeggen: volgens welke standaarden is deze informatie bij elkaar gebracht? Is de site gesponsord? Is er een redactiestatuut dat onafhankelijkheid belooft? Is de site de spreekbuis van een lobbygroep of commercieel bedrijf dat nieuwe hoogtemeters of klimhaken aan de man probeert te brengen? Transparantie is daarbij belangrijk, en ook ‘mediawijsheid’, de competentie om motieven van makers te doorzien en mee te wegen in het oordeel over de betrouwbaarheid. Maar het feit dat een weblog niet volgens de normen van de journalistieke professionele beroepsgroep is gemaakt, wil niet zeggen dat zo’n site ook waardeloos of irrelevant is. Andersom: ik denk dat het heel zinnig is als journalisten de discussie voeren: wat is journalistiek?. Als zij die definities weergeven op hun eigen site en zich eraan houden, komt dat de transparantie alleen maar ten goede. Maar dat wil nog niet zeggen dat weblogs die niet journalistiek zijn volgens die standaarden ook per definitie gediskwalificeerd zijn.

3) Dat brengt mij bij mijn derde punt. Ik denk dat er vanzelf een soort ‘vertrouwenseconomie’ ontstaat. Lezers zullen bepaalde journalistieke instituten en weblogs door de tijd heen gaan vertrouwen omdat ze er vaak goede berichten of relevante informatie vinden. Goede blogs met voor hun doelgroep betrouwbare informatie (wat iets anders is als objectief betrouwbare informatie – en daarin schuilt ongetwijfeld een zeker maatschappelijk gevaar) zullen boven komen drijven en kunnen zeer goed bestaan naast traditionele journalistiek. En zoals een krant naast journalistieke verslagen ook recensies, columns, cursiefjes en opiniestukken afdrukt, zo zal een webloglezer ook zijn eigen palet samenstellen. Dan weer haalt hij zijn informatie van een onafhankelijke nieuwssite, dan weer uit een lifeblog met persoonlijke verhalen, dan weer uit een themablog over sportklimmen, dan weer van een gesponsorde site. Die nieuwe dynamiek is interessanter dan de vraag of al die weblogs wel dezelfde standaarden hanteren als professionele journalisten.

Al 7 reacties — discussieer mee!