Dames en heren journalisten, u slaapt. U mist of negeert de belangrijkste trend van dit decennium, maar voelt zich daar eigenlijk best tevreden over. Massaal schrijft u op dat Time Magazine de consument heeft verkozen tot Person of the Year 2006, maar tegelijkertijd schampert u dat user-generated content van te onbeduidend niveau is om iets aan uw vakwerk toe te voegen. U vergist zich. En daarom zullen velen van u de komende jaren hun baan verliezen. Gelukkig is er één remedie: u moet gaan bloggen. Niet alleen die ene internetfreak op de redactie, maar u allemaal. Anders bent u de eerste die eruit vliegt.

Dit verhaal heeft u vast wel eens op een internetcongres gehoord, of tijdens een interview met zo’n wereldvreemde trendwatcher. U lachte wat, schreef het op en leverde uw stukje in. Uw eindredactie lachte wat, haalde er een smeuïge quote uit om te gebruiken in de kop en stuurde het verhaal door naar de vormgever. De volgende ochtend (tijdschriftjournalisten moeten nog veel meer geduld hebben) lag de krant met uw verhaal in de brievenbus bij de lezer. Dat de trendwatcher in kwestie zijn gesprek met u al lang op zijn blog had gemeld – inclusief een omstandig betoog over uw schrijnende onwetendheid – was u even ontgaan. En zo ontgaat u wel meer.

Ditmaal komt de boodschap niet van Vincent Everts, Cor Molenaar, Marco Derksen of Stephan Fellinger (voor wie deze namen niets zegt: be afraid, be very afraid!), maar van een collega-journalist. Een bloggende collega-journalist, om precies te zijn.

Ik kom ze nog vaak tegen: journalisten die stellig beweren dat het journaille zich verre moet houden van de blogosfeer. Wie wil zich immers verlagen tot die narcistische, verkokerde dagboekschrijvers, potdomme! Als u dit maar vaak genoeg met uw schrijvende kroegvrienden constateert, gaat u het vanzelf heilig geloven. Toch is het een fundamentele misvatting.

Bloggen is niet alleen vorm, het is een nieuw communicatiemedium. Dat klinkt hoogdravend, maar dat is het juist niet. Omgangsvormen veranderen overal (in de politiek, op de werkvloer, in relaties), dus ook tussen journalist en lezer. Net zo min als Jan Peter Balkenende een onbereikbare, afstandelijke minister-president is, bent u voor de lezer nog die hooggeachte expert in zijn ivoren toren. De lezer wil het verhaal horen dat hem raakt, dat ingewikkelde kwesties voor hem inzichtelijk en tastbaar maakt. Journalisten moeten dichter op de huid van hun lezer kruipen, ja, met hen de dialoog aangaan. Niet alleen omdat die lezer vaak veel meer weet van een specifiek onderwerp dan u, maar ook om een band met uw lezer te smeden.

In de baas z’n tijd
Toen ik in 2005, vlak na mijn aantreden bij Adformatie, tegen de toenmalige hoofdredacteur Michael van Os zei dat we nu toch echt eens serieus moesten nadenken over een ‘Adfoblog’, luidde zijn met senioriteit doorspekte antwoord dat dat toch niet zo’n bijster goed idee was. Of zoals hij het later dat jaar verwoordde, nota bene in een voor hem toen nog uiterst zeldzame blogdiscussie op vakblog Marketingfacts.nl: ‘De baas denkt: goh, wat zitten ze weer lekker hard te werken. Anders is het altijd druk rond het koffieapparaat, deze tijd.’ Van bloggers die louter ANP-berichten op hun blog ‘pleuren’ zag hij – terecht – de meerwaarde niet, maar voor serieuze opinievorming wilde hij best eens langs komen surfen. ‘Maar daarop hebben blogs nog geen monopolie, nog heel lang niet. Laten we dan niet doen alsof.’

Het kan verkeren, want sinds zijn (vut-)vertrek bij Adformatie is Van Os fanatiek aan het bloggen geslagen. Op een eigen weblog over reclame, maar ook op het na zijn vertrek toch echt opgestarte Adfoblog. Onbezoldigd en in de baas z’n tijd. De tijden veranderen.

