Welbeschouwd was het een gelijkspel, woensdagavond, in het mini-wedstrijdje dat opiniepeilers TNS Nipo en Maurice de Hond hielden. Toen het stof van de verkiezingen was neergedwarreld, bleken de onderzoekers er in hun exitpolls beiden 16 zetels naast te hebben gezeten. Hans Laroes (NOS) en Harm Taselaar (RTL) lieten daarop weten (ANP) ‘teleurgesteld’ te zijn in de peilingen. Krokodillentranen! Beiden wisten of hadden moeten weten dat de betrouwbaarheid van de peilingen van alle kanten in twijfel werd getrokken. Ze trokken zich er niets van aan.

Het kleine wedstrijdje, woensdagavond, werd om die reden vooral een blamage voor de journalistiek. Hoe kon zoveel vertrouwen worden geschonken aan bronnen waarvan niet eens was na te gaan hoe betrouwbaar die waren? Maar nog belangrijker: welke les valt er uit het poll-echec te kiezen?

Als er al sprake was van een onderlinge wedstrijd tussen NOS en RTL, die woensdagavond, dan verdient RTL zonder enige twijfel de hoofdprijs voor de grootste misser. Om precies dertien minuten voor negen begon de zender met omstandig uit te leggen hoe ongelofelijk betrouwbaar de straks te presenteren exit-poll wel niet was. Er waren immers 26.000 kiezers ondervraagd, alle denkbare methoden die het Nipo ter beschikking stonden, waren ingezet. Straatgesprekken, databanken… Uiteindelijk, zo schatte een woordvoerder van TNS Nipo, zou de werkelijke uitslag hooguit een zeteltje kunnen schelen met de peiling van zijn bedrijf. Hoe anders bleek de werkelijkheid.
RTL mag ook de risee van de verkiezingsavond worden genoemd, omdat het stoer met de borst vooruit de exit-poll bekendmaakte nog voor de stemlokalen de deuren sloten. De enig denkbare reden daarvoor zal het opkrikken van de kijkdichtheid zijn geweest. Het argument dat het handjevol kiezers dat nog na tien voor negen een stem moest uitbrengen, de uitslag niet meer zou kunnen beinvloeden, doet daarbij wat potsierlijk aan. Want de volgende keer kunnen er best nog wel een paar minuutjes vanaf (zal de concurrent denken).

De NOS had overigens weinig redenen opgelucht naar de concurrent te kijken. De peiling van De Hond, weliswaar met minder tromgeroffel gepresenteerd, bleek geen snipper betrouwbaarder. Eerder verklaarde Hans Laroes bij De Nieuwe Reporter zich niet zo’n zorgen te maken over de betrouwbaarheid van peilingen. ‘Maar de peilingen benaderen de werkelijkheid toch veel beter dan hij suggereert’, reageerde Laroes op kritiek van hoogleraar J. van Holsteyn op de manier waarop de pers met de cijfers omgaat. Laroes voegde er nog fijntjes aan toe: ‘(…) het verwijt dat de peilingen een werkelijkheid opleveren die niets met de echte voorkeuren van de kiezers te maken heeft, is werkelijk nergens op gebaseerd’.

Maar wat geweest is, is geweest. De kernvraag, die Laroes en Taselaar zich ongetwijfeld zullen hebben gesteld, is welke conclusies er getrokken moeten worden uit deze statistische glijpartij.

TNS Nipo verklaarde zelf alle instrumenten uit de kast te hebben gehaald om het summum van betrouwbaarheid te kunnen bereiken. En zelfs in dat geval bleek de voorspelling er nogal naast te zitten. Wat betekent dat voor de eerdere opiniepeilingen, waarbij blijkbaar veel minder hulpmiddelen waren gebruikt? Die moeten per definitie nog meer naast de werkelijkheid hebben gezeten.

Nou is het probleem met peilingen voor de verkiezingen dat de peilers – in geval de echte uitslag nogal afwijkt – zich altijd kunnen verschuilen achter het argument dat de kiezers blijkbaar de laatste dagen en uren ‘op drift’ zijn geraakt. Op die manier blijkt het betrouwbaarheidsgehalte van peilingen nooit te bekritiseren.

Ook om die reden vormden de exit-polls van afgelopen woensdag een bijzondere kans te zien of er een verschil zat tussen de meting en de uitslag. Het betrof hier immers niet de voorspelling ‘als er vandaag verkiezingen zouden zijn’, maar er was daadwerkelijk gestemd! De uitkomst is niet bemoedigend en er mogen conclusies aan worden verbonden over de betrouwbaarheid van de tussentijdse peilingen.

Niet onbelangrijk is voorts de vraag of de hoofdredacties van beide nieuwsorganisaties alles in het werk stelden om zich te overtuigen van de betrouwbaarheid van hun bron. Dat is namelijk een gangbaar journalistiek uitgangspunt. Scherper gesteld: zouden journalistieke organisaties niet inzicht in de onderzoeksmethodes moeten eisen (en dat door wetenschappers moeten laten beoordelen) alvorens gebruik te maken van de cijferbrij der peilers?

Misschien een kans voor het Genootschap van Hoofdredacteuren? Dat kan in naam van de belangrijkste journalistieke organisaties onderzoek laten doen naar de gehanteerde methoden. Data van opiniepeilers die geen kijkje in hun keuken willen geven, zouden niet meer gebruikt moeten worden (door serieuze nieuwsorganisaties). De betrouwbaarheid is immers niet aangetoond c.q. onderzocht.

En zelfs dan nog kunnen peilers er naast zitten. Die kans een flater te slaan neemt overigens toe naarmate de drang groter wordt om gedetailleerde uitspraken te doen.

Want eerlijk is eerlijk: zowel TNS Nipo als De Hond hadden de uitslag in grote lijnen wel degelijk voorspeld. Het CDA zou de grootste partij worden, de SP zou wellicht in zetelaantal de VVD voorbijgaan, een linkse meerderheid zat er niet in en ook een kabinet ‘over rechts’ zou lastig worden.

De conclusie lijkt dan ook voor de hand te liggen. Laat de peilers alleen nog uitspraken doen over ruwe electorale bewegingen. Die blijken voorspelbaar op grond van peilingen. Exacte zetelaantallen zijn – mogen we vaststellen – zelfs met 26.000 onderzochte personen lastig in kaart te brengen.

En misschien moeten De Hond en TNS Nipo de volgende keer hun uitkomsten optellen en delen door twee. In dat geval zouden ze het woensdag namelijk behoorlijk goed hebben gehad.

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Al 11 reacties — discussieer mee!