* Britse kranten blijken nog maar weinig zelfgeschreven nieuws te bevatten en veel teksten letterlijk over te nemen van andere bronnen
* Dit komt waarschijnlijk doordat de werkdruk in de afgelopen twee decennia sterk is toegenomen

Het is een bekend gerucht: kranten zouden steeds minder eigen nieuws brengen (en hierdoor steeds meer op elkaar gaan lijken), wat zou komen door de teruglopende oplagecijfers en inkrimpende redacties. Dit probleem speelt niet alleen in Nederland. In heel Europa worden landen geplaagd door eenzelfde ‘crisis in de krantenwereld’. Enkele Britse mediawetenschappers van de universiteit van Cardiff verbaasden zich erover dat hardnekkige geruchten als die hierboven in hun land nooit wetenschappelijk gestaafd zijn. Dus bogen zij zich over dit probleem. Hun bevindingen staan in het huidige nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Journalisme Practice. Het artikel is niet vrij toegankelijk; de url verwijst naar de abstract.

In Groot-Brittannië doen in de mediawereld al enige tijd vier geruchten de ronde. Kranten bevatten steeds meer berichten die rechtstreeks afkomstig zijn van persbureau’s of persberichten; dit zou komenden door het inkrimpen van redacties als gevolg van slinkende winstmarges in de dagbladwereld, die op hun beurt gevolg zijn van dalende oplagecijfers. Door die verhoogde werkdruk zouden journalisten niet alleen vaker berichten rechtstreeks overnemen van bronnen, maar de feiten hierin ook steeds slechter checken. En tenslotte zou dit alles de onafhankelijkheid van de Britse pers sterk hebben doen afnemen, wat de waakhondfunctie van de dagbladen ondermijnt.

Om te onderzoeken of het bovenstaande klopt, besloten Justin Lewis en zijn collega’s om te beginnen de inhoud van de vier Britse kwaliteitskranten (The Times, Guardian, Independent en Telegraph) en een populaire tabloid (Daily Mail) te analyseren. Zij bekeken alle berichten in de hoofdsecties van deze kranten gedurende twee losse weken in 2005 en vergeleken in hoeverre de inhoud van de artikelen overeenkwam met berichten van persbureau’s of met persberichten van bijvoorbeeld bedrijven of overheidsinstanties. De uitkomst: van de ongeveer 2200 onderzochte berichten was 30% rechtstreeks overgeschreven van een persbureaubericht, en nog eens 19% leunde sterk op dit materiaal. Daar bovenop bestond 10% van de berichten uit tekst die was overgenomen uit een persbericht, en nog eens 9% leunde zeer sterk op persberichten. In totaal was dus feitelijk 60% van de artikelen niet of grotendeels niet afkomstig van een eigen redacteur, maar van een externe bron. Bij slechts 19% van alle artikelen bestond de informatie grotendeels of geheel uit zelf bij elkaar gezochte informatie.

Extra katernen
De onderzoekers hebben geen vergelijking gemaakt van deze cijfers en met hoe zij in het verleden lagen. Wel laten ze doorschemeren dat ze deze cijfers schokkend vinden, en in de rest van het artikel gaan zij ervan uit dat het gerucht dat kranten steeds minder eigen content hebben klopt. Zonder hier, vooralsnog, een waardeoordeel aan te willen verbinden voor wat betreft de betrokken journalisten. Waar zij wel kritiek op hebben is dat ondanks dat zo’n groot deel van de artikelen feitelijk is overgeschreven van een bepaalde bron, kranten hier niet duidelijk over zijn: bij het overgrote deel van de artikelen stond als auteur de naam van een eigen redacteur vermeld.

Vervolgens zetten de mediawetenschappers cijfers over winstmarges en personeelsbestanden binnen de Britse dagbladwereld over de afgelopen twintig jaar op een rijtje. Die blijken niet overeen te komen met de geruchten: hoewel er per krant soms forse fluctuaties zijn geweest binnen deze periode, zijn zowel de gemiddelde winstmarge als het gemiddelde personeelsbestand vrij stabiel gebleven. De laatste jaren lijkt er zelfs een stijgende trend te zitten in de hoeveelheid redactioneel personeel die de dagbladen in dienst hebben; wat volgens de auteurs moet worden toegeschreven aan de trend om extra mensen in te huren voor het bijhouden van de online versies van de bladen.

Als de kranten niet minder winst maken en er niet minder personeel is gekomen, wat is er dan aan de hand? Het antwoord op deze vraag blijkt hem te zitten in de omvang van de dagbladen. Zoals de onderzoekers laten zien bevatten veel kranten tegenwoordig niet alleen letterlijk meer pagina’s dan in de jaren ’80 (o.a. door de komst van allerlei extra katernen), maar bevatten die pagina’s ook nog eens relatief gezien meer redactionele content dan voorheen. In een rekenvoorbeeld laten ze zien dat een gemiddelde redacteur nu drie keer zo veel tekst moet leveren als twintig jaar geleden. De werkdruk is dus wel degelijk sterk toegenomen.

Interviews
Om hun onderzoek af te ronden hielden Lewis en zijn collega’s interviews met 42 journalisten die al langere tijd voor kranten werken. Zij gaven vrijwel allemaal aan: ja, ik moet meer werk leveren dan vroeger. Ja, ik schrijf daarom meer over. En ja: ik heb door die verhoogde werkdruk steeds minder tijd om feiten te checken. De auteurs waarschuwen dat het er op lijkt dat journalisten niet langer de nieuwsmakers zijn, maar slechts doorgeefluiken. Wat de onafhankelijkheid van kranten niet ten goede komt.

Al één reactie — discussieer mee!