onderzoekWetenschapsjournalisten moeten de bekende omgekeerde piramidestructuur vergeten, was twee maanden geleden hier op de Nieuwe Reporter te lezen. Deze maand bepleiten Marcel Machill en enkele co-auteurs in het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Communication dat ook de makers van televisienieuws dit moeten doen (dit artikel is niet vrij beschikbaar; klik hier voor de abstract).

Uit onderzoek blijkt steeds weer dat veel kijkers van televisienieuws zich kort na een uitzending nog maar weinig feiten eruit weten te herinneren; zie b.v. dit boek hierover. Bovendien interpreteren of begrijpen mensen nieuwsitems vaak verkeerd. Uit onderzoek van het Hamburgse Gewis Institute uit 2003 en 2004 blijkt zelfs dat 88% van de Duitse televisiekijkers het nieuws niet goed begrijpt en dat 98% van hen zich een dag na de uitzending niet meer alle onderwerpen van een journaal herinneren.

Allemaal de schuld van de vertelvorm van de omgekeerde piramide, beweren mediawetenschappers al langer. Justin Lewis van de Cardiff University merkte bijvoorbeeld in een publicatie uit 1994 op: ‘The news owes its structure not to other forms of television, but to print. Television news stories are like newspaper stories with moving pictures.’ En: ‘It is like being told the punchline before the joke, or knowing the result before watching the game, or being told “whodunit” at the beginning of the murder mystery’. Door de ‘clou’ in de vorm van het belangrijkste nieuws al aan het begin van het verhaal weg te geven, zouden mensen die deze clou niet gelijk snappen de rest van het nieuwsitem ook niet goed begrijpen. Bij televisienieuws zou onnodig worden vastgehouden aan een structuurvorm die voor nieuwsberichten in kranten misschien goed is, maar die op dit medium veel beter kan.

Verhalende structuur
Hoe het beter kan, volgens Machill: televisienieuws moet een narratieve oftewel verhalende structuur krijgen. Ook dit is al eerder door mediawetenschappers geroepen maar volgens de auteurs van dit artikel is in eerdere publicaties nooit goed uitgelegd hoe deze narratieve vorm eruit zou moeten zien en is bovendien nooit via een goed onderzoek aangetoond dat verhalende nieuwsitems inderdaad beter begrepen worden en beter blijven hangen dan nieuwsitems met de omgekeerde piramidevorm.

Een belangrijk probleem met een ‘narratieve structuur’ is dat er geen universele theorie bestaat over wat narratief precies inhoudt en betekent. In dit artikel analyseren de auteurs het begrip daarom, waarbij ze de kenmerken beschrijven van de verteller (in dit geval de nieuwslezer), de verschillende spelers en elementen in een verhaal en welk type nieuwsitems geschikt zouden zijn voor een verhalende vorm en welke niet. Vervolgens hebben zij hun theorie over de narratieve structuur getest via een proefpubliek van 215 personen. De helft van hen kreeg een normale uitzending van een Duits televisiejournaal te zien; de andere helft een herziene versie waarbij de items een narratieve structuur hadden gekregen. Vervolgens keken de onderzoekers naar hoeveel items de proefpersonen een dag later nog konden noemen; welke losse feiten zij uit de items konden noemen; en in hoeverre zij de items ook echt inhoudelijk begrepen hadden. Er bleek geen effect te zijn op hoeveel items mensen onthielden. Maar voor hoeveel losse feiten mensen konden noemen en voor in hoeverre zij items echt begrepen hadden, bleken er een zeer significante verschillen te bestaan tussen de groep die het narratieve journaal hadden gezien en de controlegroep die naar de reguliere uitzending had gekeken.

Geen recept
Wat jammer is aan het onderzoek is dat hoewel de auteurs andere onderzoekers ervan beschuldigen geen duidelijk recept voor een narratieve structuur te geven, zij dit zelf ook niet echt doen. Ze analyseren het begrip ‘narratief’ en geven een voorbeeld van hoe zij een bepaald nieuwsitem herzien hadden, waarbij in plaats van dat de nieuwslezer begon met ‘in Düsseldorf wordt gestaakt’ en vervolgens droge feiten over de staking opnoemde er eerst een staker aan het woord kwam en daarna een voor en de andere spelers en het conflict werden geïntroduceerd. Maar het blijft bij dit, enigszins grof beschreven, voorbeeld waarbij het er nog het meest op lijkt dat dit vooral draait om personificatie. Een verschijnsel waarvan het al langer bekend was dat het mensen sterk aanspreekt, wat de auteurs zelf ook al in hun inleiding bespreken. Gezien de toch interessante zeer significatie uitkomsten van het onderzoek zou het prettig zijn geweest als de onderzoekers meer voorbeelden hadden gegeven en iets duidelijker hadden besproken waarin hun aanpak verschilt van bijvoorbeeld alleen personificatie van het nieuws.

Overigens waarschuwen Machill en zijn co-auteurs ondanks hun pleidooi ook dat de narratieve structuur niet te ver doorgevoerd moet worden. Er zou niet te veel moeten worden gesimplificeerd en er moeten niet te veel items met ‘zacht nieuws’ of een menselijke invalshoek in journaals worden gestopt, omdat dit ten koste zou gaan van de sociaal-maatschappelijke functie ervan. Vrij vertaald naar de Nederlandse situatie: door alleen te kijken naar Hart van Nederland, dat een sterk verhalende structuur kent, leer je niet wat er in ons land op nationaal of politiek niveau speelt.

Al 3 reacties — discussieer mee!