“Stuur criminelen niet langer op vakantie, maar zet hun naam en foto en misdrijf op internet”, zo verkondigde nuancekoning Geert Wilders vorige week tijdens de algemene beschouwingen. Deze week kondigde de landelijke overvalcoördinator van de politie aan te starten met “een soort YouTube” met beelden van overvallers. Het mag duidelijk zijn: privacybescherming en -schending van verdachten en daders staan weer op de publieke agenda.

Op de journalistieke agenda staat het onderwerp al langer. Is het terecht dat de meeste media initialen van verdachten gebruiken in plaats van de hele naam? Dat is wel de praktijk, maar er is geen consensus over. Ondertussen houdt de Raad voor de journalistiek onverminderd vast aan de ‘regel’ om verdachten niet bij naam te noemen. Toch zou een versoepeling hiervan een goed idee zijn. In grote zaken die de hele samenleving schokken en ook internationaal nieuwswaarde hebben, moeten Nederlandse media man en paard noemen.

Twee misverstanden
Over de initialenregel bestaan twee misvattingen. Ten eerste dat verdachten van misdrijven in de Nederlandse journalistiek al sinds jaar en dag met initialen in de media komen en dat de roep om versoepeling van de ‘regels’ iets van deze tijd is. In rechtbankverslagen van het Algemeen Handelsblad uit begin 19e eeuw werd van de verdachte vaak een levendige omschrijving gegeven. In de artikelen stond de volledige naam van de verdachte, vaak inclusief woonplaats en adres en ook het uiterlijk van de verdachte speelde een voorname rol in de berichtgeving. Volgens onderzoeker Herman Franke is dat niet verrassend “in een tijd waar mensen op een schavot werden te pronk gesteld met een papier op hun borst of een bord boven hun hoofd, waarop het door hen gepleegde delict werd vermeld.” 1 In 1839 verschenen de eerste berichten in de krant waarin initialen gebruikt worden, vaak zonder leeftijd en woonplaats. In de periode die volgde, kwamen initialen en hele namen naast en door elkaar voor.2

Pas na de Tweede Wereldoorlog, waarin de reputatie van de vaderlandse pers een flinke deuk opliep, werd de journalistiek onder druk gezet om initialen te gebruiken. Zo verscheen in 1953 een rapport van de commissie Justitie-Politie-Pers met het advies om een erecode op te leggen. “Reputaties mogen niet nodeloos worden aangetast”, was één van de richtlijnen daarvoor. De Nederlandse hoofdredacteuren voelden de dreiging van wettelijke beknotting op dit gebied en besloten nog in hetzelfde jaar tot zelfregulering. De algemene richtlijn was voortaan dat verdachten met hun initialen zouden worden aangeduid. Deze stelregel werd algemeen toegepast, alhoewel de praktijk wel tot een aantal uitzonderingen dwong (o.a. algemeen bekende personen en personen die zelf de publiciteit zoeken).

In de jaren ’80 maakte de volledige naam een kortstondige comeback3, die in de jaren ’90 een stille dood stierf. Begin 21e eeuw deden zich een aantal schokkende zaken voor, waardoor de kwestie weer actueel werd. Het is dan ook onzin om te stellen dat de roep om verruiming van de initialenregel een trend is, of een kwalijk teken des tijds. De regel bestaat pas zo’n vijftig jaar en ligt al even lang onder vuur. Bovendien zijn er eerder uitzonderingen op gemaakt.

Dutroux
Een tweede misvatting is dat in het buitenland de pers verdachten altijd bij naam noemt. De term “het buitenland” wekt al argwaan: welk buitenland dan wel? Daniel Hallin en Paolo Mancini onderscheiden drie mediasystemen, die elk op een eigen manier functioneren: het Mediterrane, het Noord/Centraal Europese en het Anglo-Amerikaanse model. In de landen die grotendeels het Noord/Centraal Europese model kennen (Scandinavië, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Nederland en België) wordt terughoudend omgesprongen met namen.

In 1986, bijvoorbeeld, werd de Zweedse premier Olof Palme vermoord. Het onderzoek duurde twee jaar en gedurende periode werd geen enkele verdachte in de pers bij naam genoemd. Ondenkbaar in mediterrane landen of Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.4 Dat Nederland in de discussie soms afgeschilderd wordt als het gekke neefje dat als enige de privacy van verdachten meent te moeten beschermen is dan ook onterecht. Met België en Duitsland, die ondanks meer mediterrane invloeden een Noord/Centraal Europees mediasysteem kennen, is het niet meer dan logisch.

