karskensOp ‘De Nieuwe Reporter’ werd onlangs geschreven dat de Nederlandse berichtgeving uit Afghanistan ver onder de maat is. Journalisten censureren zichzelf, laten Afghanen nauwelijks aan het woord en leveren – op z’n best – half werk. Arnold Karskens weet het beter: “Halve journalistiek bestaat niet”.

“Het is een principiële keuze. Of je buigt voor de censuur, of je doet dat niet. Je kunt ook niet ‘half-zwanger’ zijn. Je moet daar tegengas aan geven. Helemaal in een tijd waarin in Nederland de vrijheid van meningsuiting toch al onder druk staat. Door genoegen te nemen met ‘embedded’-berichtgeving graaft de journalistiek haar eigen graf. Wanneer je dat tegengas niet geeft, verlies je terrein. Dat zie je zelfs bij popconcerten, waar fotografen soms maar een paar nummers mogen meekijken. Persvrijheid is een groot goed, één van de pijlers van de democratie.”

Arnold Karskens (1954) windt er geen doekjes om. “Afghanistan is de belangrijkste Nederlandse oorlog sinds Korea. Het is verbazingwekkend dat de Nederlandse journalistiek onder druk van Defensie buigt. Ik heb een Australische journalist gesproken die ook mee was met het Nederlandse leger in Uruzgan. Defensie vroeg hem ook zijn stukken voor te leggen, dat weigerde hij. Toch reisde hij mee en toch is het gepubliceerd.”

Halve journalistiek
Met een strijdende groepering meereizen is volgens Karskens niet zozeer het probleem. “Het gaat om de censuur. Wanneer je ‘embedded’ reist, dan zie je misschien de helft van wat je zou kunnen zien. Dat zou je halve journalistiek kunnen noemen. Wanneer defensie dan nog eens met het rode potlood door je stuk heengaat, dan hou je misschien nog een kwart over. Er zijn zoveel factoren die je werk onmogelijk maken in een oorlogsgebied, van de taal tot de onherbergzaamheid. Censuur is de nekslag.”

“Het gaat erom je intellectuele vrijheid te behouden”, stelt Karskens. “Wie ‘embedded’ meegaat krijgt te maken met de rode streep. Je ziet hem misschien niet, maar hij is er toch. Ze betalen je vliegtickets, je eten, je veiligheid en je vervoer. Als goed journalist hou je het niet vol binnen de muren van ‘Kamp Holland’, dan heb je de verkeerde instelling.”

Geen amateur-voetbal
Het punt is volgens Karskens dat er een consensus heerst in de Nederlandse journalistiek over de gang van zaken. “Iedereen doet het. Wanneer RTL bijvoorbeeld ‘embedded’ reportages zou leveren en de NOS ‘unembedded’, dan zou er een discussie ontstaan. Die is nu nagenoeg afwezig. Er is geen discussie binnen de Nederlandse Vereniging van Journalisten en niet binnen het Genootschap van Hoofdredacteuren. Sterker nog, er is zelfs geen discussie in de Tweede Kamer over de werkwijze van Defensie.”

“Dat verbaast me”, legt Karskens uit. “Omdat het hier niet om amateur-voetbal gaat, maar om mensenlevens. De politiek komt zelf ook niet buiten de poorten van Kamp Holland, die zijn dus afhankelijk van de pers.”

“Iedereen doet aan dit spel mee. De Volkskrant, NRC, Trouw, de NOS. Vrij Nederland laat zich zelfs betalen voor een bijlage over Afghanistan. Alsof je een blad vol reclame voor Unilever hebt en er nog eens een interview met de CEO van Unilever bijzet. Iedereen doet het en juist die consensus is funest.”

Schoonmakers en keukenhulpen
De grote vraag is: waarom? Karskens: “Ik begrijp Defensie goed. Het is niet alleen prettig om schrijvende lakeien mee te nemen, het is ook nog eens uitgekiende PR. Bovendien hoeft op deze manier de minister van Defensie niet iedere keer naar de Kamer te rennen om uitleg te geven.”

