Het houdt niet op. Ground Report, deze week gelanceerd, is een nieuw Amerikaans initiatief dat burgerjournalistieke aspiraties met het Digg-principe van de onderlinge lezersbeoordeling verbindt. Hmm… Ground Report, Trouw in de buurt, burgerfoto projecten in Duitsland, Skoeps en al die andere initiatieven: heeft het werkelijk iets (nieuws) om het lijf?
Een paar weken geleden schreef Francisco van Jole hier relativerend dat niet alleen bij Digg maar overal op het internet relatief kleine groepjes de toon bepalen. Sommigen zullen daar teleurgesteld of cynisch van raken, ik wil het omgekeerde beweren: voor de journalistiek kunnen ook relatief kleine groepjes nieuwkomers pure winst betekenen.

Laten we voorop stellen dat de meeste mensen geen journalistieke pretentie hebben. Genoegzaam bekend is dat makers van weblogs vooral grossieren in dagboekbijdragen, persoonlijke commentaren, recensies, human interest foto’s, ingezonden brieven of aankondigingen, allemaal genres die ook wel in kranten voorkomen maar niet tot de kern van de journalistiek worden gerekend. In feite is die keuze typerend voor het merendeel van het Web 2.0 gebruik. Met Dick van Eijk van NRC Handelsblad vind ik dat we hier niet van journalistiek maar van “publieke conversatie” moeten spreken, waarmee natuurlijk niets ten nadele van die conversatie is gezegd. Sterker, via een deel van die conversatie bereiken media publieksgroepen die ze zelf al uit het oog waren verloren.

Aan journalistieke “kerngenres” als nieuwsbericht, (foto-)reportage, interview, achtergrondverhaal (soms onthullingsjournalistiek) en nieuwsanalyse wagen de meeste vrije webjongens en -meisjes zich niet.
En als ze dat al doen, ligt de drempel hoog. Wie ook die kerngenres wil beoefenen heeft minimaal de volgende bagage nodig:

1. Motief: vaak is de behoefte om geld te verdienen niet genoeg, er moet ook een oprechte wens en voldoende zelfvertrouwen zijn iets substantieels aan het maatschappelijke proces van informatievoorziening en debat bij te dragen.
Symbolische schatting: van de 1.000 Nederlanders hebben 100 een dergelijk motief.

2. Vaardigheden: technische vaardigheden als foto, vodcast, podcast, weblog maken zijn makkelijk te leren; maar dat geldt niet voor journalistieke vaardigheden als schrijven, interviewen, informatieve fotobijschriften maken en researchen.
Ruwe schatting: van de overgebleven 100 Nederlanders beheersen 50 deze vaardigheden.

3. Basishouding: bovenmatige nieuwsgierigheid, passie voor onderwerp(en), uithoudingsvermogen, behoefte verhalen te vertellen.
Ruwe schatting: van de overgebleven 50 Nederlanders beschikken er 10 over deze basishouding.

4. Juiste omgeving: om journalistiek werk te doen op het web is goede software nodig, maar ook een proactief en actief werkende organisatie die onderwerpen helpt bedenken, betrouwbaarheid van inzendingen checkt, coaching biedt en voor distributie zorgt (denk daarbij aan de modellen van ePluribus Media, Current TV en Newassignment). Bij voorkeur betaalt die organisatie ook voor verrichte werkzaamheden.
Ruwe schatting: van de overgebleven 10 Nederlanders staan of raken er 2 in contact met zo’n organisatie.

Gezien deze reeks drempels is journalistiek-door-nieuwkomers moeilijker te organiseren dan menigeen denkt. Het kost in elk geval net zoveel moeite als gewone journalistiek (n.b. wat die moeite betreft: ik zie een organisatie als Skoeps nog te weinig impulsen tot de ontwikkeling van een serieuze alternatieve fotomacht in Nederland geven). Maar de moeite waard blijft het. Getalsmatig maken professionele journalisten slechts enkele promilles van onze bevolking uit. Qua leeftijd en geografische, religieuze, culturele en etnische herkomst vormen ze een a-typische groep. Daarbij leven en werken ze dicht tegen de macht en denken ze door routinevorming en professionele normen niet altijd genoeg “out of the box”. Allemaal redenen waarom het publiek zich soms niet of onvoldoende door de professionele journalistiek vertegenwoordigd voelt en onderwerpen of benaderingswijzen mist. Daarom is toevoer van nieuw, soms onorthodox werkend journalistiek talent belangrijk, ook al gaat het in de praktijk om de handjesvol waarover Van Jole schrijft. Die 2 op de 1000 genereren meer crowd en dus ook meer wisdom en kunnen de openbaarheid extra kleur, originaliteit en scherpte bezorgen.

Deze tekst vormt de basis van een lezing die ik onlangs tijdens het MIM Media Event op de Hogeschool van Amsterdam gaf.

Al 6 reacties — discussieer mee!