De organisatie
Even wat GS-kunde vooraf. In 2003 begon Dominique Weesie, samen met Telegraaf-collega Romke Spierdijk, het schreeuwerige weblogje GeenStijl. Ruim drie jaar later trekt deze even populaire als controversiële blog (lees bv dit artikel inclusief gemengde comments) maandelijks 1.6 miljoen unieke bezoekers en is de site eigendom van News Media, een besloten vennootschap waarin De Telegraaf sinds maart 2006 een minderheidsbelang van 40% heeft. De resterende 60% is in handen van Weesie en zijn compagnon Ambroos Wiegers. Hoeveel De Telegraaf voor de deelname heeft betaald, is nooit bekend gemaakt (ja, de geruchten kennen we).

Weesie is inmiddels algemeen directeur van het imperium. De redactionele verantwoordelijkheid ligt bij een hoofdredacteur en vijftien redacteuren wier namen in het kader van de GS-mystiek grotendeels geheim blijven. Een GS-redacteur die geen moeite doet om zijn identiteit geheim te houden, is Bert Brussen (aka LucasdeLinkseLul), die onder meer bij ‘De Leugen Regeert’ in levenden lijve op tv te zien is geweest. Bekend is ook de naam van Gina ter Elst (ex-Nu.nl) , in vaste dienst bij GS, waar ze verantwoordelijk is voor NieuwNieuws.

Overigens lijkt het aantal redacteuren van GS exponentieel te
groeien. Nu zijn het er vijftien plus hoofdredacteur, een maand geleden waren het er nog maar acht.

De redactionele onafhankelijkheid van GeenStijl is in een overeenkomst met De Telegraaf vastgelegd. Vóór de deal met De Telegraaf waren er contacten met PCM en Sanoma maar tot zaken kwam het niet. Veel uitgevers hebben het fenomeen weblog onderschat, zei Weesie daar later over.

De klanten
De GeenStijl-clientèle bestaat voor 70% uit mannen. Om precies te zijn: jonge, hoog opgeleide, goed verdienende mannen. Driekwart van hen is tussen de 25 en 35 jaar oud.
Bijna driekwart heeft hbo of wetenschappelijk onderwijs; hun gemiddelde inkomen ligt op anderhalf keer modaal, bij tien procent zelfs op drie keer modaal of meer. Er zitten opvallend veel zelfstandige ondernemers tussen, werkzaam in ict, consultancy, financiële dienstverlening, advertising, marketing en media. Verder is GeenStijl populair onder studenten.
De helft van alle GS-ers woont in een koophuis, (vrijwel) allemaal bezitten ze een (lease)auto en hebben ze belangstelling voor gadgets, mobiele telefonie, nieuws, internet, computers, games en dvd’s.

Interview met Weesie

Dominique, hoe ziet de top-3 van nieuwsbronnen van jullie bezoekers eruit?

Dan heb je het vooral over het “ANP-gebeuren”: Nu.nl, Telegraaf.nl, enzovoorts. Verder onze eigen site NieuwNieuws (waar we meer op het nieuws zitten dan bij GeenStijl), BBC, CNN, en regionale bladen. De papieren kranten worden weinig gebruikt; als er een interessant verhaal in een krant staat, bellen we ook weleens met bv Trouw of ze het online willen zetten. Dan doen ze dat en kunnen wij er naar linken.

Waar verdiepen jullie bezoekers zich in de achtergronden van het nieuws?

Geen idee.

Dóen ze dat wel?

Eh.. ik mag aannemen van wel. Als er iets te melden is op Netwerk en NOVA krijgen we op dat moment tientallen linktips, jongens: ga snel even dat kijken. Of: op Zembla is dat en dat te zien. Verder krijgen we vrij veel linktips uit de Volkskrant en NRC-Handelsblad.

GeenStijl bezoekers geven hun mening kort en krachtig. Is het hebben van eenregelige meningen voldoende binnen een democratie?

(lacht) Méér dan voldoende, ik vind dat trouwens een ongelooflijk stompzinnige vraag.

Want?

De een heeft gewoon meer tijd nodig om zijn afgewogen mening te uiten dan een ander, dat geldt niet alleen voor GeenStijl, je ziet dat bij de reacties op de sites van De Telegraaf of Trouw ook. Bovendien, je hebt het over eenregelige reacties, maar als je wat verder leest zie je dat er vaak best aardige discussies ontstaan.

En als de eenregelige mening uit “kut” en “mongeaul” bestaat?

In een democratie heeft iedereen een stem, dat betekent nog niet dat een ieder in prachtige volzinnen formuleert. Soms volstaat het woord “mongeaul” dan wel “kutmongeaul”. De vraagstelling in deze vind ik zeer subjectief. Je zou zo bij GS aan de slag kunnen…

Het NOS-Journaal en andere media willen de allochtone, urban jongeren graag bereiken maar dat lukt ze niet. Is dat voor jullie een interessante doelgroep?

Nee, je kunt met één titel nu eenmaal niet alle jongeren binnenhalen. Ze laten zich niet op één plek vangen.

Je zou een andere titel kunnen starten die dat wel doet.

Ja, maar dan moet je daarin gespecialiseerd zijn; dan moet je exact weten wat daar speelt, hoe je ze moet aanspreken. Zelfs BNN, een omroep die zich speciaal op jongeren richt, weet ze nauwelijks te bereiken. De Marokkaanse gemeenschap zit voornamelijk op plekken als Marokko.nl en Maroc.nl, die zoeken elkaar allemaal op.

Moet de pers zich er dan bij neerleggen dat grote groepen jongeren hun nieuws bij Al Jazeera halen?

