Creatievelingen kunnen op professionele basis hun vak uitoefenen bij de gratie van de Auteurswet. Door deze wet mag iedereen die creëert als enige beslissen over de exploitatie van zijn werk en is dat werk bovendien beschermd tegen misbruik door anderen. Toch ontstond er onlangs ophef onder bloggers toen auteursrechtenorganisatie COZZMOSS een weblogger op de vingers tikte omdat deze illegaal een artikel had gekopieerd. ‘De Auteurswet van 1912 is hopeloos verouderd’, luidde de kritiek. Echter, voor fotografen, muzikanten, illustratoren, software-programmeurs, architecten, journalisten en vele andere creatieve beroepsgroepen is deze wet nog altijd van levensbelang. Sterker nog, de komst van internet heeft voor hen de Auteurswet alleen maar belangrijker gemaakt.

Fossiel?
Is de auteurswet echt een fossiel overgebleven uit het pre-digitale tijdperk? Sinds 1912 is de wereld inderdaad sterk veranderd. Niet in de laatste plaats door internet. De mogelijkheden van digitaal kopiëren en verspreiden van werk zijn enorm zijn toegenomen. Bovendien is het onderscheid tussen producent en consument, zoals de Auteurswet dat maakt, verouderd. Een blogger is zowel consument als producent van informatie.

Dat betekent dat controle op naleving van de Auteurswet lastiger is geworden. Maar zeker niet dat de Auteurswet dan ook maar bij het grof vuil gezet moet worden. Voor veel beroepsgroepen betekent dat namelijk het einde van hun bestaan. Hoe kunnen muzikanten of filmmakers nog overleven als hun werk legaal gratis op internet verspreid wordt? Hetzelfde geldt voor journalisten. Wie schakelt er nog een professionele journalist of tekstschrijver in als al zijn of haar artikelen op internet gratis over te nemen zijn? Mede dankzij de Auteurswet kunnen mensen creatief blijven. Aan dat principe is in al die jaren niets veranderd.

In plaats van de Auteurswet op te heffen, moet er over worden nagedacht hoe de broodwinning van creatieve beroepsgroepen beter beschermd kan worden. Gelukkig hebben politici op dat vlak niet stil gezeten. Op Europees niveau zijn er na 1912 heel wat wetten ontwikkeld op het terrein van auteursrecht. Een voorbeeld daarvan is de E-commerce-richtlijn van 2000, waarin is geregeld dat een provider aansprakelijk gesteld kan worden voor een auteursrechtschending op zijn server, indien hij niet ingrijpt wanneer hij erop wordt geattendeerd. Alleen al door alle Europese wetgeving is het een illusie om te denken dat het auteursrecht in Nederland zomaar aan de kant kan worden geschoven.

Ook zijn er gerechtelijke uitspraken waaruit blijkt dat auteursrechthebbenden steeds meer handvaten krijgen om hun werk te beschermen. In oktober werd een 30-jarige Amerikaanse vrouw veroordeeld tot een boete van 220.000 dollar voor het downloaden en verspreiden van 24 liedjes op internet. De vrouw had eerder geweigerd een schikkingsaanbod van enkele duizenden dollars te betalen. Een extreem hoge boete, maar de muziekindustrie was er blij mee. Deze hoopt dat met dit vonnis een duidelijk signaal werd afgegeven dat illegaal downloaden en distribueren van muziek diefstal is.

Teksten
Over films, muziek en softwareprogramma’s begint bij steeds meer internetgebruikers het besef door te dringen dat illegaal kopiëren simpelweg jatten is. Met teksten is er echter nog een lange weg te gaan. Artikelen worden minder snel gezien als werk, maar als informatie. De internetgebruiker lijkt even te vergeten dat er een professional voor nodig is om deze informatie naar boven te halen, te rangschikken en te verwerken tot een goed verhaal. Soms lijkt de professional dat zelf zelfs even te vergeten. Een van de redenen dat het auteursrecht van journalisten massaal op internet wordt geschonden, is dat ze daar zelf niet zuinig genoeg op zijn. Het valt mij op dat veel journalisten nog steeds denken dat kopiëren met bronvermelding geoorloofd is.

