Ethiek en journalisten, dat gaat op het eerste gezicht niet samen. Een beroep dat zich grotendeels definieert als onafhankelijk en ongebonden, laat zich liever niet aanspreken met gereformeerde, genummerde zinnen (‘De journalist neemt/vermijdt/tracht…’). Dat is in ieder geval é é n verklaring voor de lage achting voor leidraden en journalistieke codes, en ook het om het hardst roepen dat de Raad voor de Journalistiek niets voorstelt hangt daarmee samen (“Een bom er op en vervangen door het enige instituut waarnaar ik wel bereid ben te luisteren en dat ‘rechter’ heet”). De journalist maakt zelf wel uit wat ie doet, en daar heeft niemand iets over te zeggen, lijkt de bijpassende levenshouding.

Dat laatste is overigens een uitstekend uitgangspunt. Zonder last of ruggespraak zelf afwegingen maken moet nooit door bindende codes of richtlijnen worden vervangen. De grootste bedreiging voor de onafhankelijke journalistiek is een wettelijk geregelde disciplinerende code. Die gedachte wil nog wel eens gaan rondzingen na kritiek op journalistieke werkwijzen. God verhoede dat ooit in Den Haag echt werk wordt gemaakt van dit geregeld terugkerende, o zo redelijk klinkende idee. Laat richtlijnen nooit door de politiek tot een halsband knopen.

Journalistieke ethiek mag dus nooit universeel bindend zijn. En toch is daarmee niet alles relatief en een kwestie van individuele smaak – en hooguit begrensd door de wet. Die gedachte negeert volledig de journalistieke ethiek in het dagelijkse werk. Of het nu artsen, bakkers, of journalisten zijn, het doel van iedere beroepspraktijk is per definitie normatief, en daarmee al het handelen. Als het doel bijvoorbeeld is onafhankelijke berichtgeving en controle van de macht, dan horen daar normen bij, zoals afstand bewaren tot nieuwsbronnen. Waaruit weer kan volgen, het afzien van mediatrainingen geven aan, en freelancen voor nieuwsbronnen. Als het doel gebalanceerde berichtgeving is, kan wederhoor bij ernstige beschuldigingen een norm zijn.

Dat zijn voorbeelden waarover in specifieke gevallen de meningen altijd nog kunnen verschillen, maar het uitgangspunt is wel een breed gedragen journalistieke beroepsnorm. Het ethische in het journalistieke werk is kortom overal en altijd aanwezig, al jeukt dat helemaal niet zo als een leidraad of code. Journalistieke codes staan in dat opzicht niet haaks op het dagelijkse werk. Ze laten de ideeën over wat goede journalistiek zou moeten zijn hooguit in verdichte vorm zien – en, helaas, op dat irritante en inflexibele toontje. Voorbeelden van die calvinistische dictie staan in de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek: ‘1.1. De journalist bericht waarheidsgetrouw.’ Of: ‘1.5. De journalist vermijdt eenzijdige en tendentieuze berichtgeving.’

Natuurlijk, maar wat moet je met zo’n bewering, als iedereen ‘m in principe onderschrijft?

In plaats van dit type code zijn er ook andere mogelijkheden om vast te leggen wat journalisten als richtlijn gebruiken. In plaats van alles te willen vangen in abstracte termen, zijn deze juist concreet en to the point. Een voorbeeld daarvan is de code van NOVA. Die beschrijft wat wordt nagestreefd, wat wenselijk is en wat niet. Geen galmende kanselethiek, maar zeggen wat je wilt en wat je doet. ‘Zij doen (…) geen pr-werk, zitten niet in besturen, zijn geen dagvoorzitter of spreekstalmeester.’ Daar heb je geen woordenboek bij nodig. Een ander voorbeeld, in dezelfde concrete stijl maar strenger geformuleerd, is de zeer uitgebreide code van de The New York Times.

Beide teksten tonen door hun vorm veel duidelijker een vaak onderbelichte functie van journalistieke codes: aan de buitenwacht laten zien welke eisen je aan jezelf stelt. De moderne code levert in de eerste plaats wat in het bedrijfsleven transparantie wordt genoemd. Zo bezien zijn codes ook een communicatiemiddel.

In plaats van de valse indruk te wekken een disciplinerend handvest te zijn, is de code een nadere kennismaking. Je bent trots op wat je doet, je hebt erover nagedacht en je bent niet bang om er uitleg over te geven. En ook hier geldt: zo’n tekst kan nooit de eigen verantwoordelijkheid vervangen of alle vrijheid wegnemen. Houd je aan de regel, en licht uitzonderingen toe: comply or explain. De journalistiek is bij uitstek een partij die overheid, bedrijfsleven en NGO’s op dit gebied constant kritisch bevraagt. Het zou goed zijn als ze die norm ook op zichzelf toepast. Dat is een intelligentere vorm van zelfregulering, dan het willen voorkomen van journalistieke misstanden met genummerd padvindersproza uit de jaren vijftig.

Arno van 't Hoog

Redacteur

Arno van ’t Hoog is freelance wetenschapsjournalist.
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!