De 21e eeuw heeft al heel wat zweet, bloed en tranen in krantenland op zijn geweten. Niet alleen de kranten gaan op klein formaat over, ook de redacties leveren formatie in. Fusies, bezuinigingen en reorganisaties zijn aan de orde van de dag. Nee, leuk is het niet op veel redacties.

In Amerika is de stormbal gehesen: de inkrimpingen op krantenredacties zijn zo schadelijk voor de kwaliteit van de kranten dat de ondergrens is gepasseerd.

Vijf jaar geleden maakten de Amerikaanse vakbroeders en -zusters zich vooral zorgen over het afglijden van de verslaggeving naar entertainment. In het nieuwste onderzoek klagen ze vooral over de kwaliteit van de verslaggeving. Er is nauwelijks ruimte en tijd om complexe zaken recht te doen.

Ook bij Nederlandse krantenredacties, waar sterk gesneden wordt in het aantal journalisten (lees: Inkrimpingen bij kranten gaan door) maakt de NVJ zich zorgen over verschraling van het nieuwsaanbod en te hoge werkdruk. Zijn er minder primeurs? Worden er minder pagina’s gemaakt? Of slechtere artikelen? Onderzoek is er niet – er wordt sowieso weinig werk gemaakt van het meten van de kwaliteit van kranten – maar in de het veld blijken de reorganisaties vaak de opmaat voor vernieuwingen.

Efficiënter werken
‘Chefs hebben hier het idee dat de inkrimping ten koste is gegaan van de verslaggeving. Ik heb het laatst eens nagegaan, maar dat is dus niet zo. We zijn efficiënter gaan werken’, vertelt Evert van Dijk, adjunct-hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Ten tijde van de fusie in 2002 verdwenen vijftig van de 220 redactieleden en nu moeten er weer dertig vanaf. ‘Binnenkort krijgen we een nieuw systeem en maken we de volgende vernieuwingsslag: dan halen we de opmaak er helemaal tussenuit. Een eindredacteur die vroeger op een avond drie pagina’s doorgaf, doet er straks zes.’

Met minder mensen vult de redactie nog steeds evenveel papier – ruim 7.000 pagina’s per jaar; negen regionale edities. Wel is het aantal wissels voor zo’n editie onlangs iets ingeperkt. Van Dijk: ‘De lezers hebben het niet eens gemerkt, dus dat is wel goed gegaan’.

Bij het Friese zusterbedrijf, de Leeuwarder Courant, gingen ze al langer ‘handig’ om met de edities, waardoor het aantal wissels beperkt blijft. Ook in Leeuwarden leidt het nieuwe systeem tot verlies van opmaakbanen (vijf stuks). Over de inkrimpingen op krantenredacties zegt hoofdredacteur Rimmer Mulder: ‘Laten we eerlijk zijn, er waren natuurlijk ook best redacties die wat terug konden in omvang’. Hij schat dat er tegenwoordig in de regio ‘misschien wat sneller wordt gewerkt. Het gevaar bestaat dat je dan iets teveel op de agenda van de burgemeester gaat leunen.’

Centrale redactie
Toch kozen de kranten in het Noorden niet voor het Wegener-model: die kranten hebben één centrale redactie in Nijmegen die ‘goed spul’ maakt voor alle regionale titels, aldus directeur René van Zanten van De Gelderlander. Vroeger hing de redactie nog wel eens een lokale geurvlag aan algemene verhalen, dat blijft tegenwoordig achterwege. De algemene pagina’s worden kant-en-klaar door Nijmegen aangeleverd. Van Zanten: ‘De Gelderlander maakt 15 edities. We hebben nu meer verslaggevers in de regio dan vóór we op tabloid overstapten. Door het kleinere formaat krijgen de lezers heel veel pagina’s over hun eigen regio. Dat is een goeie zet geweest. Gevolg is wel dat je nu niet zo gemakkelijk meer twee verslaggevers naar Colombia stuurt omdat er iemand in het oerwoud zit uit onze regio.’

Scherpere focus
Leon de Wolff onderzoekt kranten en traint redacties. Ziet hij de kwaliteit achteruitgaan bijvoorbeeld bij Het Parool dat van 120 naar 90 redacteuren terugging? ‘Tien jaar geleden waren dagbladen veel meer geschreven vanuit de autoriteiten. Nu is dat veel minder’, signaleert hij. Over klanten – zoals Het Parool – is het voor hem moeilijk iets te zeggen. Maar in zijn algemeenheid vindt hij: ‘Inkrimping van een redactie hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit. De werkdruk op redacties is erg ongelijk verdeeld. Op de edities wordt vaak hard gewerkt terwijl op de centrale redactie de werkdruk minder hoog is. Maar kwaliteit wordt niet bepaald door de tijd die je aan een stuk kunt besteden. Het gaat er veel meer om hoe je een onderwerp aanpakt. Als je weinig tijd hebt, word je gedwongen om goed na te denken wat je gaat uitzoeken. Daarmee krijg je soms juist een scherpere focus.’

Willem Schoonen begon aan zijn klus als nieuwe hoofdredacteur van Trouw met een behoorlijke hypotheek: de krant leverde vorig jaar twintig arbeidsplaatsen in. Sommige redactieleden wachtten de operatie niet af en vertrokken. Daar zaten mensen bij die hij graag voor de krant had behouden. Uiteindelijk is niemand gedwongen weggegaan, maar er moest wel geschoven worden tussen deelredacties. ‘Dat geeft onrust. Het kost een halfjaar.’ De redactieleden moeten nu kritischer kijken waaraan ze hun tijd en energie geven. ‘Scherper kiezen, daar komt het op neer. Voor de krant is dat helemaal niet slecht’, vindt Schoonen.

Iedereen die zeurt gaat eruit
Ben Rogmans maakt De Pers in oplage van een half miljoen met 45 redacteuren. Hoe kun je een kwaliteitskrant maken met zo weinig journalisten? Rogmans: ‘Door een compacte krant te maken. Wij hebben geen chefs, we vergaderen bijna nooit en ik zeg bijna nooit ‘nee’. Journalistiek is het leukste vak dat er is. En wat staat er in de CAO? Een opsomming van wanneer je NIET hoeft te werken. In de branche heerst gebrek aan zelfbewustzijn. De eerste regel in de CAO zou moeten luiden: Iedereen die zeurt, gaat eruit.’

Rogmans ziet wel dat de kwaliteit van de Nederlandse journalistiek ‘een beetje’ is teruggelopen. Maar hij wijt dat niet aan de inkrimpingen. ‘De positie van de krant is veranderd. Dat proces is al heel lang gaande. Dan moet je je hele uitgeefconcept overhoop durven gooien. Maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan gooien ze de prijs omhoog en halen de kaasschaaf over redacties.’ Hij vindt journalisten ‘doodvermoeiend’ gezelschap geworden. ‘Ze gaan zitten lullepotten en ondertussen kachelt het maar achteruit.’

‘Wij werken met goede, gemotiveerde en enthousiaste mensen. Of ze dat over vijf jaar nog zijn, weet ik niet. Maar daar werken we wel aan. Iedereen mag af en toe iets leuks doen. We hadden deze zomer vier mensen op inspiratietoer naar Kaapstad en Kuala Lumpur. Dat leverde twee maanden lang dagelijks een krantenpagina met positieve verhalen en geïnspireerde collega’s.’

Al 2 reacties — discussieer mee!