De toekomst van de TV VARA-voorzitter Vera Keur vraagt zich bij De Nieuwe Reporter af hoe het bij de publieke omroep gesteld is met de inhoud. Zij maakt zich zorgen over het gebrek aan een helder kwaliteitskader, waarbinnen beslissingen van bijvoorbeeld netmanagers kunnen worden beoordeeld. Volgens Keur sturen zij vooral op kijkcijfers en minder op kwalitatieve doelstellingen. Zij stelt in dit verband de BBC ten voorbeeld, waar wel zou worden nagedacht over ‘publieke waarde’. Al met al een interessant betoog, waarover wel het een en ander gezegd kan worden. Wat ik dan ook graag doe.

De publieke omroep heeft de overall doelstellingen gedurende een periode van vijf jaar vastgelegd in een zogenoemd Concessiebeleidsplan. Het betreft hier zowel de kwantitatieve doelstellingen (kijkcijfers) als de kwalitatieve, meer inhoudelijke doelen.

Deze zijn door Vera Keur zelf vastgesteld, toen zij nog lid was van de Raad van Toezicht van de publieke omroep. Inmiddels hebben de omroepvoorzitters plaatsgemaakt voor een onafhankelijk gezelschap. Maar met betrekking tot de huidige doelstellingen geldt dus dat deze nog zijn goedgekeurd door de omroepen, waarbij zij zelf nadrukkelijk aan tafel heeft gezeten. Ik ga er derhalve van uit dat Vera Keur de doelstellingen onderschrijft. Zowel als het gaat om de inhoud als om het beoogd marktaandeel van de publieke omroep.

Haar verwijt is dat de netmanagers vooral sturen op de kijkcijfers en veel minder op kwaliteit. Daarvoor ontbreekt volgens haar ook het kader. Hoe anders is dat bij de BBC, aldus Keur.

Kwaliteitskaart
Daar lijkt zij zich echter te vergissen. De afgelopen jaren is door de Raad van Bestuur hard gewerkt aan een nieuw sturingsinstrument, de zogenoemde ‘kwaliteitskaart’. In feite gaat het om acht verschillende dimensies waarop de publieke omroep dient te sturen bij het programmeren; betrouwbaarheid, programmakwaliteit, doelmatigheid, kostenefficiëntie, bereik, innovatie, pluriformiteit en maatschappelijke invloed.

Van de acht dimensies is er maar één gericht op ‘kijkcijfers’ (bereik) en hebben de overige overwegend een focus op de inhoud, waar Vera Keur zich zorgen over maakt. De BBC heeft de door de Nederlandse Publieke Omroep ontwikkelde kwaliteitskaart inmiddels overgenomen. En ook andere buitenlandse publieke omroepen hebben zich gemeld. O.a. ZDF en SVT. Een compliment zo lijkt me. De BBC ziet ons als voorbeeld, dat gebeurt niet vaak.

De stelling van Vera Keur luidt dat de netmanagers eigenlijk alleen op bereik sturen, en de andere dimensies aan hun lot overlaten. Met andere woorden: ze sturen niet op het geheel van de kwaliteitskaart, die door henzelf is ontwikkeld. Maar is dat ook zo? In het geheel niet, zou ik zeggen.

Natuurlijk de netmanagers sturen op het bereik van de publieke omroep als geheel. Dat is ook noodzakelijk. In de politiek vindt men dat de publieke omroep zo breed mogelijk dient te zijn en zoveel mogelijk verschillende groepen in de samenleving dient te bereiken. Deze belangrijke doelstelling is dan ook vastgelegd in het Concessiebeleidsplan, dat zoals gezegd, mede is vastgesteld door Vera Keur zelf.

De afgelopen jaren hebben we kunnen zien hoe de doelstellingen – mede onder verantwoordelijkheid van een Raad van Toezicht met omroepvoorzitters – keer op keer niet gehaald werden en het bereik van de publieke omroep jaarlijks verder afkalfde. Met alle gevolgen van dien voor de maatschappelijke legitimiteit. Als de publieke omroep op enig moment nog maar 25 van de 100 televisies op zijn programma’s weet afgestemd, is dat een probleem. Dit leidt onherroepelijk tot een discussie over relevantie en publieke financiering.