Overigens kunnen auteursrechtschenders zich hier niet achter verschuilen. Wie het internet op gaat, draagt zelf de verantwoordelijkheid om zich te verdiepen in de regels die daar gelden. Net zoals op de weg. Je komt bij een snelheidsovertreding ook niet weg met de opmerking dat je niet wist dat je niet met 150 km per uur over de snelweg mag rijden.

Creative Commons
Creative Commons wordt door sommigen gezien als oplossing voor de conflicterende belangen tussen auteursrechthebbenden en internetgebruikers. Creative Commons maakt creatieve werken onder bepaalde voorwaarden vrijer beschikbaar, zodat die werken makkelijker gekopieerd en verspreid kunnen worden. Het project biedt verschillende vrije licenties aan, zoals gelijk delen met naamsvermelding of niet-commercieel. Belangrijk uitgangspunt van Creative Commons is, net als in de Auteurswet, dat de auteurshebbende zelf beslist wat er met zijn werk gebeurt.

Creative Commons gaat echter voorbij aan het grootste probleem: de schender houdt totaal geen rekening met de auteur en gebruikt het werk naar eigen inzicht. Soms uit onwetendheid, soms in de overtuiging dat de kans dat hij op zijn vingers wordt getikt niet groot is. Je kunt er als auteur wel melden dat een werk alleen niet-commercieel gebruikt mag worden, maar controle blijft jouw eigen verantwoordelijkheid. Onlangs kopieerde Le Figaro nog een foto van een Nederlandse correspondent in Parijs, die zijn werk had beschermd door Creative Commons. Het was voor Le Figaro helaas geen reden om van de foto af te blijven.

Onderscheid tussen commercieel en niet-commercieel
COZZMOSS beschermt het auteursrecht van de freelance journalisten door deze schendingen met speciale software op te sporen en de schade voor hen te verhalen op auteursrechtschender. Het overgrote deel van de schenders zijn bedrijven. Deze weten vaak heel goed dat ze fout zitten en treffen meestal in alle stilte een schikking.

Onlangs haalde COZZMOSS echter de woede van een groep webloggers op haar hals door ook een particulier op de vingers te tikken. Waarom geen onderscheid tussen bedrijven en particulieren?, vroegen de webloggers. Ons antwoord is meteen wedervraag: zouden we dan geen schadevergoeding moeten vragen aan een zeer goed bezochte weblog van een miljonair, maar wel aan die van een net opgestarte eenmanszaak met tien bezoekers per maand? Ik zie niet in dat dat rechtvaardiger is dan bij iedere schender dezelfde procedure te volgen. Ook het onderscheid tussen websites met en zonder winstoogmerk is arbitrair. Zouden grote organisaties als Amnesty International, waar heel veel geld in omgaat, gratis mogen winkelen in het werk van journalisten, fotografen en illustratoren? Of wat te denken van de overheid; die heeft ook geen winstoogmerk.

Feit blijft dat het voor een auteur niet zoveel uitmaakt wie de inbreuk pleegt. Hij loopt in de eerste plaats gewoon inkomsten mis. Bovendien bevordert het illegaal overnemen van werk kopieergedrag.

Toestemming vragen
COZZMOSS wil dat de auteur in staat wordt gesteld om te beslissen waar zijn werk wordt gepubliceerd en of hij er een vergoeding voor wil krijgen. Mijn advies aan iedereen met een eigen website of weblog, die werk van een ander wil overnemen, is dan ook kinderlijk eenvoudig: vraag toestemming aan de auteur. Het voordeel van internet is dat die tegenwoordig heel eenvoudig te vinden is. Of wellicht nog beter: wees creatief en schrijf zelf iets nieuws. Dan draag je pas echt bij aan de free flow of information.

Al 52 reacties — discussieer mee!