Het internet is een gewoon massamedium. Journalisten maken zich schuldig aan het overschrijfprincipe. En in de digitale stad die internet heet doen slechts weinigen echt mee. Wat internetgebruikers wel bindt is luiheid en inertie. Dat zijn, in het kort en evenzeer door de bocht, de meest wezenlijke denksprongen die Franciso van Jole maakt in zijn recente post “Voor de Massa”. Nu ken ik, respecteer ik en waardeer ik Van Jole en is zijn rol in het bewustwordingsproces ten opzichte van nieuwe media in journalistiek Nederland onmisbaar geweest. Misschien juist daardoor hier een ietwat uit de hand gelopen en uit oprechte verbijstering ontstane reactie.

Allereerst: de luiheid die Van Jole internetgebruikers verwijt is volstrekt misplaatst. Sterker nog, Van Jole is zelf lui – in intellectuele zin. Dit slappe verhaal kennen we al enige jaren van hem en het blinkt uit in een totaal gebrek aan wil om daadwerkelijk te reflecteren op de veronderstellingen die er aan ten grondslag liggen. De conclusies zijn daardoor flauw, nergens dan op vooroordelen gebaseerd en missen de point van wat internet (ook) betekent.

Allereerst de gebrekkige empirie waarop dit verhaal gebaseerd is: de meeste mensen gaan naar (en komen regelmatig terug op) een betrekkelijk gering aantal sites. Dat is iets wat een “power law” genoemd wordt en is inderdaad niets nieuws. Sterker nog: de hele economie draait op dit principe: als je veel wilt verkopen moet je dingen maken die ‘de meeste mensen’ graag willen hebben. Tot zover niets nieuws en er is geen enkele reden om aan te nemen dat een computernetwerk de manier waarop samenlevingen de laatste duizenden jaren gefunctioneerd hebben helemaal overhoop gaat halen.
Tot zover dus oude koek. Maar nu moeten er conclusies getrokken worden (want een journalist wil toch iets te melden hebben) en daar gaat het helemaal mis. Ik richt me op twee:

1. “Het ironische is dat die werking precies overeenstemt met het principe waar internet een einde aan moest maken: de massamedia. Bij de massamedia bedient een kleine groep de grote massa. Few to many. Op internet zou dat many to many worden en dat lijkt ook logisch. In de praktijk blijkt dat toch niet zo te werken.”

Allereerst: internet “moest” niet een eind maken aan massamedia. Wat wel een consequentie van internet is: massamedia moeten nieuwe manieren vinden om nog steeds een groot publiek te trekken – dat doen ze door te investeren in de breedte van het produktportfolio en in de diepte (door allerlei extra diensten, inhoud en interactiviteit aan te bieden rondom bestaande produkten). Er is niets mis met massamedia, maar er is wel iets mis met het gebrek aan keuze – en gebrek aan keuze is er, stel ik vast, niet op internet. Ook is het niet zo dat de meestbezochte websites slechts door enkelen (“few”) volgeproduceerd worden. Sterker nog: de meestbezochte sites zijn allemaal sites waar de inhoud tot stand komt via interacties tussen miljoenen gebruikers: Windows Live (blogs), eBay, Amazon, Yahoo (email and groups), Google, (het zoekalgoritme werkt op basis van user referrals), Myspace en Orkut (sociaal netwerk); YouTube (…) enzovoorts. Dit heeft met andere woorden niets te maken met de “massamedia” waar Van Jole het over heeft.

2. “Internet heeft van de wereld dan ook geen global village gemaakt waar iedereen gelijk is en participeert maar een digitale metropool met een centrum waar iedereen graag heen gaat maar waar slechts weinigen echt wonen”

Universele gelijkheid is geen realiteit en daar verwijst de term “Global Village” (een term van Marshall McLuhan uit de jaren zestig die niet naar internet verwijst, maar naar televisie) dan ook niet naar. Internet trekt wel degelijk steeds meer mensen in een wereldwijd netwerk, waarop evenzeer begrijpelijk dezelfde ongelijkheden vertegenwoordigd zijn (mannen versus vrouwen, jong versus oud, wit versus zwart, Eerste Wereld versus Derde Wereld) als in de ‘echte’ wereld. Het is dan ook een denkfout om net te doen alsof de virtualiteit van internet iets helemaal anders is dan de realiteit van de fysieke leefomgeving. Het zijn noodgedwongen reflecties van elkaar. In die zin is de onbedoelde metafoor van de digitale metropool interessant – want ook in de ‘echte’ wereld zijn wereldsteden als Johannesburg, New York, Los Angeles of Tokio niet bedoeld om mensen er te laten wonen, maar juist om mensen er in te laten werken (en spelen).

De utopische notie dat internet een democratiserend, iedereen gelijkmakend en volledig 1-op-1 medium is, is al geruime tijd volstrekt achterhaald. Dat betekent niet dat internet ‘dus’ het tegenovergestelde is, zoals Van Jole lijkt te willen stellen. Dat soort zwart-wit denken is wat ik, vrij naar Van Jole, intellectuele inertie noem.

Laten we op DNR en met een oog op de toekomst van de journalistiek en nieuwe media toch vooral iets verder denken dan onze redactionele neus lang is. Bijvoorbeeld: Van Jole constateert (op basis van een steekproef van maar liefst 10 artikelen) dat er op blogs e.d. veel wordt overgeschreven en –genomen van “gevestigde media”. Citaat: “Dat is heel erg media oude stijl”. Juist: journalisten van oude media hebben inderdaad de neiging alles van elkaar over te nemen (dat heet het “isomorphisme” van nieuws en komt voort uit de wijze waarop het journalistieke bedrijf in elkaar zit). Alleen: laat nu het probleem zijn dat uit verschillend onderzoek blijkt dat verreweg de meeste blogs (zo’n 70 procent) persoonlijke dagboeken zijn – waarbij verwijzingen naar al dan niet “gevestigde media” dienen om persoonlijk commentaar te geven op gebeurtenissen die hen individueel aan gaan. Nu stel je zelf de vraag: wat is daarbij van belang: dat mensen als ze publiceren op internet soms linken naar (of knippen en plakken van) andere media (al dan niet “gevestigd” of “massa”) of dat mensen blijkbaar de behoefte hebben om in het openbaar hun eigen verhaal – in woord (Blogger, Livejournal), geluid (podcasts of Last.fm) en beeld (YouTube) – aan de wereld te vertellen en deze verhalen daarmee koppelen aan miljoenen andere verhalen?

Ik stel me zo voor dat zelfs een luie denker snapt dat het laatste meer invloed en impact op de journalistiek heeft (of kan hebben, of misschien zelfs: moet hebben) dan het eerste.

Maar goed: als je als journalist het eerste denkt, hoeft er nooit (meer) iets te veranderen aan de manier waarop je je ding doet, hoe je in het leven staat en hoe je tegen de wereld (en vooral: Het Publiek) aan kijkt. Heerlijk lijkt me dat. Zo kan je, zoals Godfried Bomans ooit schreef over het “Concertleven te Soest”, gewoon lekker doorsoezen.

Al 13 reacties — discussieer mee!