Geen kind in de cel. Onder die vlag wijdde Pieter Jan Hagens een gecombineerde radio- en televisieuitzending aan de opsluiting van het Chinese jongetje Hui. De journalist als activist. Is het de voorbode van een nieuwe trend?

De mogelijkheden liggen voor het oprapen. De uitgeprocedeerde asielzoeker die een laatste strohalm zoekt om uitzetting te voorkomen. De patiënt die gewaagt van ‘onmenselijke wao-keuringen’ in de geestelijke gezondheidszorg. De moeder die strijdt tegen instanties die haar de voogdij over haar kinderen willen ontnemen. De vrouw die tipt over een stiefvader die twee meisjes mishandelt zonder dat de kinderbescherming ingrijpt. De in Nederland afgestudeerde arts die niet aan de slag mag omdat hij nog geen asielstatus heeft. De werknemer die zijn arbodienst aanklaagt wegens gemanipuleer met medische gegevens. Het is maar een kleine en willekeurige greep uit het arsenaal van briefschrijvers die de mailbox van NOVA weten te vinden.

Allemaal zijn ze uit op publiciteit. Vaak zijn ze vastgelopen in het bureaucratische doolhof van allerhande instanties, en hebben ze het vertrouwen in rechters en ombudsmannen verloren. Het mobiliseren van publieke verontwaardiging is het enige dat hen dan nog rest. En daar heb je de krant voor nodig. Of liever nog: het machtige emotiemedium dat televisie heet.

We zouden gemakkelijk een NOVA per week kunnen vullen met kijkers die hun eigen misstand aan de kaak willen stellen. En waarom ook niet. Achter elk verhaal schuilt wel een dieper probleem. Televisierubrieken grijpen wel vaker naar de vorm van het voorbeeld: een probleemgeval, dat model staat voor een kwestie die de maatschappij als geheel raakt. Het voorbeeld maakt het probleem tastbaar, persoonlijk en dus herkenbaar. Ideaal voor een direct en intiem medium als televisie. Het is een effectieve journalistieke werkwijze, die ook de verantwoordelijke direct raakt.

Dat bleek bijvoorbeeld uit de heisa rond Taida Pasic, die geen eindexamen mocht doen omdat ze terug moest naar Bosnië. De verontwaardiging bracht minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) flink in het nauw. En er zijn tal van andere voorbeelden. In 1997 zwichtte toenmalig staatssecretaris Welzijn en Sport Erica Terpstra al voor de verontwaardiging die ontstond rond een zwaar gehandicapt meisje, dat in een verpleeghuis terecht dreigde te komen omdat ze niet voldoende geld kreeg om thuis te kunnen blijven. Aanleiding was een reportage van NOVA over problemen rond het door Terpstra geintroduceerde persoonsgebonden budget, dat tot doel had de zelfstandigheid van hulpbehoevenden te vergroten – met in dit geval een averechts effect.

Ivoren toren
Tot nu toe is het journalistiek gebruik om -als programma- zelf geen stelling te nemen. NOVA is er om objectief te informeren; niet om partij te kiezen. Dus niet alleen oog te hebben voor de misstand zelf, maar ook voor de bestuurlijke dilemma’s die er aan ten grondslag liggen. Hagens op de Middag – aangeprezen als ‘het nieuwe journalistieke uithangbord van de AVRO op Radio1’ – heeft dat principe overboord gezet. Minister Verdonk kwam in de uitzending nog wel aan het woord, maar met de stelling ‘geen kind de cel in’ liet Hagens geen misverstand bestaan over de opinie van de programmamaker zelf.

Het is een logisch voorvloeisel uit de vertrouwenscrisis waarin de journalistiek zich bevindt. Het geloof van nieuwsconsument in de zelfverklaarde objectiviteit en onafhankelijkheid van journalisten is al jaren aan erosie onderhevig, in een tijdperk waarin kijkcijfers en commerciële belangen de toon lijken te zetten. Door af te dalen uit wat velen beschouwen als de ivoren toren van journalistieke arrogantie, komt Hagens dichter bij zijn kijkers en luisteraars. Hij levert weliswaar zijn journalistieke pretenties in, maar het publiek weet nu tenminste waar hij staat.

De journalist ontpopt zich als mens: kwetsbaar, subjectief, maar ook eerlijk en dus herkenbaar. Hagens sluit ook aan bij de opkomst van de blogger die via internet zijn of haar eigen visie geeft op de wereld en het nieuws. Deze vorm van burgerjournalistiek, ‘civic journalism‘ in jargon, neemt serieuze vormen aan. De reguliere pers volgt de ontwikkelingen met argusogen. Niet alleen omdat de blogger de kloof kan overbruggen tussen het kale nieuwsfeit en de beleving van de man-in-de-straat, maar ook omdat hier sprake is van een niet te versmaden nieuwsbron.

