Twee keer betalen en dan nog niks mogen. Dat is heel kort door de bocht wat de publieke media je laten doen. Bij andere ‘traditionele’ media, zoals de commerciële omroepen, maar ook tijdschriften en kranten, betaal je één keer minder, maar mag je hetzelfde met hun werk: niks.

De eerste keer betalen we allemaal via subsidie, via belastingen. De andere keer betalen we voor het terugzien of gebruiken van het materiaal. En wat we dan krijgen, de programma’s, de websites, de artikelen, de stukken op de radio, film, enzovoort, zijn met de strengst denkbare licentie afgeschermd: het ‘traditionele’ auteursrecht. Citeren mag nog nét, maar strikt genomen mag je een radio-uitzending niet eens op cassette zetten en aan je neefje geven. Of mag je een video-opname van De Wereld Draait Door niet aan de buurman geven. Nu is deze strenge bescherming voor tijdschriften, kranten, of een commerciële omroep goed te begrijpen, immers: ze doppen hun eigen boontjes, laat ze dan ook zelf vaststellen onder welke voorwaarden jij hun werk mag gebruiken.
Maar de publieke media, gefinancierd door ons, de gemeenschap, zouden toch ook hun materiaal beschikbaar kunnen stellen voor diezelfde gemeenschap. Publiek is dus geenszins écht publiek.

En er zijn zoveel goedwerkende alternatieven, vrijere licenties. De meest bruikbare en duidelijkste zijn de Creative Commons licenties. Ze komen voor in allerlei variaties, maar de basisidee is dat jíj bepaalt wat er met jouw materiaal mag. In tegenstelling tot het standaard auteursrecht, waarmee altijd ‘niks’ mag. Zelfs als jij het best okay vindt dat mensen je foto’s gebruiken in een videoclip, kan dat vrij moeilijk met de klassieke auteursrechten.

De internetgebruiker heeft deze Creative Commons licenties allang ontdekt: Er is al een complete muziekindustrie rondom ontstaan, Wikipedia bestaat zelfs bij de gratie van haar vrije licentie, grote websites als Flickr bieden je de mogelijkheid je foto’s vrijer te licenceren, Yahoo heeft zelfs een speciale zoekmachine gelanceerd, enzovoort.

Deze ontdekking lijkt helaas geheel voorbij te zijn gegaan aan de publieke omroepen. Een van de standaard reacties luidt: “We kunnen dat niet vrijer licenseren, want we krijgen het materiaal ook maar van anderen en die staan dat nooit toe”. Dat geldt misschien voor een NOS Journaal dat een groot deel van de beelden inkoopt bij Reuters, AFP en andere grote of kleinere jongens, of voor 3voor12, dat muziek uiteraard niet zomaar mag vrijgeven, maar dit geldt niet voor een programma dat geheel in eigen beheer is gemaakt.
Maar dat neemt toch niet weg dat de foto’s en de artikelen, geschreven of gemaakt door 3voor12 redacteuren en dus betaald door de gemeenschap, gewoon vrijer te gebruiken moeten kunnen zijn?

Bovendien, als die publieke omroepen alleen maar een doorgeefluik zijn van andermans materiaal, moeten wij ons dan niet eens gaan afvragen of dat met onze subsidie moet? Gelukkig zijn de publieke omroepen uiteraard meer dan een doorgeefluik, dus is dit argument ook deels onzin: er wordt genoeg werk zelf geproduceerd. Bovendien kunnen de publieke omroepen, met name de progressieve zuilen, best meer met vrijere licenties experimenteren, op kleine schaal. Maar zelfs dát zien we nergens.

Een ander veelgehoorde reactie is iets in de trant van: “Jamaar het staat toch al Gratiesj op internet, wat wil je nog meer?”. Ook dat gaat helemaal voorbij aan het échte punt: Extragratiesj is niet vrij. Iets kan best gratis zijn, maar met het gewone auteursrecht mag je er nog steeds niets mee: Je mag het hoogstens bekijken of lezen, maar gebruiken om een schoolkrant op te leuken of als achtergrond van een videoclip, mag niet.

Ik denk echter dat de échte reden gewoon onbekendheid is. Het klinkt voor veel mensen te vreemd of te nieuw. Toch hoef je je maar een paar minuten te verdiepen in hoe Creative Commons werkt om het enorme potentieel ervan te zien.

En het hoeft echt allemaal niet met de meest vrije licentie denkbaar. Creative Commons biedt genoeg mogelijkheden om bijvoorbeeld commercieel gebruik expliciet te verbieden (anderen zouden zomaar tonnen kunnen verdienen over jou rug), of om bijvoorbeeld alleen maar het verder verspreiden toe te laten zonder dat er aan je werk gesleuteld mag worden. Allerlei combinaties zijn mogelijk.

De Braziliaanse minister van cultuur, Gilberto Gil, snapt het gelukkig wél. Hij promoot actief het gebruik van Creative Commons en geeft zélf ook al zijn muziek vrij onder vrije licentes. Laten we hopen dat deze stap merkbaar succesvol blijkt en dat onze publieke media niet te ver achter raken bij hun Braziliaanse of Engelse concullegae. Op een steeds globaler medialandschap is dat dodelijk. De BBC is namelijk ook al met vrijere licenties aan de slag gegaan. Maar helaas nog niks te horen of te zien bij de door ons betaalde publieke omroepen.

Het grote idee achter vrijere licenties is dat je mensen de vrijheid geeft om materiaal te gebruiken, maar ook om dat van hun vrij te stellen voor anderen, en daarmee enorme mogelijkheden aan je hele ‘cultuur’ geeft. Kunst is immers nooit veel meer geweest dan het remixen van (bestaande) ideëen en daar (al dan niet) een eigenwijze draai aan geven. Alle grote kunstenaars bestaan of bestonden bij de gratie van hun voorgangers of hun tijdgenoten. De hele hiphopbeweging (en alles erna) had bijvoorbeeld nooit bestaan zonder het remixen. Door dit remixen expliciet toe te staat kunnen kunstenaars veel vrijer participeren, samen kunst maken. Ze kunnen opeens dingen hergebruiken die ze zélf niet kunnen maken.

Stel je nu eens voor, dat al het materiaal van onze publieke omroepen daar ook gewoon voor gebruikt mag en kan worden, dan komen er terabytes aan cultuur vrij, echt vrij. Een betere verspreiding van onze cultuur, dan hergebruik ervan door artiesten over de hele wereld, in alle landen en door alle religies, kun je zelfs bijna niet hopen.

Al 9 reacties — discussieer mee!