Uit het onderzoek naar het Nederlandse correspondentenbestand dat twee weken geleden op De Nieuwe Reporter werd gepubliceerd, bleek onder

andere dat het aantal correspondenten nauwelijks is afgenome

n in de afgelopen tien jaar. Dat verbaasde een aantal lezers en redacteuren. Het gaat immers toch slecht met de buitenlandse berichtgeving? Ten dele waar, menen ex-correspondenten en chefs buitenland bij NRC Handelsblad, de Volkskrant en de NOS. De echte terugloop komt nog, voorspellen zij. Maar niet bij de eigen werkgever. ‘De correspondent hoort bij de krant, net zoals het drukken.’

‘Het is steeds harder vechten voor een plekje op de één,’ zegt Paul Brill, buitenland commentator en ex-correspondent van de Volkskrant. ‘Toen ik tussen 1986 en 1993 in de Verenigde Staten zat, was er altijd vraag naar stukjes. Nu zullen correspondenten meer moeite hebben om ze kwijt te kunnen. De filosofie bij veel kranten is dat het nieuws vooral dicht bij huis moet zijn. Dat geldt gelukkig voor de Volkskrant veel minder, maar je ziet wel verschuiving.’ Correspondenten zijn duur en zitten daarom op de schopstoel. Brill schat dat een vaste journalist in Parijs de krant al snel twee of drie keer zo veel kost als een redacteur binnenland.

Uren kletsen op de radio

Het heeft Gerard van den Broek, chef buitenland van de NOS, niet verbaasd dat het aantal correspondenten nog nauwelijks is afgenomen. Maar over twee jaar zal dat anders zijn. ‘Het gaat nergens goed bij de media en als er bezuinigd wordt dan sneuvelt het buitenlands nieuws als eerste. Die terugloop komt nog. Hoewel het aantal correspondenten over tien jaar misschien weer op het huidige niveau zit. Het gaat met golven.”
Volgens Van den Broek zijn de kosten van een correspondentennetwerk nauwelijks op te vangen met goedkope alternatieven. ‘De suggestie dat je via buitenlandse bloggers even goed geïnformeerd raakt als via een correspondent is flauwekul. Ik vind dat geen journalistiek. En ook het lezen van buitenlandse nieuwssites is niet hetzelfde. We maken soms wel gebruik van iemand van de VRT of de BBC. Maar het liefst heb je toch een correspondent met een Nederlandse blik. Die weet wat hier speelt, waar het Nederlandse publiek meer van wil weten.’

Eén van de conclusies van het correspondentenonderzoek is dat fusies en samenwerking ervoor hebben gezorgd dat er minder opdrachtgevers per correspondent zijn. Met name de samenvoeging van de actualiteitenrubrieken van de Publieke Omroep is daar debet aan. Voor het werk van een correspondent is dat erg prettig, herinnert Renee Postma, chef buitenland van NRC Handelsblad, zich. ‘Ik was correspondent in Boedapest toen alle radiorubrieken samengingen in het Radio 1 Journaal. Ik kreeg een vast contract en betere arbeidsvoorwaarden en hoefde niet meer mijn plas op te houden tot zaterdag als ik bijvoorbeeld een stukje voor de TROS had. Ik kon uren kletsen op die radio.’
Toch heeft het ook een keerzijde, namelijk dat er steeds meer op één hoop terechtkomt. Worden er op die manier niet steeds minder verschillende meningen geuit? Die vraag speelt nu ook bij de NOS, dat van zijn journalisten in binnen- en buitenland verwacht dat zij zowel radio als tv als aan de site bijdragen leveren. ‘We zijn ons bewust van dat gevaar,’ zegt Van den Broek, ‘daarom proberen we bijvoorbeeld door deskundigen in de studio uit te nodigen andere geluiden te laten horen. Groot voordeel is dat een correspondent veel efficiënter kan werken. Waarom zou je twee verschillende mensen naar een woordvoerder laten bellen?’
Paul Brill is minder enthousiast over de multimediale werkzaamheden van correspondenten. ‘Je wil toch in eerste instantie een exclusieve correspondent. Als chef buitenland was ik nooit zo gelukkig als we iemand deelden met bijvoorbeeld het NOS Journaal. Die was dan in eerste instantie toch altijd bezig een item voor het Acht uur Journaal te maken en kon daarna pas aan de krant gaan denken.’
Brill: ‘Zeker in de grote hoofdsteden zoals Washington, Londen, Moskou, zit een correspondent toch gauw vol voor de krant. Kunst wil een stuk over een museum. Economie over het bedrijfsleven, je wilt nog een feature. Nu wordt er ook van correspondenten verwacht dat ze een video maken voor de site. Tja, het is geen hoge kwaliteit en als de consument er tevreden mee is, oké. Maar het is wel weer een extra belasting.’
Dat correspondenten veel vaker naar werkzaamheden buiten de journalistiek moeten zoeken om rond te komen, zoals Fons Tuinstra ervaart, merken de geïnterviewden niet.