Dat is al een feit, dat gebeurt al. Veel Marokkaanse jongeren laten het NOS-Journaal links liggen. Ze kijken al naar zenders als Al Jazeera, en voorzover die niet meer via de kabel mogen worden doorgegeven, bekijken ze die live via internet. Maar ik zie het probleem eerlijkgezegd niet, want aan beide kanten – bij Al Jazeera èn de Nederlandse omroepen – is sprake van gekleurde berichtgeving.

Van welke “fout” van de gevestigde media profiteren jullie het meest?

Ze zijn niet meegegaan met hun tijd, houden vast aan regeltjes die een hele tijd geleden zijn opgesteld. Een mooi voorbeeld vind ik de namen van verdachten, die dankzij het internet vrij makkelijk te vinden zijn. Als Theo van Gogh wordt neergestoken, zie je dat Het Laatste Nieuws in België, de Bild Zeitung in Duitsland, The Times in Engeland en CNN in Amerika allemaal over Mohammed Bouyeri spreken, terwijl wij het hier nog over Mohammed B hebben. Datzelfde geldt voor een ontsnapte TBS-er, die na zijn ontsnapping eerst in beeld mag komen en voluit Willem Schippers genoemd mag worden maar vervolgens, als hij opgepakt wordt, opeens weer Willem S. met een balkje over de ogen is. Op dat moment neem je je nieuwsgebruiker niet serieus, krijgen mensen de indruk dat er een farce wordt opgevoerd. De situatie is veranderd, er zijn geen grenzen op het internet, je hebt geen paspoort nodig om CNN te bereiken.

Waarvan profiteren jullie nog meer?

Van de scheiding van feiten en meningen bij de gevestigde media. Wij voorzien het nieuws van een opiniërend sausje, een werkwijze die bij de Engelse kwaliteitspers al jaren gaande is maar in Nederland absoluut not done is, op het hoofdredactionele commentaar na. Natuurlijk is het goed dat er brengers van sec, feitelijk nieuws zijn, maar het zijn er wel erg veel en ze gebruiken allemaal hetzelfde ANP. Als je vijftien maal hetzelfde nieuws van Nu.nl, De Telegraaf en al die anderen in je RSS-feed ziet verschijnen, heb je dat op een bepaald moment gezien. Wij proberen er iets méér van te maken.

Denk je dat jullie bezoekers door hebben wanneer en hoe feiten en meningen met elkaar worden gemengd?

Ja, de meeste GeenStijl-lezers zijn in staat om het pure nieuws van de mening te scheiden. Ze halen het gewone nieuws bij Nu.nl en komen bij ons zien wat die GS-figuren er nou weer over schrijven. GeenStijl is ook een gemeenschap waar mensen elkaar op een bepaald moment kennen; het is bekend dat Piet en Jan enorme aanhangers zijn van de SP, en de aanhang van Wilders komt bij hen dan een beetje zuigen, en andersom. Maar ze respecteren elkaar wel, dat vind ik juist zo grappig.

Checken jullie nieuws? Bellen jullie na?

Waar nagebeld kàn worden, doen we dat. We krijgen veel filmpjes en ander materiaal aangeboden – dan bellen we altijd eerst met de makers, vaak gaan we daar nog verder in ook. We bellen ook met officieren van justitie en met de Marechaussee.

Hebben jullie geleerd van je fouten, zijn jullie voorzichtiger geworden?

Natuurlijk hebben we geleerd. Ik begon met een website voor m’n moeder en zusje maar die is uitgegroeid tot een site met 1.6 miljoen bezoekers per maand. Dan móet je je ding wel op een andere manier gaan doen. Je maakt allemaal fouten, ik ben de laatste om te ontkennen. Maar je probeert er anders mee om te gaan.

Op welke momenten heb jij het gevoel dat je met iets onbeheersbaars bezig bent? Met zoveel anonieme bezoekers is het toch zelden veilig?

Nooit. We hebben een eindredacteur, een hoofdredacteur, vijftien redacteuren… Elk verhaal wordt besproken, precies zoals dat bij een krant gaat; en bij echte twijfel wordt eerst een jurist geraadpleegd. Veel stukken worden niet geplaatst omdat het juridisch niet kan of je het niet kunt checken of hard kunt krijgen.
Vroeger werden we als GeenStijl door politievoorlichters nog afgescheept, werden zaken glashard ontkend; wanneer we dan later als journalist van Trouw terugbelden kregen we de informatie wel. De laatste tijd gaat dat beter, we hebben nu vrij veel contact met alle korpsen in het land. Maar we zitten nog steeds niet bovenin de rangorde; De Telegraaf krijgt eerder een telefoontje terug dan wij. Dat is frustrerend, maar ach, in die positie zat ik destijds bij het Rotterdams Dagblad ook.

Ik heb jou ooit lesgegeven op de School voor de Journalistiek. Wat zou jij aankomende journalisten nu vertellen?

Ik geloof absoluut niet in de theorie dat de journalistiek langzaam uitsterft. Op GeenStijl brengen we het nieuws anders en worden de klassieke journalistieke regels dagelijks met voeten getreden, maar het wordt wel gemaakt door mensen met een journalistieke achtergrond. Ik zie op dit moment veel mensen die zonder enig journalistiek besef alles maar op het internet kwakken en daarmee vaak ook strafbaar bezig zijn – in dat opzicht is er voor journalisten nog een schone taak weggelegd. Er zal altijd behoefte zijn aan journalisten die weten wat nieuws is, die goed kunnen selecteren, weten hoe ver je kunt gaan en wat je zeker niet kunt doen. Zonder die journalisten bij kranten en omroepen zou GeenStijl ook niet kunnen bestaan.

Al 13 reacties — discussieer mee!