De redactie van het Algemeen Dagblad maakt zware tijden door. Om het bedrijf weer ‘mean and lean’ te maken, verdwijnen banen. Terwijl de krant net een jaar op de mediakaart staat. Hoe kun je een krant maken, terwijl iedereen het eigenlijk maar over één vraag heeft: wie gaat en wie wil eruit? Verslag van een anonieme AD-reporter.

Falende eindredactie, luie collega-verslaggevers, de primeur van de concurrent, het weekend, een nieuw huis, het zijn op dit moment allemaal geen gespreksonderwerpen meer voor de journalisten van het Algemeen Dagblad. ’t Gaat nog maar over één ding: wie pakt er de vertrekregeling? ,,Ga jij eh …?’’ ,,Weet jij al wie …?’’
En: wat gaat iedereen dan doen? Want met ons komen ook nog eens al die Wegenerjournalisten op de markt. Dus een vaste baan bij een ander dagblad – die kun je wel op je buik schrijven. En je moet er toch niet aan denken dat zich tientallen tekstbureautjes gaan vestigen.
Dus praten we over onderwijsbevoegdheid en of het wel leuk is voor een klas met pubers te staan. Over voorlichter worden, maar dat je dan te veel naar het pijpen van gezaghebbers moet dansen. En over je vak gedag moeten zeggen, maar dat je eigenlijk nooit iets anders gewild hebt dan journalist worden.

De vertrekregeling is dé topic sinds 15 september. Want toen heeft de hoofdredactie van elke titel een excelbestandje laten zien. Keurig uitgesplitst per vestiging, per leeftijdscategorie, per categorie. Hoeveel formatieplaatsen er weg moeten, met twee cijfers achter de komma. Krantbreed 75. 75. 75 !!

En er volgde een uitleg: eerst komt een ronde van een maand waarbij iedereen op de eigen krant mag intekenen op de vertrekregeling. Daarna een kortere ronde, van twee weken, waarbij de regeling is opengesteld voor het hele AD met alle kopbladen.

Pakte je er de eerste keer bij je eigen vestiging naast, dan mag je nu inschrijven op een vertrekregeling in jouw leeftijdsvak bij een van de andere vestigingen. Of anderen mogen dat bij ons doen, als wij niet genoeg oprotpremiegebruikers leveren.
Boodschap was: zorg dat je er weg komt. Want door die tweede ronde kan een enorme carroussel beginnen. Als er op de ene plek te veel opstappen, moet dat gat vanuit een andere locatie gedicht worden. Hagenaren naar Rotterdam, Amersfoorters naar algemeen, enzovoorts.

En als dan de plekken voor vrijwillig vertrek niet vollopen, volgen de gedwongen ontslagen. Per leeftijdscategorie, last in first out. Op 1 januari. Dus wordt alvast het personeelsbestand doorgelicht tijdens de lunch, aan de bureaus, als iemand van een andere redactie langskomt. ,,Is die en die al 45-plus?’’ ,,Volgens mij wel, want zijn kinderen zijn al …’’
Of: ,,Die en die, weet jij wanneer die begonnen is?’’ ,,Ik werkte hier een jaar of drie, toen zij kwam. Dus hij moet van 1998 zijn.’’

Natuurlijk zijn er mensen die de krant liever vandaag dan morgen gedag zeggen. Die vorig jaar al hun twijfels hadden bij de formule: landelijk en regionaal, populistisch en degelijk. Die hun vakantiedagen tellen. Die bang zijn dat zich te veel vertrekkers in hun leeftijdscategorie melden. Die melden dat ze al een freelance netwerk hebben.

Maar d’r zijn ook collega’s die net een huis gekocht hebben, een duur huis. Die in hun eentje het inkomen voor hun hele gezin moeten verdienen. Die nooit in een andere branche dan de journalistiek gewerkt hebben. Die rekenen en puzzelen en hopen dat ze kunnen blijven.
De krant van morgen lijdt eronder, want dáár gaan de gesprekken nauwelijks over. Ja, even kort, plichtmatig. Mooie, grote producties komen er nu niet van. De pagina’s moeten vol, goed. Voor jagen op nieuws ontbreekt de puf. Laat staan voor discussie over keuzes.
En hoe het straks moet, als de redacties zijn uitgebeend en al die mensen met hun kennis niet meer op de zaal rondlopen – daar hebben we het liever nog maar niet over.

Al 5 reacties — discussieer mee!