Bij de uitreiking van de Tegels hekelde juryvoorzitter Felix Rottenberg vorige week de mensen die verantwoordelijk zijn voor de bewaking en bescherming van PCM. Hij bleek zich te schamen voor de “verkrachting van PCM door falend toezicht” en sprak van “Angelsaksisch zeeroverkapitalisme”. Instemmend applaus.

Maar hij zei ook tegen de zaal vol journalisten dat het “onze eigen schuld” is omdat die beheerders er “namens ons” zitten, en die opmerking maakte mij nieuwsgierig naar de vraag hoe de PCM-redacties destijds zelf de komst van Apax inluidden. Gooiden ze na de deal tussen PCM en Apax (2 juni 2004) royaal de loopplank voor de Britse zeerovers uit of liepen ze toen al over van weerstand en wantrouwen? Een analyse van de hoofdredactionele commentaren in Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad (een AD-commentaar heb ik niet kunnen vinden).

Geen overdreven luxe
Curieus is meteen al dat geen van de drie commentatoren kritisch de aandacht vestigt op de introductie van management-aandelenparticipaties. Deze participaties waren onderwerp van heftig debat geweest in de onderhandelingen met Apax en inmiddels loopt alles wat (hoofd-)redacteur is ertegen te hoop. Maar toen: geen woord.

Kijkend naar de komst van Apax laten twee van de drie kranten het optimisme zegevieren.

NRC Handelsblad vraagt zich weliswaar af “in hoeverre deze eigenaar oog zal hebben voor de langetermijnbelangen van zijn dagbladen” maar daar staat volgens de krant het perspectief van innovatie en groei tegenover, en dat is “geen overdreven luxe”. De uitgever verhuist van “een ideëel georiënteerde eigenaar, de Stichting Democratie en Media, naar een commercieel bedrijf”, en dat zal volgens NRC Handelsblad vooral de “minder winstgevende titels (lees: Trouw en AD) tot nadenken stemmen”. Maar ook dat lijkt de krant een goede zaak: kranten moeten immers hun eigen voortbestaan weten te verzekeren. Voor kranten en hun lezers hoeft dat niet slecht te zijn, besluit de commentator.

Pluriforme pers
De Volkskrant lijkt behoedzamer. De commentator overweegt dat “kranten behalve beleggingsobject ook cultuurgoederen (zijn) die een belangrijke maatschappelijke rol vervullen.” In dat opzicht herbergt de komst van Apax een gevaar: “Wie rendement boven alles stelt, kan in de verleiding komen nobeler doelen te offeren.” Toch kunnen lezers en redacteuren rustig gaan slapen: “Vooralsnog lijkt er geen reden tot grote vrees. Apax geeft blijk van serieuze aandacht voor de Nederlandse kwaliteitspers”. Voor het overige vertrouwt de Volkskrant op de eigen kracht (“een sterke, winstgevende krant”) en het wakende oog van de Stichtingen Democratie en Media, de Volkskrant en Trouw.

Bij het plan om PCM naar de beurs te brengen houdt de krant enige twijfel maar principieel klinkt die niet: “Of dat de Nederlandse kwaliteitspers ten goede komt, moet tegen die tijd nog maar eens worden bezien.”

De grootste scepsis zit bij Trouw. Natuurlijk speelt de angst voor het eigen lot hier een rol maar de afkeuring lijkt principiëler. “Apax verwacht hoge rendementen en als die niet gehaald worden door meer inkomsten zal er dieper gesneden moeten worden in de kosten. Dat kan op gespannen voet staan met een primaire doelstelling van de uitgever: bevordering van een pluriforme pers.” En: “In de praktijk moet blijken of de balance of powers (binnen PCM) voldoende is om eenzijdige druk op het behalen van hoge winstcijfers, desnoods door drastische maatregelen, te weerstaan.”

Puinhoop
Ik concludeer dat Volkskrant en NRC Handelsblad zich destijds in hun commentaren te veel door korte-termijnpolitiek en eigenbelang hebben laten leiden. Amper drie jaar later blijkt hoe de harde kapitalisten van Apax hun positie hebben gebruikt om geestverwanten in het management te benoemen en deze met exorbitant uitpakkende participaties aan zich te binden. Samen goed voor een 52,5% meerderheid konden ze hun gang gaan en een ware oorlog ontketenen. Resultaat: bestuurlijk en financieel is PCM nooit een grotere puinhoop geweest.

Ik ben ervan overtuigd dat er ook destijds andere, betere oriëntatiepunten waren. Iedereen kende het model dat ik in de serie “Als ik staatssecretaris voor media was” (2003) als volgt in de Volkskrant beschreef: “The New York Times, Der Spiegel, The Economist en Le Monde hadden grondleggers die hooggestemde missies formuleerden en de bewaking ervan in handen van familieleden, stichtingen of boards of trustees legden. Zo schiepen ze ‘bedrijven met een ziel’. In tijden van tegenslag komt zo’n missie uitstekend van pas.”

Al 6 reacties — discussieer mee!