De executie van Saddam – gsm-camera, YouTube, rauw als de werkelijkheid zelf – is voortaan de norm. De even gruwelijke als onvermijdelijke consequentie van nieuwe media is dat we alles laten zien, dat niets meer verborgen blijft, en goede smaak het aflegt tegen bot exhibitionisme. We baren, copuleren en sterven online. En we doden voor een webcam – welkom in de wereld van Snuff Media.

De illegaal gemaakte gsm-video van Saddams ophanging was, wat je er verder ook van vindt, journalistiek zeer relevant. Hij liet zien wat we niet zagen in de officiële beelden. Daarin was het moment van de executie zelf – het openklappende luik – discreet weggelaten, maar belangrijker was dat de opname zonder geluid werd verspreid.

In de officiële beelden leek de executie nog iets van waardigheid te hebben, ook al werd Saddam Hussein geëxecuteerd in een akelig, donker, bunker-achtig hol. Maar dankzij de heimelijk gemaakte gsm-video weten we dat zijn bewakers schreeuwden en vloekten en dat Saddam hen verwenste. De Amerikanen noch de Irakese overheid had de controle in handen.

Nieuw is dat niet. De naakte werkelijkheid dringt al langer via massamedia ongefilterd tot ons door. Omdat het live is – het tweede vliegtuig dat een WTC-toren raakte – of omdat zulke beelden journalistiek relevant geacht worden: de moord op JFK, de camera op de kop van een raket voordat die inslaat, de paniek in het Heizelstadion toen daar Italiaanse supporters werden doodgedrukt, de mishandeling van Rodney King.

Van een orde is the long tail van het exibitionisme. Niets zo onterend, niets zo perfide, niets zo pervers of er is ergens op de wereld wel iemand die het laat zien. En niet meer alleen foto’s, maar ook volop in video. Dankzij voortreffelijke zoekmachines is alles te vinden, hoe nauw de niche ook is. We leven in tijden van rauw nieuws, zegt commentator Jeff Jarvis. Het is wat nieuwe consumenten willen: het echte leven, authentieke beelden.

Dit alles komt uit journalistiek niet voort, maar dringt wel onherroepelijk in het vak door. Ook de beelden die we niet willen laten zien – een jongen in Assen eet onder druk van schoolgenoten voor de camera een hondendrol op, een gangbang achterin een streekbus, een matpartij op school – dreigen journalistiek relevant te worden. Domweg omdat ze er zijn, omdat ze bekeken worden, omdat ze het wereldbeeld mee bepalen van steeds grotere groepen mediaconsumenten.

Dit is geen pleidooi voor snuff media. Het lijkt me niet nodig dat we al die ‘wilde’ beelden, zoals Jorinde Seijdel ze noemde op in een goed stuk voor SKOR, kritiekloos doorzetten. Maar het heeft ook weinig zin als we de andere kant opkijken. De beelden bestaan, YouTube staat er vol mee, en de volstrekte openbaarheid van wat ooit particulier en privé was heeft de samenleving al ingrijpend veranderd.

In een wereld waarin alles voorlopig lijkt, waarin we over alles haastig onderhandelen maar alles ook weer over mag, is dat misschien wel het enige dat niet valt terug te draaien. Het hek is van de dam, de geest uit de fles, het einde zoek. Daarmee kan de journalist niet langer optreden als ‘gatekeeper’ (zeg ik Jarvis na): tegenhouden kan niet meer.

Journalisten moeten aan al die beelden, aan die modderstroom van excessen, betekenis geven. Waarom gaan jongeren zo met elkaar en met beelden om? Wat betekent het voor de stabiliteit van Irak en voor de oorlog daar dat bewakers rond het lijk van Saddam kunnen dansen? Welke waarheid ontstaat als optelsom van onsamenhangende feiten. En zijn die authentieke beelden wel zo echt?

[Dit stuk staat ook op www.henkblanken.nl en is onderdeel van een nieuw project: De Metacratie]

Henk Blanken

Schrijver en journalist

Al 8 reacties — discussieer mee!