Centrale sturing
Mij lijkt het daarom goed dat de netmanagers sturen op een zo breed mogelijk bereik onder zoveel mogelijk kijkersgroepen. Zodat de publieke omroep er echt voor iedereen is. Dit was overigens ook een van de belangrijkste conclusies van de commissie Rinnooy Kan, die pleitte voor een sterke regiefunctie van de netmanagers. Want centrale sturing is een noodzakelijke voorwaarde in een gefragmenteerd omroepbestel dat bestaat uit 22 omroepen die allen hun eigen belangen voorop stellen.

En die bovendien in de optelsom niet representatief zijn voor het geheel van de Nederlandse samenleving. Door wie worden bijvoorbeeld de miljoen moslims in ons land vertegenwoordigd? Voorlopig door de netmanagers zou ik zeggen, want een echt eigen omroep hebben ze niet.

Ik ben het overigens met Vera Keur eens dat het slecht zou zijn wanneer alleen op bereik gestuurd zou worden. Hoe belangrijk ook, de publieke omroep heeft allereerst een inhoudelijke missie en die dient leidend te zijn. Een gedeeld kwaliteitsbesef vormt een voorwaarde, zeker in het traditioneel verdeelde Hilversum.

Omdat de kijkcijfers niet zaligmakend zijn, worden er dagelijks vele programma’s geprogrammeerd die slechts zeer kleine groepen bereiken en in die zin geen bijdrage leveren aan de dimensie ‘bereik’. De afgelopen jaren was het zo dat maar liefst 50% van alle programma’s die de publieke omroep uitzendt een kijkdichtheid hebben die lager ligt dan 2%. En slechts 10% van de programma’s een kijkdichtheid hebben van hoger dan 4%. Dat kun je met de beste wil van de wereld geen op kijkcijfers gerichte programmering noemen.

Een voorbeeld maakt duidelijk welk type afweging netmanagers maken. De beslissing om Netwerk per 1 januari aanstaande te verplaatsen van 19.30 uur (waar het terecht was gekomen op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken omroepen zelf) naar 20.30 uur heeft niets te maken met sturen op kijktijdaandeel. Sterker: op basis van KLO-prognoses van de kijkcijfers blijkt dat de variant van het schema met Netwerk om 20.30 uur in zijn geheel aanzienlijk minder kijkers trekt dan de variant met Netwerk om 19.30 uur.

Toch is besloten om Netwerk weer om half negen te programmeren. Dit heeft alles te maken met de andere dimensies op de kwaliteitskaart. ‘Maatschappelijke invloed’ bijvoorbeeld. Netwerk verdient een tweede kans op het nieuwe Nederland 2 omdat het een belangrijk programma is. Zo simpel is het. Met kijkcijfers, behalve die van Netwerk zelf dan, heeft het weinig te maken.

Ook is door de netmanagers het besluit genomen om het Sportjournaal van Nederland 2 te verplaatsen naar Nederland 3. Dit omdat het anders onmogelijk is om de documentaires voor 23.00 uur te laten beginnen. De hele operatie leidt waarschijnlijk tot een verlies van kijktijdaandeel, maar het belang van de documentaires prevaleert. Zij kunnen voortaan beginnen voor het goed bekeken praatprogramma van Pauw & Witteman. Zo krijgen de documentaires een eerlijker kans.

Heiligen
Mijn boodschap is niet dat de netmanagers heiligen zijn. Natuurlijk sturen ze op bereik. En natuurlijk staat dat vaak op gespannen voet met de inhoudelijke doelstellingen. Maar zo luidt ook hun opdracht. Van de politiek, van de Raad van Bestuur en van de omroepen zelf. Ja, zelfs van Vera Keur als lid van de vorige Raad van Toezicht.

Maar om nu net te doen alsof ze niets anders doen, gaat veel te ver. Dat weet ook de voorzitter van de VARA. Net als zij weet dat iedere netmanager die zich in haar bijzijn durft uit te spreken over de kwaliteit (van programma’s), onmiddellijk onder uit de zak krijgt. Want ‘daar gaan de omroepen over’, aldus Vera Keur, ‘en niet de netmanagers’. Tja..

Al 3 reacties — discussieer mee!