peiling-logo

De afgelopen weken vroeg De Nieuwe Reporter 27 experts naar hun visie op de ontwikkelingen in het nieuwe medialandschap. Aan de hand van zeven stellingen die we de experts voorlegden bekijken we die in evenzoveel afleveringen. Deel 4.

Stelling 4

”Het geld dat je kunt verdienen met de verkoop van advertenties bij gratis online journalistieke content, is meer dan wat je kunt verdienen met de verkoop van online journalistieke content.”

Maarten Reijnders (eindredacteur De Nieuwe Reporter, van 2000 tot 2006 redacteur bij Webwereld.)


In de aarzeling bij veel media tussen oude en nieuwe platforms spelen verdienmodellen een cruciale rol. Is het waar dat websurfers weigeren de portemonnaie voor journalistieke informatie te trekken? En als dat het geval is: blijft dat voorlopig zo, is journalistieke content eenzijdig afhankelijk van advertentiemodellen?

De stelling oogst massale bijval. Geert-Jan Bogaerts schrijft: “Bijna een open deur dit, na alle ervaringen met pogingen om online journalistieke content te verkopen.”
Internetcracks als Aelen (DutchCowboys), Benjamin (NRC Handelsblad), Van Ess (Wegener), Deuze (Universiteit Indiana), Mirck (Adformatie) en Van der Zande (Bright) onderschrijven de “Wet van Reijnders” ook.

Sommigen zijn ronduit optimistisch. Mirck: “In hoge uitzondering zijn er media die überhaupt geld kunnen vragen voor online content. Qua advertenties is er online een veelvoud te verdienen (al gebeurt dat nog te weinig).”
Van Ess: “De micro-advertenties op zoekwoorden zijn een miljardenbusiness. Het duurt niet lang meer en dan kunnen goede journalisten hun baan opzeggen en hun artikelen financieren via het web. Een site met zo’n 6.000 bezoekers per dag levert nu al 1.600-2.000 dollar per maand op. Maar ook uitgeverijen kunnen een graantje meepikken. De Telegraaf en Elsevier beginnen het te begrijpen: ze voeren sinds kort Google Ads.”
Arthur Vierboom sluit zich daarbij aan. Volgens hem kun je 1.800 dollar met advertenties verdienen als je dagelijks 5.000 mensen naar je website weet te lokken. Nadeel is wel dat je “meer met marketing bezig bent dan met het schrijven van goede stukken”.
Bart Brouwers houdt de verwachtingen laag: “Voor dit moment klopt dat wel, maar besef wel dat het om minimale bedragen gaat. En hoe dan ook kun je slechts advertenties verkopen dankzij die gratis content (shit, nu verklap ik het businessmodel van Sp!ts…).”

Een minderheid schrijft het verdienen aan de verkoop van online content nog niet af. Arjan Dasselaar: “Beetje te zwart-wit. Voor unieke content kun je ook op internet heel veel geld vragen. Alleen niet in de massajournalistiek waar Maarten aan denkt. Vakuitgevers als RBI vragen soms duizenden euro’s voor hun online jaarabonnementen.”
Robert Briel: “Mee eens wat betreft massa titels, bij online business-to-business titels verdien je met een paar abonnementen al meer dan met een jaar advertenties.”
Een paar experts uiten zich voorzichtig. Van Exter: “Tot nu toe niet”, Van Heeswijk: “Ligt helemaal aan het onderwerp!”, en Van Eijk: “Ik denk dat het antwoord erg afhangt van de soort content en de aard en omvang van de doelgroep.”
NVJ-secretaris Thomas Bruning doet een contraire voorspelling: “Ik geloof dat er binnen afzienbare tijd laagdrempelige verdienmodellen ontstaan, die het mogelijk maken om te verdienen aan content. Het idee dat iedere journalist/ auteur zijn eigen renderende site of weblog gaat maken lijkt mij echter onwaarschijnlijk.”

De komende dagen rapporteren we over de volgende trends:

– Met lezersblogs valt meer te doen
– Teloorgang televisie betwist
– Werkgelegenheid volop, maar van welke aard?

Eerder besteede de ‘Peiling 2006’ aandacht aan:

Journalistiek-met-passie
De kerntaak van de krant
Betaalde krant wordt weekendkrant

Al één reactie — discussieer mee!