De opkomst van internet heeft de werkelijkheid voor mediabedrijven, journalisten en burgers ingrijpend veranderd. Kijkcijfers en oplagecijfers van journalistieke programma’s en betaalde kranten staan onder druk. “Binnen een paar jaar zijn de ‘grote’ media hun collectief-alleenrecht op het onthullen van nieuws kwijtgeraakt”, betoogde Marc Chavannes, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG), dinsdag tijdens zijn oratie. “Dankzij internet is het nieuwsaanbod verduizendvoudigd.”

Dankzij Uitzendinggemist.nl bepalen we zelf wel wanneer we een televisieprogramma willen kijken. Via Google News en Nu.nl komt het laatste nieuws op elk moment van de dag tot ons. Wachten op het moment dat de krant op de deurmat ploft, is er voor grote groepen goedopgeleide twintigers en dertigers daarom niet meer bij. En dankzij de weblogs hebben we toegang tot veel meer zeer uiteenlopende opinies dan een opinieweekblad of opiniepagina ooit kunnen bieden.

Opinie verdringt objectiviteit
De gevolgen van deze veranderingen van het medialandschap zijn waarschijnlijk het duidelijkst zichtbaar in de Verenigde Staten, waar Chavannes vijfenhalf jaar correspondent was voor NRC Handelsblad. In de VS brak internet als eerste door als medium voor de massa. Het streven naar objectiviteit heeft daar de laatste jaren in rap tempo terrein verloren aan infotainment-kanalen waar opinie als nieuws wordt aangeboden, stelt Chavannes.

Dit biedt burgers de mogelijkheid om alleen de opinies tot zich te nemen die hun welgevallig zijn. De ene groep leeft op een dieet van Rush Limbaugh, Ann Coulter, Bill O’Reilly en Michelle Malkin, terwijl een ander deel van de Amerikaanse natie zich laaft aan het ‘nieuws’ van mensen als Jon Stewart, Stephen Colbert, Al Franken en een site als Crooks and Liars.

“Tegenwoordig bewonen verschillende groepen in de VS aparte waarheden vrijwel zonder raakvak”, constateert Chavannes. “De machtigste democratie op aarde beleeft langs elektronische weg een scheiding van informatieverkeer die elementen van verzuiling in zich draagt.”

Zijn de Verenigde Staten ons voorland? Bij de laatste Tweede Kamer-verkiezingen zagen we de kandidaten meer dan ooit opduiken in entertainmentprogramma’s. “De gemiddelde tv-kijker werd wijzer over de ‘televisie persona’ van de belangrijkste kandidaten dan over de standpunten van hun partijen”, aldus Chavannes.

Gevolgen voor de democratie
Wat voor gevolgen heeft de erosie van de traditionele media voor de democratie? Hoewel Chavannes meent dat “goede journalistiek iets te maken [heeft] met democratie”, is hij niet pessimistisch. Hij verwijst daarvoor opnieuw naar de VS, waar blijkens recent onderzoek van het Pew Internet & American Life Project de politieke participatie bloeit.

Bij de Congres-verkiezingen van november 2006 gebruikte eenderde van alle Amerikanen internet als middel om campagnenieuws te verzamelen en uit te wisselen. Bijna een kwart van de Amerikanen nam deel aan online discussies over politiek, zamelde geld in voor kandidaten of thema’s en organiseerde bijeenkomsten via internet.

De bekendste illustratie van de manier waarop internet burgers bij de politiek kan betrekken vormt de (mislukte) poging van Howard Dean in 2004 om de Democratische kandidaat voor het presidentschap te worden. Hoewel de voormalige gouverneur van de staat Vermont bij aanvang van de strijd geen schijn van kans leek te maken, zorgde zijn effectieve internetcampagne (en zijn standpunt over de Irak-oorlog) ervoor dat hij een geduchte concurrent werd voor de favorieten John Kerry, John Edwards en Joe Lieberman.

De man die verantwoordelijk was voor de succesvolle ‘open source’-campagne van Dean, Joe Trippi, betoogde in zijn boek ‘The Revolution will not be televised‘ dat internet de redding kan zijn voor de Amerikaanse democratie. Via internet kunnen burgers immers een tegenwicht bieden aan grote bedrijven die grote bedragen schenken aan de kandidaten en aan de traditionele media die sommige verhalen laten liggen.

Ook hebben burgers dankzij internet meer mogelijkheden om media terecht te wijzen. Chavannes: “In de Verenigde Staten hebben bloggende burgers CBS News, The New York Times en andere eens gerespecteerde media tot pijnlijke bekentenissen gedwongen. Misschien waren de motieven van die bloggers politiek, verschillende door die media gerapporteerde onthullingen waren niettemin van dien aard dat rectificatie geboden was.”

Informatie-bemiddelaars
Wat rest is de vraag hoe journalisten zich moeten aanpassen de nieuwe tijden? Want dat de ‘oude media’ moeten veranderen, staat voor Chavannes vast. Om te beginnen moeten journalisten transparanter gaan werken, stelt hij. Dat betekent: laten zien hoe je te werk gaat en wat je grondstoffen zijn.

Daarnaast zullen journalisten veel meer informatie-bemiddelaars worden dan stadsomroepers die weten hoe alles zit, voorspelt Chavannes. “Niet op de hurken gaan zitten en een kinderkrant schrijven, ook niet doen alsof iedere burger voortaan journalist is, maar wel de kennis die lezers aandragen serieus nemen.”

“Journalisten zullen meer van hun bestaansrecht moeten verdienen als dienstverleners die helpen orde in de chaos te scheppen. Maar zij zullen dat doen in een geïntensiveerde samenspraak met wat vroeger ‘de lezer’ en ‘de kijker’ werd genoemd, dus op internet.”

De tekst van de oratie van Chavannes (pdf) staat op de site van de RuG.

Maarten Reijnders

Al 7 reacties — discussieer mee!