Internet en de politiek In Nederland begint drie weken voor de verkiezingen van 22 november de campagne los te barsten. Nog niet op volle toeren, maar het mag duidelijk zijn dat er gekozen moet worden. Wie wil met wie, en met wie vooral niet, dat soort zaken. Toch is er dit jaar ook méér. De social network website Hyves.nl bestond drie jaar geleden amper, nu is elke zichzelf respecterende lijsttrekker, al dan niet gedwongen, aanwezig. Hyverkiezingen heet dat in marketingtaal. Hyves is wellicht een voor de hand liggend voorbeeld, toch is het indicatief voor de veranderende relatie tussen politiek, nieuwe media en populaire cultuur . Hoe (effectief) zetten Nederlandse politici en campagnestrategen nieuwe media in tijdens de verkiezingen en in hoeverre lijkt dit gebruik op de Amerikaanse campagne van 2004?

Hoe positief de campagne in Nederland ook is, ook in Nederland wordt er net iets vaker dan bij eerdere verkiezingen met kleine brokjes modder gegooid. Maar toch overheerst hier het positieve, zeker online.

Net niet
Het CDA probeert het met MSN chatbot Harmen Groen : “Harmen praat vooral over voetbal, ook al vraag je hem naar CDA-standpunten. Begin over de campagne en je krijgt te horen dat hij bij Oostvoorne in groene shirts speelt. Goh!” Maar toch, het CDA is wel, voor wat het waard is, de eerste politieke partij ter wereld die via chattechnologie campagne voert. GroenLinks komt met de TomTom voor de twijfelaars (en GroenLinksstemmers, vanzelfsprekend): de FemFem. Hoewel deze humoristische toepassing vooral verwijst naar hoe goed links is (‘Je bent op de plaats van bestemming gearriveerd. Zie je wel! Links kan best goed leiden’) wordt er hier en daar ook een speldenprikje uitgedeeld (‘Na driehonderd meter, probeer om te keren. Dat had Balkenende jaren geleden moeten doen’). Toch gaat het vooral om beleid en dan vooral met een dikke knipoog. Zeker in vergelijking met de nietsontziende persoonlijke aanvallen van Amerikaanse senatoren.

Ook de PvdA waagde de overstap naar de populaire cultuur. Waar Wouter Bos zijn hyvesblog nog liet bijhouden door een medewerker, werden dit keer filmregisseurs gevraagd verkiezingsspotjes te maken voor de Partij van de Arbeid. Onder andere Eddy Terstal (Simon, Transit) gaf hier gehoor aan. En toch. Het CDA met haar tegeltjes, Rutte met zijn ochtendvideootjes en de internetshop van Wilders, de verkiezingsspotjes door bekende filmregisseurs… het is het allemaal net niet. Het zijn voorzichtige eerste stapjes, maar van echte convergentie en samensmelting met populaire cultuur is geen sprake. Alsof ze in het kikkerbadje blijven poedelen en niet de sprong in het diepe durven te wagen. Internet is meer dan een e-card!

Grassroots campagnes
Maar in het kikkerbadje drentelen is al meer dan aan de kant blijven zitten. Politieke partijen gebruiken hun websites inmiddels ook als oproepmedium. ‘Doe mee met Wouter Bos!’. De PvdA-website roept op mensen lid te worden en mee te doen aan de (officiële) campagne. Het campagneteam van GroenLinks durft het al meer uit handen te geven met GROEI MEE:

‘We vragen u om ook in uw eigen omgeving campagne te voeren. Niets werkt beter dan ouderwetse mond-tot-mond-reclame. Kom er voor uit dat u GroenLinks stemt! Geef of stuur kennissen, familie, buren of vrienden een folder, sticker, ansichtkaart of e-card. Op die manier kunnen we tienduizenden kiezers extra bereiken.’

Dáár zit ‘m de kracht van ware grassroots campagnes. De PvdA heeft er al ‘een speciaal mannetje’ voor. De kern van de aanpak zal lastig zijn voor campagnestrategen. Geef het uit handen, laat communities zelf actie voeren! Dat daarbij een zekere mate van controle over wordt geheveld naar kiezers is evident.

Een partij die dat heeft aangedurfd is, ietwat onverwacht misschien, de ChristenUnie. De partij ondersteunt de actie ‘Stemrou’ , financieren hem zelfs, maar zijn niet verantwoordelijk voor de uitvoering. Dat zijn Arie Boomsma en Nauko Leong.

