Het duurde bijna een week eer ik er achter kwam dat ik de steunverklaring aan Ehsan Jami, waar de afgelopen tijd zoveel over te doen was, zelf nooit gelezen had. Het was de ombudsman van de Volkskrant die me er zaterdag in zijn vaste rubriek op wees. De krant had wel de lijst met ondertekenaars afgedrukt maar niet de verklaring zelf. De opstellers hadden namelijk geëist dat deze onverkort opgenomen zou worden en dat is een eis die je bij een goede krant alleen bij de advertentieafdeling kunt indienen. Hoewel je zelfs dan moet oppassen voor de mededeling dat advertenties ‘zonder opgaaf van redenen’ geweigerd kunnen worden.

De Volkskrant had de verklaring wel integraal op internet gezet. Of dat wat zegt over de krant of over internet, is me niet helemaal duidelijk. Maar zou de tekst daar wel gelezen zijn? De Ombudsman uitte er op grond van eigen ervaring zijn twijfels over. Zelf had hij ooit het plan geopperd de Prinsjesdagbijlage alleen op internet te zetten. (“Dat was eens maar nooit weer.”) Een zoekopdracht naar de titel van het stuk (Steunverklaring bij de oprichting van het Comité van ex-moslims) levert bij Google 34 hits op. Dat is weinig. Het kabouterbevrijdingsfront bijvoorbeeld haalt er twee keer zoveel.

Aan de andere kant is het stuk zelf in de media ook amper te vinden. Op de een of andere manier lijkt het of het nieuws over het comité alleen maar bestaat uit reacties op de oprichting. Het is nieuws dat zichzelf genereert. Dat doet heel erg aan internet denken waar de reacties soms belangrijker lijken dan het nieuws zelf. Wat we ergens van vinden is interessanter dan wat er is gebeurd. Het uit de fractie zetten van Rita Verdonk bijvoorbeeld leverde bij De Telegraaf binnen 20 minuten vijfhonderd reacties op.

Tegelijkertijd laat de berichtgeving rond het Comité zien dat internet nauwelijks een rol speelt bij een dergelijk mediaoffensief. Natuurlijk, de nieuwsstroom vindt ook via internet zijn weg maar daarbij is het medium niet meer dan een doorgeefluik. Ehsan Jami, die oogt als een filmacteur, was die avond onderwerp bij EenVandaag, Netwerk, Nova, Pauw&Witteman en natuurlijk alle journaals. En alle kranten besteden aandacht aan hem. Maar heeft hij zich ook op internet gericht? Voor zover ik kan nagaan heeft het comité niet eens een eigen site.

Darfur
Tien jaar geleden, bij de dood van Diana, leek internet definitief door te breken als nieuwsmedium maar het is als nieuwsmaker dus nog steeds makkelijk je er aan te onttrekken. Via televisie en krant kun je immers nieuws aan een publiek opdringen, via internet is dat lastiger. Op internet kom ik bijvoorbeeld nooit sportnieuws tegen. De sportbijlage van de krant moet ik van me af werpen, het sportjournaal op tv wegzappen maar op internet hoef ik helemaal niets te doen. Als ik het niet zelf selecteer, bestaat het niet.

Wat de vraag oproept: moet nieuws opgedrongen worden? Ik denk van wel. Het nieuws moet het publiek bereiken en als dat niet goedschiks gaat dan maar eh… beterschiks. Dus als niemand geïnteresseerd is in Darfur dan vraag je George Clooney (die oogt als een oude versie van Ehsan Jami) er wat over te zeggen omdat naar hem nu eenmaal wel geluisterd of althans gekeken wordt.

Dat opdringen kan haast ook niet anders. “Journalistiek bestaat grotendeels uit het zeggen van ‘Lord Jones is overleden’ tegen mensen die niet eens weten dat Lord Jones geleefd heeft,” stelde Britse schrijver en criticus G K Chesterton tachtig jaar geleden vast.

Als internet een rol wil spelen in de nieuwsstrijd moet het daar in meegaan. Anders zal de nieuwsconsument datgene missen waarvan hij niet wist dat hij het wilde. Maar hoe dring je nieuws op via internet? In het begin leek dat simpel met de e-mail nieuwsbrief en de opkomst van push. Maar die distributievormen zijn uiteindelijk nauwelijks aangeslagen. Opdringen werkt niet. Het enige dat rest is de verleiding. Het rare is dat ik geen nieuwssite kan bedenken die dat probeert.

Al 10 reacties — discussieer mee!