In Italië brak de afgelopen weken grote digitale paniek uit over een nieuw wetsvoorstel dat het publiceren, ook op het web, wil reguleren. Zonder op te vallen passeerde het wetsvoorstel op 3 augustus de ministerraad, midden in de snikhete Italiaanse zomer. Het werd goedgekeurd in de Culturele commissie van de Kamer op 24 oktober, met een aanpassing achter de komma over datgene waar de opwinding over was ontstaan: de weblogs.

De meeste weerstand veroorzaakt de voorgestelde verplichte registratie bij het ROC [Registro degli Operatori di Comunicazione] en een daaraan verbonden internetbelasting voor wie ‘zich ophoudt in de wereld van informatie en publicatie’. Ook zou het verplicht worden een verantwoordelijk directeur te hebben die officieel als zodanig staat ingeschreven bij de Orde van Journalisten.

In dat staatsregister [ROC] voor communicatiewerkers staan tot nu toe ingeschreven:

• Radiomakers
• Reclamebedrijven
• Radio/TV productiebedrijven
• Uitgevers van kranten, tijdschriften en vakbladen
• Nationale persagentschappen
• Telecommunicatie toeleveringsbedrijven

Eerste alarm
Het eerste alarm over het voorstel verscheen op 17 oktober op de site Civile.it: “Ze blijven ons uitproberen, vanuit welke politieke hoek dan ook. Het web is vrij, maar Italië wil het onderwerpen aan registratie door de staat.”
De dag daarna lichtte Riccardo Franco Levi, ontwerper van het voorstel en ondersecretaris en rechterhand van premier Prodi zijn voorstel toe op de site Pubblicitaitalia.it, waarna Punto Informatico.it het overnam en de landelijke kranten volgden. Tientallen blogs tikten in vette letters schande over het wetsontwerp.

Komiek Beppe Grillo vatte het voorstel op 19 oktober bij de horens op zijn blog: “Van de blogs zal 99% sluiten als gevolg van de aanstaande wet”. De in Italië beroemde Grillo kondigde alvast aan in het geval de wet wordt aangenomen “met bagage, wapens en servers te verhuizen naar een democratisch buitenland”.

En wanneer Grillo over iets blogt, dan blijft dat niet onopgemerkt. Ondersecretaris Levi schreef Grillo een antwoord, waarin hij zijn eigen voorstel verdedigt: “We publiceerden een wetschema en een vragenlijst op onze website. We ontmoetten en luisterden naar allerlei mensen die zich op dat terrein begeven (grote en kleine uitgevers, journalisten, specialisten in de publiciteit, distributeurs, kranten en boekuitgevers) en we hebben ons laten helpen door economische en juridische experts.”

Op het web vragen bloggers en schrijvers van informatiesites zich op sarcastische toon af wie al die regeringsadviseurs zijn waar Levi het over heeft. Hebben ze wellicht sterke belangen in de sector? En waarom zijn nou juist de bloggers niet gehoord?

Buiten Italië linkte de bekende BoingBoing blog naar de Engelse vertaling op Grillo’s blog. En Times Online publiceerde een uiterst ironisch artikel: “Italy’s leaders barely understand word processors, let alone the web. Now they’ve turned against the country’s bloggers.”

Een hamerstuk
Aarzelend kwamen politieke reacties op gang, die onder meer ingingen op de vraag of de regering had zitten slapen toen het voorstel werd bediscussieerd. Minister van Infrastructuur Antonio Di Pietro op zijn blog: “Een precisering: het wetsvoorstel is niet bediscussieerd in de ministerraad van 12 oktober want het werd gepresenteerd als een hamerstuk”.

Ook de voorzitter van de Commissie Cultuur van de Kamer, Pietro Folena blogte: “Er moet een onderdeel in de wet worden veranderd, namelijk dat wie een blog heeft geen uitgever is. En dus niet moet worden onderworpen aan regelgeving die de pers of mediawerkers betreft.”

Als laatste schreef de Italiaanse minister van Communicatie over de kwestie: “De wet moet worden gecorrigeerd, want de norm voor registratie van websites is onduidelijk en laat ruimte aan absurde en restrictieve interpretaties.” Op zijn blog verontschuldigt de minister zich even niet goed te hebben opgelet, hij dacht dat de nieuwe wet “simpelweg de bestaande normen bevestigde”. En hij voegt eraan toe: “Voor de online kranten kunnen de bestaande normen voor de pers worden toegepast, maar het zou een ernstige vergissing zijn dat uit te breiden tot sites en blogs”. In het vervolg, zo belooft de minister, zal hij wetsvoorstellen ‘woord voor woord’ lezen.

Aanpassing
Na de ontstane heibel besloot Levi tijdens het debat over het voorstel op 24 oktober tot een aanpassing ‘achter de komma’: “Uitgesloten van de verplichte registratie bij het ROC zijn diegenen die zich bewegen op het internet [..] met persoonlijke of collectieve websites die geen bedrijfsorganisaties voor werk zijn.”

Zijn de blogs daarmee dus vrijgesteld? Grillo is niet overtuigd. Hij is voor de afschaffing van de nieuwe wet. En vraagt zich af wat wordt bedoeld met ‘bedrijfsorganisatie’: “Valt wie reclame als Google AdSense op zijn blog heeft onder deze definitie? En is wie een product online verkoopt een ‘ondernemer van werk’?”

De Nationale Orde van Journalisten denkt dat het ministeriële decreet dat men wil verbeteren, het risico loopt juist slechter te worden.
Lorenzo Del Boca: “Waarom moet een informatiesite op een anarchistische manier opereren, zonder regelgeving en zonder controles, en bovenal, zo ook nog eens de verantwoordelijkheid ontloopt voor de eigen publicaties? Ik geloof niet we een internet-systeem willen, model Al-Qaida, dat boodschappen lanceert van anonieme auteurs, waardoor maar weinig mogelijkheid bestaat tot repliek. De informatie is een te serieuze zaak om te worden overgelaten aan een slechtbegrepen vrijheid die uit gemakzucht wordt gelegitimeerd.”

Positief en negatief
In de visie van Grillo en de bloggers bestaan er twee lezingen, een positieve en een negatieve. De negatieve gaat ervan uit dat de werkelijke bedoeling van het voorstel inderdaad is de mond te snoeren van wie het web gebruikt voor de verspreiding van informatie. De positieve lezing is dat de technici naar wie de politici hebben geluisterd van het web helemaal niets begrijpen.

Al één reactie — discussieer mee!