Stem Rou!
Dat zo’n zelfstandige groep creatievelingen meer bereikt dan ‘Doe Mee’ van de Partij van de Arbeid, bewijst hun ‘Stem Rou!’ campagne. Boomsma begon de ‘schaduwcampagne’, zoals hij het zelf noemt, na overleg met de ChristenUnie. De partij gaf aan moeite te hebben met het bereiken van jongeren. “Ik heb heel wat jaartjes in Amerika gewoond en het is interessant om te zien hoe ze daar bezig zijn. Ze stellen een doelgroep vast en zoeken dan kanalen waarop de doelgroep te vinden is.” Volgens Boomsma was de tendens in Nederland lange tijd ‘internet, nieuwe media, dat is allemaal te commercieel, daar moet de politiek zich niet aan wagen’.

Stem Rou bereikt (jonge) mensen. Niet in de laatste plaats doordat andere media de campagne oppikken. En ook al worden er geen miljarden gespendeerd aan politieke reclamespotjes, zoals in de VS, ook in Nederland is de televisie nog steeds een oppermachtig politiek medium. Het was dan ook bewust een van de doelen van de campagne, legt Boomsma uit: “We hebben onze rap ‘gelekt’ naar RTL Boulevard en vervolgens belden, geheel volgens mijn verwachting, de radiostations. Daarna stuurden we berichten naar de serieuzere media. En zodoende kwamen we ook bij Pauw en Witteman terecht.”

“Al die tijd zorgden we voor een eenduidige communicatie: ga naar Stem Rou ! Dat was het enige. Vervolgens vond de interactie plaats op die site.” Daar gaan ook veel andere politieke campagnes de mist in, denkt Boomsma: “De CDA site IkbentrotsopNederland ziet er mooi uit, maar ze ‘tappen’ niet in de doelgroep. Ze slaan de plank net mis.”

Bij Pauw en Witteman legde de bedenker van Stem Rou! uit dat Rouvoet misschien niet zelf die hippe man is en dus ook zeker niet hoeft te rappen om zijn standpunten uit te dragen (liever niet zelfs). Maar het feit dat de ChristenUnie de campagne ondersteunt (en financiert) is volgens hem een teken dat de partij jongeren serieus neemt.

De doelgroep die Boomsma (en de zijnen) hebben vastgesteld zijn jongeren tussen de 18 en 35 jaar. “Alleen al tot 25 jaar betekent dat een groep van anderhalf miljoen mensen.” Of die allemaal bereikt worden is natuurlijk de vraag, maar dat de campagne veel traffic oplevert op Stem Rou! staat vast. In twee weken bezocht een half miljoen mensen de site. “Aan de reacties merken we dat het voornamelijk mensen zijn met een christelijke achtergrond.” Maar ook andere mensen geven aan het belangrijk te vinden dat er een partij als de ChristenUnie is.

De campagne behelst niet alleen een rap en een website, maar ook een direct mail actie. “Door mijn netwerk hebben we contact met (kerkelijke) organisaties en er gaan dus ook flyers en e-mails richting die mensen.” In de e-mail worden mensen opgeroepen op kleine schaal campagne te voeren voor de ChristenUnie. Een goed voorbeeld van een grassroots campagne met een duwtje in de rug. “Op die manier is een groot aantal mensen te bereiken. We hopen op de creativiteit van mensen zelf, dat ze ludieke acties op gaan zetten. In elk geval is de clip van de rap al opgevraagd door veel kerken die hem aan de gemeente willen laten zien.”

FF stemmen
In Lijst 0 zegt Martin Gaus over Arie Boomsma: “Het is misschien eerlijk dat hij niet als lijstduwer op de lijst van de ChristenUnie staat. Het heeft geen effect.” En daar heeft Martin Gaus het mis. Want hij was niet in plaats van de Partij voor de Dieren in Pauw en Witteman, hij werd niet besproken bij RTL Boulevard, geen krant schreef een artikel over hem als lijstduwer (al wordt hij wel af en toe genoemd in het rijtje lijstduwers). Met de campagne Stemrou heeft Arie Boomsma 279.000 hits bij Google en daar steekt Martin Gaus dan wel heel schamel tegen af: 676.

“CU@destembus, daarbij staat CU voor ChristenUnie”, stelt Paul Witteman vast in zijn talkshow. Absoluut, heel scherp ontdekt van Witteman. Daarbij is CU de standaard afsluiting van een MSN gesprek. Het mag duidelijk zijn dat de logica van de samensmelting van politieke en populaire cultuur mede door het gebruik van nieuwe media een enorme vlucht neemt. Welke rol televisie en radio vervullen in dit proces en hoe emailcampagnes, websites, Youtube en MSN chatbots daarin te plaatsen zijn wordt op dit moment bepaald. En niet alleen door partijmedewerkers en campagnestrategen.

Dit artikel werd geschreven in samenwerking met David Nieborg.

Al 3 reacties — discussieer mee!