Olaf Koens reisde voor De Nieuwe Reporter naar ‘de laatste dictactuur van Europa’, Wit-Rusland. Hij sprak met een uitbater van een internetcafé en met internetexpert Mikhail Doroshevich. De laatste ziet een lichtpuntje: “Het is iets minder erg dan China. Bij ons werkt Flickr nog gewoon.”

Een fletse ansichtkaart uit de Sovjet-Unie van de jaren ’70 – dat is de eerste indruk wanneer je aankomt in Minsk, de hoofdstad van Wit-Rusland. We schrijven echter 2007, de Muur is gevallen en Wit-Rusland grenst inmiddels aan de Europese Unie.

Sinds zijn onafhankelijkheid in 1991 staat het land onder de controle van Aleksandr Lukashenko, de president die zichzelf aan de macht weet te houden door keer op keer met verkiezingen en referenda te frauderen. Wit-Rusland kan met recht de ‘laatste dictatuur van Europa’ genoemd worden, en is volgens ‘Reporters Without Borders’ een internet-blackhole.

In Minsk zijn de straten leeg. Beangstigend leeg. Blauwe trolleybusen, ook leeg, rijden in een traag tempo door het straatbeeld. Sommige supermarkten zijn opgedeeld in zones; eentje met ‘Buitenlandse Produkten’ – waar je Russische worst, Poolse yoghurt en Nederlands bier kunt vinden, en een met ‘Nationale Produkten’, melk, bloem, eieren, groenten. De ‘buitenlandse’ produkten zijn duurder, de binnenlandse spotgoedkoop en simpel. Op het pak melk staat louter ‘melk’, de suiker heeft alleen het opschrift: ‘suiker, wit’.

Reclame is – zoals bijna alles in Wit-Rusland – onderhevig aan bizzare regels. De meeste billboards worden gebruikt voor propaganda, die qua letter en toon nog altijd hetzelfde is als in de Sovjet-Unie. ‘In mijn land schijnt de zon!’, of ‘Lang leve Wit-Rusland!’. Alle radio bestaat voor 75 procent uit ‘nationale muziek’.

WiFi
Een welkome ontsnapping aan deze bizarre ‘back to the USSR’-droom is het café annex koffiehuis ‘London’, dat in een klein pand huist aan een van de belangrijkste straten in de stad. Café ‘London’ is het enige café met een WiFi-verbinding.

Jura Vinogradov is de uitbater. ’s Zomers heeft hij een overdekt terras. Bijna alle gasten die het cafe binnenstappen schudden Jura de hand. Hij praat niet graag, en niet veel.

Wanneer ik me excuseer voor mijn soms hakkelende Russisch vraagt hij cynisch of ik misschien Wit-Russisch spreek. Voor de oppositie is die taal een heikel punt, zonder eigen taal geen eigen identeit. De oppositie in Wit-Rusland heeft – in Westerse ogen – veel nationalistische trekjes.


Jura Vinogradov

“London was het eerste, en is eigenlijk nog altijd het enige WiFi-cafe in Minsk, en daarmee natuurlijk in dit hele land. We bestaan nu vijf jaar, en sinds drie jaar hebben we een WiFi-verbinding voor bezoekers”.
“Het enige cafe in het hele land?”, vraag ik.
Jura antwoordt koeltjes: “Er zit verderop in deze straat nog een café met een internet-verbinding, maar dat is ook van mij”.

Litouwse perskaart
“Het is hier een soort vrijplaats. Er komen veel jongeren”, zegt hij. Wanneer ik vraag wat voor jongeren dat zijn, aarzelt hij. “Democratische jongeren”, zegt Jura uiteindelijk. “Maar ook veel journalisten, buitenlanders en eigenlijk iedereen die wel iets anders wil.”

Ik vraag hem of hij met een dergelijk publiek niet de aandacht van de autoriteiten trekt. Of hij wel eens last heeft van de autoriteiten. “Nog niet. Maar sommige dingen helpen daarbij”, zegt de uitbater terwijl hij een Litouwse perskaart uit zijn binnenzak haalt.

Wanneer we het later over de toekomst hebben zegt hij: “Dit café houdt het nog wel vijf jaar vol, hier loopt alles stabiel. Maar de toekomst van dit land, dat is een goede vraag. Waarschijnlijk wordt het alleen maar erger.”

