De nieuwe ‘Leidraad van de Raad voor de Journalistiek’ is uit. In het Friese gehucht Easterga is dat vooral goed nieuws voor Figaro, Cleo, Hylke en Dirk, de vier katten van Management Team-hoofdredacteur Jan Dijkgraaf.

Een waarschuwing vooraf: wat de Raad voor de Journalistiek betreft ben ik bevooroordeeld. Ik ben ooit (1997) door die club veroordeeld zonder dat me de mogelijkheid werd geboden me te verweren. De brief waarin ik werd uitgenodigd te reageren, bereikte mij nooit, omdat mijn oud-werkgever ‘m wel ontving, maar nooit doorstuurde. Het secretariaat van de Raad kende het concept van het checken van adressen niet en ging uit van de goede trouw (van Panorama :) ).

Dat ik daar geen vreselijke stennis over heb geschopt, is strijdig met mijn karakter en dus veelzeggend over mijn visie op de Raad voor de Journalistiek. Ik vond het altijd al en vind het nog altijd letterlijk een waardeloos instituut. Een bom er op en vervangen door het enige instituut waarnaar ik wel bereid ben te luisteren en dat ‘rechter’ heet.

De nieuwe leidraad sterkt mij in de gedachte dat de Raad voor de Journalistiek een fossiel is. De leidraad is, laat dat duidelijk zijn, een keurig document voor journalisten die werken aan de beschermende boezem van de publieken (omroepen) of zij die zich publieken wanen (Volkskrant, Trouw, NRC, Vrij Nederland). Die hebben sinds deze week zes A4-tjes waarop precies staat hoe een keurige journalist zich dient te gedragen – volgens de normen van de Raad voor de Journalistiek.

Winst maken
Anderen hebben al geconstateerd dat de leidraad is geschreven door mensen die niet weten dat een URL met www begint (of sowieso niet weten wat een URL is), dus laat ik in die herhaling niet vallen.

Mijn bezwaar is dat de leidraad ook nog eens is geschreven door mensen die niet weten dat (bijna) alle media anno 2007 worden gemaakt om winst te maken en dat (ja, echt, het is verschrikkelijk, maar waar) journalisten door hun uitgevers worden ingezet om de winstdoelstellingen te bereiken.

Laat ik eens wat artikelen uit de leidraad doornemen en concluderen wat de Raad voor de Journalistiek blijkbaar bewerkstelligt:

1.1. “De journalist bericht waarheidsgetrouw”. Gevolg: Story, Privé en Weekend worden opgeheven.

1.3. “De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie van degene over wie hij publiceert”. Gevolg: er verschijnt nooit meer een interview met leden van het Koninklijk Huis, ministers en bondscoaches (en een heel echelon daaronder).

2.1.4. “De journalist betaalt (…) informanten niet voor (…) foto’s, tenzij het een redelijke onkostenvergoeding betreft”. Gevolg: De Telegraaf (en de roddelbladen) plaatsen nooit meer een keiharde nieuwsfoto, omdat haar informanten ‘redelijke onkostenvergoedingen’ niet meer van deze tijd vinden.

2.2.2. “Teneinde het publiek zo goed mogelijk te informeren maakt de journalist bij voorkeur zijn bronnen bekend”. Gevolg: er verschijnt nooit meer Haags nieuws.

2.2.3. “De journalist beschermt de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd (…)”. Gevolg: er verschijnt nog heel veel Haags nieuws.

2.4.5. “De journalist voorkomt dat hij gegevens (…) publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd (…)”. Gevolg: Geenstijl.nl én Elsevier én de Wikipedia en Vulmaaraan krijgen billekoek van de Raad omdat ze Mohammed B. Bouyeri noemen (en De Nieuwe Reporter nu ook).

2.6.1. “Het embargo (…) kan niet eenzijdig worden opgelegd”. Gevolg: het nieuws ligt al dagen op straat tegen de tijd dat de onderhandelingen over embargo’s zijn afgerond (lees: hoe wereldvreemd kan een Raad voor de Journalistiek zijn?)

En zo voort. En zo verder.

Kattenbak
Ik kan er kort over zijn en lang over zijn, maar de leidraad die de Raad voor de Journalistiek deze week op feestelijke wijze het levenslicht heeft laten zien, is bij mij in het gehucht direct uit de printer de kattenbak in gevlogen.

Het mooiste van die hele leidraad is nog: elke journalist in Nederland kan er (tenzij zijn hoofdredacteur ‘m wel omarmt – en doorgaans zijn dat leidsmannen van producten met afkalvende oplages) de spreekwoordelijke kont mee afvegen.

Mijn mensen mogen dat. Ze moeten opereren binnen de Nederlandse wet en ze moeten zichzelf na elke journalistieke handeling de volgende ochtend welgemoed in de spiegel durven aankijken. En meer is er niet. En meer hoort er niet te zijn.

Of vloek ik nu in de kerk? (Een handeling waar ook geen leidraad voor nodig is om ‘m te voorkomen.)

Lees ook: Journalistieke gedragscode: leiband of leidraad? (het onderzoek van Alexander Pleijter en Annemarie Frye naar de meningen van journalisten over codes).

Al 13 reacties — discussieer mee!