Tim Overdiek, multimedia-correspondent bij NOS Nieuws, vindt zijn weblog net zo belangrijk als een ‘gewichtig’ kruisgesprek voor het NOS Journaal op het grasveldje bij Westminster Parliament. In Hilversum mist hij de de breed gedragen bevlogenheid voor het nieuwe medium echter nog een beetje. Het gaat wel de goede kant op: “Met ingang van 2008 gaan ‘we’ echt bloggen en mijn vingers jeuken.”

Aanvankelijk had het iets samenzweerderigs. Een groep toegewijde bloggers bij elkaar in een deftige hotelzaal zonder ramen, tijdje terug in Toronto. Heftig discussierend over een heus manifest. Een ethische code! Want dat moest en zou er komen. Althans, in ieder geval was het tijd voor een eerste aanzet.

Na anderhalf uur vruchteloze discussie besefte ik dat bloggen plots niet langer vrijblijvend was. Genoeg geneuzeld op Weblog Londen, dat ik vorig jaar op deze site nog omschreef als een journalistieke scheurkalender met onbenullige stukjes. No more! Nu was het serieuze shit geworden.

Helemaal zinloos was deze brainstorm-sessie op de conferentie van de Online News Association (ONA) niet geweest. Dat er ondanks dappere pogingen geen formele overeenstemming was bereikt over de Do’s & Don’ts van bloggen, deed niet terzake. Belangrijker was de unanieme instemming dat bloggen een cruciaal onderdeel was geworden van ‘mainstream (online) journalism’.

Eenzaam en frustrerend
Enthousiast na mijn leerzame uitstapje naar Toronto rapporteerde ik mijn bevindingen aan de NOS-bazen in Hilversum. Eerder dit jaar was immers een rapport verschenen, waarin ‘onze internet-toekomst’ was uitgestippeld. Een visie vol rake opmerkingen. Spijtig vond ik hooguit alleen dat feitelijke implementatie niet veel eerder had plaats gehad.

Om de daad bij het woord te voegen, stampte ik eind oktober Multimedia Maniac uit de grond. Een persoonlijk blog waarin ik mijn geploeter als Onze Man te Londen probeer te vangen. Zelf filmen, eigenhandig monteren alsmede werken voor zowel televisie, radio als internet is soms tergend eenzaam en frustrerend. Gedeelde smart is halve smart, vandaar dat blog.

Mijn stropdas
Bloggen was en is voor de NOS een erkende journalistieke vorm. Vooral de correspondenten tikken er al een tijdje lustig op los vanuit hun standplaats. Maar eerlijk is eerlijk, een echt weblog mag je deze veredelde columns en virtuele brieven niet noemen. Daarvoor gebeurt het te sporadisch en, het belangrijkste wellicht, ontbreekt het aan interactie met de bezoeker.

Als multimedia-correspondent in Londen hecht ik even grote waarde aan een kleine bijdrage aan mijn weblog als aan een ‘gewichtig’ kruisgesprek voor het NOS Journaal op het grasveldje bij Westminster Parliament. Soms is een ‘internet-stukje’ zelfs bevredigender, omdat reacties in mijn speciale weblog-postbus vaak inhoudelijker zijn dan de zoveelste opmerking over mijn stropdas.

Bloggen is vaste routine geworden, vaak een manier om na het ontbijt lekker op gang te komen. Geinspireerd door de Britse ochtendkranten of wakker geschud door BBC Radio 4 glijdt er moeiteloos een vijftal alinea’s uit de vingers. Relevante links erbij zoeken, en huppakee, richting internet-redactie die een foto selecteert en Weblog Londen actualiseert.

Tamelijk omslachtig, met nogal wat schijven en handgrepen, om over de nodeloze vertraging via het redactiesysteem niet te spreken. (Om die reden kan ik sinds kort ook zelf het systeem in. Handig als je onderweg op je hotelkamer iets van je af wilt schrijven.) Want bij een ingeving moet je onmiddellijk kunnen publiceren, of het nou tekst, audio of video is. Snelheid is ook hier de ‘name of the game’. Daarin schiet de NOS ernstig te kort.

No-brainer
Gelukkig gaat het veranderen. Met ingang van 2008 gaan ‘we’ echt bloggen, en mijn vingers jeuken. Alles kan, wanneer en hoe je maar wilt. Tekst, foto’s, geluid, bewegend beeld – het kan er allemaal op en het mooiste: Bezoekers kunnen reageren. Op de correspondent, op elkaar en dat zonder enig ethisch manifest van hogerhand. Dat hebben we toch niet nodig?

Vooralsnog is de nieuwe NOS-blogosphere kleinschalig van opzet. Correspondenten gaan in een nieuw jasje aan de slag. De hoofdredactie gaat bloggen. Roeland Stekelenburg doet hetzelfde over nieuwe media. Meest verfrissend, ook het statige Met het Oog op Morgen gaat in ‘gesprek’ met de luisteraar. Verwachtingen op de nieuwsvloer zijn hoog gespannen.

Later in het jaar zullen andere redacties aanhaken. Anders dan bijvoorbeeld bij De Volkskrant kunnen bezoekers niet zelf gaan bloggen via een NOS-platform. Maar de interactie is een feit. Wat anno 2007 eigenlijk een no-brainer zou moeten zijn. Zeker de NOS als publieke organisatie dient transparanter te zijn dan welk medium ook.

Wat ik tegelijkertijd soms een beetje mis in Hilversum, is een breed gedragen bevlogenheid voor het nieuwe medium. Op vitale plekken, godzijdank, bestaat er geen enkele twijfel over het bestaansrecht en de opkomst van internet met alle bijbehorende digitale toepassingen en uitingen. Maar ook de journalisten moeten in hun dagelijkse praktijk die knop omzetten.

Blog is onontbeerlijk
Wij moeten het doen. Dat is niet alleen in Hilversum maar overal in medialand een moeizaam, want onnatuurlijk proces. Gewend aan dagelijkse patronen, waarbij je fysiek maar ook en vooral mentaal bezig bent met een bepaalde uitzending of met een specifiek medium. Moet je je dan ook nog eens persoonlijk gaan richten op je klant? Voor die zestien of 33 unieke bezoekers die dat allereerste stukje hebben aangeklikt?

Ja dus. En een blog is onontbeerlijk. Niet opgeven na vijf of zes stukjes. Consistentie beloont pas na minstens anderhalf jaar trouw buffelen. Hoe vaak merk ik niet dat lezers de toegankelijkheid enorm waarderen. Vooral de malloten, die in soms raadselachtige woede mij van alles verwijten. Krijgen steevast een vriendelijke reactie. En in negen van de tien gevallen leidt dat tot een snelle correctie. Zo had ik het niet bedoeld, meneer Overdiek.

Prachtig, zo’n dialoog. En niet zelden levert dergelijk direkt contact op termijn een schitterend verhaal op. Aanvullingen of nuanceringen op weblog-bijdragen maken het produkt alleen maar geloofwaardiger. De reputatie van een journalist staat of valt bij zijn of haar bron. Niets effectiever dan diverse bronnen tegelijkertijd aanboren.

Daarmee kan een weblog uitgroeien tot een gezamenlijke informatiepoel. Samen weten we nu eenmaal meer. Als correspondent signaleer je, analyseer je, en illustreer je. Maar uiteindelijk zijn we niet meer dan een doorgeefluik. Hopelijk zo betrouwbaar mogelijk, en dus niet vanuit een ivoren torentje. Want dat maakt anno 2008 arrogant en onbetrouwbaar.

Al 24 reacties — discussieer mee!