Op De Nieuwe Reporter stellen we het regelmatig vast: de deelname van amateurs, welwillende observeerders en kritische stuurlui aan de beroepsjournalistiek neemt stelselmatig toe. Of we dat nu ‘burgerjournalistiek’ of ‘user-generated content’ noemen, zulke voorbeelden van “convergence culture” in de journalistiek lijken niet meer weg te denken uit de toekomstvisies dan wel beleidsmaatregelen van de (inter-) nationale nieuwsmedia.

Op DNR berichtten we al over prachtplannen als Unieuws, Skoeps, de Volkskrantblog, Haaksbergen (Twentsche Courant Tubantia), enzovoorts. Nederland staat daarbij niet op zichzelf – het is een wereldwijde trend (zie bijvoorbeeld recente initiatieven van Amerikaanse TV-stations).

Het is duidelijk dat we – iedereen met een internetaansluiting en de kennis om met computers en het Web om te gaan – in toenemende mate meedoen en meepraten in de publieke sfeer. Inderdaad: het einde van de beroepsjournalistieke monopolie, de zelfbenoemde “experts” en vooral politieke en maatschappelijke instanties lijkt ingeluid door de rappe ontwikkelingen online.

Wat me hierbij dwars zit, is dat het er sterk op lijkt dat al deze deelname correleert met een gestage afname aan aktie: daadwerkelijk (en vooral ook: samen) iets doen aan alle onzin, rotzooi, ellende en onrechtvaardigheid in de wereld. Wie gaat er nog straat (laat staan de barricades) op voor haar/zijn idealen? Wie richt er nog een partij of organisatie op, of sluit zich daarbij aan als aktief lid? Wie probeert veranderingen aktief mee vorm te geven? In hoeverre is alle debat en kritiek online – of deze nu van links, rechts of het midden komt – een uitdrukking van (of beter nog: aanleiding tot) beleden offline activiteit?

Zijn we door alle participatie (online) weliswaar mondiger als consumenten, maar daarmee juist tandeloos als burgers?

Reacties – vooral ook als ik het helemaal mis heb – graag hier of per email…

Al 29 reacties — discussieer mee!