ccGNR8 (Hogeschool InHolland) organiseerde samen met iMMovator een workshop voor bedrijfsleven, studenten en freelancers, uit de creatieve branches, over copyright. Een workshop over auteursrecht klinkt nogal stoffig, maar het is waarschijnlijk een van de boeiendste thema’s voor voor iedereen die iets ‘schept’, van kunstenaars tot computerprogrammeurs.

Auteursrecht is datgende dat het mogelijk maakt om je werk te blijven doen. Bovendien scheppen wij tegenwoordig en masse, geholpen door het internet. Waardoor iedereen vroeg of laat met het auteursrecht te maken krijgt. Of je nu een stukje schrijft op een forum of je foto’s online laat zetten op de site van de HEMA.

Juist door datzelfde internet, of beter, door de digitale revolutie waar we in zitten, ligt dat auteursrecht aan alle kanten zwaar onder vuur. Er komen alternatieve licenties die, gestoeld op dat auteursrecht, bijvoorbeeld hergebruik expliciet toestaan. Dagelijks lezen we hoe de muziekindustrie maar nauwelijks haar hoofd boven water weet te houden, omdat wij, de consument, het auteursrecht schenden door kopietjes van muziekalbums uit te delen, bijvoorbeeld. Kortom: iedereen heeft er steeds meer mee te maken.

Casus
Vandaar dus een workshop, geheel gewijd aan dit onderwerp. Aan de hand van enkele presentaties en gesprekken, probeerden de sprekers en het publiek wat inzicht te verschaffen in het auteursrecht.

Twee sprekers begonnen met een casus om zodoende de immense complexiteit en uitdagingen van het auteursrecht goed te belichten. Vervolgens legde een auteursrecht-advocaat de basis van het auteursrecht uit en probeerde daarmee enige structuur in die complexe materie te bieden.

Op de Hogeschool van de Kunsten, Utrecht (HKU) bouwde een projectgroep een spel. In opdracht van de gemeente, die voorlichtingsmateriaal voor de grote verbouwing van de binnenstad zocht. Dit spel, de Blob, werd door datzelfde projectgroepje op allerlei fora, reviewsites en dergelijke gemarket. Het werd een succes op internet. En dus raakten grote partijen geïnterresseerd. THQ, een van de grootste producenten van spelletjes voor de Wii spelcomputer kocht het idee uiteindelijk, maar dat ging niet zonder slag of stoot, legde J.P. van Seventer uit. De zeer moeilijke constructie (studenten werken op school, vóór een opdrachtgever) maakte dit alles nogal onoverzichtelijk: van wie is nu uiteindelijk het complete idee, wie mag delen in de uiteindelijke winst?

THQ sloot uiteindelijk maar met álle partijen deals, de studenten hielden er, naar eigen zeggen, een ‘leuk bedrag’ aan over; de school, die als onderwijsinstituut geen geld mag ontvangen, kreeg hardware én de toezegging voor samenwerking met THQ in toekomstige schoolprojecten, enzovoort. Binnenkort is de
wii-versie
te spelen op die spelcomputer.

Vragen
Échte conlusies kwamen er niet uit deze casus en de presentaties. Wél veel vragen: hadden de studenten hier meer aan kunnen overhouden, bijvoorbeeld een leuke kickstart voor hun eigen bedrijf? Is een opdrachtgever eigenlijk wel auteursrechthebbend of heeft die enig recht van spreken? En hoe zit een school hierin? Welke rol heeft een werkgever in het auteursrecht? Wat doe je met een werkgroep waar misschien niet iedereen even hard werkte? Is er dan iemand meer auteursrechthebbend?

Dit probeerde Mr D. Haije van Kalff Katz advocaten in zijn presentatie duidelijk te krijgen. Of deze studenten uiteindelijk de beste deal gesloten hebben, is niet duidelijk, dat hangt immers vooral af van het uiteindelijke succes van het spel. Saillant detail is overigens dat op de wii het spel nog altijd ‘de Blob’ heet: met de Nederlandse naam dus.

Mr. Haije geeft verder goede tips, waarvan de belangrijkste luidt: “doe nooit afstand van je auteursrecht”. Auteursrecht heb je namelijk vanzelf, hier hoef je niets voor te doen, het overbekende (c)-tje is dus (wettelijk) overbodig: je hebt dat auteursrecht vanzelf op het moment dat je iets schept. Je kunt het echter wel afdragen. Dit moet schriftelijk, per akte. Maar als je het auteursrecht afdraagt aan bijvoorbeeld een opdrachtgever, geef je het belangrijkste en meest krachtige middel dat je als auteur hebt weg. In het geval van de Blob had de gemeente Utrecht geen enkel recht van spreken op dit gebied: het auteursrecht lag volledig bij de projectgroep.

Rol van de school
In de casus was ook niet duidelijk hoe de rol van de school nu lag. Want de belangrijkste uitzondering op het automatisch verkrijgen van auteursrecht is een werknemer die voor een werkgever werkt. Hier is de werkgever, het bedrijf, degene die het auteursrecht automatisch krijgt. Maar aangezien studenten niet voor de school werkten, geldt deze regel dus niet, zo legde Haije uit.

Omdat volgens Haije het auteursrecht voor auteurs het allerbelangrijkste middel is om geld te kunnen verdienen met creativiteit, gaat hij wat dieper in op hoe het auteursrecht precies werkt. Auteursrecht ontstaat dus vanzelf. Iedere uiting van de menseleijke geest valt hier zo onder, zo lang je maar kunt bewijzen dat die uiting van jou afkomstig is. Daarom is registratie van je idee belangrijk, maar niet verplicht.

Een jamsessie in een kelder, niet opgenomen, dus als verder niemand haar ooit te horen zal krijgen, is ook auteursrechtelijk beschermd. Maar niemand kan hier ooit bewijzen dat zij die jamsessie hielden en dus degenen zijn die recht hebben op een bepaald riedeltje. Om een idee vast te leggen, kun je het bijvoorbeeld naar jezelf, per aangetekende post, versturen, of een datumstempel bij een belastingkantoor halen. “Zorg er dan wel voor dat dit idee zéér gedetailleerd is omschreven,” benadrukt Haije.

Want een andere belangrijke uitzondering is als een idee iegenlijk niet meer is dan ‘een concept’. Concepten zijn niet beschermd. Een voorbeeld illustreert dit uitstekend: Een zitzak an sich (wat niet meer is dan een uitvergroot kussen), is niet op deze manier beschermd. Het is slechts een wat vaag concept. Er is niks unieks aan ‘een groot vierkant kussen’.

De exacte uitvoering daarentegen, dus de manier waarop naadjes gestikt zijn, de plaatsing van het label, het materiaalgebruik, enzovoorts is dat niet: Dit is een duidelijk ‘idee’. Als iemand ‘een groot kussen om in te zitten’ vastlegt, is dat veel te conceptmatig. En is het niet beschermd door het auteursrecht.

In een gesprek tijdens een afsluitende borrel werden nog wat specifieke vragen over Creative Commons gesteld aan Haije. Zo werd duidelijk dat het in Nederland inmiddels een volledig rechtsgeldige licentie is en dat dit in de rechtbank ook al in verschillende zaken is beproefd. Ook draagt de recente samenwerking tussen Creative Commons Nederland en Buma/Stemra er toe bij dat Creative Commons op grotere en commerciele schaal interessant wordt.

Nog geen reactie — begin de discussie!