Skoeps
Veelzeggend is de oprichting van Skoeps, een nieuw internetbedrijf van de televisiezender Talpa, het persbureau ANP, het telefoonbedrijf Vodafone en PCM, uitgever van de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw. Het is de bedoeling dat ‘oplettende burgers’ foto’s en video’s gaan aanleveren die Skoeps vervolgens in de markt zet. Iedereen die getuige is van een bijzondere gebeurtenis kan zijn beelden doorsturen. Snelheid is het belangrijkste uitgangspunt, meldt PCM-woordvoerder Nederlof in het persbericht. “We zijn bijvoorbeeld sneller dan het ANP, omdat we niet eerst uitgebreid gaan uitzoeken of iets daadwerkelijk gebeurd is”.

De reguliere pers die haar deuren opent voor actievoerders, webloggers en amateurjournalisten. Het heeft risico’s. Hoe voorkomt Skoeps dat er straks argeloze burgers aan de schandpaal worden genageld door wraakzuchtige buurtbewoners? Hoe voorkom je dat je als fatsoenlijk medium ruimte geeft aan racisten of criminelen?

Bij de Volkskrant, die bloggers al enige tijd een podium verschaft, is al flinke verdeeldheid ontstaan omdat één van die bloggers Marthijn Uittenbogaard blijkt te zijn – oprichter van de PNVD, ofwel de pedopartij. De ombudsman van de krant, Thom Meens, vindt dat de krant hem de toegang moet ontzeggen, omdat de ideeën van de PNDV moreel verwerpelijk zijn en in strijd met het redactiestatuut. Maar volgens hoofdredacteur Pieter Broertjes kan dat niet. “In die weblogs moet je maximale ruimte bieden. Anders heeft het geen zin.”

Moeras
De vraag is wat een journalist straks nog onderscheidt van een willekeurige burger met een nieuwtje of een mening. We kunnen alleen namens NOVA spreken. Wat ons betreft kan het antwoord alleen maar zijn dat van een journalist mag worden geëist dat hij zijn bronnen onderzoekt, feiten controleert en scheidt van meningen, en hoor- en wederhoor toepast – kortom dat hij betrouwbare en evenwichtige informatie verstrekt. Laten we die uitgangpunten los, dan lopen we in het moeras van eenzijdige en onbetrouwbare bronnen en verliezen we ons bestaansrecht.

De journalistiek kan het vertrouwen van de nieuwsconsument alleen terugwinnen door afstand te houden; niet door alle muren te slechten. Dat is de paradox. Objectiviteit, onafhankelijkheid. Het zijn misschien hoogdravende begrippen, maar NOVA houdt er toch maar aan vast. Natuurlijk, er zijn factoren die de keuzes die we maken subjectief beïnvloeden. Kijkcijfers, hanteerbaarheid van het nieuws (’t moet niet te saai of ingewikkeld zijn), emotionele lading – het speelt allemaal een rol bij de afwegingen die we maken. Maar dat mag een objectieve en onafhankelijke aanpak van het nieuws dat wel de uitzending haalt niet in de weg staan.

Wie die pretentie heeft, moet ook ruiterlijk zijn in het erkennen van fouten. En die maken we ook. Terug naar de opwinding rond het Chineesje Hui. Ook NOVA liftte mee op de golf van verontwaardiging, met een onderwerp over de actie-uitzending van Hagens en een reactie van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) na afloop van het debat over kinderopsluiting in de Tweede Kamer. Een halfslachtige aanpak die de kijker niet wijzer heeft gemaakt. Het beeldverslag gaf geen afgewogen beeld van de achtergronden van Hui’s opsluiting, en daardoor kwam ook het gesprek met Verdonk niet verder dan het uitspreken van platgetreden algemeenheden.

Het leverde NOVA boze reacties op van zowel de Hui-sympathisanten die kwamen met het verwijt dat we ons onvoldoende hadden gewapend tegen de argumenten van de minister, als de Verdonk-aanhangers die oordeelden dat we Hui te gemakkelijk als slachtoffer hadden laten zien. Het sterkt ons in de overtuiging dat het voeren van actie geen doel kan zijn van een actualiteitenrubriek die de kijker en zichzelf serieus neemt. Die kijker neem je serieus door zijn kritiek ter harte te nemen, zijn tips op waarde te schatten en zijn expertise te benutten. Maar niet door hem het podium te geven. Daar biedt het internet voldoende andere wegen voor.

Dit hoofdredactioneel commentaar van Nova verscheen eerder op de site van het programma.

Al 2 reacties — discussieer mee!