Te veel collega’s typen persbureaus over

Het klassieke verwijt aan de buitenlandjournalistiek is dat het de Derde Wereld negeert. De spreiding van correspondenten op de wereldkaart laat een blinde vlek in Afrika zien. ‘Logisch,’ meent Brill. ‘We volgen een concentrisch model. Wat dicht in de buurt is, is belangrijk. Daar zitten dus ook de belangrijkste posten. Met andere posten kun je schuiven, waarbij de geopolitiek het criterium is.’
Ook Postma ziet geen kwaad in de scheve verdeling. ‘We moeten ons dat wel blijven realiseren. Sommige plekken krijgen minder aandacht. Ik heb meegemaakt dat er opeens geen nieuws meer kwam uit Roemenië omdat het persbureau daar werd opgedoekt. Dat wil niet zeggen dat er ook geen nieuws ís. Een correspondent moet er dan zelf op uit gaan. Te veel collega’s typen blind de persbureaus over. Dat kun je ook wel vanuit Nederland, daarvoor zit je daar niet.’
Ondanks een verdere afname van het aantal correspondenten in Afrika en Zuid-Amerika ziet Van den Broek de wereld kleiner worden. ‘Het wereldbeeld verschuift. Afrika is voor veel mensen niet meer zo’n Verweggistan-ding.’ Tegelijkertijd gaat de globalisering gepaard met meer lokaal nieuws. ‘Na Fortuyn is de hele samenleving nog meer naar binnen gaan kijken. Daarom lijkt het buitenlands nieuws minder belangrijk. Maar een correspondent moet weten hoe hij het brengt. De moord op Theo van Gogh heeft duidelijk buitenlandse links, daar moet je op inspringen. Het is niet verbazingwekkend dat je een reportage over de leefwijze van de Maya’s in Peru nu niet gemakkelijk slijt. Je moet een herkenbaar verhaal brengen.’
Volgens Brill is een correspondent er niet in eerste instantie voor het nieuws, maar om ‘een thermometer in die maatschappij te steken’. ‘Dat een correspondent het zoveelste automatische piloot verhaal over een ramp in Afrika niet kwijt raakt, daar kan ik geen traan om laten. Hij zit daar om inkijk te geven in de samenleving. Dat willen onze lezers lezen. Daarom blijft de behoefte aan correspondenten altijd bestaan bij kranten als de Volkskrant en de NRC. We moeten genoegen nemen met een bescheidener publiek, maar dat is een kosmopolitisch publiek. Over de hele linie zal het aantal correspondenten echter uitdunnen.’
Ook Postma verwacht niet dat de correspondent overbodig wordt, ook niet door het aanbod op aan internationaal nieuws op internet. ‘Correspondenten horen bij de krant, zoals het drukken. Er komt vast een herschikking in het correspondentenbestand. Meer verschillende samenwerkingen, meer multimedia combinaties. Maar je zult toch altijd iemand willen die je aan de hand door dat land meeneemt.’
Van den Broek: ‘De NOS is het correspondentennetwerk zelfs nog aan het uitbouwen. Die aandacht voor het buitenland is één van de pluspunten van de publieken ten opzichte van de commerciëlen. Persoonlijk zie ik de toekomst wel hoopvol in. Maar voor alle media tezamen niet.’

Al 3 reacties — discussieer mee!