Het ‘buitenland-argument’ is dan ook te zwak om alle privacybeschermende maatregelen zondermeer over boord te zetten. Omgekeerd betekent het ook dat de Nederlandse pers niet bang hoeft te zijn om over de landsgrenzen te kijken. In België, bijvoorbeeld, is er minder aandacht voor de initialenkwestie. Evenzogoed komen veel verdachten en daders niet met hun volledige naam in de krant. De Belgen maken wel een uitzondering voor de meest schokkende delicten en schrijven dus niet over “Marc D.”, maar over “Dutroux”. De nog jonge Belgische Raad voor de Journalistiek steunt de pers hierin: “de Raad voor de Journalistiek (vindt) dat in deze zaak het recht op informatie primeert op het recht op privacy van beschuldigde Dutroux.” Het beleid van de Belgische kranten is vaak niet expliciet vastgelegd of minder nauwgezet omschreven dan het Nederlandse. De praktijk laat echter geen groot verschil zien.

Glashelder
Bovendien, hoe degelijk is het beleid van de Nederlandse kranten eigenlijk? “Op zichzelf een helder uitgangspunt dat in dezelfde krant tot verschillende resultaten kan leiden”, aldus Folkert Jensma, op dat moment hoofdredacteur van NRC Handelsblad, over het beleid voor het noemen van naam en toenaam in zijn krant.

De richtlijnen lijken glashelder, maar in de praktijk blijken ze regelmatig problemen op te leveren. De richtlijnen die de kranten de journalisten voorschrijven zijn uitermate subjectief. Het gebruik van initialen mag niet “absurd zijn” (stijlboek NRC) of “ridicuul worden” (Trouw Schrijfboek) en evenmin leiden tot “dwaze consequenties” (stijlboek de Volkskrant) of “kolderieke situaties” (interne richtlijn AD). Hoezeer men ook probeert een waterdicht beleid te hanteren, het blijft altijd afhankelijk van de interpretatie van de redacteuren en de specifieke omstandigheden van het geval. Voor de nieuwsconsument is het buitengewoon verwarrend dat in de ene zaak de naam van een verdachte is afgeschermd en in een vergelijkbare zaak niet. Bovendien ervaren veel lezers dit als betuttelend, zeker als de naam van een verdachte inmiddels algemeen bekend is en de krant door blijft gaan met initialen.

Heldere uitgangspunten in de praktijk
Een voorbeeld maakt duidelijk hoe verwarrend de consequenties van het “op zich heldere uitgangspunt” kunnen zijn. De berichtgeving over de ontsnapte TBS’er Wilhelm Schippers in 2005 leidde tot een kluwen aanduidingen die maar met moeite valt te ontwarren. Naar aanleiding van zijn ontsnapping gaf de Officier van Justitie op 12 juni 2005 de volledige naam en herkenbare foto van Schippers vrij voor publicatie in de landelijke media, waaronder een uitzending van Opsporing Verzocht.

De meeste kranten nemen deze gegevens over, NRC vormt een uitzondering en bericht over “Wilhelm S.”, alhoewel volgens de richtlijn van De Raad niet hoeft. Nadat Schippers twee dagen later was opgepakt en werd verdacht van moord, begonnen de naamsproblemen, want van een verdachte noem je toch de initialen? Nova deed een dappere poging tot “Wilhelm S.”, tot presentatrice Clairy Polak er genoeg van had: “Zullen we hem nu maar weer gewoon Schippers noemen?”

Het probleem bij de kranten komt treffend naar voren in een bericht in de regionale dagbladen van De Stentor, waarin eerst de initialen en vervolgens de hele naam voorkomt. “Het verhaal van W.S. begint in 1990 als hij tbs krijgt opgelegd voor een inbraak met verkrachting. (…) Drie uur later vindt de politie hem terug. Schippers heeft gedronken en onder invloed van alcohol wordt hij gevaarlijk.” De kop van het stuk maakt het trio varianten (initialen, voornaam én initiaal en volledige naam) compleet: “Discutabele stappen in onderzoek naar ontsnapte TBS’er Wilhelm S.”5 Later schreven dezelfde titels ook over “Willem S.” en per abuis “Willem Schipper”.6 Daarmee komt het totaal aantal benamingen op vijf in één krant (W.S., Schippers, Schipper, Wilhelm S. en Willem S.).

Ook de landelijke kranten worstelden met de kwestie. Trouw schakelde tussen twee uitersten, van ‘Wilhelm Schippers’ naar ‘W.S.’.7 In een later artikel koos de krant de middenweg en schreef ‘Willem S.’.8 De Telegraaf bleef de naam lange tijd voluit schrijven, maar week hier later toch vanaf: Op 25 juni verscheen een artikel waarin ineens over ‘Wilhelm S.’ wordt gesproken.9 Het AD bewandelde de omgekeerde weg. Waar de krant voorheen de initialen van Schippers gebruikte, viel de keuze vanaf 16 juni op de hele naam.10 Tot 27 juni, toen ging de krant weer terug naar de initiaal.11 Het is tekenend voor de verwarring dat de ene krant van naam naar initiaal overstapte (Telegraaf, Trouw) en de andere krant juist van initiaal naar naam (Volkskrant, AD). En weer terug in het geval van het AD. De enige krant die consequent een initiaal gebruikte is NRC Handelsblad.