Respect, man!
Nu kranten, tijdschriften, radio en ook televisie steeds meer van hun nieuwsfunctie kwijtraken aan internet, moeten er nieuwe crossmediale constructies worden bedacht. Zet het nieuws dan maar online en de achtergronden in print, hoor je dan vaak. Toch kan ook opinievorming geen louter papieren aangelegenheid zijn. De diepgang van achtergronden en meningsvorming dient steeds nadrukkelijker volcontinu beschikbaar te zijn. Opinievorming betekent discussie, en discussie betekent interactie. Met de nieuwsconsument uiteraard. Waar kan dat beter en sneller dan op een blog? Het reactieveld staat altijd open, ook als we zelf op één oor liggen. En wat nog mooier is: alles wordt vastgelegd en is op trefwoord te doorzoeken.

Bloggen is passie. Wanneer een journalist dat zegt, klinkt het vaak wat laatdunkend. Fanatisme zonder feitenkennis, bedoelt men dan. Maar van een journalist mogen we toch ook juist passie voor zijn vak verwachten? Dat is dezelfde passie die van bloggers soms zulke geduchte concurrenten maken. Zolang journalisten echter blijven denken vanuit traditionele mediarollen, kunnen die fanatieke bloggers zich exclusief op hun eigen blogterrein ontwikkelen en dus op ons inlopen. De enige remedie is: join them. Ga ook bloggen. Gebruik die eigen expertise om ze zowel qua schrijfstijl, onderwerpen en snelheid naar de kroon te steken. Wie hun spel meespeelt, krijgt daar waardering voor. Respect, man!

Toch is er nog een veel belangrijkere reden waarom in feite iedere journalist zou moeten bloggen. Dat is de verschuiving van de mediabelangstelling. Kranten, tijdschriften en ook radio hebben het moeilijk. Zoals gezegd: hun rol (maar ook die van tv, al is dat fysiek te integreren) wordt steeds meer overgenomen door internet. Die verschuiving zal ook een banenswitch teweegbrengen van traditionele naar nieuwe media. Wie zich niet in die nieuwe media heeft verdiept, staat als eerste op straat. Alleen daarom al moet iedere journalist bloggen. In de baas z’n tijd, wel te verstaan.

Opnieuw leren schrijven
Bloggen vereist ook een mindshift. Vergeet alles wat u op die scholen voor journalistiek of die academische (kop)studies aan schrijfregeltjes heeft geleerd. Lees eens wat vaker GeenStijl, Sargasso of Frontaal Naakt. Niet omdat het per se uw favoriete opinieleiders zijn (mag natuurlijk altijd), maar vooral om opnieuw te leren schrijven. Want schrijven voor een blog is anders, heel anders. U mag bijvoorbeeld grapjes maken, overdrijven, sneren, zeuren en uzelf een beetje relativeren. Ja, zelfs die vermaledijde ik-vorm is geen enkel probleem. Het mag allemaal. En als het u niet bevalt, doet u het gewoon weer totaal anders dan alle anderen. Dat heet originaliteit; die was u in de loop der jaren vast een beetje kwijtgeraakt. En als u de plank eens een keertje faliekant misslaat, dan geeft u dat gewoon publiekelijk volmondig toe (in plaats van: “Die boze ingezonden brief van u? Nee, daar hadden we geen ruimte voor”). Echt, als u nu in de blogtrein stapt, wordt het misschien nog wel iets met u.

Overdrijf ik? Tuurlijk niet. U overdrijft als u meent dat ik uit mijn nek zit te kletsen. Blijf gerust zo denken, maar ga dan niet pruilen als wij u straks als een bevroren brontosaurus in het natuurhistorisch museum neerzetten. En ik voorspel u: het zal een blogger zijn die daar aan het eind van de dag het licht uitdoet. Wie weet zelfs wel een journalistieke blogger, maar dat heeft u zelf in de hand.

Al 66 reacties — discussieer mee!