Ook de gemakzucht van redacties speelt een rol. “Alles is gratis. Wanneer je met Defensie meegaat heb je niet eens een visum nodig om naar Uruzgan te gaan.” Argumenten als ‘bezuinigingen op redacties’ wimpelt Karskens af. “Er is wel geld, het wordt alleen niet vrijgemaakt.”

“Het argument van Defensie, namelijk dat operationele geheimen openbaar kunnen worden, is onjuist. In de eerste plaats lopen er op Kamp Holland genoeg spionnen van de Taliban in de vorm van schoonmakers en keukenhulpen en in de tweede plaats omdat journalisten die geheimen niet horen te weten. Je laat een journalist niet toe in de stafkamer.”

De methode Karskens
“Afghanistan is geen Drente”, legt Karskens uit. Hij is sinds de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan al vijf keer ‘unembedded’ in Afghanistan geweest. “Je vliegt er zomaar naartoe vanuit Dubai en dan is het ‘liften’ naar Uruzgan. We rijden in konvooien, soms met meer dan honderd man.”

Eenmaal in Tarin-Kowt werkt Karskens simpelweg met een notitieblok. “Ik was daar de eerste Westerse journalist, lang geleden, en de Afghanen herkennen mij inmiddels. Ik kan daar bij wijze van spreken niet een kruispunt oversteken zonder een bekende tegen te komen. Zodoende heb je altijd mensen om je heen. Natuurlijk kun je niet zomaar een dorpje binnenstappen, je hebt een netwerk. Altijd eerst het dorpshoofd proberen te spreken. Het klinkt simpel, maar praten met lokale mensen heeft de meeste journalistieke waarde.”

De lokale bewoners staan lang niet altijd positief tegenover de Nederlandse aanwezigheid. “Vooral niet in een dorp waar tachtig doden zijn gevallen bij Nederlandse bombardementen.”

Karskens is wel eens in Kamp Holland geweest. “Dat was een uitzondering. Eerder kreeg de bewaking de instructie dat ik alleen het terrein op mocht komen ‘als ze m’n poot d’r af geschoten hadden’.”

“Oorlog is duur”
Afghanistan is geen plaats voor freelancers. “Te duur. Wanneer er honderd journalisten zijn en tien jeeps, dan is het een kwestie van betalen. Oorlog is duur, niet alleen in Afghanistan, maar bijvoorbeeld ook in Congo. Ik ben in het begin van mijn carrière daarom maar naar El Salvador gegaan, dat was nog betaalbaar.”

Voor zijn beeldreportages werkt Karskens als ‘camjo’, dus zonder cameraman of geluidstechnicus. “Je hebt alles zelf in de hand en je bent overal verantwoordelijk voor. Bovendien is het sinds de digitale camera simpeler geworden.”

Vanaf 1 april gaat Karskens aan de slag bij De Pers. “Ik heb een goed budget gekregen voor oorlogsverslaggeving. We gaan ons daar sterk op profileren.” Daarmee komt zijn werk voor Nieuwe Revu ten einde. “Maar ik blijf wel soms nog beeldreportages doen, bijvoorbeeld voor EenVandaag, daar is nog ruimte voor ‘unembedded’ journalistiek.”

Voorbeeldfunctie
Karskens ziet het draagvlak in Nederland voor de Uruzgan-missie steeds kleiner worden. “Ik denk dat uit deze ‘embedded’ -vorm van journalistiek een ‘Vietnam-beweging’ voorkomt.” Toch hoopt hij op verandering. “Het moet wel, ik hoop dat ik een voorbeeldfunctie heb, of dat er tenminste nog iets als ‘gezonde competitie’ heerst. Journalisten die denken: ‘Als Karsens het kan, kan ik het ook!’ In ieder geval gaat het er om dat de journalist de kijker, of de lezer, recht in de ogen kan kijken. Een ‘embedded’-journalist bij het Nederlandse leger kan dat niet.”

“Een slecht geïnformeerde pers kost onnodige levens, dat leer je uit de geschiedenis van de oorlogsverslaggeving. Dat was in Nederlands-Indië zo en misschien is dat ook wel het geval in Uruzgan. Wederopbouw is bedrog. Nederland verwoest daar meer dan dat we opbouwen en we maken steeds meer burgerslachtoffers.”

Al 9 reacties — discussieer mee!