Een paar minuten later duikt Jura weer achter zijn laptop. Ik vraag hem hoe de verbinding is, en of hij ermee uit de voeten kan. Op mijn computer duurt het ruim twee minuten voordat de site van De Nieuwe Reporter tevoorschijn komt. Jura: “Het is een ramp hier, er is niets aan te doen. Echt een ramp. Veel meer kan ik er niet over zeggen.”

Mikhail Doroshevich
Iemand die daar wel veel over kan zeggen is de Wit-Russiche internet-expert Mikhail Doroshevich, hij werkt met de oppositie en is rapporteur naar verschillende EU-instanties. Tevens is hij de oprichter van de website e-belarus.org, een omvattende site die de e-cultuur in Wit-Rusland in kaart probeert te brengen.

Hij doet graag zijn verhaal. “Eigenlijk zit het hele land onder één router, beter kan ik het niet uitleggen. Die router staat hier om de hoek bij het Ministerie van Telecommunicatie. Daarom kunnen ze precies filteren wat ze willen. Probeer het zelf maar!”.

Als voorbeeld geeft Doreshevich de website Gay.ru. Ik schreef in mei een artikel over de Gay Pride in Moskou, en de website staat nog in mijn ‘bookmarks’. Het werkt niet. ‘The connection has timed out’, staat er, en: ‘The server at www.gay.ru is taking too long to respond’. Doreshevich licht toe: “Je bent dus geneigd te denken dat het probleem bij hun ligt”.

“Tijdens de verkiezingen waren de websites van de oppositie ook niet beschikbaar. Toen kregen we, behalve met filters, ook met DDOS-aanvallen vanuit verschillende ministeries te maken.”
Ik vraag of de overheid hiervoor een juridische basis heeft. Doreshevich legt me artikel 22 van de wet op de telecommunicatie voor.

Article 22. Information of denied provision and (or) distribution
It shall be forbidden to spread and distribute information that:
is directed towards a violent change of a constitutional system, propaganda of war, raising racial, national or religious hostility or discord towards humiliation of national honor and dignity;
infringes upon morals, dignity, honor and business reputation of citizens, business reputation of legal entities;
other information, provision and (or) distribution of which is prohibited according to legislative acts of the Republic of Belarus.

Het is “iets minder erg dan China”, denkt Doroshevich. “Bij ons werkt Flickr nog gewoon, en voor zover ik weet werkt de overheid hier niet actief samen met buitenlandse internetbedrijven om digitale dissidenten op te sporen.”

Bloggers
“Je leest weleens dat 33 procent van de bevolking in Wit-Rusland toegang heeft tot internet. Dat is onzin. Als er op je werk een computer met een internetverbinding beschikbaar is, wil dat niet zeggen dat mensen daar actief gebruik van maken. Ik denk, op basis van niet-gouvernementele gegevens, dat we hier te maken hebben met 8,5 procent van de bevolking die actief het internet gebruikt, en 16,1 procent ‘af en toe’. Dat is bedroevend.”

“Bovendien zijn de kosten relatief hoog”, legt Doroshevich uit. “Wij betalen bijna 53 dollar per maand voor een ‘normale’ ADSL-verbinding. Daarbij is ‘normaal’ een betrekkelijk gegeven, zegt hij met een lach. “Die 53 dollar is al gauw het dubbele van de ons omringende landen, en je moet niet vergeten dat een gemiddeld jaarinkomen hier een stuk lager is”.

Hij schat het aantal actieve bloggers in Wit-Rusland op “een loutere 3000”. Ruim de helft daarvan is afkomstig van het LiveJournal-netwerk, dat vooral in Rusland bijzonder populair is.
“Waarom zo weinig? Er wonen hier toch bijna 10 miljoen mensen!”
Het antwoord op de vraag blijft onduidelijk. Tot ik het plots begrijp: lethargie. Wanneer je in een strak geïsoleerde dictatuur leeft is er eigenlijk weinig om over te schrijven.

In Wit-Rusland is de situatie dusdanig uitzichtloos dat er niets te schrijven valt. Het is, met recht, een ‘blackhole’.

Al 13 reacties — discussieer mee!