peiling-logo

De afgelopen weken vroeg De Nieuwe Reporter 27 experts naar hun visie op de ontwikkelingen in het nieuwe medialandschap. Aan de hand van zeven stellingen die we de experts voorlegden bekijken we die ontwikkelingen in evenzoveel afleveringen. Vandaag deel 2.

Stelling 2

“Er moeten weer kranten komen die zich concentreren op hun kerntaken: nieuws en achtergronden. Er zijn drie zwaartepunten: politiek, economie en cultuur. Op elk van die terreinen zouden de prioriteiten opnieuw bepaald moeten worden.”

Warna Oosterbaan (redacteur NRC Handelsblad en bijzonder hoogleraar Journalistiek en Samenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) en Hans Wansink (parlementair redacteur en commentator van de Volkskrant)

Eerder dit jaar betoogden Oosterbaan en Wansink dat betaalde kranten nog steeds bestaansrecht hebben: alleen daar is de kwaliteitsjournalistiek mogelijk die een moderne samenleving nodig heeft. Maar dan moeten die kranten wel ophouden om, onder druk van verslechterende omstandigheden, steeds maar te investeren in de vorm en in de verbreding van redactionele formules. De toekomst is juist aan de compacte krant, met als kenmerk van de informatie: noodzakelijkheid
Er ontbrandde een discussie over (zie ook hier). Tijd voor conclusies?

Het idee ‘wees zuinig op wat je hebt’ leeft het sterkst op krantengebied. Deze stelling krijgt de hele of gedeeltelijke steun van 17 van de 27 deelnemers aan de Peiling 2006.
Onderzoeker en adviseur Leon de Wolff is niet onder hen: “Dit is geen kerntaak van alle kranten, maar van een krant die zich richt op een publiek dat de feiten en het waarom van de feiten wil lezen over politiek en economie.” Hij waarschuwt dat dit publiek niet zit te wachten op het opgestoken vingertje van journalisten en minder geïnteresseerd is in cultuur en maatschappij.

Henk Blanken is ronduit afwijzend: “Weer concentreren op kerntaken getuigt van een wereldvreemd revisionisme. Prima, die achtergronden over politiek, economie en cultuur maar de vage term ‘nieuws’ suggereert dat er blijvend behoefte is aan het type nieuws dat we nu brengen. En dat is niet zo: te veel is al bekend, te weinig voegt waarde toe.”

Vier krantenmensen – Dijkgraaf (ex-Metro), Benjamin (NRC Handelsblad), Van Exter (Trouw), Bogaerts (de Volkskrant) – delen het verzet. Van Exter: “Dit zegt me niet zoveel. Ik wil graag een krant die zich concentreert op de zaken die voor mij belangrijk zijn, maar die me ook verrast en amuseert.”

Dijkgraaf: “Dit geldt slechts voor maximaal tien procent van de Nederlandse bevolking. Sport niet noemen getuigt bijvoorbeeld van een grote mate van arrogantie (of een verkokerde blik).”

Internetexpert Arjan Dasselaar: “Dat maakt de markt wel uit, wat ‘moet’. Leven Wansink en Oosterbaan in een soort neo-verzuilde wereld waarin ze zichzelf hovaardig als dwingende opinieleiders denken te kunnen aanwijzen?”

Erik van Heeswijks commentaar liegt er evenmin om: “De krant die Wansink en Oosterbaan bepleiten kent waarschijnlijk twee abonnees: Wansink en Oosterbaan”.

Toch overheerst de steun voor het plan, zij het met kanttekeningen. Dick van Eijk meldt dat hij zo’n krant misschien wel zou willen lezen, maar relativeert: “Ik geloof er niets van dat een beweging naar de kerntaken van nieuws en achtergronden (er zijn trouwens veel meer kerntaken, zoals opinie) voor veel kranten tot oplagewinst zou leiden.”

Bart Brouwers: “Prima als die kranten er komen, gedeeltelijk zijn ze er nu ook al. Als we maar beseffen dat het elitekranten zijn.”

Sargasso-oprichter Carl Königel ziet ‘wetenschap’ graag als vierde zwaartepunt toegevoegd en Robert Briel schrijft: “Over de drie pijlers valt te twisten, maar in principe zullen kranten met hun ‘core business’ blijven bestaan en kunnen ze niet wat anders voor iedereen zijn.”

Frank van Vree vindt het idee van Wansink en Oosterbaan nog iets te beperkt geformuleerd: “Ik zou zeggen dat de toekomst van de betaalde kranten (en digitale kwaliteitssites!) ligt in een helder geformuleerd en herkenbaar journalistiek programma, waar de lezer iets krijgt wat van waarde is, in de vorm van geselecteerde en gewogen informatie. Daarbij kan men zich richten op zowel nieuws en/of achtergronden, of bepaalde accenten leggen, en daarbij zal deze krant (of site) zich inderdaad voor een belangrijk deel bewegen op de drie genoemde terreinen. Maar dat is, zoals gezegd, niet genoeg: alleen een sterk programma zal zo’n krant/site een gezicht geven.”

Men kan zich afvragen of de Oosterbaan/Wansink-krant in een dagelijkse frequentie exploitabel is. Mocht dat niet het geval zijn, dan ligt ze op ramkoers richting opinieblad.

Arthur Vierboom prijst de (fictieve) krant van O. en W. enigszins het graf in door haar een roemrucht weekblad ten voorbeeld te stellen. “Harpers Weekly”, mijmert hij, “begon met een artikel over een onderwerp waar alles in stond wat je over dat onderwerp moest weten. Het werd een podium voor de muckrakers die de grondleggers werden van de onderzoeksjournalistiek. Harpers Weekly groeide door zijn diepgravende en nieuwsmakende stukken in korte tijd uit tot een blad met een oplage van bijna 2 miljoen exemplaren.”

Dat het met een krant à la O. en W. richting weekblad kan gaan, verwacht ook Carel Kuyl: “In de VS zie je dat nu gebeuren. De kranten zullen overigens dan rekening moeten houden met verder dalende oplagecijfers. Het onderscheid met de huidige opinietijdschriften zal vervagen.” (de concurrentie tussen krant en opinieblad keert als issue terug in deel 3 van deze serie).

De komende dagen rapporteren we over de volgende trends:

– Teloorgang televisie betwist
– Met lezersblogs valt meer te doen
– Betaalde krant wordt weekendkrant
– Krant en opinieblad op ramkoers
– Werkgelegenheid volop, maar van welke aard?

Eerder besteede de ‘Peiling 2006’ aandacht aan:

Journalistiek-met-passie

Al 3 reacties — discussieer mee!