Toen ik vorig jaar oktober als eerste vraagtekens zette bij het journalistieke gehalte van de nieuwe Volkskrant-weblogs werd ik overladen met honende reacties. Ik had er helemaal niets van begrepen, dit soort burgerjournalistiek had juist de toekomst. In mijn opiniestuk in de Volkskrant vroeg ik me af of bloggen wel iets met journalistiek te maken heeft, aangezien verslaggeving niet bepaald populair is bij bloggers; wel het op hoge toon en liefst anoniem, spuien van meningen. Ik schreef vorig jaar: “De meeste deelnemers lijken niet te beseffen dat het de kern van de journalistiek is om op een waarheidsgetrouwe manier verslag doen van relevante gebeurtenissen.”

Ook Arjen Dasselaar veegde de vloer aan met mijn stuk in de Volkskrant waarin ik er “blijk van gaf niets van het fenomeen ‘bloggen’ te snappen”. En wel door me “te beperken tot achterhaalde clichés als anonimiteit en hoor en wederhoor”. Die term hoor en wederhoor kwam niet voor in mijn stuk, maar dat terzijde.

Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik vorige week las dat Dasselaar een scriptie heeft geschreven over het journalistieke gehalte van weblogs in Nederland, waarop hij bij de master opleiding Journalistiek en nieuwe media in Leiden inmiddels cum laude is afgestudeerd.

Onthutsend
Blijkbaar was het toch niet zo’n gek idee om te vragen naar dat journalistieke gehalte van weblogs. De uitkomsten zijn onthutsend, als Dasselaar zijn van tevoren opgestelde criteria voor journalistiek gebruikt is er onder de 292 respondenten van zijn online uitgevoerde enquête maar 1 (0,3%!) blogger die enigszins aan de door Dasselaar gehanteerde definitie van journalistiek voldoet.
Door de definitie en de mate waarin bloggers scoren op de verschillende criteria flink op te rekken, weet de onderzoeker toch nog tot 51 exemplaren te komen (17,5%). De conclusie is duidelijk: de meeste bloggers in dit onderzoek zien zichzelf absoluut niet als journalist en hanteren ook geen journalistieke methoden. En dat terwijl de steekproef van 292 via zelfselectie tot stand is gekomen, een zelfselectie die juist voor een oververtegenwoordiging zou kunnen zorgen van mensen die wel met journalistiek bezig zijn.

De conclusies van het onderzoek zijn des te verbazingwekkender omdat Dasselaar een tamelijk vage en dus ruime definitie van journalistiek hanteert: “Journalism is truth seeking storytelling aimed at citizens, which is editorially independent”.
Het is niet duidelijk waarom Dasselaar voor deze kenmerken gekozen heeft, er is voldoende wetenschappelijke literatuur beschikbaar om tot scherpere definities te komen. Waar zijn elementen als: ‘nieuws’ in plaats van ‘verhalen vertellen’; ‘kritische functie’; ‘controle op de macht’; ‘controleerbaarheid’; ‘niet anoniem’, etc.

Het probleem is dat de kenmerken ‘gericht op burgers’, ‘verhalen vertellen’ en ‘onafhankelijkheid’ helemaal geen specifieke journalistieke kenmerken zijn. Een romanschrijver die een blog bijhoudt voldoet ook aan deze criteria en zou dus bij Dasselaar heel hoog scoren op drie van de vier criteria.

Een ander probleem is dat Dasselaar voor ieder kenmerk maar drie vragen heeft opgenomen in zijn enquête. Het criterium van ‘waarheidsvinding’ is ‘geoperationaliseerd’ in de vragen: welke bronnen gebruik je (andere sites of eigen onderzoek); ga je kritisch om met bronnen en verifieer je de feiten? Dat is natuurlijk geen operationalisatie van dimensies, want een specificatie van wat dat eigen onderzoek zou moeten inhouden ontbreekt. Dasselaar schrijft zelf dat hij dat aan de fantasie van de bloggers overlaat. “Misschien maken ze wel gebruik van andere methodes dan de gewone journalistiek en die willen we niet uitsluiten.” Maar waar die methodes dan uit bestaan en of dat iets met waarheidsvinding te maken heeft, daar komen we niet achter. Misschien zijn er wel bloggers bij met paranormale gaven!

Bloggers bloggen voor zichzelf
Ook bij de feitenverificatie laat Dasselaar aan de bloggers over om te bepalen op welke manier ze die feiten dan checken. Ondanks de ruimte die de bloggers krijgen om zichzelf tot journalist te promoveren, zijn de scores zeer laag. Alleen de scores op onafhankelijkheid zijn hoog (dat is niet vreemd want de meeste bloggers bloggen gewoon voor zichzelf) en dat criterium is dus niet discriminerend voor wie journalistiek bezig is en wie niet.

Omdat er uiteindelijk maar één journalistieke blogger uitrolt, besluit de onderzoeker te gaan compenseren en de normen te verlagen. Laag scoren op waarheidsvinding kan gecompenseerd worden door hoog scoren op onafhankelijkheid en dat is geen probleem want iedereen is zo’n beetje onafhankelijk! Door alles zo op te rekken ontstaat er een groep van 51 bloggers (17,5 procent) die enigszins journalistiek bezig is. En die door Dasselaar meteen “de journalistieke blogger” genoemd wordt.

Dasselaar heeft tien procent van de respondenten gecontroleerd door zelf hun site te bezoeken, maar in tegenstelling tot wat Dasselaar in een interview voor De Nieuwe Reporter zegt, viel onder die ‘controle’ niet het journalistiek gehalte van de site omdat, zo schrijft hij, “onze beoordeling zou net zo subjectief zijn als het antwoord van de respondent”. Dat is een onbegrijpelijke uitspraak, natuurlijk is het mogelijk om via onderzoek vast te stellen of een site voldoet aan bepaalde journalistieke criteria.

Ander domein
Hoeveel moeite Dasselaar ook doet om het journalistieke gehalte van blogs aan te tonen, het resultaat is mager, zelfs met de ruime definities en een zeer summiere vragenlijst. De meeste bloggers hebben overduidelijk geen boodschap aan journalistiek. Daar is verder niks mis mee, de bloggers behoren tot een ander domein dan dat van de journalistiek, met een eigen cultuur en een eigen maatschappelijke functie. Het rare is dat de scriptie daar niet over gaat, ondanks de omineuze titel ‘The Fifth Estate’. Die vlag dekt de lading niet, want over die vermeende rol als vijfde macht komen we niet veel te weten in deze scriptie. Wel dat bloggen weinig met journalistiek van doen heeft.

Al 25 reacties — discussieer mee!