Carel Kuyl, hoofdredacteur van NOVA, laat zich misprijzend uit over journalisten die openlijk partij kiezen voor het opgesloten Chinese jongetje Hui. “De journalist als activist. Is het de voorbode van een nieuwe trend?” vraagt hij zich af.

Hij hoopt van niet.
Ik hoop van wel. Een partijdig journalist als Greg Palast (foto), die al jaren voor BBC Newsnight werkt, zou wat mij betreft vandaag voor NOVA mogen beginnen.

Hoe ik op Palast kom? Deze zomer ontmoette ik in Californië een oorlogsveteraan, Michael Seligman. Wandelend langs het indrukwekkende oorlogskerkhof dat hij met andere vrijwilligers elke zondag op het strand in Santa Barbara opbouwt, sprak hij over de media, auteurs en journalisten die in zijn ogen onafhankelijke berichtgeving verzorgen – Radio KPFK, John Perkins, Greg Palast – en besefte ik weer eens hoe incompleet onze dagelijkse nieuwsvoorziening is. De Journaals, NRC’s, NOVA’s, New York Times en Economists van deze wereld dragen het Kuyl-keurmerk “objectief en onafhankelijk” maar onthullen ons weinig of niets over de werkelijke rol van het IMF en de Wereldbank in de wereld, de Chavez-kant van het conflict tussen de VS en Venezuela, de manier waarop invalide oorlogsveteranen uit Irak aan hun lot worden overgelaten, de bedrieglijke rol van Westerse economische consultants in ontwikkelingslanden, het prijsbeleid van farmaceutische concerns, en honderden andere belangwekkende onderwerpen.

Palast tart tweedeling
Onthullingsjournalist Greg Palast kan en wil zijn partijdigheid niet verhullen. Twee passages om een indruk van zijn positie en schrijfstijl te geven:

“On September 11, I remember listening to our president, when he emerged from hiding, tell the nation, “America is open for business!” Not in my neighbourhood, Mr. President. Mostly, we were shaken and worried sick waiting for word of missing friends. But some people caught the spirit. Within days, some enterprising souls tried to sell little bags to victims’ families, supposedly full of the ashes of their deceases kin.”

En (in een denkbeeldige dialoog met de lezer):

“You didn’t read about the killings in Bolivia in your newspaper? Come now, it was right there in the Washington Post… in paragraph ten of the story on page thirteen of the Style section. I kid you not: the Style section. It dangled from the bottom of a cute little story on the lifestyle of some local anti-WTO protesters.”

Wie Greg Palast wil “plaatsen”, heeft weinig aan Kuyl’s dichotomie met enerzijds onvervaard met hun eigen mening pronkende bloggers, anderzijds het objectieve NOVA dat “bronnen onderzoekt, feiten controleert en scheidt van meningen, en hoor- en wederhoor toepast – kortom betrouwbare en evenwichtige informatie verstrekt.”
Palast tart die tweedeling, belichaamt het beste van beide kampen. Hij kiest partij, komt ronduit voor zijn (door kwaadheid over onrecht gekleurde) visie uit, maar is óók meester in bronnenonderzoek, pleegt óók hoor en wederhoor (al wil de tegenpartij hem soms niet te woord staan). Juist die combinatie maakt hem voor veel mensen/bronnen tot een betrouwbare boodschapper, aan wie ze graag en vaak vertrouwelijke informatie toespelen.
De resultaten van zijn werk zouden niet in NOVA misstaan. Volledig gedocumenteerde onthullingen over de Republikeinse diefstal van de verkiezingen in Florida, een inkijkje in de desastreuze voorwaarden die Wereldbank en IMF aan leningen aan Derde Wereldlanden opleggen (door Palast met hulp van ex-Wereldbank-topeconoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz vervaardigd), de rol van Glaxo-Wellcome op de wereldmarkt voor AIDS-medicijnen, waarom zou de NOVA-kijker dat niet willen of moeten weten?
Sterker, de NOVA-redactie zou zelf een traditie in dat type verslaggeving kunnen opbouwen.

Bestuurders die over lijken gaan
Kuyls vrees dat partijdige journalisten, bloggers en amateur-verslaggevers in een “moeras van eenzijdige en onbetrouwbare bronnen” belanden, is terecht. Maar dat is de kwestie niet. De kwestie is dat zijn NOVA-koers niet het enige alternatief voor dat moeras kan vormen.
“NOVA is er om objectief te informeren”, meent hij, “niet om partij te kiezen. Dus niet alleen oog te hebben voor de misstand zelf, maar ook voor de bestuurlijke dilemma’s die er aan ten grondslag liggen.”
Als politici, organisaties en bedrijven hun keuzes inderdaad altijd door keurige “bestuurlijke dilemma’s” lieten bepalen, zou hij gelijk hebben. Maar zo zit het niet, dat weet hij ook wel. Zeker in internationaal opzicht worden hun beslissingen vaak gedicteerd door keiharde eigenbelangen, die de belangen van grote groepen mensen op deze aardbol beperken of uitsluiten. Bestuurders genoeg die letterlijk over lijken gaan.
Streven naar onpartijdigheid is mooi, maar niet als dogma, niet tegen elke prijs.
De paradox is dat je als journalist soms partij moet kiezen om je onafhankelijkheid te bewaren.

Een aantal onthullingen van Palast is gebundeld in zijn boek The Best Democracy Money Can Buy

Al 7 reacties — discussieer mee!