Conclusie
De vraag of verdachten en criminelen met naam en toenaam in de media moeten komen, is zo oud als de (rechtbank-) journalistiek zelf. Door enkele schokkende zaken, zoals de moorden op Fortuyn en Van Gogh, werd de vraag na een windstille periode weer actueel. Het Dagblad van het Noorden besloot de naam van de moordenaar van Fortuyn voluit te noemen en in maart van dit jaar stelde Frank van Hoorn in Elsevier voor om de initialenregel ernstig te heroverwegen. Internet brengt bovendien de buitenlandse normen en waarden naar Nederland. De Raad voor de Journalistiek wil van geen wijken weten en houdt strak vast aan de bestaande regels. De Raad gaat daarmee voorbij aan de verwarrende, problematische gevolgen.

De pogingen om vooral correct en netjes te werken, leidt bij sommige zaken tot verwarring en irritatie bij lezers. Een site als Geenstijl, kruisvaarder tegen de initialen, speelt hier handig op in door iedere uitzondering op de regels uit te vergroten en geen mogelijkheid onbenut te laten de “oude media” van hypocrisie te beschuldigen. Tegelijk maakt de site er een sport van de berichtgeving met zoveel mogelijk persoonlijke details van verdachten op te fleuren, informatie die via profielensites als Hyves vaak eenvoudig voor handen is. De site gaat daarmee verder dan het argument voor het noemen van namen dat Geenstijl-oprichter Dominique Weesie geeft: “er zijn geen grenzen op het internet, je hebt geen paspoort nodig om CNN te bereiken.” Op CNN staat immers niet iedere Nederlandse kruimeldief met naam, foto’s, hobby en lievelingskleur. Informatie die Geenstijl wel belangrijk vindt. Is het niet voor de nieuwswaarde, dan wel voor de bezoekersaantallen. Elsevier neemt een realistischere positie in en pleit er nadrukkelijk niet voor om in alle gevallen klakkeloos alle privé-gegevens te openbaren.

Juist om in kleinere zaken geloofwaardig en consequent de privacy van verdachten te beschermen, zou het verstandig zijn de initialenregel, zoals in 1953 afgesproken, te verruimen. Er zijn al uitzonderingen op de vuistregel om verdachten met initialen aan te duiden, bijvoorbeeld als de verdachte een publiek bekend persoon is, zelf de publiciteit zoekt of als zijn identiteit van doorslaggevend belang is voor de nieuwswaarde van het bericht. Daar zouden wat mij betreft grote zaken, die de hele samenleving schokken en ook internationaal nieuwswaarde hebben, aan toegevoegd moeten worden. In die schaarse gevallen zouden Nederlandse kranten minder krampachtig met het namenbeleid om moeten gaan.

Voetnoten
1. Herman Franke, Van schavot naar krantekolom: over de ontwikkeling van de misdaadverslaggeving in het Algemeen Handelsblad vanaf 1828 tot 1900 (Amsterdam: Sociologisch instituut Universiteit van Amsterdam, 1981)
2. Karel Klaassen, Misdaad en pers (Nijmegen: Dekker & Van de Vegt,1939)
3. Ulco van de Pol, Openbaar terecht. Een onderzoek van het openbaarheidsbeginsel in de strafrechtpleging (Arnhem: Gouda Quint bv, 1986) p. 298.
4. Daniel Hallin and Paolo Mancini, Comparing Media Systems (Cambridge: Cambridge University Press, 2004)
5. ‘Discutabele stappen in onderzoek naar ontsnapte TBS’er Wilhelm S.’, Apeldoornse Courant, Dagblad Flevoland, Deventer Dagblad, Gelders Dagblad, Nieuw Kamper Dagblad, Veluws Dagblad en Zwolse Courant, 16-6-2006.
6. ‘Roep om helderheid van minister over verlof’, Apeldoornse Courant, Dagblad Flevoland, Deventer Dagblad, Gelders Dagblad, Nieuw Kamper Dagblad, Veluws Dagblad en Zwolse Courant, 24-6-2005.
7. ‘Afschaffen van proefverlof bij TBS is, hoe verleidelijk ook, geen oplossing’, Trouw, 16-6-2005, p. 2.
8. ‘TBS is zwaar en legt op alle slakken zout’, Trouw, 29-6-2005.
9. ‘TBS’ers verhuisd naar Kamp Zeist’, De Telegraaf, 25-6-2005, p. 3.
10. ‘Sfeer om te snijden in TBS-klinieken; personeel sleept Donner voor de rechter’, Algemeen Dagblad, 24-6-2005, p. 7.
11. ‘TBS’ers naar Kamp Zeist’, Algemeen Dagblad, 27-6-2005, p. 5.

Al 4 reacties — discussieer mee!