Openbaarheid van rechtspraak is een van de belangrijkste beginselen in onze rechtsstaat. Maar is het in de praktijk nog iets waard? Afgelopen donderdag was ik bezig met het verkrijgen van een uitspraak van een rechtbank. Een heel gedoe.

Eerst kwam ik terecht bij de afdeling voorlichting van de rechtbank, waar men weer eens collectief een uur zat te lunchen, en na een nieuwe poging werd ik dan uiteindelijk doorverbonden met de griffie. De man van de griffie was vriendelijk en zeker niet tegenwerkend (maak je nog wel eens anders mee) en ik mocht zelfs in dit hoogst uitzonderlijke geval een email sturen met mijn verzoek. Want normaal gesproken kan dat alleen per fax (u weet wel zo’n apparaat uit het vorige millennium waarmee je dingen kon versturen) – dat spreekt.

Maar ondanks dat ik ook het parketnummer van de strafzaak kon geven (moet je maar net weten) heb ik de uitspraak nog steeds niet in mijn bezit. “U bent journalist en dan moet de voorzitter van de strafkamer daarover beslissen”, meldde de man van de griffie braaf.
Maar waarom is dat eigenlijk? Het gaat toch om in het openbaar uitgesproken vonnissen? Wat zijn dan de criteria van deze ‘voorzitter van de strafkamer’? Gaat hij kijken voor welk medium het is? Mag het bij Revu wel en bij Panorama niet, of andersom? Gaat hij eerst de journalistieke relevantie toetsen? Maar daar heeft deze rechter helemaal geen barst mee te maken! Misschien wil ik wel een artikel maken over de voorzitter van de strafkamer!

Wanneer de voorzitter van de strafkamer in al zijn goedertierendheid zou beslissen dat de uitspraak kan worden afgegeven, is het nog altijd geen feest in huize De Jong, want de ervaring leert dat alle namen van betrokkenen zijn weggekalkt, zoals dat ook op de site rechtspraak.nl het geval is. Hetgeen het lezen van een in het openbaar uitgesproken rechterlijke uitspraak een soort sudoku voor gevorderden maakt. Alsof de namen van verdachten, betrokkenen en slachtoffers details zijn… Alsof het niet onze eigen verantwoordelijkheid is, van journalisten, hoe we daarmee omgaan.

Dit alles natuurlijk met het beroep op de privacy. Want daar is justitie erg mee begaan, nietwaar? Welnu, laat ik u eens iets onthullen, lieve lezer, de overheid, justitie in het bijzonder, interesseert onze privacy geen fluit. We zijn het meest getapte land ter wereld, achter elke boom staat een geheim agent, verdachten worden met hun blote kont in Opsporing Verzocht gezet en Hirsch Ballin wil nu voor de zekerheid maar vast van iedere Nederlander zijn vingerafdrukken laten afnemen.

Waarom zijn we toch zo’n stiekem landje? Waarom houdt men alles hier zo graag verborgen? Wat is de angst?

Maar ach, ik schijn de enige te zijn die zich wel eens druk maakt over deze zaken. Slaap maar lekker door NVJ, met je verschoningsrecht!

deze bijdrage verscheen ook op Stan de Jong’s weblog

Al 4 reacties — discussieer mee!