Bij Planet ging begin dit jaar het licht uit. Zo werd althans het afstoten van de complete redactie door de provider omschreven. Geruisloos, noemde NRC Handelsblad het. Planet-columnist Arjan Dasselaar beklaagde zich in zijn laatste column dat er amper aandacht voor de ontmanteling was. Iemand merkte op dat de sectie internet van de NVJ oorverdovend stil was. Maar ook daar reageerde niemand op. Het 12,5 jarig jubileum van een huwelijk tussen internet en journalistiek liep uit op een bloedloze echtscheiding. Wie had er schuld?

Planet Internet was in juni 1995 van start gegaan met het idee een grote speler te worden in het medialandschap. Naast KPN namen Quote en De Telegraaf deel. Er waren ideeën voor talkshows op internet, magazines, tv-programma’s en het maken van de beste nieuwssite van Nederland. Er is helemaal niets van terecht gekomen. De beschuldigende vinger wijst naar KPN en de commerciële cultuur daar. Maar de snelle jongens van de commercie zijn als het om internetfalen gaat wel erg vaak de usual suspects. Het probleem ligt veeleer bij de internetjournalistiek zelf.

Dinosaurussen
Want niet alleen is Planet Internet nooit wat geworden, nergens op het Nederlandse deel van internet tref je een site aan die als het om eigen nieuws en journalistiek gaat er echt toe doet. De enige uitzondering die deze regel bevestigt is Elsevier. Dat is een huiveringwekkende constatering. Maar in het mediadebat klinkt voortdurend een andere opvatting door, namelijk dat nieuwe media per definitie superieur zijn aan de oude.

Zet een stel internetjournalisten en wat andere nieuwe media-adepten bij elkaar en ze gaan afgeven op de oude media, die bij voorkeur als recht op hun einde afkuierende dinosaurussen worden omschreven. Als het even kan wordt het vak zelf ook nog bij het grof vuil gezet, burgerjournalisten kunnen immers net zo goed de informatie verzamelen. Het besef dat je met een nieuw medium iets kunt leren van oude media lijkt amper te bestaan. Alle discussies gaan over de omgekeerde richting, wat oude media allemaal moeten leren van nieuwe media. Dat is ook een van de favoriete onderwerpen op deze site. Neem de recente bijdrage van Jaap Stronks die spottend aan journalisten van de zogenaamd oude stempel uitlegt hoe ze internet moeten gebruiken. Want internet is volgens hem een andere wereld waar gewone stervelingen niets van begrijpen.

Badinerende houding
Het is na twaalf jaar experimenteren zonder noemenswaardig resultaat misschien een idee om een dergelijke arrogante en badinerende houding te laten varen. Stronks noemt als voorbeeld de affaire rond Joran van der Sloot die een glas wijn in het gezicht van Peter R. de Vries smeet. Volgens Stronks toont zo’n voorval dat journalisten die internet gebruiken hun werk beter kunnen doen. Ik heb dat incident toevallig enigszins gevolgd en kan verzekeren dat het omgekeerde het geval is. De journalisten die ‘niets’ van internet begrijpen, deden hun werk aanzienlijk beter dan online wijsneuzen als Stronks.

Wat mij vooral opviel bij het volgen van dat incident is dat er online nauwelijks journalistiek bedreven wordt. Het incident werd weliswaar online als eerste gemeld, ondanks de aanwezigheid van tientallen potentiële burgerjournalisten gebeurde dat gewoon door een journalist op haar eigen weblog. Een aanwezige radioverslaggever deed de volgende ochtend verslag op Radio 1, Elsevier berichtte er over en vervolgens gebeurde er helemaal niks. De hele dag stond op nu.nl en bij de site van de Telegraaf, met redacties vol internetjournalisten, een verslag van de uitzending waarin het hele incident niet ter sprake kwam.

Pas ’s avonds kwam er weer schot in de zaak toen Nova – oude media – de beelden liet zien. De volgende dag viel op het weblog van Bert van der Veer te lezen dat deze regisseur van Pauw & Witteman niet van die beelden wist maar ook dat nieuws werd online niet opgepikt. Wel offline, een journalist van de Volkskrant ging op zondag achter het verhaal aan en bracht het maandagochtend in de krant. Dat verhaal werd vervolgens weer online eindeloos gekopieerd, zoals gebruikelijk. Want dat laatste is nog steeds de belangrijkste vaardigheid van internetjournalistiek: knip en plak. Er is geen internetjournalist die achter verhalen aangaat, contact opneemt, versies checkt, nieuwe bronnen zoekt. Ik tipte bij wijze van experiment zelf de internetredactie van CNN over de zaak maar heb er nooit enige reactie op gekregen. Wel werd ik benaderd door een ouderwetse Amerikaans correspondent van een persbureau. Hij wilde de screenshots hebben die ik van de uitzending heb gemaakt. Stronks moet daar ongetwijfeld om lachen omdat de beelden immers online staan maar het is dankzij deze verslaggever dat het incident de wereld over gaat.

Zelfgenoegzaam geklaag
Het zijn de oude media die het nieuws maken. Niet omdat ze het geld hebben maar omdat ze over de vaardigheden beschikken. Dat maakt ze zo succesvol dat ze zelfs met een technologische achterstand de strijd om het nieuws nog winnen. Internetjournalisten daarentegen wentelen zichzelf al snel in zelfgenoegzaam geklaag. Ze gedragen zich als overtuigde communisten die onder elkaar eensgezind bespreken hoe het kapitalisme zijn ondergang tegemoet gaat en dat de revolutie echt gaat komen. Totdat de Muur valt.

De nieuwe media kunnen meer van oude media leren dan andersom. Het wordt tijd dat zo’n besef de discussie gaat bepalen. Niet alleen omdat het zo is maar ook omdat het een houding is die de nieuwsgierigheid bevordert. Dat laatste is een eigenschap die de internetjournalistiek teveel mist. En dat heeft niets met geld te maken.

Al 16 reacties — discussieer mee!